Kort verhaal van HANS KILIAN

PIERLALA MET DE ZOTSKAP

In een land niet ver van hier was een koningin die zich verveelde. Dat was niet zo
verwonderlijk, want het was een buitengewoon saai land waarover zij regeerde.
Zwitserland was ermee vergeleken een bananenrepubliek. Werkelijk alles was er
gere-geld en iedereen die er woonde, was redelijk welvarend. Bijna iedereen deed zijn
plicht en werkte hard, corrupte politici waren er nauwelijks en gestaakt werd er haast
nooit. -Men had voor elk probleem wel een oplossing en als dat niet de beste oplossing
was, was het wel de op één na de beste. Als er een conflict was, kwam men in vergadering
bijeen en bedacht een compromis. Als men toch geen compromis wist te bereiken,
vergaderde men net zolang door tot iedereen het conflict vergeten was, of tot er een
nieuw probleem gerezen was, dat men wel kon oplossen. De inwoners zelf noemden dit het
waterschap-model. Reeds jaren geleden had een Amerikaanse professor genaamd
Parkinson aan de hand van statistieken aangetoond dat Laagland, zoals het land van de
koningin heette, het beste land was om in te wonen.En iedereen in Laagland wist dat, als
een Amerikaanse professor zoiets zegt, dat ook zo is. Dus waren de meeste inwoners
tevreden.
De koningin was minder content, want zo valt er natuurlijk weinig te regeren. Zij
verveelde zich vreselijk, al was zij de enige niet. Omdat er in het land zo weinig
gebeurde, was er ook voor columnisten weinig te doen. Zij hielden zichzelf en elkaar maar
bezig met stukjes over vrijblijvende intellectuele problemen, die zij zelf ver-zonnen en
die dus ook vanzelf weer verdwenen. Andere ontevredenen kregen subsidie voor
allerhande projecten, die soms sociale vernieuwing heetten, soms weer anders, maar die
met elkaar gemeen hadden, dat ze de ontevredenen een poosje bezig hielden. Het grote
publiek maakte echter nooit problemen: het slikte elke dag een dosis Endemol, een
probaat middel dat de Haarlemmer wonderolie in de loop der tijd vervangen had.
De koningin had al van alles geprobeerd om aan haar chronische verveling te ontkomen.
Dat wil zeggen, in het nette, want ze was van huis uit een keurige mevrouw, die eigenlijk
ook alleen van hard werken hield. Het nog maar eens doornemen van de staatsstukken,
boetseren, het houden van jachtpartijen op bijgevoerde wilde zwijntjes, paardrijden op
het strand, wuiven en glimlachen vanuit de koets, ronddobberen in de Mid-del-landse zee
met biermagnaten, het organiseren van vreetfestijnen voor bevriende gekroonde
hoof-den, het doorknippen en uitreiken van lintjes en het schudden van handjes tijdens
cutuur-uitingen met koekhappen, zaklopen en klootschieten, het was haar op den duur
allemaal gaan tegenstaan. Evenals trouwens het vrijen met haar gemaal Prins Piet, die
werkelijk de saaiste Piet was die je maar kon bedenken, al liet ze dat nooit merken, want
ook daar was ze te fatsoenlijk voor.
Het werd de hoogste tijd om zich eens van een goed advies te laten voorzien, vond de
vorstin. Vandaar dat zij de grootste denker van het land op haar paleis uitnodigde.
De denker was een van de grootste wijsgeren van zijn tijd en hij had alleen nog maar niet
de Nobelprijs gekregen, omdat men in de wereld geen Laaglands verstond en vaak zelfs
niet wist dát het bestond. Zijn boeken waren zo diepzinnig, dat slechts een enkeling er de
werkelijke diepte van kon inzien. Desalniettemin was hij in heel Noord- en Zuid-Laagland
wereldberoemd; men had er een diep respect voor alles wat men niet begreep, zoals
Engelse songs, Franse films, Wittgenstein, hermetische poëzie, Amerikaanse rechtspraak,
Zen-Boeddhisme en modern ballet. Omgekeerd had men trouwens voor zaken waar
iedereen verstand van heeft, zoals het nationale voetbalelftal, de politiek,
verkeersdrempels, fietsen, de vertrektijden van de spoorwegen, de weersvoorspellingen
en de eigen taal, geen enkel respect. Die hadden hun nut om op te kankeren als de Endemol
even op was.
De denker luisterde lang en goed naar de koningin. Hij hulde zich in rook en in een
diepzinnig zwijgen. Toen hij eindelijk begon te spreken, luisterde de koningin dan ook
aandach-tig. Wat hij zei was verstandig, menselijk en redelijk, maar het deed de koningin
geleidelijk aan steeds meer denken aan haar eigen kersttoespraken. En die verveelden
niet alleen haarzelf. Toen de wijsgeer uitgesproken was, bedankte de koningin hem
beleefd en zei: "Ik denk dat u zeer wijs hebt gesproken. Maar, als u het mij toestaat, uw
woorden spreken meer tot het verstand, dan tot het hart. De denker trok nog maar eens
aan zijn pijp."Als Hare Majesteit wenst dat er tot haar hart gesproken wordt, kan Zij
wellicht het beste naar muziek luisteren. Dat is de zuiverste en dus hoogste kunstvorm,
die direct op het gevoel werkt."
De koningin bedankte de filosoof voor zijn raad en zocht meteen de beste violist van het
land aan, om speciaal voor haar te spelen. Deze violist was een internationale
beroemd-heid en hij zou zeker nog beroemder zijn geweest, als men in andere landen niet
zo natio-nalistisch was en liever eigen virtuozen toejuichte. In Laagland verfoeide men
chauvinisme en men was blij dat men er zelf weinig last van had. Het was een bron van
grote voldoening dat men toleranter was, en dus beter, dan de rest van de wereld.
De violist zocht het mooiste stuk uit dat hij kende en deed ontzettend zijn best. Hij
speelde werkelijk prachtig, zo goed als hij misschien nog nooit gespeeld had. Ook de
koningin moest toegeven, dat zijn spel van uitzonderlijke klasse getuigde. Maar ze miste
iets, al wist ze niet precies wat en waarom. "Het is van een wonderlijke schoonheid, wat u
hier gebracht hebt," zei ze na afloop,"maar ik mis iets. Ik ben wel aange-daan maar, het
is zo...zo leeg."
Hoewel de violist zeer teleurgesteld was dat hij zijn vorstin niet voldoende had kunnen
behagen, meende hij te begrijpen wat zij mogelijkerwijs bedoelde."Muziek is mooi,
Majesteit, maar soms is schoonheid niet genoeg. Schoonheid spreekt als niets anders tot
ons gevoel. U wilt, denk ik in alle bescheidenheid,  niet alleen iets wat het hart raakt,
maar wat ook doordringt tot de kern van ons wezen. En alleen de lach is in staat de ziel
te bereiken."
Dus ging de koningin, na de violist beloond te hebben, op zoek naar iemand die haar aan
het lachen kon maken. Een hofnar had zij natuurlijk niet in dienst, want de koningin was
even politiek correct als haar landgenoten en zij geloofde heilig in de constitutionele
monarchie. Zij glimlachte weliswaar veel, maar dat kwam door oefening van jongs af aan;
het hoorde bij haar opleiding. Elke dag bracht zij haar glimlach in orde, zoals ze ook heur
haar deed.- Als kind, herinnerde zij zich,- had zij nog wel eens hartelijk gelachen, maar
sinds haar kroning en vooral sinds haar huwelijk was haar leven plicht geworden. En in
Laagland gingen plicht en humor slecht samen. In de vrije tijd kon gelachen worden, niet
onder werktijd. Omdat je dag en nacht koningin bent, was het lachen de koningin
langzaamaan vergaan. Daar de Laaglanders veel vrije tijd hadden, bestond er wel
de-gelijk een grote beroepsgroep die van de humor haar specialiteit hadden gemaakt. Er
waren grappenmakers en lolbroeken in alle soorten en maten en voor alle gelegenheden.
Zij stonden zelfs in hoog aanzien. Lachen was gezond, daar waren alle psy-chiaters en
andere medicijnmannen het over eens. De beeldbuis knapte bijkans uit elkaar van de
komische series vol leuke acteurs en andere programma's met olijkerds. Politici en andere
Bekende Laaglanders die populair wilden worden, lieten zich met graagte in zalen en
zaaltjes belachelijk maken door een cabaretier, zoals een beetje moppentapper of
lolbroek zich al gauw noemde. Ironie was zo ongeveer het geliefdste vehikel waarvan ook
literatoren zich bedienden. Die schreven zelf allemaal ook leuke stukjes in
kwaliteits-kranten in de hoop dat zij, net als de cabaretiers met hun bundels, op de
bestseller-lijsten kwamen. Geen dichtbundel werd er verkocht, als de dichter niet in
staat was een zaal plat te krijgen. Alleen bij romans mocht nooit gelachen worden. Niets
leek dan ook makkelijker dan een grappenmaker aan het hof uit te nodigen om de koningin
te verma-ken. De koningin had echter nooit gehouden van halve maatregelen en ze ging dan
ook doortastender te werk. Zij kondigde bij koninklijk besluit af - uiteraard in goed
overleg met haar regering, want ze was een democratische vorstin -, dat er weer als
vanouds een echte hofnar zou worden aangesteld. Iedereen kon naar de functie
solliciteren. Niet poenerigheid en praalzucht moesten de kenmerken zijn van de moderne
monarchie, maar waarden als geestigheid, mededogen en rijkdom van geest. Door de
redactie van een literair blaadje werd er ogenblikkelijk gedemonstreerd. Zij vond dat er
dan maar meteen ook iemand als hofdichter moest worden aangesteld en wel de
hoofdredacteur van het tijdschriftje. Dit werd weggewuifd, maar de oplage van het
periodiekje steeg wel en de redactieleden zagen hun voortbrengselen eindelijk
gepubliceerd bij een gerenommeerde uitgeverij en konden hun tijdschriftje weer
opheffen. Er kwamen echter meer protesten. De weinige republikeinen in het land zagen
de kans schoon hun hobbyisme uit te leven. Was dit immers niet de eerste stap op weg
naar een ouderwetse hofhouding, zo niet naar een absolute monarchie? De politieke
partijen, die al jaren bij toerbeurt in diverse coalities zaten, kregen er ruzie over of de
regering zo'n koninklijk besluit wel voor haar rekening kon nemen. De moppentappers
splitsten zich in twee groepen: zij die zoiets een hele eer vonden of die vonden dat zoiets
moest kunnen, en degenen die bezwoeren geen slaaf van autoritaire, kapitalistische of wat
voor krachten dan ook te willen zijn. Beide groepen maakten in de theaters voornamelijk
nog elkaar belache-lijk, terwijl het publiek er met open mond bij zat. Dat was niet
waarvoor het kwam. De mensen eisten dat weer gewoon hun autoriteiten gehekeld werden,
of desnoods zijzelf. Tot verbazing van de koningin ontstond er in minder dan geen tijd
een groot nationaal schandaal, waar dan een derde groep grappenmakers weer de draak
mee staken.
Nu waren er in Laagland wel eens vaker relletjes en schandaaltjes. Meestal betrof het
volkomen onbelangrijke zaken, zoals eventuele godslastering of wat meer of minder bloot
op de buis of een verslaggever die voor de lol riep dat hij een bom in het vliegtuig had
verstopt. Om-dat er in Laagland nooit iets gebeurde, werden dit soort relletjes altijd
opgeblazen tot schandalen, zodat het net leek of er echt iets aan de hand was. Daar de
aanleiding zo onschuldig was, kon iedereen zich eens fijn ergeren of juist zijn
verontwaardiging daarover lekker uitleven, om daarna weer over te gaan tot de orde van
de dag. Dit keer echter leek er geen einde te komen aan de opwinding. Zelfs buitenlandse
verslaggevers begonnen erover te schrijven, uiteraard pas na een bijscholingscursus
geografie.   De koningin las met verbijstering koppen in buitenlandse bladen als: "Gaat
Laagland aan eigen succes ten onder?" In de omliggende landen genoot men, want stiekem
was men jaloers op het rustige, welvarende landje met zijn wijsneuzerige, schijnheilige
bevolking. Vooral in het zuidelijke buurland Bergland genoot men. Daar woonden twee
bevolkingsgroepen die er een levenstaak van hadden gemaakt elkaar te pesten. In de
buurlanden vond men dit best, want zo hadden ze geen tijd om anderen lastig te vallen.
De ene groep, de Toppenaren, beschouwde zich, omdat ze boven op de bergen, nou ja,
heuveltjes, woonden én omdat de andere groep, de Voetelingen, hun koeterwaals niet
kende, ver verheven boven de andere. Maar de Voetelingen, zo geheten omdat ze aan de
voet van de bergen, nou ja, heuveltjes, woonden en vlak aan zee - zodat ze konden pootje
baden -, waren onderhand veel rijker en talrijker geworden en pesten lekker terug.
Vooral in de kranten van de Voetelingen, die om onduidelijke reden min of meer dezelfde
taal spraken als de Laaglanders, werd veel aandacht besteed aan het schandaal dat hun
koningin zo geheel onbewust veroorzaakt had. Hiervoor was wel een duidelijke reden: de
Voetelingen voelden zich ook door de Laaglanders niet helemaal serieus genomen; die
maakten altijd maar weer flauwe moppen over hen. Nu waren ze in de gelegenheid die
hooghartige Laaglanders eens op hun eigen onbenulligheid te wijzen. Want wat was er in
Laagland nu helemaal aan de hand? Zijzelf kenden tenminste echte schandalen rond
koningskwesties, roversbendes, kinderlokkers, omkopingen, politieke en andere moorden,
collaboratie en rechtsextremisme. Die stennis in het noorden stelde dus niets voor.  
In Laagland zelf was het inmiddels helemaal uit de hand gelopen. De aanleiding tot het
schandaal was inmiddels op de achtergrond geraakt. Demonstranten voor of tegen van
alles en nog wat liepen af en aan, overal braken zomaar rellen uit, partijen verketterden
elkaar in urenlange directe uitzendingen op de beeldbuis. De cabaretiers werden door
het publiek uitgescholden in plaats van andersom, zwaar gesubsidieerde muzikanten van
klassieke muziek sloegen hun instrumenten op het podium kapot alsof zij popartiesten
waren, en de ambtenaren gingen aan het werk en hielden op met het bedenken van
overbo-dige plannetjes. Kortom, het volk bleek redeloos, het land leek reddeloos en de
regering was radeloos.De koningin was diep bedroefd. Zij verweet zichzelf zelfzuchtig
gedrag. De open sollicitatie voor hofnar had ze afgelast, al had niemand dat in het
gekrakeel nog opgemerkt.
Somber zaten zij en de eerste minister bijeen. Ze hadden lang gepraat over de crisis. Ze
hadden advies ingewonnen van iedere adviesraad die het land telde, en dat waren er zeer
veel, maar elke vergadering was uitgelopen op onenigheid. Iedereen raadde iets anders
aan. Nie-mand leek nog in staat om tot een compromis te komen. De eerste minister had
zijn ontslag aangeboden, maar dat had de koningin geweigerd: het land op dit moment
zonder regering, dat leek haar wel het laatste wat er moest gebeuren. De koningin had op
haar beurt aangeboden af te treden, maar dat had de premier geschrokken afgewezen:
het zou de crisis alleen maar vergroten. De opleiding van haar zoon tot troonopvolger was
nog niet voltooid. De prins liefhebberde voornamelijk in sportvliegen, meisjes, pils en het
parkeren van auto's in de sloot. Zelf noemde hij dit zijn stage Verkeer en Water-staat.
Hij moest dus nog wat rijpen.
Juist toen ze tot de conclusie gekomen waren, dat er geen conclusie getrokken kon
worden - het was al heel wat dat ze dit hadden weten te concluderen - , werd er geklopt
en kondigde een lakei een sollicitant aan. "Maar ik heb die hele sollicitatie voor hofnar
afgelast," sprak de koningin beduusd. Want koninginnen zeggen niets, maar spreken. "Het
was trouwens een belachelijk idee van me." De minister-president merkte echter op dat
een verzetje beiden wellicht goed zou doen."De zinnen verzetten, misschien brengt dat
ons op een helder idee." En hij verzette alvast een zin in het staatsstuk dat hij aan
schrijven was en waarin hij de noodtoestand wou afkondigen.Zodoende werd de sollicitant
toch toegelaten tot de koninklijke vertrekken.
Hij zag er zeer alledaags uit en stelde zich voor als Hans. "Dus U wilt hofnar worden?"
zei de koningin, want soms doen koninginnen ook heel gewoon. "Wel, Mevrouw...," begon
Hans. "Majesteit!" verbeterde de koningin, want ze wilde dan wel een moderne vorstin
zijn, ze stond ook op haar strepen. Als prinses had ze zich al eens laten ontvallen dat ze
het liefst vertoefde onder haar eigen soort mensen, wat nog een leuk relle-tje voor
stukjesschrijvers had opgeleverd. Die eigen soort bleek een bierbrouwer te zijn met wie
ze het weer had moeten uitmaken van haar moeder. "Wel, Majesteit," ging Hans
verder."Misschien niet zozeer. Maar ik weet misschien hoe een einde te maken aan de
toestand waarin het land verkeert. Of misschien weet ik niet zozeer de oplos-sing,maar
wel de oorzaak." De MP, zoals de minister-president zich graag liet aanduiden, veerde
onmiddellijk op. Ook de koningin toonde ogenblikkelijk belangstelling. "Laat alstublieft
gauw horen," zei, pardon, sprak ze. Hans ging verder. "Ik denk dat de mensen er gewoon
genoeg van hebben braaf te zijn en hun plicht te doen. Zij vinden eigenlijk dat ze lang
genoeg verstandig hebben moeten zijn. Het Laaglandse volk wil eigenlijk liever heel
gewoon zijn en bijvoorbeeld net zo dom doen als onze zuider- of oosterburen. Tolerantie,
begrip en solidariteit: het zal ze worst wezen. Ze zijn eigenlijk nooit zo geweest, maar
omdat iedereen het zei, zijn ze het gaan geloven en er zich naar gedragen. Eigenlijk
hebben ze schoon genoeg van hun eigen, keurig aangeharkte land. Ze gaan niet voor niets
elk jaar al met z'n allen naar Italië of zo. Dat doen ze niet alleen voor de zon, maar ook
omdat je daar tenminte nog toestanden hebt.- Hier gaat het eigenlijk te goed, al-les is
veel te keurig geregeld. Omdat er geen grote misstan-den zijn, bestrijdt men maar
misstanden ver weg, in Midden-Amerika of Afrika, maar dat zet natuurlijk geen zoden
aan de dijk. Kortom, men is in feite ontevreden en daar is men pas sinds kort achter
gekomen. Of beter gezegd: men is ontevreden over de eigen tevredenheid."
Hans hield even op en hapte naar adem. Hij keek gelijk even hoe zijn woorden gevallen
waren.
De koningin en de minister-president keken elkaar onthutst aan. Dat hadden ze nooit
kunnen bedenken! De premier schraapte zijn keel. Even leek hij wat te gaan zeg-gen, maar
toen keek hij de majesteit weer aan. Die begon zowaar te lachen. Eerst nog een beetje,
welluidend zoals ze geleerd had. Vervolgens begon ze evenwel te schate-ren, met lange,
gierende uithalen. Zij lachte eigenlijk niet om Hans en ook niet om de MP, doch om de hele
situatie. Om haar land, om haar onderdanen, om haar saaie Piet, om haar holle, bolle zoon.
Alles kwam haar even belachelijk voor. Maar het meest lachte zij om zichzelf en haar
verveling. Haar appelwangen kwamen zelfs door haar make-up heen, die als ze gewoon
glim-lachte nooit barstte. Het schateren ging over in bulderen. Daar zij weinig training
had, deden haar kaken vreselijk zeer. -Haar hoofd liep rood aan en haar lichaam schok-te
zo hevig, dat ze uit haar stoel gleed.  -Daarna sloeg zij met haar vuis-ten woest op de
grond, rolde een poosje over het hoogpolige tapijt rond, kronkelde nog wat en bleef
ten-slotte bewegingloos liggen.
De MP, die zich aanvankelijk gegeneerd had voor haar onbedaarlijke lachbui, liep naar
haar toe en voelde haar pols. Ontsteld keek hij Hans aan, die wit zag van schrik. Hij had
wel gehoopt dat zijn woorden iets teweeg zouden brengen, maar niet dit. De premier
schreeuwde de lakeien toe dat zij de dokter moesten roepen. Artsen snelden af en aan,
maar konden niets anders vaststellen, dan dat de koningin overleden was. Hans slipte in de
verwarring vlug het paleis uit, bang dat hij de schuld zou krijgen.
De dood van hun vorstin dompelde het volk in diepe rouw. Verge-ten waren de geschillen.
Vergeven waren de beledigingen. De kranten schreven dat de vorstin gestorven was van
verdriet. Zij had de situatie waarin het land zich bevond, niet langer kunnen verdragen.
De bevolking gaf zichzelf de schuld en schaamde zich. De premier hield wijselijk zijn
mond.
De koningin werd met pracht en praal begraven. De violist speelde erbij en de denker
sprak."The Queen of Smiles" werd zij in de buitenlandse pers genoemd. Kroonprins
Maximiliaan kreeg een stoomcursus hofhoudkunde, trouwde in Gretna Green fluks met
Wilma Alexandra, een nog of weer loslopende Spaanse filmster, en werd ge-kroond. Het
volk ging weer verder met doen wat het deed voor de crisis uitbrak. De columnis-ten
schreven weer voor en over elkaar, de cabaretiers maakten weer grappen over niets,
le-raren en maatschappelijk werkers vergaderden zichzelf weer suf.
De regering had haar les wel geleerd. Zij zorgde ervoor dat het land wat viezer werd en
de jeugd wat onbeschofter, dat er wat meer werkeloosheid en ongelijkheid kwam, dat de
criminaliteit net zo hard steeg als in aangrenzende landen en dat er buitenlan-ders
kwamen, waar men op kon schelden. Frauduleus gekonkel in de bouw, bij het hoger
onderwijs, onder boekhouders en zelfs door onderzoekrechters werd normaal. Men
noemde dit de internationalisering van de samenleving, of ook wel: de multiculturele
samenleving. En er kwam een heuse Tegenpartij, net als in Bergland.
Buitenlandse krantenmannen schreven opgelucht, dat die Laaglanders gelukkig geen haar
beter waren dan zijzelf, vooral in Bergland. Om dit als het ware te demonstreren deed de
regering onder aanvoering van de MP zo af en toe ook gewoon iets stoms,- zoals het stelen
door de overheid van het geld van chronisch zieken en bejaarden, waartegen men dan te
hoop kon lopen. Want de MP en zijn opvolgers begrepen inmiddels maar al te goed, dat
een gezond en creatief volk een enigszins ontevreden volk is. Zo had men een nieuw soort
midden gevonden en bleef alles toch bij het oude. Maar dat was nu net wat de
bui-tenlandse pennenvoerders ontging. Van het grote schandaal wilde de bevolking niets
meer weten. Men zal het dan ook vergeefs zoeken in de Laaglandse vaderlandse
geschiedenisboeken.
En Hans, hoe is het toch met die onnozele Hans afgelopen? Die werd vol-gens een zeer
klein berichtje in de krant zonder veel ophef benoemd tot Hofnar des Vaderlands.
Ten-slotte was hij de enige kandidaat geweest. Hij kreeg een jaargeld, maar optreden
hoefde hij niet, -want dat bedrag was meer bedoeld als zwijggeld. In feite was hij
gerecruteerd door de DIB, de Dienst Inheemse Beveiliging. -Hij was immers, buiten de
hofhou-ding en de regering, de enige die wist dat de koningin zich had dood gelachen en
niet ge-storven was van verdriet.

terug naar boven
© 2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.