LATE LENTE
Verhalen van Dick van Zijderveld

EEN VERRASSEND KNAP DEBUUT!

door Thierry DELEU
Late lente van Dick van Zijderveld is een bundel van vijf verhalen over personen die zich op
een keerpunt in hun leven bevinden. Ieder reageert op zijn eigen manier op schijnbaar
toevallige omstandigheden. Soms lijken gebeurtenissen niet goed te rijmen met het alledaagse
gezond verstand, maar toch krijgen ze een plaats in het leven van de hoofdpersonen.

Is er een verschil in stijl tussen Vlaamse en Nederlandse literatuur? Volgens mij is er zeker
een duidelijk verschil. De Vlaamse literatuur heeft een extremere fantasie en het magisch
realisme komt sterker naar voren dan in literatuur uit Nederland. Is de Vlaamse stijl hierdoor
moeilijker te begrijpen voor de Nederlandse lezer? Ik denk het niet. Kenmerken van de
literatuur uit Nederland zijn het filosofische en navelstarende, die de Vlaamse lezer tegen de
borst stuiten.
Van Zijderveld is de meest Vlaamse onder de Nederlandse auteurs.

Ik word ziek van de “eeuwenoude” mening dat het echte literaire leven slechts boven de
Moerdijk begint. Vlaamse auteurs die in Vlaanderen werden uitgegeven, kregen weinig
aandacht en daardoor boekten zij een bescheiden succes, tot ze door een Nederlandse
uitgever werden “ontdekt”. Daarna steeg hun bekendheid.
Daarnaast blijkt ook dat boeken uit Vlaanderen (die idioom bevatten dat in Nederland weinig
bekend is) in Nederland moeilijk aan de man te brengen zijn. Hiervan getuigt een anekdote van
de Vlaamse uitgever Angèle Manteau. Zij liep een Amsterdamse boekhandel binnen en zag op
de toonbank hoge stapels van Elsschots Verzamelde werken liggen. Op haar opmerking dat
“Vlaamse auteurs anders toch wel goed schijnen te verkopen”, was de onmiddellijke reactie
van de boekenverkoper: “Ja, maar mevrouw, die schrijven Nederlands.”

Dit terzijde!
Het verhaal is een merkwaardig en rijk genre. De beste verhalen laten de lezer in een lichte
staat van verwondering en verwarring achter. Ze reiken sleutels tot interpretatie aan, maar
het vraagt inspanning die te doorgronden. Deze inspanningsverplichting leidt tot inzicht. De
meer oppervlakkige lezer kan ook gewoon genieten van het vervreemdende effect ervan.
Verhalen zijn miniromans die, mits goed uitgewerkt, op zijn minst (vaak meer) kracht bezitten
dan een vuistdikke roman.

Een goed verhaal staat vol met miniromans: relaties tussen mensen staan centraal,
scheefgegroeide verhoudingen die liefdevol hadden kunnen zijn, gesprekken tussen mensen
die stroef verlopen of op verwijtende toon, jaloezie speelt of angst, de beschrijving van
gevoelens, gedachten en mijmeringen. Net zo abrupt als het verhaal begon, eindigt het, de
lezer achterlatend met slechts een vermoeden van oorzaak, gevolg en betekenis.
Dit zijn essentialia die ook in de roman vaak het verhaal beheersen. En deze zijn ruim aanwezig
in de verhalen van Dick van Zijderveld.

Laatst hoorde ik van iemand dat het verhaal het enige literaire genre is dat zal overleven.
Misschien. Zeker is dat je een verhaal kunt laten uitdijen tot een roman. Indien je de grote lijn
maar vasthoudt, door middel van tempo, ritme, muziek, cadens. Je kunt geen brood bakken
zonder een vorm. Het verhaal is het zout in de pap, het enige literaire genre dat overleeft.
Wat willen de mensen horen? Iedereen kent het verhaal van Romeo en Julia en toch gaan ze
naar het theater of naar de film. Vroeger hield de film op als het spannend werd. Wordt
vervolgd. Meteen kwam je terug. Denk aan de Bijbel: hij staat stampvol spannende verhalen
over seks en overspel. Vertel het de mensen duizendmaal, toch willen ze het altijd weer horen.

In de vijf verhalen van Dick van Zijderveld blijven vragen onbeantwoord, handelingen worden
niet altijd verklaard. Deze raadselachtigheid wekt geen irritatie, maar fascineert. De auteur
kiest bewust voor de verteltechniek die bij een bepaald verhaal of personage past.
In ieder verhaal kijk je als het ware door een sleutelgat: je krijgt een kleine, zorgvuldig
begrensde inkijk in de situatie. De rest is gevoel, interpretatie. Van Zijderveld heeft een
feilloos gevoel voor dosering, voor het opbouwen van tempo. De spanning in het verhaal doet je
snakken naar een uitbarsting. Elk verhaal blijft boeiend. Van Zijderveld is een meester in het
genre.

Je merkt dat Van Zijderveld vertrouwd is in wat hij moet doen als schrijver. Zijn geest
converseert met zichzelf. Zijn verhalen hebben een overlevingskans. Hij gelooft erin.
Verlegen, bedeesd, spiritueel, het zijn woorden die op Dick van Zijderveld van toepassing zijn.
Late lente is zijn debuut. Verhalen over mannen die op een keerpunt in hun leven staan en met
de vraag worden geconfronteerd: “Is dit lot of toeval?”

Het is een opmerkelijke bundel, want wie kon verwachten van een socioloog en
wetenschappelijk onderzoeker dat hij geïntrigeerd is door datgene wat de wetenschap niet
kan “meten en tellen”.
De hang naar het spirituele komt in bijna al zijn verhalen terug. De werkelijkheid is meer dan
die waar je dagelijks tegenaan loopt. Of niet soms?
De schrijver heeft op een keerpunt in zijn leven gestaan. Rond 2001 besloot hij echt te gaan
schrijven. Hij schoolde zich om. Hij werd schrijver en bovendien hoofdredacteur van het
tijdschrift “OpSpraak”, uitgegeven door Stichting Beeldspraak in Nieuwegein.

Opvallend in het boek - maar niet verwonderlijk - is dat bijna alle personages een
wetenschappelijke achtergrond hebben en zich als keurige, voorkomende heren gedragen. Van
de vijf verhalen in Late lente heeft “Treurtniet en Vogelsang” mij het meest gepakt. De
boekhouder op een saai kantoor, waar hij voor zijn collega's het mikpunt van spot is, die
inspiratie zoekt op Kreta. Hij verheugt zich op de komst van zijn vriendin, Ellen. Treurtniet
krijgt de kans om afdelingshoofd te worden en gaat voor een vergadering naar het Griekse
eiland. Het bedrijf blijkt betrokken te zijn bij malversaties en Treurtniet vraagt zich af of hij
carrière wil maken binnen de onderneming of echt de stap wil wagen om schrijver te worden.
Vogelsang beseft dat hij de hoofdpersoon van zijn roman heeft gevonden.

De verhalen

Elise
Een jonge onderzoeker beleeft een stormachtige liefdesnacht met de lieftallige Elise. Daarna
verdwijnt zij spoorloos. Jaren later, na een snelle wetenschappelijke carrière, meent hij haar
weer te ontmoeten.

Treurtniet en Vogelsang (lees ook hierboven)
Twee mannen hebben in hun leven geheel andere keuzes gemaakt in soortgelijke situaties. De
één droomt ervan kunstenaar te worden, de ander is echt kunstenaar geworden. Beiden komen
onverwacht voor wezenlijke beslissingen te staan.
Twee verhalen over twee mensen, twee mogelijke levenslopen van dezelfde persoon. Of
schrijft de één het verhaal van de ander?

Late lente (fragment)
Die dag bedacht Willem Biggelaer - Wimpie voor de enkele intimi die hij had  - dat hij tien jaar
alleen woonde. Nog geen maand nadat hun jongste dochter het huis was uitgegaan, had zijn
echtgenote aangekondigd dat zij wilde scheiden. Hij was even geschrokken, maar had snel
ingestemd en alle gewenste medewerking verleend. Eigenlijk voelde hij zich opgelucht dat de
nogal bemoeizuchtige vrouw met wie hij alleen nog de belangstelling voor hun kinderen deelde,
zou vertrekken. Zij waren jong getrouwd, dus ze hadden beiden nog genoeg mogelijkheden.
Toch had hij, in tegenstelling tot zijn ex-vrouw, geen nieuwe relatie meer gevonden.
Hij schonk zich een nieuw glas bourgogne in. Wat had hij sindsdien eigenlijk bereikt? Hij
woonde in een behoorlijk huis, een monument in het centrum van Oudenhaven, een klein
rivierstadje. Met de tegenwoordige prijzen zou dat in geval van nood aardig wat kunnen
opbrengen. Hij staarde door het hoge raam naar de voortjagende wolken die de
zomernamiddag schemerig als een late herfstmiddag maakten.
En verder? Hij bekeek zichzelf in gedachten: een onopvallende gescheiden man van
middelbare leeftijd met een beginnend buikje en een weinig indrukwekkende carrière. Hij had
het dan wel gebracht tot hoofd public relations bij een bedrijf dat door het hele land
hondentoiletten inrichtte, exploiteerde en onderhield, inhoudelijk waren zijn werkzaamheden
toch nauwelijks bevredigend te noemen. Bovendien had hij een hekel aan honden. Nu ja, het
leverde een aardig inkomen op en hij hield genoeg vrije tijd over voor andere dingen. Niet dat
hij zoveel deed: hij hield wat kranten bij, soms verdiepte hij zich in de geschiedenis van
Oudenhaven.
Vandaag was zijn zomervakantie begonnen. Hij had nog geen idee hoe hij die zou besteden.
Natuurlijk zou hij zijn plan weer kunnen oppakken om de geschiedenis van Oudenhaven in de
zestiende eeuw te beschrijven. Daarmee was hij nooit verder gekomen dan het verzamelen
van materiaal en enkele losse aantekeningen. Hij zou ook op vakantie kunnen gaan; dat had hij al
jaren niet meer gedaan. Sinds zijn scheiding had hij niet de energie kunnen opbrengen om een
reis te organiseren. Zijn gedachten dwaalden terug naar vroegere vakanties met zijn
echtgenote, daarvóór de zwerftochten als student. Hij zou dat nu niet meer aandurven.
Hij stond op en liep naar het raam. Er leek een forse regenbui op komst. Deze vakantie moest
hij zijn lamlendigheid nu maar eens doorbreken. Al maanden lag er een aantal antieke boeken
onaangeroerd in de boekenkast. Vandaag nog zou hij een opzet gaan maken voor zijn studie en
zou hij beginnen met de bestudering van de nieuwe aanwinsten.
Zijn gedachten werden onderbroken door het haperende geluid van de bel. Wat geïrriteerd
liep hij naar de voordeur. Een collecte, voor een organisatie tegen huiselijk geweld of zoiets.

Verstoring
Pieter komt op een herfstwandeling een merkwaardig gebouw tegen. Hij ontmoet er de mooie
Roxanne, met wie hij een afspraakje maakt.

Genoegdoening
Een leraar klassieke talen wordt met pensioen gestuurd. 's Avonds thuis droomt hij ervan dat
hij uit wraak de auto van zijn rector vernielt. De auto blijkt de volgende dag inderdaad
beschadigd.

Ieder mens is een verhalenverteller. Hij leeft omringd door zijn eigen verhalen en de
verhalen van anderen. Hij ziet alles wat hij meemaakt in het licht van deze verhalen. Hij
probeert zijn leven te leven alsof hij het vertelde. Met woorden kun je je aan het nu
onttrekken. Woorden zijn gevaarlijk, omdat ieder mens er zijn betekenis kan aan geven.
Schrijven is onzeker zijn. Het is het beroep van elke verhalenverteller onzeker te zijn en zijn
onzekerheid te verraden. Hij zoekt, met een rusteloos verlangen naar een lang verlangde rust.
Mensen zijn kletskousen. Zet twee mensen bij elkaar en vroeg of laat ontstaat een gesprek,
ook als ze elkaar eigenlijk niets te vertellen hebben. Maar vertellen moeten ze. En als er niets
de moeite van het vertellen waard is, dan maken ze het de moeite waard. Al zo lang als we te-
rug kunnen kijken, vertellen mensen elkaar verhalen. En sommige verhalen worden
doorverteld, van mens tot mens, van generatie tot generatie. Totdat ze op schrift worden
vastgelegd.
Voor een goed verhaal is het feitelijk niet van belang of het echt is gebeurd. Realiteitswaarde
is hooguit een interessant toegevoegd attribuut. Waar het om gaat is of mensen er zich mee
kunnen vereenzelvigen. Of ze zichzelf in het verhaal kunnen verplaatsen, als acteur of po-
tentieel verteller. Of het verhaal iets vertelt dat hen aangaat, dat het hen een blik biedt op
een andere wereld of dat het hen duidelijk maakt dat hun wereld zo gek nog niet is. Er moet
iets aan dat verhaal te beleven zijn. Het moet inspiratie bieden, troost, hoop of motivatie. Je
moet het tot je eigen verhaal kunnen maken.
Dick van Zijderveld slaagt hierin meesterlijk.

Daarmee is niet gezegd dat er geen kloof zou bestaan tussen iemands verhalen en iemands
leven. Mensen hebben er geen problemen mee om in twee werelden te leven.
Wat maakt nou een verhaal tot een goed verhaal? Zijn daar objectieve criteria voor? Ja, die
zijn er, en ze zijn heel simpel: een verhaal is een goed verhaal als het wordt naverteld. Het is
een kwestie van selectie, net zoals in de evolutie. Verhalen moeten onderling concurreren. En
in die concurrentiestrijd komen sommige verhalen bovendrijven en andere leggen het loodje.
De verhalen die overleven zijn de beste verhalen.
Van Zijderveld selecteerde vijf sterke verhalen. Kenmerkend voor zijn verhalen is de relatie
tussen verteller (de auteur) en de luisteraar/lezer. Hij weet als geen ander de spanning ten
top te voeren: pakkende openingszinnen (hij geeft enerzijds duidelijkheid, anderzijds roept
hij vragen op), een duidelijk antwoord op wie, wat, waar (sommige schrijvers denken dat je
lezers juist “in spanning” moet laten over waar een verhaal zich afspeelt en wat er nu eigenlijk
gebeurt; dit is een misvatting: vaag doen heeft niets met spanning te maken; het is gekunsteld,
een trucje, het is irritant; bovendien heb je er in een kort verhaal de tijd niet voor), hij komt
snel tot de “point of attack” (een “point of attack” maakt duidelijk dat dit niet een gewone dag
uit het leven van de hoofdpersoon is) en de “point of no return” (vandaag lijkt niet alleen een
andere dag, vandaag gaat definitief een andere dag worden), zijn personages hebben een
missie, een doel, hij is selectief met details, het zijn menselijke verhalen en meerstemmig (een
mens heeft meerdere kanten; personages waarvan slechts één kant naar voren komt, zijn
meestal niet interessant; het zijn “flat characters”).
Over al deze eigenschappen beschikt Dick van Zijder-veld. Hij verdient aandacht, waardering
en toekomstperspectief!


Dick van Zijderveld, Late lente, Uitgeverij Free Muske-teers, 203 p., ISBN: 978-00-484-0611-1.
Prijs: 17,95 euro (exclusief verzendkosten).
www.freemusketeers.nl
www.dickvanzijderveld.nl


(geplaatst op 14-01-2010)

terug naar boven
© 2002/ 2010' t Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de
Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel.
0032477794783.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
standaardschermresolutie van 1024 x768