| inleiding loeke vanassche - korrekelder - blauwe kamer - ruiker - perron - landschap - na de reis denijs van killegem - ik tover je wit - over de woorden - meisje zeg ik - zeg me nu na |
| eric heyman - grijsbeslapen - spraakgebrek frank pollet - waterland jean-paul den haerynck - blauw-blauw - naar alle zijden... - impressie dirk rommens - de lente - herkenning |
| piet brak - verzwegen - schreeuw amedée suenaert - beminnen in de zomer - onontkoombaar - vallende blaren - ontwaken fr.x. vanderick - vaderhuis - coma dépassé joris denoo - bibliotheek - onbehagen |
| miel van streels - met de vrienden - soms zou hij ze nog wel herman verlinden - appel en kind - premature onschuld colofon |