"In de plooi van de troost"
door Henri Thijs

Over de bundel "NAAST DE LIEFDE" van Jenny DEJAGER, uitgave: eigen
beheer 2006
Dat het woord TROOST brengt en heling is een algemeen gekend gegeven in de
literatuur.  De Amerikaanse schrijfster Rosemary C. Wilkingson wijdde er
indertijd een heel essay aan waarin ze aantoonde hoe poëzie werkelijk kon worden
beschouwd als een helend middel tegen allerlei kwalen en ziekten. (Zie het artikel
in het Oog van de Roos:
Poëzie een medicijn?).  Troost zit als het ware gebakken
in de taal vermits deze laatste als oerprimitief communicatiemiddel de geboren
eigenschap bezit mensen met elkaar in vervoering te brengen, op te beuren, te
plezieren en herinneringen op te halen en oraal vast te leggen , vooral deze die

“draaien
om heel veel iets
dat altijd meer wordt
om ten slotte in foetushouding
te blijven
bij het begin van alle dingen”

(Een mijmering over herinneringen, p. 6)

Troost is ook een ideaal en vooral ideëel schuiloord voor de auteur die zichzelf
als vogelvrijverklaarde van het lezend publiek kan tonen in al zijn varianten van
ernstig meditator tot clown
“die hij/zij op zachte pootjes kan volgen” om dan
weer terug te vluchten in zijn/haar bergplaats waar hij/zij weer vrijelijk en
verschoond van de buitenwereld kan bewegen in
“de plooi van de troost”.

In de vouwen van de troost, wikkelt Jenny Dejager  de woorden van haar
gedichten en plooit zij de herinneringen aan het kind en de jeugd, het geurend
parfum van de prille liefde en de sprookjes van haar dromen zoals in het gedicht
ASSEPOESTER overduidelijk blijkt:

ASSEPOESTER

Hij liep nog zelden barrevoets
door het gras,
de drukte van de dag
remde de beste bedoelingen af.

Hij telde de jaarringen van de boom,
wende aan de wisseling van de jaargetijden,
in een oogopslag had hij haar kunnen zien.

En als zij in de nevelen verdwenen was
dan nog lag voor zijn voeten
de afdruk van haar schoen in het gras.


Troost is het waar het om gaat in deze bundel en niets anders.  Troost die wordt
gepersonifieerd in de taal, het woord.  Al de beschreven liefdesperikelen en
dagelijkse interfereringen tussen de partners vinden hun beslag in het begrip
TROOST.  Troost is de heildronk die haar doet genieten van het parfum van het
leven maar haar ook behoedt voor de teleurstellingen van de eerste tekenen van
de herfst in het leven, voor het besef dat zij maar een nar is op de pechstrook
van de snelweg want

“...dat is niet erg, het is zalig
om naar een leesteken te zoeken
wanneer er poëzie uit mijn pen vloeit.”

Terecht stelt zich een (kritisch) lezer als onderhavige dan de vraag: als het dan
toch voornamelijk om het begrip TROOST gaat en zijn afgeleiden, waarom dan de
bundel die thematische titel niet meegeven? Dat hoeft dan niet eens een
artificieel opgelegde titel te zijn maar kan liefst een vers uit de bundel zelf zijn
voor zover die voorhanden is natuurlijk.  Hiermee raken we dan een zeer kies
punt wat betreft de uitgaven in eigen beheer zoals deze.  Persoonlijk heb ik niets
tegen de zgn “eigenbeheer” uitgaven.  Integendeel ik juich ze zelfs toe, vermits ik
zelf in een recent verleden meer dan vijftig bundels met het status van eigen
beheer heb uitgegeven.  Ik heb er dus niets tegen
op voorwaarde evenwel dat ze
met evenveel nauwgezetheid en zorg worden uitgegeven als de reguliere
publicaties in de handel.  En daar wringt dan meestal het schoentje.  Het grote
nadeel van een eigenbeheer-uitgave is gewoonlijk het ontbreken van een deskundig
redacteur.  M.a.w. iemand die keurig de afwerking, de spelling, de thematische
verbondenheid en de druktechnische en formele inhoud controleert en bijstuurt.   
In dit geval zou voor mij (als ingebeeld redacteur) de bundel liefst de titel
meekrijgen: IN DE PLOOI VAN DE TROOST.  Deze titel is niet alleen veel
poëtischer, maar geeft volledig de inhoud en het thema weer van de inhoud.  En
vergeet niet de titel en de omslag zijn de eerste handrukken naar de lezer toe en
moeten dus zeer zorgvuldig worden overwogen.   Het tweede grote bezwaar van
een eigenbeheer-uitgave  is de
spelling en de taal.   Hierbij kan men twee opties
overwegen: ofwel leestekens gebruiken in de (=alle) gedichten en dan natuurlijk
op een correcte manier, ofwel alle leestekens weglaten en de structuur en vooral
de enjambementen zodanig inrichten dat er adempauzes worden ingebouwd in het
ritme die een perfecte lezing kunnen waarborgen.  In deze bundel vormt dit soms
een chaos van belang: hoofdletters en leestekens die niet correct gebruikt
worden, enjambementen die over elkaar hollen zodat de lectuur wel eens een helse
karwei wordt.  Af te raden dus, orde scheppen in de chaos dat is de boodschap
want ook dat bepaalt de perceptie en het succes van de bundel.  Ten slotte
bestaat er het grote nadeel van de
afwerking.   In deze bundel van Jenny
Dejager is alleen de omslag genietbaar maar voor het overige heeft de bundel het
uitzicht van een gestencild schoolkrantje dat niet eens een fatsoenlijk ruggetje
heeft om het in een boekenkast te plaatsen.  Lijmen en inbinden, veel te duur, zegt
U?  Vergeet het maar.  Kijk maar eens naar de elektronische mogelijkheden die er
heden bestaan waarbij men met de formule “POD = Print on Demand, “ publicaties
kan verwezenlijken die de concurrentie met de reguliere uitgeverijen best kunnen
doorstaan.  Onze Nederlandse collega Ton van ’t Hof van de
Contrabas heeft met
dit experiment een eerste publicatie met succes afgerond, zie hiervoor zijn
bevindingen op
http://www.decontrabas.
com/de_contrabas/dagboek_van_een_pod_uitgever

Dat wat betreft “de vorm” van de bundel.  Terug naar de “vent” nu, de inhoud.   
De auteur heeft haar bundel (TROOST laten we maar zeggen) een driedelige
indeling gegeven: De omwegen van het zwijgen, Naast de liefde (die ook de titel
van de bundel opleverde) en Spijts de woorden.   Elk deel wordt dan
voorafgegaan door een mooie haikoe die echter naar onze mening niet altijd even
gelukkig gekozen is.  Alleen de eerste haikoe bij het eerste deel sluit naadloos
aan bij het gegeven van de inhoud.  Maar de andere twee lijken mij eerder
willekeurig gekozen en vallen geenszins samen met de inhoud van het deel dat ze
verondersteld worden te verduidelijken.  Persoonlijk vind ik dat geen goede
methode.  Ik bedoel haikoe inlassen in een bundel met prozagedichten.   De twee
staan haaks op elkaar en zijn geenszins een aanvulling van elkander.  Het
fenomeen haikoe hoort eigenlijk niet thuis in een bundel met normale gedichten.  
Het is zo een subtiele en broze vorm van poëzie dat je ze liefst gescheiden houdt
van de overige poëziegenres omdat je ze dreigt te binden aan een inhoud
waarvoor ze niet gecreëerd werden. Een haikoe is een dergelijke vorm van
geëigende poëzie die de eigenschap heeft beelden op te roepen en de realiteit te
suggeren eerder dan die te binden aan een vaststaande boodschap.  Laat ze liever
een eigen leven leiden als vogels, dan gedijen ze het best in alle vrijheid los van
elke kooi van woorden.  En wat moet je met een haikoe (senrioe?) als deze:
“zoekend uilenkind/met oranje vleugels zwerft/langs hete tralies”?Zulke
ronkende formuleringen hebben geen zin, klinken te artificieel en ruiken sterk
naar woordenkramerij.   Vooral de uitdrukking “hete tralies” stoort mij in dat
werkstuk omdat ze m.i. nergens op slaat en bombastisch overkomt.   Woorden om
de woorden die niet functioneel zijn vermijdt men best in een goed geredigeerde
bundel.  Zij doen afbreuk aan het overigens mooie taalgebruik van Jenny
Dejager.  Eenzelfde misser vonden we in het korte gedicht MIJMERING:

“Ik zou een zwarte hengst
kunnen zijn, dravend
door het gele zand
van mijn schitterend verdriet”

Kom nou, dat kan toch niet!   Wie heeft dat gedrocht laten staan en de dichter
niet afgeraden met honderd bommen en granaten om het te plaatsen?  Het
ontsiert de hele bundel met een op sensatie beluste uitdrukking van totaal
nietszeggende woorden die overigens slaan op niets en ook niet waarheidsgetrouw
overkomen.   Hoe kan zij een “zwarte hengst” zijn?  Hoogstens een zwarte
merrie.  En dat schitterend verdriet?  Waar slaat dat op?   Op het verdriet
omwille van de partner?  Of op het ontbreken van de waardering en erkenning als
dichter?  Dat klinkt natuurlijk op het eerste gezicht heel hoogdravend en mooi,
maar slaat zoals reeds gezegd totaal nergens op.   Het is een gedicht dat totaal
niet onderbouwd is en baadt in de amateuristische sfeer die Jenny Dejager zeker
niet verdient.   Want schrijven kan zij met een erg persoonlijke stem en een rijke
beeldenstructuur.  Daarom is het zo betreurenswaardig dat ze met dergelijke
miskleunen van formaat het niveau van haar bundel zo naar beneden haalt.   De
auteur heeft het in haar bundel over de liefde, de herinnering daaraan en de
beslommeringen daarrond waarvoor ze TROOST  vindt in het woord en de taal:

“Ik kruip

in woorden, mijn meest begeerde
onderkomen met hun leiband
die behaagt.”

De woorden die geluk brengen in haar leven en haar schroomvallig behoeden voor
de buitenwereld zijn voor haar de ultieme TROOST.  Dat is wat zij voortdurend
met mooie en originele beeldspraak laat weerklinken in haar verzen en haar
bundel. En dat zij dat kan met een meesterlijke pen bewijst zij met het volgende
(volgens mij) mooiste gedicht uit de bundel:

ER WAS EEN TIJD

Er was een tijd
dat ik jou wilde oprapen
om je daarna bij de hand te nemen
om aan tafel te gaan zitten: jij recht tegenover mij

het was de tijd dat ik jou als wandelaar meenam
door het bos van mijn thuis met zijn geluiden,
zijn kilte, mijn vragen over het grijze meer,
waar ook jij argeloos instapte

laat nou maar de haast achter je op de plank
bij het broodje met kaas - soms ham –soms wij
met respijt als toespijs
voor de verdonkeremaande scène
waarin je meeging met mij
toen je nog mijn vondeling was en ik geen woorden had

(pagina 21)

Ten slotte nog dit.   Om die mooie boodschap te brengen was daarvoor een
indeling in drie hoofdstukken wel überhaupt nodig?  Persoonlijk vind ik van niet,
want de onderbrekingen en indelingen werken eerder obstruerend dan
verrijkend.   
Een doorlopende bundel van de eerste bladzijde tot de laatste, zonder
onderbrekingen en uiteraard met verplichte weglating van de bepaalde mislukte
passages zoals aangehaald hierboven, had die boodschap veel luider en krachtiger
doen klinken dan nu.  Gegoten in een professioneler vorm ook veel ludieker.  Het
moge voor haar nuttige aanwijzingen zijn hoop ik  voor een toekomstige meer
overlegde bundeling van haar uiterst persoonlijke en mooie lyriek waarvan ik
zeker heb genoten.   

Jenny Dejager, Naast de liefde, 8 euro (+ 2 euro verzendkosten). De bundel kan bekomen worden door
overschrijving van 8,00 euro ( plus 2,00 euro verzendingskosten). Info via
jenny.dejager@skynet.be



(geplaatst op 02-08-2006)

terug naar boven
© 2002/ 2006 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webdesign: Henri Thijs.   't (muzen-)Koeriertje , Het Oog van de Roos en Het Prieeltje
Online zijn trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 0032477794783.  Deze site kan best
worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.