Recensie door Hugo Verstraeten
ALLES VOOR DE VORM van Neeltje van Beveren.  NetBook nummer 10 van het
Prieeltje Online
Neeltje van Beveren is 25 en woont in Amsterdam. Debuteert met ‘Alles voor de
vorm’. Publiceerde in ‘De Brakke Hond’.
Als een gedicht het al over de werkelijkheid moet hebben, dan wordt die vooral in
het gedicht zelf gemaakt. Een gedicht is geen pamflet of reportage. Zoveel heeft
Neeltje van Beveren alvast van poëzie begrepen. Al houden sommige van haar
gedichten de schijn op documentair te zijn:

“Zeven jaar geleden, daags na zij het had geschoren
heeft Neeltje bij een ongeluk haar linkerbeen verloren.”

Het pseudo-documentaire karakter van de gedichten blijkt snel wanneer zij de
lezer meevoert van het bekende en vertrouwde naar een vreemde en verwarrende
wereld. In die wereld is de logica enkel ‘optioneel’.
Het gedicht ‘Bramen’ verleent me toegang tot het werk. Niet omdat het
representatief zou zijn voor het werk van de dichteres. Daarvoor zijn de
ingezonden gedichten veel te heterogeen, geschreven vanuit steeds
wisselende perspectieven en standpunten. ‘Bramen’ is een bedrieglijk eenvoudig
gedicht. Ogenschijnlijk de mimesis van rouw om een dode vriend.

Bramen

Vanavond pluk ik bramen voor een dode vriend
Met zwaluwen, het vuur, de drie seizoenen
Draag ik geen wanten maar een kruis
Tegen de kou bevroren heuvels op

Mijn hart klopt zachter in het bos
Omdat het stilstaat bij de bomen
Ik heb het leren donkerrood
Te bloeden bij gevaar
‘Vanavond pluk ik bramen voor een dode vriend’

‘Vanavond’ staat niet enkel voor tijdsaanduiding. Het is tevens bepalend voor de
sfeer in het gedicht. Het bijwoord plaatst het gehele gedicht meteen in een
terugblikkend, reflexief kader.

Waarom plukt iemand (zo laat nog) bramen en dan nog voor een dode vriend?
Misschien omdat het gedicht de zwarte kleur van bessen nodig heeft. De kleur en
de absurditeit van de handeling dompelen het gedichtonder in rouw. ‘Met
zwaluwen, het vuur, de drie seizoenen’ ‘Zwaluwen’ en ‘vuur’ zijn eens te meer
sfeerzoekende elementen. Ze klinken ons vertrouwd. Meteen echter stelt Neeltje
orde op zaken: ze brengt onze zekerheden aan het wankelen met ‘de drie
seizoenen’. Waar is het vierde? Er is een seizoen te kort. De tijd zelf lijdt
gebrek. Transgressie voor het gemis van de vriend. Plots wordt ook de veilige
chronologie losgelaten. Plots is het koud. Zwaluwen, bramen, ze zijn goed voor de
herinnering. In de verwarring die volgt speelt ook de syntaxis haar rol van
betekenis. Zinnen worden gekruist. Of beter: kunnen gekruist.

“Draag ik geen wanten maar een kruis
tegen de kou bevroren heuvels op”

Dergelijke zinsconstructie is complexer dan de volgende:

“Draag ik geen wanten tegen de kou
maar een kruis bevroren heuvels op”

en verder:

“Mijn hart klopt zachter in het bos
omdat het stilstaat bij de bomen.”

Het bos functioneert hier als rustplaats voor het hart. Dat betekent niet enkel
verpozing of loutering, maar tevens: laatste rustplaats, dood. Een hart dat
stilstaat is dood of behoort toe aan een dode. Het op het eerste gezicht
anekdotische gegeven van het verblijf in een bos dient m.i. in verband gelezen te
worden met het ‘gevaar’ in de laatste versregel. Dat woord valt op en stelpt zeker
het bloeden niet van het woord ernaast.
‘Bloeden’ en ‘gevaar’ versterken elkaar en doen mij het gehele gedicht herlezen
vanuit een nieuwe vraagstelling. De afsluitende versregel verhindert dat het
gedicht wordt afgesloten. Het leent zich altijd weer opnieuw tot verlezen. Het
blijft onzeker waaruit dit vermeende gevaar bestaat. Verlies brengt blijkbaar
nietenkel verdriet, maar tevens gevaar. Toch is er verdriet. Het valt te lezen in
datgene wat er niet staat. Het wordt verzwegen in de laatste twee
versregels:

“Ik heb het leren donkerrood
te bloeden bij gevaar.”

Iemand die op die manier een willekeurige spier als het hart leert te bloeden
probeert het leed te bezweren. Maar dan nog is het bloed donkerrood. Oud bloed
uit een oude wonde?
De gedichten van Neeltje van Beveren houden de aandacht gevangen. In de beste
passages vindt zij de taal opnieuw uit. De beelden die ze gebruikt verrassen. De
thematiek in haar gedichten is persoonlijk maar nooit belijdend of anekdotisch.
Ook de vormgedichten laten spontaan taalgebruik zien. Ze lijken met een zeker
gemak geschreven. Vorm betekent voor Neeltje geen keurslijf, of het opofferen
van de inhoud. Dat kan van vormexperimenten niet altijd gezegd.

Deze tekst verscheen eerder in STROOM nr. 7 van december 2002 ,het periodiek E-zine van
Eigen-Zinnig  onder de hoofdredactie van F. Vermeulen.

terug naar boven
© 2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.