WOLKEN - ANKERS van Hannie Rouweler:
eenvoud en toegankelijkheid het huis
met kamers vol innerlijke bewogenheid!

door Thierry DELEU

Over: “Hannie Rouweler, Wolken - Ankers, uitgeverij Hoenderbossche Verzen, Uden (Nl), www.
hoenderbosch.nl, ISBN 978-90-75220-25-4”
Hannie Rouweler (1951) is een productieve dichteres: achttien gedichtenbundels tussen 1988
en 2009! Zij debuteerde met
Regendruppels op het water. Haar werk wordt vertaald in het
Engels, Pools, Spaans, Roemeens en Noors.
De voor de hand liggende vraag die je je daarbij stelt, luidt: “Is veelschrijverij een ziekte?
Leidt veelschrijverij tot “egotisme” van het auteurschap? Of is het een soort van strijdlust in
de pen?” Nergens heb ik de indruk dat Rouweler “te drijverig” wordt. (Ja, lezer, er bestaat
zoiets als pathologische veelschrijverij.)
 Zij bouwt echter een gigantisch oeuvre op, waarbij
zelfkritiek haar niet vreemd is. In ons (beperkt) taalgebied zijn er bovendien heel wat
productieve schrijvers die een hoge kwaliteit halen. Zo ook Hannie Rouweler als dichteres.
Hannie Rouweler bakt geen (poëtische) lucht. Ik bedoel dat zij nooit, - in wat zij onderneemt,
- de indruk wekt ijdelheid te combineren met een verwoestende drang tot zelfbevestiging.
Bovendien vind ik, - als auteur, - dat werken aan je ego geen schande is of iets waar je je voor
moet schamen. Rouweler verwart kwaliteit niet met kwantiteit, zij vulgariseert of
overwaardeert het geschrevene niet. Zij blijft oorspronkelijke, betekenisvolle poëzie
schrijven. Dat ze hierbij haar eigen domein afbakent, kan niemand haar kwalijk nemen.
Deze overwegingen moesten mij eerst van het hart vooraleer ik haar recente gedichtenbundel
recenseer.
De meeste van haar gedichten, - ook hier in
Wolken - Ankers, - verwijst naar de dagelijkse
realiteit. De wereld van het concrete heeft echter altijd een dualistisch aspect. Eenvoud siert
haar stijl, zowel in zegging, beeldspraak en syntaxis merk je diezelfde eenvoud, eenvoud die
zij hanteert als een lokmiddel, om de lezer in het gedicht te lokken.
Meestal zwengelt zij een gedicht aan door een waarneming, zoals:
Ik fiets weg van alles (blz.
7), of
Nagels gelakt (blz. 19), of Een druppel glijdt van boven (blz. 23), of Vlinders, ze raken
de lucht
(blz. 24). Haast argeloos bouwt zij haar gedicht op.
Eenmaal je haar werkwijze door hebt, ervaar je hoe zij over de contouren van het gewone
dieper in zichzelf doordringt, hoe zij onthecht geraakt van het dagelijkse. In de betere
gedichten slaagt zij erin het algemene en het bijzondere te doen samenvallen.
Ik fiets mij een
ongeluk naar dat ene geluk
(blz. 7), of elke beeldspraak/die uitdeint als lange golven op een
kalme zee/naar een onbegrensde aanwezigheid/van tijd, weemoed
(blz. 22), of Niets houdt
een dichter tegen die/verder moet dan zijn eigen woorden
(blz. 31).
Hoewel haar gedichten (bij een eerste lezing) rust uitstralen, is dit maar schijn:
Alleen voor
jou ruil ik alles in. Alles
(blz. 19), of Bij tweelingen vlinders kun je nooit zien/hoeveel gebroken
vleugels zij meedragen
(blz. 24).
Ik probeerde alle sleutels op alle deuren tot ik binnenkon in elk gedicht. Ik wilde Rouweler’s
poëtische aders blootleggen, om beter te begrijpen wat haar in Wolken - Ankers dreef, wat
haar emotioneerde, wat haar blij of bang maakte. Zoeken naar de motieven waarom zij
gedichten schrijft. Hoewel de eenvoud van haar verwoording mij hoopvol stemde, moest ik
toch moeite doen om achter deze schijnbare rust aanzetten te vinden van spanningen,
onverwerkte gevoelens, gewaarwordingen, emoties, frustraties uit het verleden die zich
hebben vastgebeten, onzekerheid voor de toekomst.
Eén van de mooiste gedichten in de bundel is:

Nieuwe dag

Nagels gelakt. Het randje aarde van
een tuin waar ik lang in stond te wieden
verwijderd. Nagels gevijld, geknipt.
Ringen verwisseld. Praag en Antwerpen

eraan. Hoge hakjes. Donkerrood. Kleur
van rozen en wijn. Wijngaarden met
druiven voor de pluk, om op te rapen.
Toen naar de kapper gerend, haar geverfd.

Witte jurk. Smalle zoom rondtollend
in cirkels van koude dagen.
Het Noorden van me afgeschud.
IJs begraven op de bodem van de zee.

Zichtbare lijnen in mijn huid bedriegen
spiegels niet maar het ochtendlicht straalt
in mijn ogen alleen voor jou, voor jou.
Alleen voor jou ruil ik alles in. Alles.
(blz. 19)

In Wolken - Ankers voel ik afscheid, angst voor het onbekende, voorzichtige verwachtingen,
drang naar (nieuwe) vrijheid, (nieuwe) gebondenheid, tijdsbesef, (nieuwe) liefde. Ook in de
gedichten die zij opdraagt aan collega-auteurs en/of vrienden schuilt achter de werkelijkheid
van de ontmoeting of het voorval haar (immense) behoefte om te communiceren, om interactief
te zijn, om een (deugddoende) babbel te doen over wat haar (be)roert. Bij schilderijen van
Roger Raveel tekent zij poëzie, beeldt zij de woorden uit in beweging en volume, in ruimte en
licht. Je voelt dat zij ook een sterk plastisch vermogen bezit:

I Beweging en Volume

Altijd die rug, een achterkant waarop
slechts enkele woorden passen.

Steeds minder omvang, het gezicht bedekt
alsof jij het niet bent.

Iemand ontmoet iemand
en niemand zegt wie.

En uit al die kleuren en vormen gaat de reis
terug naar wit. Wit stilleven in omlijsting.
(blz. 28)

Ook haar worsteling met taal, haar taalzorg, veeleer taalbekommernis, valt op, hoewel
Rouweler de lezer ook durft aan te moedigen om mee te doen (interactie, weet je nog?):
Ik
zal woorden uitspreken die jij niet verstaat
(blz. 13), of Ik keek uit/naar wie zich als dichter
voortbewoog,
(blz. 31), of Ik ken je en ik ken je niet (blz.33).

Lees hieronder een meesterlijk gedicht over taal, taalattitude, taalbehandeling en –
beheersing. Ik wou dat ik het geschreven had!

Taal stond bij mijn deur

De taal stond als een lekke band
aan de voordeur

hij wilde niet. Ik nodigde hem uit
om binnen te komen. Komt u maar!

riep ik vanuit de donkere gang.
Woorden zijn welkom. Een woord

kan er altijd nog bij. Hij aarzelde, keek
om zich heen als een dief die waardevolle

dingen zoekt. Zijn oog viel op een schilderij,
de lijnen rond de hals van een meisjesportret,  

ach, zo jong ben ik allang niet meer. Ik lijk
steeds meer op een landschap, een rij bomen,

lage horizon. Wolken boven donker water.
In zwarte spiegels zie ik mezelf niet eens.

De taal bleef buiten staan en ik sloot de deur.
De kamers waren wit en ik stil van dit geluk.
(blz. 17)

Hannie Rouweler schrijft toegankelijke poëzie. Haar gedichten zijn niet gesloten (blijven niet
gesloten), het zijn geen maaksels, ze hebben hart en ziel. De wijze waarop zij haar gedichten
spannend houdt, iets verbergt, - er staat niet altijd wat er staat, - gebeurt zo omzichtig, met
zoveel schroom dat je niet eens merkt dat zij jou accapareert. Dit is kunst!

Er is een polysemantisch duiding die de broosheid van haar poëzie niet verstoort, de dichteres
gaat verder dan het verhaaltje of de eenvoudige waarneming, zij laat de lezer binnen in het
verhaal van haar leven. De lezer mag zich echter niet tevreden stellen met wat hij/zij leest:
“er is meer tussen de dichter en hem/haar”!


(geplaatst op 01-06-2009)

terug naar boven
© 2002/ 2009 ' t Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de
Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel.
0032477794783.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
standaardschermresolutie van 1024 x768