KORTVERHAAL VAN NEELTJE VAN BEVEREN

DE DUIVEL ZOALS JE HEM DROMEN ZOU

Ik ben daar met mijn vrouw, in wat is het, een landhuis?  Er is een feest aan de
gang, maar ik ben niet op mijn gemak.  Mijn lippen zijn droog en het bonst in mijn
hoofd.   Het was onze bedoeling niet eens om hier te komen, we verdwaalden en
toen is onze auto stuk gegaan.  Twee uur hebben we door het donker gelopen en
zijn toen hier aangekomen, bij een kast van een huis in het midden niks.  Ik zou
het liefst, ik weet het niet, maar wég hier in ieder geval.  Mijn vrouw lacht me uit
wanneer ik het haar zeg.  Ze is zo dronken al dat ze bij wildvreemde gasten om
de schouders hangt.  Ik zal een plekje moeten zoeken om tot rust te komen en de
avond uit te zitten.  Ik begin me een weg naar buiten te banen, worstel die kant
op waar ik denk dat de tuin is.  Overal om me heen dezelfde bezopenheid,
laveloosheid, chaos waar ik niet in deel en die ik niet begrijp.  Gezichten die mijn
zicht in schieten en schaterend weer afdruipen, stroperig, honend.  “Hij doet niet
mee, hij doet niet mee! Het is feest en hij wéét het niet!”  Dit is een nachtmerrie,
denk ik al vóórdat ik hem zie staan.  Zo’n dertig meter bij me vandaan, lijkbleek
in een gitzwart pak, zijn haren strak achterover gekamd.  Hij is klein, minstens
een kop kleiner dan ik, maar zijn oren zijn groot en spits, zo groot dat ik denk:
waarom staat hij daar maar?  Ziet niemand hem?  Waarom springen ze niet bij
hem vandaan?  Want dit is precies de duivel zoals je hem dromen zou.  Eén blik
en je weet het: deze man is door en door kwaad.  Tussen ons in staan tientallen
mensen uit hun dak te gaan, en toch staan we recht tegenover elkaar.  Hij maakt
er geen geheim van naar niets anders te kijken dan naar mij, onbeschaamd, en vuil
grijnzend om die onbeschaamdheid.  Dan begint hij zich langzaam mijn kant op te
bewegen.  Geen seconde laten zijn ogen de mijne los.  Zijn grijns verbreedt zich
nog een beetje wanneer hij ziet dat ik terugdeins, dat ik bang ben. “Herkent u
mij niet?”, vraagt hij wanneer hij tegenover me staat.  Zijn stem is snijdend en
ijskoud, niet mysterieus, alleen slecht.  Alles om me heen beweegt, leeft,
weliswaar beschonken, maar in kleur en dynamisch, en temidden van dat alles
staat de dood en kijkt me aan.  “Ik geloof niet dat ik u eerder heb gezien”,
antwoord ik, “ en als u het niet erg vindt…”Alles om deze man bij me vandaan te
houden, van hem weg te komen.  Hij zegt:”Maar ik was in uw huis!  Weet u dat
niet meer?”  Zijn blik is spottend, vernederend, maar niet ironisch: hij meent wat
hij zegt.  Geen seconde twijfel ik daaraan.  Toch verweer ik me en zeg:”Luister,
wie u ook bent, het lijkt me sterk…” –“Wat zég ik”, onderbreekt hij me,
opgewonden, zijn ogen fonkelend:”ik ben nú in uw huis!”  Hij weet dat dat niet kan
en ik weet het, en toch weten we allebei dat het tóch zo is, en dat het puur voor
de vorm is dat hij me een telefoontje in de handen duwt.”Bel me maar.  U weet het
nummer.”  Protesteer, ren weg, haal uit.  Maar ik neem het telefoontje aan en
begin mijn eigen nummer in te toetsen.  Zeg dat hij gestoord is, weg moet wezen,
je met rust laat.  Maar ik laat de telefoon een paar keer overgaan en hoor dan
diezelfde snijdende stem opnemen: “Ik zéi toch dat ik in uw huis was?”


(geplaatst op 16-12-2003)

terug naar boven
© 2002/ 2005 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.