WIM VAN PETEGEM:
VERWONDERING EN CONSTERNATIE IN DE RELIGIEUZE KUNST
                        
door Henri Thijs
( © Lino zelfportret Wim van Petegem)
Nu eens een introductie tot een niet-schrijver, maar een beeldend kunstenaar die voor Het Prieeltje een
zeer grote betekenis heeft gehad.  Hij was een van de pioniers van de eerste edities van Het Prieeltje als
tijdschrift en was de grafische illustrator en lay outman die aan de uitstraling van Het Prieeltje  een
bijzondere glans heeft gegeven.  De uitgaven van de eerste nummers van het Prieeltje in 1979/85 waren
dankzij zijn medewerking bibliofiele pareltjes van vakmanschap en artistieke kwaliteit.  Ontelbaar zijn de
gedichten en de gedichtenbundels die hij heeft geïllustreerd en/of waardoor hij werd geïnspireerd.  De
talentvolle graficus-beeldhouwer heeft altijd de poëzie een warm hart toegedragen en vond in haar
voldragen boodschap genoeg redenen om zijn rijpend talent ten volle te laten openbloeien.  De auteur
wordt dit jaar 75 jaar.  Als hommage voor zijn trouwe medewerking aan onze initiatieven brengt Henri
Thijs hier een beknopte retrospectieve van zijn loopbaan en kunst waarin vooral zijn piëta's en zijn
monumentaalste werk de kerstretabel "Het Elan van de Schepping" een centrale plaats innemen.
EEN LEVEN VOL CHRISTELIJK KUNSTENAARSCHAP

Wim van Petegem (°1931, Lierde) is vanaf zijn prilste levensjaren gegroeid als een
vruchtbare loot van de religieuze kunstbeoefening.  In zijn wieg reeds werd zijn eerste
levenslicht geweven door de kleurrijke zonnestralen van glasraambeschilderingen en
kerkraamontwerpen van zijn vader, een fervent en bekend glazenier en kerkraamontwerper.
 Van hem en zijn vrome moeder erfde hij ook zijn diepe christelijke geworteldheid die hem
gedurende heel zijn leven de tuin van inspiratie verschaft waaruit hij de mooiste artistieke
vruchten plukt.  Heel zijn jeugdwerk wordt bezield door de christelijke gedachte, hetgeen
het best tot uiting komt in zijn vroegste schilderwerken waar het thema van de piëta
schering en inslag is.  Zijn piëta's getuigen van een vroomheid die tegelijkertijd
VERWONDERING en CONSTERNATIE is.  Verwondering om het ongenaakbare van het
levenswonder en het creatieve fundament dat de basis is van het gebouw geboorte.  
Consternatie, scherpe verbolgenheid en radicale afkeuring om wat de beschaving in al haar
facetten en de mens, als exponent van het fenomeen cultuur, ermee gedaan hebben in al hun
ijdelheid en waanzin om het te loodsen naar de vuile afvoerpijp van de dood die woont in elke
onverschilligheid, passiviteit en vegetatieve beleving van het leven.  Tussen deze twee polen
en het zeer expliciete spanningsveld erdoor ontwikkeld is het werk van Van Petegem steeds
blijven evolueren.  Deze antipoden vormen de krachtlijnen van zijn tekeningen: houtskool- en
andere.  Zij belichamen de prangende witzwartcontrasten van zijn talloze lino's.  Zij waren
voedsel en drank van de oersterke kracht en het monnikengeduld waarmee hij een van zijn
monumentaalste en grootste werken, de kerstretabelfiguren, heeft kunnen verwezenlijken.
Deze laatste zijn trouwens ook typisch bijbels, omdat ze inherent gebed liggen in het
levensverhaal van Christus zelf.  Is ook Zijn leven geen creatieve spanning en ontspanning
geweest tussen de verwondering en de consternatie?  Verwondering om het grote mysterie,
de miraculeuze wijze waarop Hij, de Zoon van God, uit het mystieke "dasein" van de Vader
afdaalt om een menselijke condensatie te worden van een een heilige, metafysiche droom.  En
de consternatie om het hallucinerende effect van zijn lijden, het gigantisch offer van zijn
sterven of liever van zijn transfiguratie naar het rijk van de Vader, de Allermachtigste.  Dit
stramien van genesis, zijn en niet-zijn, dit platform van het door God verkondigd en
gezuiverd lot van de mensheid is Wim van Petegem doorheen al zijn creaties nauwgezet
trouw gebleven.  Hij mag dan ook als een typisch religieus kunstenaar, met eigen stem,
bestempeld worden.
VAN HET KOLORIET NAAR DE GRAFIEK

Alhoewel het eigenlijk schilderwerk van de kunstenaar beperkt bleef  tot zijn jeugdjaren,
was dit toch reeds doordrongen van rijpheid en volwassenheid.  Tekenen hiervan zijn het
zeer pregnante en persoonlijke koloriet dat hij aanwendt, de klassieke vage lijntechniek van
zijn beelden, en de monumentale, kubistische vormgeving van zijn figuraties.  Het koloriet
kent geen schakeringen maar concentreert zich zeer uniform op de lichtinval van vroomheid
en passie.  Het manifesteert zich als een zeer specifieke schaduw van eerbied die a.h.w. over
het werk heen gegleden ligt en geen spontane aanraking noch verwonding duldt, maar wekt
tot uitnodiging en streling.  Het is de investering van volmaakte rust die het incarneert.  Het
belichaamt de tinten verwachting en opwachting van de personages die erdoor worden op de
voorgrond gedreven maar slechts als backgroundfiguren waarneembaar zijn.  Het is een
wisselspel met de ogen van flash en flashback.  Ook kan men niet ontsnappen aan het
magnetisme van dat grijze, donkere kleurenbestand.  Het zuigt de aandacht naar het episch
centrum van elke figuur die toch qua concrete uitbeelding een achtergrondfiguur is en zich
aldus niet opdringt, maar integendeel - bij het even loslaten van de blik - wegdoppert op een
ondefinieerbare oceaan van berusting.  Dit magnetisme in de kleurenopbouw werkt als een
elektrische ontlader van spanningen opgewekt door een loze verwachting.  Het fungeert in
dat perspectief als een filter voor de meest inheemse gevoelens van de observator.  Zo
wordt het medelijden van de Christusfiguur op al zijn doeken (zie voorbeeld hierboven) bij
nadere beschouwing berusting en keert die berusting al vlug om in onrust, om ten slotte te
belanden in het veld van actie, waarnaar dit proces, bij voldoende lang aanschouwen, weer
herhaald wordt.
De vage lijntechniek van de beelden en de kubistische vormgeving schragen deze
wisselwerking van flash en flashback voor het oog.  Zij zijn er de ware dominanten van.  Hun
aanwending refereert aan de klassieke Egyptische en zelfs Helleense kunstvormen.  Zij
vertegenwoordigen ook de meest aanwijsbare invloeden van de fresco- en
glasraamschilderingen in zijn kunstenaarschap.  Het is het erfgoed van zijn vader en zijn
eigen opvoeding die hier op briljante wijze culmineren in de aangewende stijlfiguraties.  
Inhoudelijk zijn zij de grondleggers van de dromen in zijn werken.  Het mistige van de
contouren en het niet-scherp afgelijnde van de figuren wijzen symbolisch op
geestesverschijningen zeer typerend aanwezig in elke droom.  Het is de vroomheid en de
eerbied die bezit nemen van de geest om aldar de paleizen van de heerlijkste dromen te gaan
bewonen.  Zijn deze mooie paleizen na zijn jeugdjaren ineengestort?  Werd zijn
volwassen-zijn een beeldenstorm van wensen?  Wij hebben er het raden naar.  Feit is dat
Wim van Petegem al die feeërieke kleurengamma's plotseling, zonder aanwijsbare reden, de
rug heeft toegekeerd.  En daarmee ook een beslissende bladzijde in het boek van zijn kunst
omgedraaid.
Met een overtuiging die progressief uitgroeit tot een ware passie is hij met grafisch
aangevangen en heeft hij deze nieuwe vorm van expressie  nooit meer opgegeven.  Nog
dagelijks is hij ermee bezig en kerft hij in het linoleum als een bezetene. De guts verdringt
de kwast.  Het wordt een techniek die de nu 75-jarige kunstenaar bijna een halve eeuw
ononderbroken aanwendt, perfectioneert, schaaft tot in het uiterste.  Zijn werk is zijn
grafiek.  De witzwart verhouding, die geen liefdevolle kleuren vraagt en geen romantische
webben weeft voor zijn levensdoel, ligt hem het meest.  Het laat hem toe het diepe contrast
van "verwondering en consternatie" dat de ziel van zijn kunst uitmaakt, beter te
verwoorden, lijnrecht op het papier te drukken met eigen hart zonder omwegen noch franjes.
De guts is zijn levenswapen dat hij hanteert met een behendigheid en vastheid die alleen het
technisch meesterschap en de jarenlange ervaring kunnen voortbrengen.  Aldus vervangt de
guts definitief de functie van het koloriet en worden de figuren niet meer vaag maar
haarscherp en zielsdiep gesneden.  Zij laat hem ook toe - de gereputeerde decorontwerper
en binnenhuisarchitect die hij in zijn binnenste is - te streven naar een persoonlijke, haast
volmaakte compositorische opbouw van zijn ideeën.  De vage lijntechniek van opbouw in zijn
schilderwerken heeft afgedaan.  De kubistische vorm (vooral geaccentueerd op de handen) is
gebleven.  Vlijmscherp trekt hij van leer binnen de consternatie in zijn werk.  Reprimerend
en zijn pijn reciterend kerft hij in de huid van zijn materialen.  Hij verwondt, onderschept,
klieft, breekt, verbindt, rondt af.  Maar aan de verwondering geeft  hij lucht door de
poëtische mooie ronde omlijningen van het geheel.  De scherpe guts wordt nu een ronde snede
die een aureool van opluchting trekt rond het getormenteerde beeld van pijn en eenzaamheid
die zijn consternatie bewonen.  Vooral wanneer hij de geboorte en de scheppingsdrang
weergeeft wordt zijn guts een biddende spatel die de aders van vroomheid en eerbied
uitstrooit in het lichaam van de liefde.  
En tussen beide de randfiguren, de witte vlakken die het geheel verbinden door wederzijdse
inerte opheffing van blokken en boorden.  Het zijn de typische ramen waarlangs het geheel
ademt.  Het zijn de dromen die een uitweg zoeken naar buiten en zich niet laten vastpinnen
op illusies.  Zij geven aan de grafiek de nodige invulruimten voor al onze wensen.  Zij maken
zijn werk, alhoewel volmaakt afgewerkt, toch nog voltooibaar, interactief voor de
finishing-touch van elke waarnemer.
In de lijn van deze gedachtengang schiep hij honderden lino's.  Losse als afficheontwerpen
voor de K.V.T.Toneelgroep te Diest en de St.Jan Bergmansfeesten.  Losse ook als illustraties
voor de toenmalige literaire tijdschriften Het Prieeltje en Creare.  Verzamelde reeksen
volgden rond bepaalde themata zoals: "Voorlopig vonnis" en "Elckerlyc".  Tot hij als kroon
op zijn grafisch werk schiep het monumentale kerstretabel "Het Elan van de Schepping".  
HET KERSTRETABEL "HET ELAN VAN DE SCHEPPING"
Om een kerststal te concipiëren die afwijkt van het meer dan 2000 jaren oude model, moet
je een durver zijn.  Om deze vervolgens voor te stellen onder de vorm van een retabel een
renovator.  En om deze ten slotte te realizeren op zeer lichte, maar moeilijk te bewerken
schuimrubber een pragmaticus.  Wim van Petegem is niet teruggedeinsd om van deze drie
persoonlijkheden het artistieke smeltpunt te zijn.  Zijn kerstretabel is een monumentale
retabel bestaande uit 31 figuren die samengezet een kunststuk vormen van maar liefst twee
meter diep, vijf meter breed en zeven meter hoog.
Wat hij ermee heeft willen uitdrukken is niet minder grandioos.  Meer dan 30 jaren lang
heeft het embryo van dit monument nodig gehad om te rijpen in zijn ziel.  Het resultaat is
dan ook verbluffend subtiel zowel in opzet als in vormgeving.  Het is een vrucht die,
alhoewel gigantisch van afmeting, te lang in het binnenskamers heeft gebloeid om zich zo
maar te laten plukken bij de eerste kennismaking.  M.a.w. het werk zit vol dubbele bodems.  
Het is volledig onderkelderd en onderkerkerd.  Het vraagt aandacht en bespiegeling.  Het is
het summum van bezinning en meditatie.
Uitwendig is het allemaal nogal eenvoudig aangezien het in grote trekken het kerstverhaal
vertelt.  Losse figuren verbeelden de aanhef, de voorbereiding als introïtus tot het
kerstgebeuren: de predikanten of profeten die de boodschap verkondigen aan de (nog)
slapende massa (slapende figuur vooraan).  Met dan daaarbij de zeer merkwaardig en
prachtig gesneden gesneden figuur van Satan die op de loer staat om de boodschap te
ondermijnen en twijfels en onrust te zaaien tussen de massa.  Daarna komt het vast en sterk
afgebakend gedeelte waar in verschillende geledingen de opgang naar de apotheose
trapsgewijs wordt uitgebeeld om uiteindelijk te culmineren in de ster van vrede die eeuwig
prijkt aan het firmament.  De basis of het gelijkvloers van dit gebouw - zoals men dat zou
kunnen noemen - wordt gevormd door een aantal figuren die de karakteristieke twijfelaars
voorstellen.  Centraal hierbij is de middenfiguur die uitmunt in overredingskracht en die
a.h.w. het levend symbool is van de twijfel die hij wenst te overwinnen.  Zeer mimisch en
brand actueel is de kunstenaar erin geslaagd met deze figuren de menselijke wispelturigheid
en onzekerheid te schetsen die zo hevig woedt in ons tijdsklimaat.  Op de tweede verdieping
is het pleit van de schepping gewonnen, door middel van het centrale paneel met het kind en
de Jozef- en Mariafiguren.  Zeer eigentijds en symbolisch raak is dit tafereel van de
geboorte getekend.  Het kind ligt nu eens niet met zijn bloot lichaampje in een kribbe, maar
op een stenen altaar dat op zijn beurt de saters van het kwaad, zeg maar van de
eentonigheid en de onverschilligheid, verplettert.  Het kind is ook geen teer wezentje dat
vele zorgen behoeft, maar een nogal korpulent mensje dat daarenboven onvoltooid, onaf
getoond wordt.  Het is, zoals de geboorte van elke creatieve prestatie van de mens, een
offerande aan de Vader in de wereld.  Door onze eerbied, inzet, geloof en levenswijze moet
het nog worden geboetseerd.  Door onze liefde gekleed.  En door onze trouwe inborsten
gevoed.  Zodat het een esthetisch wonder zal kunnen worden voor onze ogen voor zover we
dit willen en daar de nodige inspanningen voor over hebben ("Aan alle mensen van goede
wil").  Het uitbeelden van dit opzet in het werk is zeer meesterlijk weergegeven.  In
dezelfde optiek zijn de Jozef- en Mariafiguren getekend als duidelijke figuranten bij het
wondermooie blijspel van de hemel of de droom.  
Verder staan op dezelfde verdieping de wijzen afgebeeld met hun geschenken: het hart
(symbool van de liefde), de duif (symbool van de vrede), het odal-runeteken (het
erkenningsteken van de kunstenaar zelf).  Enkele merkwaardige engelenfiguren ronden dan
dit geheel af.
Tot daar het zichtbaar verhaal of de visuele, grafische voorstelling van het kerstgebeuren.  
Op zichzelf dus niet bijzonder denderend te noemen ware er niet die dubbele bodem die
achter het verhaal, INWENDIG, verscholen zit.  Deze ontdekken maakt het werk pas
eigentijds en verheft het op het podium van de moderne kunst.  Wim van Petegem heeft het
verhaal van het kerstgebeuren aangegrepen en 51 dagen lang gekerfd in het schuimrubber
om er zijn boodschap mee te verkondigen.  Een boodschap die onderduikt in het
scheppingsverhaal van Jezus Christus zelf.  Wat hij mimisch heeft willen uitdrukken is het
bewustzijnswordingsproces van de mens van deze tijd en van alle tijden (de universele mens).
 De boodschap die in zijn retabel zichtbaar wordt uitgebazuind is een oproep en een
aanklacht tegelijkertijd.  Het is de witte ongeschonden afdruk van de tegenstelling
"Verwondering en Consternatie" die in al zijn religieuze werken zi diep aanwezig is.  Zijn
werk is een dringende oproep tot de mens om het leven van God bewust en creatief te
ervaren ten einde te treden uit de diepe consternatie die het menszijn vervult wanneer het
teert op onverschilligheid en passiviteit, m.a.w. vegeteert zonder meer.  Het bewust ervaren
en ondergaan van de verwondering van elke dag is de act van schepping waarmee de mens
creatief zijn menszijn doorbreekt.  Zoals de geboorte van Christus ook een daad was van
bevestiging die gans het menszijn vervult, is de geboorte voor deze kunstenaar  een
schepping uit het sterven; het opwellen als een zeep- of luchtbel uit het water van de
eentonigheid, alledaagsheid en het keurslijf daaromheen geweven.  Zo alleen bevestigt de
mens zichzelf.  Zo alleen kan zijn bestaan zinvol drijven op een zee van stil geluk en genot.  
Weer de verwondering en consternatie dus gegrift in een monumentaal fresco dat kleurloos
in het onbegrensd maagdelijk wit ligt versteven waarp de creatieve mens zich kan realizeren
en waarmaken binnen de contouren van een oneindige droom.
Om deze denkbeelden een specifieke gestalte te geven heeft de kunstenaar in dit werk een
dynamische beweging ingebouwd.  Het geheel krijgt een ovale afronding.  Een maan- en
sikkelgebaar dat niet het statische maar het dynamische kracht van lijnen geeft.  De figuren
zijn zeldzaam ten voeten uit getekend, maar glijden weg in de eigen onbestemdheid als in een
wolk van illusies en dromen.  Daardoor komen ze begrensd en onbegrensd over
terzelfdertijd (de verwondering weer!) waardoor ze een nieuwe dimensie en relief krijgen
die poëtisch en kosmisch uitsluitend beweging is: wind over het veld van de hartstocht, een
wegebben op het ritme van de vloed in de tijd.

(geplaatst op 24-01-2006)

terug naar boven
© 2002/ 2006 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.