TWEE VERHALEN

BUSHALTE

Om een duistere reden reed de bus steeds voorbij de bushalte van het caravankamp.  Hij
snorde voorbij terwijl de kinderen aan het achterraam zwaaiden naar mij.  Mijn moeder
belde de stationschef en vroeg wat er aan de hand was.
“De chauffeur zegt dat niemand daar stond,” zei de stationschef, “en dat de meeste
kinderen van het caravankamp toch niets doen dan spijbelen.”
“Mijn zoon is braaf,” zei mijn moeder, “en punctueel.”
“Misschien dat de chauffeur hem niet heeft opgemerkt,” zei de stationschef.” Ik zal hem
daarop wijzen.”
De volgende paar dagen stopte de bus.  Op een keer zei een van de jongens tegen mij,”
de buschauffeur zegt dat jongens zoals jij een slechte geur verspreiden.”
Het was waar.  Ik stonk uit de bek. Ik nam dagen aan een stuk geen douche. Toen ik
mijzelf eens rook sprak ik mijn moeder hierover aan.  “Het is al moeilijk genoeg om je
wakker te krijgen, laat staan je nog te wassen”.  Lange tijd vond ik het normaal om niet
meer dan een keer per week te douchen.
Een week later stond ik weer aan de bushalte.  De bus reed mij weer voorbij.   Gillend
rende ik achter hem aan.
Maar ik had geen geluk.  Hij liet mij achter heel alleen.
Later op de dag belde mijn moeder opnieuw naar de stationschef.  Hij beweerde dat de
buschauffeur niemand had opgemerkt.
“Misschien is het goed dat hij zichzelf wat meer zichtbaar maakt”, stelde hij voor.
Daarop verliet mijn moeder het huis zeggend dat ze het probleem zou oplossen.  Een uur
later kwam ze terug met een enorme Amerikaanse vlag.  Zij stal hem uit een naburige
garage in de rijke buurt.
“Nu ga je deze vlag meenemen naar de bushalte”, zei ze,” als je de bus ziet aankomen
zwaai je ermee. Zo heeft hij zeker geen excuus van je niet op te merken.”
“Maar wat moet ik ermee als ik op de bus zit?” zei ik ”Hij is zwaar”.
“Geef hem een zitplaats voor hem alleen.” zei ze, “Het is de Amerikaanse vlag.  Hij
verdient een eigen eerbare plaats.”
“De andere kinderen gaan met me spotten,” zei ik.
“Neen, dat zullen ze niet”, zei ze.
De volgende dag zwaaide ik met de vlag toen de bus in zicht kwam.  De chauffeur
stopte.  Ik stapte op de bus.  En niemand spotte met me.
Ik ging zitten en legde de vlag op een lege zitplaats tegenover mij. En het leek dat ik in
de ademhaling van een groep kinderen het Zweren van de trouw aan de Vlag kon horen.

* * *

ONAANRAAKBAAR

Op een dag hing mijn vader een poster op de deur van de koelkast.  Er stond op te lezen:
FAMILIEREÜNIE om 19 h. PLAN DUS NIETS ANDERS.”
Welke andere plannen zouden wij dan wel maken?  Wij hadden nooit geld om iets te
doen en mijn moeder en ik brachten de nachten door met te bidden voor de thuiskomst
van mijn vader.
Om 19h kwamen wij allen samen in de keuken en gingen rond de tafel zitten met mijn
vader aan het hoofd.  Hij had een kleine voorzittershamer in zijn handen die hij gekocht
had voor deze speciale gelegenheid.  Wij  hadden nooit eerder een familievergadering.  
De hamer gaf hem bepaalde gezagsallures die werden geaccentueerd telkens hij ermee
op tafel klopte.
“Op het programma van vandaag,” zei hij, en pauzeerde dan even ,” Familienacht.”
Mijn moeder en ik keken naar elkaar.  Wij hadden geen idee waar hij het over had..
“Familienacht”, herhaalde hij.  “Wij moeten meer tijd samen doorbrengen als een familie.”
“Met andere woorden,” zei mijn moeder, “jij bent van plan van iets echt dramatisch uit te
voeren en jij verlangt daarbij dat wij je nauwlettend in het oog houden.”
Mijn vader wierp een vuile blik naar haar. “ Dat is één manier om de zaak te bekijken.  
Maar ik dacht eerder aan het samen doorbrengen van waardevolle tijd.  En iets te doen
dat ons kan helpen.  Ons allemaal.  Zoals de groep van de Anonieme Overeters gaan
vervoegen.”
“Zeg jij nu dat ik te vet ben?” vroeg mijn moeder.
Ik durfde die vraag niet eens te stellen.
Drie weken voor deze vergadering, gingen mijn vader en ik naar Sears om een nieuwe
jeans voor mij te kopen nu ik opklom naar de achtste klas. Toen hij ondervond dat ik te
dik was en de broek geenszins paste, zei hij “Als jij nog dikker wordt, kunnen we beter
gaan shoppen in een tentenwinkel.”
Mijn vader wilde dus dat we allen zouden gaan naar de Anonieme Overeters.  Want
volgens hem waren we allen veel te dik.
“Als je zo bezorgd bent over mijn gewicht,” zei mijn moeder, “ begin dan een affaire met
een slanke vrouw.  Maar ik ga in geen geval”.  En daarna verliet zij de kamer.
Mijn vader keek naar mij en zei,” Om acht uur is er een vergadering.  Zin om te gaan?”.  
Tijdens de autorit daar naartoe, vertelde mijn vader mij dat hij toen hij nog een teenager
was vijf voet lang was en honderd negentig pond woog en geen spieren had.  Zijn ouders
stuurden hem naar een kamp voor gewichtsverlies in de zomer.  Vanaf het eerste
moment van zijn aanwezigheid daar, broedde hij al op een ontsnapping.  Tijdens de
nacht kon hij ontkomen.  Hij rende door het nabijgelegen bos, zocht zijn weg naar de
autostrade en sloop op een bus om zo terug thuis te geraken.  Ik kon mij al voorstellen
hoe hij zichzelf door de landstreek voortsleepte met een lege maag, dorstig en uitgeput.
“Waarom waart je daar niet gebleven? vroeg ik hem.  “Jij verloor wellicht evenveel
gewicht met zo weg te rennen dan met de trainingsoefeningen in het kamp
Hij gromde.
De vergadering ging door in een achterkamer van de kerk.  Van zodra mijn vader en ik de
kamer betraden riep iedereen: “Dag, Lew!”  Er waren zo een dozijn te dikke vrouwen
aanwezig.  Zij waren niet om aan te zien en hadden zoveel vet aan hun lichaam dat zij
bijna twee zitplaatsen nodig hadden om plaats te nemen.  Iedereen was gekleed in het
zwart en droegen lange broeken die meer dan tweemaal te groot waren.  Alsof zij zichzelf
wouden wijsmaken dat ze gewicht verloren hadden.  Niemand was geschminkt, alhoewel
dat er niets toe deed.  Het babyvet op hun gezichten verborg de rimpels.
Op de tafel waren er rijstcakes en een waterkoeler.  Een van de vrouwen kwam naar mijn
vader en mij gewandeld.  Zij droeg een blouse zo gespannen dat haar borsten bijna
uitpuilden.  Ik was onder de indruk dat ze zo maar met haar tieten showde. ”Lew, wij zijn
zo blij dat je de stap gezet hebt,”zei ze.”Jij deed emotioneel zo goed je best de laatste
tijd.”
Was het hier dat mijn vader zijn nachten doorbracht als hij niet thuis was?  Zou hij
werkelijk mijn moeder niet bedriegen?
En zou mijn moeder daar wel om geven als het was met vrouwen zo dik als deze?
“Mijn naam is Ellen”, zei ze en schudde mij de hand.”Is dit jouw zoon?”
Mijn vader knikte.
“Houd hem maar beter weg van de vrouwtjes, Lew, hij is een verleider.”
Ellen maande iedereen aan een stoel te namen en een cirkel te vormen.  De vergadering
ging beginnen.  Een vrouw klopte mij op de schouder en vroeg of ik geen stoel voor haar
zou willen halen.
“Ik ben te dik en te zwak,” lachte zij.
Ellen hoorde de vrouw en kwam op ons toegelopen.  Ik nam een stoel en Ellen gebood
mij hem weer terug te zetten.
“Vroeg jij hem wat ik dacht” zei ze tegen de vrouw.
De vrouw keek naar de grond en knikte van ja.
“Je weet dat zelfvernedering hier niet toegelaten is,” zei Ellen. “ Dat is een besmettelijk
iets.  Dat zich verspreidt.”
“Sorry” zei de vrouw.
Ellen gebood de vrouw de stoel naar de cirkel te brengen.  Zij was sterk genoeg om het
zelf te doen en het was haar verantwoordelijkheid om bij te dragen tot de positieve
energie van de ruimte.
Ik ging naast mijn vader zitten en zag hoe de vrouw de stoel voor haar uit schoof .  Elke
twee seconden pauzeerde ze, slaakte een diepe zucht en ging dan verder.  Terwijl ik haar
gadesloeg, ervoer ik dat ikzelf begon te luisteren naar mijn eigen hartenklop, denkend
dat ik mijn eigen aderen voelde spannen.
“Laat ons beginnen” zei Ellen, en keek dan naar de vrouw aan mijn rechterkant.  De
vrouw introduceerde zich als Wilma, en bekende dan aan iedereen dat zij nog steeds het
gebeurde van vorige week niet te boven was gekomen.
Iedereen wendde het hoofd naar haar, alsof zijzelf er ook nog niet over heen waren.
“Ik heb dat gemist,” zei mijn vader.  “Wat in hemelsnaam is er gebeurd?”
Wilma begon, “ Verleden week bracht Felicia een cake mee.  Een cake met yoghurt en
een laag vetgehalte”.
“Ik ben Felicia” zei Felicia. “Ik hou van iedereen hier en wou dat tonen.  Ik had een
normale cake gemaakt voor mijn zoon en dacht ik ga er ook eentje bakken voor de
vriendinnen maar dan wel met magere ingrediënten.”
Ellen zei, “ Het was lekker.  Ik kon niet geloven dat het ging om een light cake.”
“Niemand van ons kon dat geloven” zei Wilma,” Wij allen verslonden het ding”
“Tijdens de pauze belde mijn zoon mij op om te zeggen dat ik de verkeerde cake had
meegenomen.  Zij hadden de light versie en wij speelden de ongezonde exemplaren
binnen,” zei Felicia.
“Toen Felicia de vergissing bekend maakte aan de groep, begon ik te kokhalzen.  Ik had
geen tijd om naar de badkamer te gaan,” zei Wilma”  Ik kon mijzelf niet onder controle
houden.”
“En heb je overgegeven?” zei ik.  Ik kon niet geloven dat ik deze woorden zo maar had
uitgesproken zonder nadenken.  
“Verwijt haar dat niet,” zei Ellen.
“Ik wou alleen maar zeker zijn dat ik haar goed verstaan had”, zei ik.
“Maar waarom gaf je over? moest mijn vader weten.”Doen een paar extra calorieën er nog
toe als je al zo dik bent zoals wij allen zijn?
“Wij?” zei Wilma, “Wij? Vergelijk mij niet met jou.  Ik beschouw mijzelf niet als te dik.”
Wilma woog minstens 250 pond.
“Maar we zijn toch allen hier voor een reden”, zei mijn vader.
“Natuurlijk””, zei Wilma, “ maar mijn reden is niet noodzakelijkerwijze dezelfde als de
jouwe.”
“Wij maken deel uit van een groep Anonieme Overeters geheten, niet?” zei ik.
“Wat geeft jou het recht om tussen te komen?” zei Ellen. “Dit is jouw eerste vergadering.
De meeste nieuwkomers weten dat zij moeten zwijgen en luisteren.”
“Maar zij gaf over,” zei ik.”Welke les kan daaruit getrokken worden?”
Wilma liet haar hoofd hangen en begon te huilen.
“Hoe durf je!” schreeuwde een andere vrouw.” Hoe durf je hier te komen en spotten met
ons.”
“Maar ik ben ook zwaarlijvig,” zei ik.
“Dat kan nu juist het probleem zijn,” zei Ellen.”Wij zien onszelf niet als te dik en
onaantrekkelijk.  Wij eten te veel.  Dat is een groot verschil.”
“Maar vinden andere mensen je dik en onaantrekkelijk?” vroeg mijn vader.
“Je hebt mij ontgoocheld, Lew,” zei Ellen,”Verleden keer kwam je van zover om ons te
vertellen dat je schaamte over te veel eten voortkwam uit jouw gevoel dat je je zoon de
toelating gaf om zich vol te vreten.”
“Ik wil enkel niet dat andere mensen hem zien als vet en onaantrekkelijk,” zei mijn vader.
“Maar doet er dat toe wat anderen mensen denken?” zei Felicia.
“Ja”, zei mijn vader. “ Absoluut ja.”
“Wel, ik geef niet om wat andere mensen denken,” zei Felicia
“Dat is zonder meer duidelijk,” zei mijn vader.
Wilma zei, “ Ik heb je gezien in de Sizzler.  Ik zou mij maar niet vijandig opstellen. Jij
hebt deze groep nodig.”
“Jij moet mij niet vertellen wat ik nodig heb.  Jij bent degene die alles vol kotste,” zei
mijn vader. ”Jij hebt een leukotomie nodig.”
Daarop zei Ellen tegen mijn vader, “En jij hebt een zielenknijper nodig.  Ga a.u.b. weg.  
Maak u beleefd uit de voeten.”
Mijn vader greep mijn hand; en we haastten ons naar de deur.  Ik kon niet geloven dat
hij mijn hand vasthield.  Ik had hem nog nooit eerder mijn moeders hand zien
vastnemen.  Ik was bijna twaalf jaar oud.  Het voelde raar aan.  Ik vroeg mij af of het
vasthouden van mijn hand hem weerhield van weg te rennen uit het vetkamp.
Eens in de auto zei mijn vader, “ Ik heb honger.”
“Ik ook,” zei ik.
“Wil je naar McDonald’s ?
“Kunnen wij het ons permitteren?”
“Ik zal het geld gebruiken dat ik wou betalen voor het lidmaatschap.”
Wij reden naar de drive-in en kochten niet alleen voor ons maar ook voor mijn moeder en
broeder de nodige rantsoenen.  Toen wij thuis aankwamen, stonden zij te wachten aan
de deur. Zij konden het eten ruiken vanop de weg.
”Waarom heb je al dat geld hieraan uitgegeven?” vroeg mijn moeder, “Ik heb al middag
gekookt.”
“Dan zullen we twee maaltijden nuttigen,” zei hij.” En gaan we eten als koningen!”
“Als koningen?” herhaalde mijn moeder.  Die uitspraak amuseerde haar blijkbaar.
“Wij gaan eten als koningen!” riep ik uit.
“Wij gaan eten als koningen!” lachte ook zij, en begon de tafel te dekken.
Ik keek naar mijn moeder, kort en gedrongen, en haar afgeschoten haar dat zijn
natuurlijke kleur was verloren.  Ik dacht aan haar weekend outfit dat ik nooit zag
veranderen welk seizoen het ook was, wie er op bezoek kwam of waar we ook naar toe
gingen: een sweater en een groene trainingsbroek.   Ik dacht aan de keren dat ik met
haar mee uitging, ineenkrimpend als mensen naar ons keken, wetende dat ze op ons
zouden neerkijken, en dankbaar als zij dat effectief deden.
Ik keek naar haar nu.
Ik keek naar mijn familie.
Zo vet en ouderwets, waren we onaanraakbaar.

(geplaatst op 22-05-2006)

Voor nog meer verhalen van deze auteur op deze site, klik hier!

terug naar boven
STEVE FELLNER (2)
keuze en vertaling Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768