EEN KORTVERHAAL VAN CORRIE BOIN

Krassen

De ene kop thee die ze gedronken heeft, klotst in haar maag alsof ze zeeziek is. Het
gezicht dat haar vanuit de spiegel aanstaart is bleek, rond de ogen tekenen zich
onderhuids blauwige schaduwen af. De mond is bijna gulzig groot, uitnodigend. Haar
blik glijdt omlaag, langs de te grote borsten, naar het kuiltje van de navel in het
centrum van de buik die te rond is. Weer deint haar maag, als haar blik aan het
donkere krullerige haar, net boven het rijtje parfumflesjes op de toilettafel, blijft
kleven.
'Heel vrouwelijk,' zei de schoolarts tegen haar moeder. Ze was een jaar of zes en
moest rechtop staan in haar wit katoenen onderbroek, met haar blote voeten op het
koude zeil. Ze had kippenvel.
'Let maar op haar armen, als ze losjes langs haar lichaam hangen wijst de binnenkant
naar voren en de elleboog naar achteren.' Na die woorden haakte de dokter haar
wijsvinger achter het elastiek van haar broekje en trok het een stukje naar voren om
door de kier naar haar buik te kijken. 'Goed hoor, nu nog een krasje, dan mag je je
aankleden.'
Onderweg naar school kocht haar moeder een stroopsoldaatje van een stuiver voor
haar bij het snoepwinkeltje. Omdat ze zo flink was geweest toen de dokter het krasje
in haar arm trok. In de klas jeukte het krasje onder de mouw van haar trui.
'Wat een vrouw,' zei Peter acht jaar later, toen hij haar de kleren van haar lijf had
gerukt in de duinen van Oostvoorne. 'Ik ben toch zo gek op je.'
Die woorden bleven als een zwerm honingbijen in haar hoofd gonzen. Ze verzachtten
zelfs de pijn van de krassen, die de stekelige stengels van de duindoorn in haar rug
getrokken hadden. Waar het zand in schuurde toen hij zijn gewicht opnieuw op haar
drukte en voor de tweede keer haar lichaam spleet. Daarna overstelpte hij haar met
kussen en woorden die ze zo graag horen wilde, die hij haar in de weken ervoor zo
vaak onthouden had. De volgende morgen op school brandde haar rug onder haar
T-shirt.
'Je moet niet bang zijn,' zei Peter toen hij de volgende keer - haar moeder was niet
thuis - naast haar onder haar roze deken kroop. 'Het doet alleen de eerste keer zeer,
je zult zien dat je het lekker gaat vinden.'
Lekker, noemde hij het, alsof hij het over een aardbeiensorbet had, of over ijs met
slagroom, of over de Marsen waar ze zo gek op was. Dingen die ze niet meer
aanraakte sinds haar lichaam wat ronder werd.
'Je moet niet dikker worden,' meende Peter. Ze at nauwelijks meer totdat hij haar
weer mooi vond. Ook de jongens uit haar klas keken haar met bewonderende blikken
na. Ze zag ze amper. Wat moest ze met die jochies, ze had een echte man. Haar
klasgenoten waren nog kinderen, ook de meisjes. Wat moest ze zeggen, die keer dat
Janny haar met vuurrood hoofd op fluistertoon vertelde dat ze Hans aan haar
borsten had laten voelen?
Ze zweeg, zoals Peter gezegd had. 'Denk erom dat je het aan niemand vertelt. Ze
zouden het niet begrijpen en alles kapot maken.'
Hij had het haar niet hoeven zeggen, ze had het zelf al bedacht nadat hij de eerste
keer zijn lippen tegen de hare drukte, 's avonds in de lift. Hij overrompelde haar,
haar hoofd gloeide. Even dacht ze dat hij haar plaagde, zoals zo vaak. Pas toen hij
haar schatje noemde en zijn tong opnieuw tussen haar tanden wurmde, begreep ze dat
hij het meende. Ze was verward.
Peter hielp haar soms met haar huiswerk, zoals haar vader vroeger deed, als ze iets
niet snapte. Hij luisterde naar haar verhalen over school. Of hij nam haar mee naar de
bioscoop als ze van haar moeder niet alleen naar de film mocht. Ze vond het leuk om
dingen met hem samen te doen, ze miste hem als hij geen tijd voor haar had. Maar dat
was al zo voordat hij haar gezoend had.
Haar maag golft. Ze herinnert zich de eerste keer dat hij haar verliet. Gehuild had
ze, 's avonds in bed, totdat ze geen tranen meer had. Een leeg, hol vat, zo voelde ze
zich zonder hem.
Ze slikt, ze is misselijk. Net als die eerste keer dat Peter haar huig raakte, ook toen
had ze geslikt. Ze wilde het niet. Het was raar, eng. Ze kokhalsde, ze kon het niet.
Waarom wilde hij het, hadden ze het niet goed samen?
'Wat ben je toch nog een kind,' zei hij, ging weg en meed haar, wekenlang. Hij sloeg
zijn ogen neer, toen hij zijn moeder bij haar zus kwam brengen, negeerde haar.
'Moet je geen koffie, Peter?' vroeg haar moeder.
'Nee, dank u, tante Vera, ik heb nog iets anders te doen,' en weg was hij weer.
'Ik weet ook niet wat hem mankeert,' zei tante Else. 'Hij is vaak weg, misschien heeft
hij weer een vriendin. Ik zal blij zijn als hij weer op zichzelf gaat wonen. Het is niks
als je kinderen na zoveel jaar hun voeten weer onder je tafel zetten.'
Een vriendin. Zou hij echt een ander hebben? Een ander die hij zoende, waarmee hij
vrijde? Een vrouw die geen nee zei? Was ze hem voor altijd kwijt? Haar hart kromp,
terwijl haar moeder zei: 'Ja meid, dat had je ook niet verwacht.'
'Ach, ik heb altijd wel geweten dat die griet niet deugde, maar dat ze hem na tien
jaar op straat zou gooien...' Op vinnige toon begon Else de tekortkomingen van de
ex-schoondochter die volgens haar nooit genoeg van haar zoon gehouden had op te
sommen.
Zij hield wel van Peter, ze hield zoveel van hem en ze wilde alles voor hem doen, als
hij maar bij haar terugkwam. Zonder hem was ze net zo lief dood, net als haar vader.
Peter kwam terug, weken later. Zonder verklaring, maar daar vroeg ze ook niet om.
Ze opende haar armen en ook haar mond. Ze wilde geen kind zijn, ze slikte en zweeg.
Hij haalde haar als zijn rooster het toeliet weer op na schooltijd, knuffelde, zoende,
was lief, luisterde naar alles wat ze wilde vertellen en hield weer van haar.
Ze bleef dat wat ze deden niet leuk vinden. Er was maar weinig leuk, het was allemaal
zo moeilijk. Vaak moest ze liegen over waar ze heen ging als ze hem wilde ontmoeten.
Nooit mocht ze laten merken wat ze voor hem voelde als er anderen bij waren. Maar
het was wel leuk wanneer hij haar in de schoolvakantie gewoon een dagje ergens mee
naar toe nam, naar een plaats waar niemand hen kende.
Dan konden ze hand in hand over straat slenteren. Soms trok hij haar zelfs naar een
etalage van een juwelier en keken ze samen ringen. Dan kon ze vast uitzoeken welke
ze mooi vond, voor later, want zodra ze meerderjarig was, zou hij met haar trouwen.
Of hij nam haar mee uit eten in een chique restaurant, waar de obers een buiginkje
maakten en haar mevrouw noemden. Dat hadden de leraren eens moeten weten,
wanneer ze haar afsnauwden omdat ze haar huiswerk niet gemaakt had.
School was toch stom en niet alleen de leraren. De meisjes irriteerden haar met hun
geklets en gegiechel over jongens. Klassefeestjes waren vervelend. Ze vond er niets
aan, rondschuifelen met jongens die hun handen op je rug legden. Handen die zo klef
waren dat je de vochtige warmte door je shirt heen op je huid kon voelen.
Schoolkampen waren een verschrikking, dan kon ze Peter een week niet zien.
Griezelverhaaltjes vertellen bij het kampvuur, alsof dat eng was. Nee, de vragen die
Peter haar na terugkomst stelde, zijn strakke gezicht, het trillende spiertje van zijn
kaak, dat was pas eng. Maar het meest van al haatte ze de gymlessen. Steeds vaker
zei ze dat ze niet mee kon doen, of dat ze haar gympak vergeten had.
Ze kokhalst bij de herinnering, bestudeert haar blanke vlees. Op haar huid hebben
die vier jaar met Peter geen sporen achtergelaten. Haar lijf is goed geproportioneerd
en al is het nu voller en ronder, minder strak, het is nog steeds een uitdagend lichaam.
Peter bleef nieuwe uitdagingen zoeken. Ze voelde het op den duur, wanneer hij op iets
zat te broeden. Ook die keer toen ze bijna achttien was. Er was weer iets. Haar
felicitatiekus ontweek hij. Het dure autoboek dat ze hem voor zijn vijfendertigste
verjaardag gaf, legde hij aan de kant zonder het te bekijken. Wat zou hij dit keer
verzinnen? Ze was bang. Geen millimeter van haar lichaam was onaangetast. Wat kon
ze hem nog toestaan?
De dagen glipten voorbij. Wanneer ze hem al zag, sprak hij nauwelijks een woord
tegen haar, raakte haar niet aan. Ze wachtte, bijna ademloos. Hij kwam en ging, haast
zonder een groet, negeerde haar gebabbel, haar vragende blikken. Wist ze maar wat
hij wilde. Zou ze dit keer ja of nee zeggen? Nee betekende dat hij weer weg zou
gaan. Ze werd al misselijk bij de gedachte aan de pijn die ze dan zou voelen, alweer.
Hij zweeg een week, toen begon hij over een collega waarmee hij samen een film had
gekeken. Het leek hem wel wat, ze moesten het maar eens proberen... Een draaikolk
nam bezit van haar maag. Nooit had ze zelfs maar aan een andere man gedacht.
'Nee,' gilde ze, kotste over zijn schoenen, veegde met de rug van haar hand het
braaksel van haar mond en ging. Liever deed ze zichzelf pijn dan zich opnieuw door
hem te laten kwellen. Ze had niemand meer. Het was stil zonder zijn soms zo lieve
woorden, koud zonder zijn armen om haar heen. Ze hoefde alleen maar 'ja' te zeggen,
dan zou alles weer goed zijn. Hij zou haar weer strelen, kussen, lief voor haar zijn en
zeggen hoeveel hij van haar hield. Kon ze niet beter de pijn aan de buitenkant
verdragen dan de pijn die van binnen aan haar vrat? Nee, nee, nee, hield ze zichzelf
voor. Niet meer, nooit meer.
Om haar besluit onomkeerbaar te maken, verbrak ze haar zwijgen. Ze had beter niets
kunnen zeggen, besefte ze toen ze de gevolgen kon overzien.
'Hoer,' zei haar tante, met een priemende wijsvinger naar haar wijzend. 'Jij hebt hem
nooit met rust gelaten. Je bleef maar achter hem aanzitten, dat heeft hij me zelf
verteld. Jij hebt je aan hem opgedrongen. Welke man zou dan wel zijn handen thuis
kunnen houden?'
'Schaam je,' zei haar moeder. 'Wat ben ik blij dat je vader dit niet meer mee hoeft
te maken. Bespaar me die verhalen, ik wil er niets meer over horen.'
Ze had nog niet eens de kans gekregen meer te vertellen dan dat ze het met elkaar
gedaan hadden toen haar het zwijgen werd opgelegd. Haar vader had wel altijd
geluisterd. Zou hij haar ook verstoten hebben om dit? Vast. Haar moeder had gezegd
dat hij zich om zou draaien in zijn graf als hij het wist. Ze was een slet, een del, een
sloerie, niemand hield meer van haar, ze was alleen.
De verwijtende blikken van haar moeder volgden haar overal, samen met haar
verbeten zwijgen. Ze teerde op de herinneringen aan de fijne momenten met Peter,
hoewel ze wist dat ze hem moest vergeten. Maar hoe kon ze iemand vergeten die een
paar weken later alweer in haar buurt rondhing? Haar een knipoog gaf of grijnsde
met een air van iemand die wist dat ze bij hem terug zou komen? Als een spin in zijn
web wachtte hij zijn kansen af, totdat zij erin zou vliegen. Soms, als hij een
vriendelijk woord sprak, had ze terug willen gaan, het liefst kruipend, als hij maar
van haar wilde houden.
Ze weet dat hij niet van haar hield, maar alleen van haar lichaam, van de toen nog
kinderlijke rondingen. Als een poppenspeler trok hij aan de touwtjes, nadat hij een
marionet van haar had gemaakt. Van het lichaam dat haar uit de spiegellijst tegemoet
straalt. Ze ruikt naar zeep, haar huid is nog rozig van het schrobben, maar alle water
en zeep van de wereld kunnen de smerigheid in haar niet wegspoelen. Die zit in haar.
Ze was gevlucht, ver weg van Peter, maar ze nam hem mee in haar hoofd. Soms lukte
het haar kortstondig hem te vergeten, als ze in de armen van Bart, Kees, Jan, Dennis,
Nico en hoe ze allemaal nog meer heetten lag. Ze waren lief voor haar, als ze hen haar
lichaam liet beminnen. Ze kusten en omhelsden haar, fluisterden beloftes, gaven haar
bloemen en cadeautjes. Ze hielden van haar, totdat zij wegging. Meestal snel wegging.
Nooit wachtte ze totdat ze meer van haar zouden willen dan zij hen wilde geven, het
moment dat ze 'nee' moest zeggen. Nooit meer pijn, nooit meer weerzin, nooit meer
verlaten worden. Zij bepaalde de grenzen. Niemand anders dan zijzelf bepaalde de
grenzen. Totdat ze wegvielen.
Ze knijpt haar ogen samen en kijkt naar de borsten die Erik vannacht nog kuste. Zo
lang had ze op dat moment gewacht, zoals ze ook weken op die eerste voorzichtige kus
wachtte. Erik, hij praatte met haar, ze lachten samen, ze gingen samen uit, maar nooit
raakte hij haar aan. Hij vond haar aardig, maar hij hield niet van haar, hij was gewoon
een vriend. Ze kijkt naar de krullen die losjes over haar schouders hangen. Ze had
zich zelfs een ander kapsel aan laten meten, vrouwelijker, voor hem. Andere kleren
gekocht, waarvan ze dacht dat hij ze mooi zou vinden. Ze wilde dat hij haar zag zoals
ze was, een vrouw met een aantrekkelijk lichaam. Ze verlangde ernaar dat hij haar in
zijn armen zou nemen, haar zou kussen, haar lief zou hebben.
Opnieuw richt ze haar ogen op de buik, waarin het soms zo vreemd kon kriebelen als
ze alleen maar aan hem dacht en nog meer wanneer ze bij hem was.
Steeds vaker zocht ze zijn gezelschap. Zo vaak dat ze bang was dat hij haar lastig
zou gaan vinden, haar weg zou sturen. Geen moment was hij uit haar gedachten en
steeds weer was er de wens bij hem te zijn. Ze barstte bijna van verlangen.
'Je hebt mooie ogen,' zei hij op een avond.
Ze begrijpt niet wat hij mooi vond aan de opgezwollen waterige ogen waar ze nu in
kijkt, maar toen was ze zo blij dat hij haar eindelijk zag, was blijven zien. Ze had
hem gezegd dat ze van hem hield. Na die woorden was ze ineengekrompen. Maar hij
stond niet op, liep niet weg. Hij glimlachte, zei dat hij daar blij om was, nam haar in
zijn armen en drukte zijn lippen zacht op de hare.
Een sluier verhult het spiegelbeeld bij die herinnering. Met haar vingers wrijft ze
langs haar ogen. Ze moet er naar kijken, het lichaam waar ze gisteren nog zo trots op
was toen ze het tegen hem aan vlijde.
Ze had naar het moment waarop ze hem alles zou kunnen geven toegeleefd. Ze wist
wat hij wilde en voor het eerst voelde ze geen afkeer. Ze zou hem laten voelen
hoeveel ze van hem hield, hij zou haar nooit verlaten. Ze sloot haar ogen, haar handen
tastten zijn lichaam af, zochten hun weg. Haar mond gleed langs zijn buik. Al zijn
geheime verlangens zou ze in vervulling doen gaan. Ze wist precies hoe, ze wist het
nog zo goed. Hij zou niets hoeven vragen. Alles, alles zou ze voor hem doen.
Zijn lichaam verstarde, even, toen kronkelde hij. Zijn ene hand klauwde zich in haar
arm, de andere greep tussen de krullen in haar nek. Hij hoefde niet bang te zijn dat
ze zou stoppen, ze liet zich helemaal gaan. Genot, ze wilde hem genot schenken. Nog
heftiger werden zijn bewegingen onder haar lichaam. Ze voelde het trekken aan haar
haren, hij deed haar zeer. Ze opende haar ogen en ineens besefte ze dat hij haar niet
vasthield, maar van zich af probeerde te duwen. Nooit zou ze de uitdrukking op zijn
gezicht vergeten.
Hij keek alsof hij pijn had, zijn lippen trilden en hij sloeg zijn hand voor zijn ogen.
'Ga weg. Ga alsjeblieft weg.'
'Wat...," ze hapte naar adem. Wat is er?'
'Ik wil dit niet, hoor je?'
'Ik hou van je, ik wil je beminnen.'
Hij vertrok zijn mond. 'Je bent... ik bedoel... je gedraagt je als een slet. Zo'n soort
vrouw wil ik niet. Verdwijn, ik word misselijk van je.'
Misselijk, ja, dat wordt ze zelf ook van dit lijf. Ze weet niet eens meer hoe ze het
vannacht naar huis heeft gesleept. Niet eens meer waarom. De pijn is terug, dreunt in
haar hoofd, geselt haar lichaam. Ze wil er niet meer naar kijken. De welvingen, de
plooien die er om vragen geopend te worden. Zacht, gewillig, maar van binnen zo rot
als een mispel. Ze grijpt een parfumflacon en gooit. Het lichaam barst in stukjes
geslepen glas uiteen. Langzaam gaat haar hand naar een van de scherven.


(geplaatst op 25-02-2004)


terug naar boven


© 2002/ 2005 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,  Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.