Op  het grensgebied van werkelijkheid en
fictie

door Thierry Deleu

Over de bundel "RAFELS" van François VERMEULEN - Een Eigen-Zinnige uitgave, Antwerpen,
2005. ISBN 90-805664-6-2
Dat François Vermeulen tot de betere dichters in Vlaanderen hoort, bewijst hij
nogmaals met zijn recente bundel Rafels waarin hij een bijna perfect evenwicht
bereikt tussen enerzijds taal en techniek en anderzijds verwoording en betekenis.
Gedreven om de dichter met een dubbele rol op het toneel te plaatsen, doet
Vermeulen denken aan de jaren ‘70/’80: de auteur verwerkt in zijn verhaal ook
het proces van zijn schrijven.

Vermeulen is begaan met taal, met de wijze waarop hij het best zijn gevoelens
(soms ook gedachten) neerschrijft, met de prangende vraag of het woord
voldoende zegkracht heeft, voldoende implementatievermogen, een voldoend
assortiment aan noten om deze gevoelens optimaal te uiten. Dit betekent:
duidelijkheid, helderheid, diversiteit, diepgang, overtuigingskracht.

“Het is het langzaam/voortkabbelen van de taal/…
… verbaasd opkijken/om woorden die sterren beloven/én geven…”

Taal is voor de dichter een instrument, een werktuig, een grondstof, maar ook zijn
gezelschap, zijn concubine, zijn porte-parole, de vertolker van zijn emoties, zijn
verlangens en verzuchtingen, of - en waarom niet? - zijn geëngageerdheid. Ook in
Rafels tast hij deze eigenschappen af, omzichtig, beschroomd, maar zeker met een
gedeisdheid om niemand te hinderen of te choqueren.

“(we) schrijven een intieme codetaal.”

Rafels toont ons niet alleen - verre van - deze taalworsteling, taalbevraging,
laborisch werk, maar François Vermeulen slaagt er ook in taal naar zijn hand te
zetten, zijn gevoelens te “ver-talen” in een doorleefd woordenspel. Wat hij de
lezer wil overdragen, komt goed aan, het woord ontroert hem, de verzen “be-
voelen” hem, het gedicht overweldigt hem en toch wordt hij niet naar de keel
gegrepen, de dichter dringt hem niets op, geen accaparerend ongemakkelijk gevoel
van bevoogding of beknelling.

De dichter ervaart het leven als “een aantrekkelijk amalgaam” waarbij vooral
geduld de rode draad is: “Geduld is een onpeilbaar tijdsverloop/van wachten op
een boodschap”

In het gedicht “Zonder verzet” ergert de dichter zich over de infantiele keuze
van de “readymade mediamannen”, over de arrogante manier waarop zij met “hun”
kijkers omgaan met als argument dat “de kijkcijfers bewijzen dat ze gelijk
hebben”.

“We hebben hun weg ingeslagen,
zonder vrees, zonder verstand, eerloos.
Het doel vullen zij later in.”

Hij ontdekt de liefde en voelt hoe hij nu voor zichzelf moet uitmaken wat liefde
is, hoe moeilijk het is om “een liefdesboodschap” over te brengen. Hij ervaart hoe
hij niet alles heeft kunnen “opslaan”. Hij wankelt en in dit wankel evenwicht
ontmoet hij de “geliefde” als “het verlossende vijfde element.” “Zijn
spraakvermogen is ontoereikend” en hij voelt zich “schatplichtig” om haar
overgave, zij “ontzegt (hem) niets. Er bestaat geen ruilwaarde.”

De dichter heeft een nieuwe werkelijkheid ontdekt, een “vervreemde
werkelijkheid” waarin zij (de liefde, de geliefde) voor harmonie zorgt.

“En soms, overwint
een gebeurtenis de illusie.
Zoals mijn handen op jouw lichaam
dat tot rust komt.”

De liefde is het hoofdthema in Rafels, alle soorten van liefde, de passionele, de
moeder- en vaderliefde, moeder-zoonrelatie, de vriendschap. En in al deze
soorten vindt de dichter een “uitgebalanceerde twee-eenheid.” Hij ontdekt de
kracht van de vrouw, haar “girl power”, haar “vrouwensolidariteit”. Hij geniet ook
van de verbondenheid met zijn vrienden in het mooie gedicht “Aan de oever van
onbekommerdheid”:

“De vrienden kwamen samen en    
verbonden wat hen niet verbond.
Zij werden klassiek in intimiteit
en groeven zonder eelt
in weinig verleden.

Hun gesprekken waren
duinlandschappen en onbeslapen.
De korte taal ontplofte legitiem
in suikeren subversiviteit.
Een vrouw beroerde hun gehemelte…”

De angst om de liefde te verliezen, de angst voor tegenslag, de angst vooral voor
onzekerheid en leugen doen de dichter echter twijfelen. Een “verwaaide” keer
denkt hij zelfs aan zelfmoord: “mijn laatste zaadlozing,/mijn hoofd op het spoor.”
Hij is bang voor “kerkongedierte”, voor “het ongeschreven sprookje”, voor “de
kringloop van haat”, “de schaamte verhuld in denkplooien”. De dichter verwoordt
hier zijn afkeer voor opgelegde regels, indoctrinatie, fundamentalisme, hij wil vrij
zijn, bevrijd, verlost van elke dwanggedachte. Hij haat het keurslijf, hij heeft een
hekel aan mensen en structuren die de verbeelding aan banden willen leggen, zij
die “de duim op de verbeelding drukken.” Soms is zijn hart dan ook leeg en
“onvervuld”, “verward door terugkerende vragen”. Hij zet zich af tegen het
schijnwelzijn van de Westerse mens: “westers geluk” dat “pruilt in de praline”.

Het is duidelijk dat de dichter Vermeulen in Rafels zijn onbehagen verwoordt,
zijn onrust, zijn hulpeloosheid. Het zijn de drie “sleutelwoorden als vossensporen
in de winter”. Toch blijft een “kraaiend verlangen” kloppen “in zijn reddershart.”
Verschraalt de liefde tot een goed gevoel, om te ontsnappen aan de
werkelijkheid? Het is mij niet duidelijk. Met de partner deelt hij “hun
wederzijdse verafschuwde verwijten” in een “fluwelen hemelbed”. “De grillige
liefdeswaakvlam blijft berichten.”

François Vermeulen heeft met deze bundel de kern van zijn hart laten zien. In
Rafels gehuld heeft hij het aangedurfd het gevecht aan te gaan tegen zichzelf en
de wereld, tegen het waardenverlies en de tolerantie van leugens, het gebrek aan
kritisch inzicht - of de luiheid om er tegen in te gaan, kortom: de dichter ageert
tegen het ontbreken van een gezond subversief gedrag.

Een mooie bundel.

(geplaatst op 11-11-2005)

terug naar boven
© 2002/ 2005 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.