Poëtisch engagement in overtreffende trap
door Thierry Deleu

Over de bundel "Abrikozen voor Ali" van Roger Nupie
bij De Oostakkerse Cahiers ”, bf Ampersand & Tilde, Antwerpen, 2005
(© www.ampersand-tilde.tk)
Roger Nupie schrijft geëngageerde poëzie. Dit is duidelijk. Ali, voor wie de
dichter abrikozen aanbrengt, was twaalf jaar toen een raket zijn huis vernielde.
Zijn zwangere moeder lag , samen met zijn broertje en zijn vader, dood onder het
puin. Ali was verbrand in de derde graad. “Morgen zullen er abrokozen zijn” is
een Irakees gezegde en betekent zoveel als: morgen zal alles beter zijn.
De dichter schreeuwt om aandacht voor het lot van de jongen. Natuurlijk is Ali
symbool voor alle ellende in de wereld, voor hen die (nog) leven of (reeds)
stierven in gebieden geteisterd door oorlog of natuurrampen.
Nupie getuigt van het genadeloze spel tussen machtswellustelingen (lees:
economische belangen) en brengt verslag uit in naam van hen die monddood zijn
verklaard.
De bundel is één langgerekte schreeuw om aandacht van hen die het niet (moeten)
meemaken, die de ogen sluiten voor andermans ellende, zo ver van hun bed, die
menselijke drama’s en natuurrampen ervaren als faits divers.
In haar engagement, - drijvend op de krachtige overtuiging van de dichter, -
wordt poëzie hier ontdaan van haar luister en mythisch karakter. Nupie schrijft
direct en hierdoor verliest het woord soms nestwarmte, maar wint aan
accaparerend vermogen. De poëzie wordt hier rauw opgediend, ongepolijst, soms
in korte berichtentaal. Hiermee wil ik niet gezegd hebben dat Abrikozen voor Ali
geen poëzie is, - dit zou mijn visie over poëzie wel fanatiek vernauwen, - toch is
de bundel veeleer een noodkreet, de schreeuw van een getuige die geen oog meer
heeft voor mooie woorden, metaforen, poésie pure. Nupie wil aandacht, is zwaar
ontgoocheld, verontwaardigd en begeeft zich tot aan de rand van zijn gevoelens.

Dit is
geen leven.
Dit is
nauwelijks
een hond.

Deed de mens Nupie er goed aan in zijn missie te kiezen voor de dichter Nupie?
Zeker. Zijn verbaal vermogen, zijn vlotte communicatie, zijn talent om ontfloerst
de dingen te zeggen zoals ze zijn, zijn scherpe pen, zijn ongetwijfeld sterke
troeven die hij handig uitspeelt in zijn poëzie. De gedichten in Abrikozen voor
Ali zijn meestal korte ademstoten, snikken, korte boodschappen.
“Aandacht, aandacht:/geen vreugde binnensmonds!” is zijn eerste ontlading, het
motief, de door alles heenspelende idee van zijn bundel. In dit allesoverheersend
gevoel van ontgoocheling, boosheid, ergernis houdt de dichter zich emotioneel en
mentaal overeind door cynisme, koude verslaggeving, valse afstandelijkheid. Hier
ligt dan ook de verklaring voor zijn onderkoelde poëzie en zijn heetgebakerd
gemoed. Voortdurend probeert Nupie deze twee opponenten met elkaar te
verzoenen. In dit wankel evenwicht slaagt hij er meestal in de poëzie
levenskansen te geven in een wereld van gruwel en afschuw.
Nupie hanteert een dynamische taal, als een voorthollende stroom van woorden en
berichtjes, mededelingen. Onder deze koele flinterdunne bovenlaag stroomt
echter het lava van de ergernis.

Amputeer zijn tweede been,
het eerste heeft hij nooit gemist.
Wat er aan romp rest,
Gooi het weg.

De dichter ergert zich aan de laksheid van zijn medemens, maar ook aan de
goedheid van God, zoals dit wel vaker gebeurt als het noodlot toeslaat en wij de
onrechtvaardigheid van het lot niet kunnen aanvaarden.

En dan de kaakslag:
wat dacht u wel dat u?
Waarom heeft u zich te buiten
en waaraan en in Gods naam!

*
En, generaal,
wat bent u van zin?

De dichter bezorgt je koude rillingen als hij schrijft: “Geen hoofdpijn/maar
ook//Geen/hersenpan” of “Geen verlangen/maar ook//Geen/lichaam” of “Iemand
wou/hem omhelzen.//Maar: geen hoofd/en geen schouders”.
En toch “keren manschappen terug”, getekend, stuurloos, argwanend, en vragen
zich koppig af: “Het was toch onze oorlog?/Wat moeten we aan het thuisfront?”.
De oorlog in Irak grijpt de dichter aan om wereldwijd de ellende aan te klagen
waarin zoveel mensen verkeren en verkommeren. Hij doet dit op een pakkende
wijze, niet alleen zijn woordkeuze (of moet ik schrijven: zijn keuze van
woordenloosheid, zijn woordzuinigheid, zijn witte woorden?), maar ook het ritme,
de dynamiek, de stroomversnelling waarin hij woorden opjaagt tegen de stroom in,
ontroeren mij. Hier is een echte dichter aan het woord, hier lees ik, jawel, echte
poëzie, echte gevoelens.
Nupie wil de lezer ook de ogen openen voor het machtsspel tussen (economische)
groeipolen, voor de machtswellust van godsdienstleiders die mensen manipileren en
terroriseren, voor die “… dolle bende toch,/deze heren op rijpere leeftijd.
//Rondedansjes, soldatenliederen,/Old Shatterhand, Winnetou.”
Abrikozen voor Ali is een mooie bundel aangrijpende poëzie, één adrenalinestoot,
een schoolvoorbeeld van geëngageerde poëzie, uitgepuurd, gefocust, één naar
vorm en inhoud.

(geplaatst op 14-11-2005)

terug naar boven
© 2002/ 2005 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan
best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.