Copyright © 2002/ 2008 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768
DE LES

[LA LECCÍON]

Na mijn middelbare studies, vond ik een betrekking van bureelbediende in een
verzekeringsmaatschappij van Buenos Aires.  Het werk was op zijn zachtst gezegd
onaangenaam, de sfeer die er heerste was afschuwelijk, maar net op mijn achttiende stoorden
mij dat soort dingen niet zo erg.
Het gebouw bevatte tien verdiepingen voorzien van vier liften.  Drie ervan waren bestemd voor
het geheel van het personeel zonder onderscheid van functie of rang.  Maar de vierde, met zijn
rood tapijt, drie spiegels en zijn decoratie ad hoc, was exclusief voorbehouden voor de
voorzitter van de maatschappij, de directieleden en de algemene bestuurder.  Het was
duidelijk te verstaan dat zij alleen mochten gebruik maken van de rode lift, terwijl niets hen
kon beletten natuurlijk van ook de andere drie te gebruiken.
Nooit had ik de baas van de maatschappij noch de directieleden gezien.  Maar het overkwam
mij wel eens van tijd tot tijd en steeds vanuit de verte een glimp op te vangen van de
algemene bestuurder met wie ik nochtans nooit een woord had gesproken.  Het was een man
van de in de vijftig, met een “edele” allure en “prinselijk”; ik zag hem als een soort mengeling
van een oude Argentijnse hidalgo en een eerlijk magistraat van een Hoog Gerechtshof.  Zijn
haren als peper en zout, zijn rechte snor, de soberheid van zijn kostuums en de
beminnelijkheid van zijn manieren hadden ertoe bijgedragen, alhoewel ik in feite al mijn
hiërarchische oversten verafschuwde, van Don Fernando daarentegen een beetje sympathiek te
vinden.  Zij noemde hem zo: don, gevolgd door de voornaam, zonder de familienaam te
vermelden, halfweg tussen de ogenschijnlijke familiariteit en de eerbied die men opbrengt
voor een feodale heerser.
De burelen van don Fernando en zijn gevolg namen de ganse vijfde verdieping in van het
gebouw.  Onze dienst bevond zich op de derde, maar omdat ik de laagste was in graad,
stuurde men mij van de ene verdieping naar de andere om boodschappen over te brengen.  Op
de tiende verdieping zaten er slechts knorrige bedienden en lelijke en kregelige vrouwen; men
had er een soort van archief ingericht waar ik zonder falen vijf minuten voor het einde van de
werkdag bundels rapporten over de verrichte activiteiten van de dag moest onderbrengen.
Op een zekere avond, na mijn papieren te hebben gedeponeerd, wachtte ik op de lift op de
tiende verdieping om naar huis te gaan.  Ik was dus niet meer in hemdsmouwen maar droeg
een jas, had mijn haar gekamd en mijn das geknoopt zoals het hoort voor de spiegel; in mijn
hand hield ik mijn lederen tas.
Plots verscheen don Fernando in hoogsteigen persoon aan mijn zijde, met de duidelijke
bedoeling ook te wachten op de lift.
Ik groette hem met mijn allergrootste respect:
“Goedenavond, don Fernando.
Don Fernando vervolledigde nog mijn gebaar door mij de hand te reiken en te zeggen:
-        Het doet mij genoegen kennis te maken met U, jonge man.  Ik zie dat U zich na een
goed gevulde werkdag gereed maakt om te genieten van een welverdiende rust.
Zijn houding en zijn woorden, waarin ik meende een spatje ironie te ontwaren, stelden mij
niet op mijn gemak.  Ik voelde mij rood worden.
Daarop stopte een van de “populaire” liften en de deur ging automatisch open;  de lift was
leeg.  Ik, om te vermijden dat de deur terug zou sluiten, hield de vinger op de knop terwijl ik
zei tot don Fernando:
-        A.u.b., Mijnheer.  Na U;
-        Daar is geen sprake van, jonge man, antwoordde don Fernando al glimlachend.  Gaat U
maar eerst.
-        Neen, Mijnheer, dat wil ik niet doen.  Na U a.u.b.
-        Stap in, jonge man, zijn stem verried een zeker ongeduld.  A.u.b.
De toon van deze « a.u.b. » was zo scherp dat ik niet anders durfde dan te gehoorzamen.  Ik
groette even en ging vervolgens de lift binnen; don Fernando volgde na mij.
De deuren gingen terug toe.
-        Gaat U naar de vijfde, don Fernando?
-        Naar het gelijkvloers.  Ik ga naar huis, zoals U.  Mij dunkt dat ik toch ook het recht heb
om te gaan rusten net als U, nietwaar?
Ik kon niet anders dan dit beamen.  De aanwezigheid, zo nabij, van deze magnaat bracht mij
vreselijk in de war. Ik hield mij voor stoïcijns de stilte te bewaren tijdens de rit van de negen
verdiepingen naar beneden.  Omdat ik niet durfde hem aan te kijken, hield ik mijn ogen
gericht op mijn schoenen.
-        In welke dienst werk je mijn jongen ?
-        Bij de Directie van de Productie, mijnheer.
Ik kwam tot de bevinding dat don Fernando veel kleiner was dan ik.
-        Tiens, tiens...zei hij terwijl hij met zijn vinger en duim wreef over zijn kin, Uw baas is
mijnheer Biotti, als ik mij niet vergis.
-        Ja, mijnheer.  Het is mijnheer Biotti.
Ik moest die mijnheer Biotti niet, ik vond hem slecht en verwaand, maar ik paste wel op
daarover iets los te laten aan don Fernando.
-        En heeft mijnheer Biotti U nooit gezegd de interne hiërarchie van het bedrijf te
respecteren?
-        Pa..don, mijnheer?
-        Hoe heet U?
-        Roberto Kriskovich.
-        Aha, een Poolse naam.
-        Neen, niet Pools, Mijnheer: het is een Kroatische naam.
Wij waren al aangekomen op het gelijkvloers.  Don Fernando, die vlakbij de deur stond, week
even terug om mij eerst te laten buitengaan.
-        Ga uw gang, beval hij mij.
-        Neen, dat wil ik niet, Mijnheer, antwoordde ik heel nerveus, na U.
Don Fernando keek mij aan met een vermanend oog:
-        Jonge man, a.u.b, ik verzoek U van buiten te gaan.
Van mijn stuk gebracht, gehoorzaamde ik.
-        Het is nooit te laat om nog wat bij te leren, mijn jongen, zei hij bij het eerst
buitengaan naar de straat.  Ik nodig U uit op een tas koffie.
En, zonder tegenspraak van mijn kant, betraden wij de cafetaria op de hoek, don Fernando op
kop en ik achter hem aan.  Ik bevond mij, met de tafel tussen ons in, recht tegenover de
algemene bestuurder.
-        Sedert wanneer werkt U in onze onderneming?
-        Ik ben begonnen in december, mijnheer.
-        U werkt dus nog geen jaar hier.
-        Dat zal volgende week net negen maanden zijn, don Fernando.
-        Wel, wel, ik maak al zevenentwintig jaren deel uit van de onderneming, en hij bekeek
mij opnieuw met een streng oog.
Wetende dat hij op mijn reactie zou letten, schudde ik met een air van blijvende verwondering
het hoofd.
-        Zevenentwintig jaren vermenigvuldigd met twaalf maanden, geven in totaal driehonderd
en vierentwintig maanden.  Driehonderd vierentwintig maanden gedeeld door negen is gelijk
aan zesendertig. Wat wil zeggen dat ik zesendertig keren meer ervaring heb dan U in het
bedrijf.  Bovendien ben jij een kleine bediende en ik de algemene bestuurder.  Om te
besluiten ben jij negentien of twintig jaar en ik tweeënvijftig.  Zijn wij het daarover eens?
-         Ja, ja, zeker.
-        En wat er meer is, U studeert aan de universiteit?
-        Ja, don Fernando, ik heb gekozen voor het latijn en het grieks, ik studeer klassieke
letteren.
Hij trok een zuur gezicht, alsof mijn woorden hem hadden beledigd.  Hij hernam:
-        In elk geval, valt het nog af te wachten of U erin slaagt Uw studies af te maken.  Ik
daarentegen, heb met handgeklap een doctoraat in de Economische Wetenschappen behaald.
Ik boog mijn gezicht naar beneden en legde langzaam mijn handen uit elkaar.
-        En, gelooft U ook niet, in het licht van dat alles, dat ik een groot respect verdien?
-        Jawel, mijnheer, zonder enige twijfel.
-        Hoe hebt U dan gedurfd als eerste voor mij binnen te gaan in de lift...?  En als klap op
de vuurpijl waarom bent U buiten gegaan voor mij.
-        Luister, mijnheer, ik wilde niet onbeschoft zijn, noch hoogmoedig.  Maar U drong zo fel
aan...
-        Dat ik aandrong of niet, is mijn zaak.  Maar U zou zich hebben moeten realiseren dat U
in geen enkel geval voor mij de lift kon betreden.  Noch buitengaan voor mij.  En noch minder
mij kunt tegenspreken:  waarom hebt U mij gezegd dat uw naam Kroatisch was toen ik zei dat
hij Pools was.
-        Omdat die naam Kroatisch is: mijn ouders zijn geboren in Split in Joegoslavië.
-        De plaats waar uw ouders zijn geboren interesseert mij niet in het minst.  Als ik zeg
dat die naam Pools is, moet U mij niet tegenspreken, u mag dat niet.
-        Excuseer, Mijnheer, ik zal dat niet meer doen.
-        Ok.  Welnu, uw ouders zijn dus geboren in Split in Joegoslavië?
-        Neen, mijnheer, zij zijn daar niet geboren.
-        En waar zijn ze dan geboren?
-        In Krakau, in Polen.
-        Wat nu weer! Don Fernando spreidde de armen als teken van verbazing.  Hoe komt het
dan dat U met Poolse ouders een Kroatische naam draagt?
-        Omdat ingevolge een familiaal en juridisch geschil, mijn vier grootouders geëmigreerd
zijn van Joegoslavië naar Polen; en het is in Polen dat mijn ouders geboren zijn.
Een enorme neerslachtigheid verduisterde het gelaat van don Fernando:
-        Ik ben een man van een zekere leeftijd en ik denk dat ik het niet verdien dat men mij
voor de gek houdt.  Enfin, jonge man, wat voor een idee om dergelijke onzin uit te kramen!  
Dacht U nu werkelijk dat ik zo’n malle geschiedenis ging geloven! Had U mij al niet van te
voren gezegd dat Uw ouders geboren waren in Split?
-        Zeker, mijnheer, maar aangezien u mij gevraagd had u niet tegen te spreken, heb ik
maar gezegd dat mijn ouders geboren waren in Krakau.
-        Dus, op de een of andere manier, hebt u mij belogen.
-        Ja mijnheer, dat is waar: ik heb u belogen.
-        Een overste bedriegen geeft blijk van een absoluut gebrek aan eerbied en dat schaadt
nog meer dan alle andere valse gegevens de goede werking van de maatschappij.
-        Dat is juist, mijnheer. Ik ben volledig akkoord met U.
-        Daar ben ik blij om en U zo volgzaam en redelijk ziende, ben ik zelfs bereid daar
rekening mee te houden.  Maar ik wil u onderwerpen aan een laatste test.  Wij hebben samen
twee koffies gedronken: wie betaalt de rekening?
-        Het is mij een waar genoegen dat te doen.
-        Weeral een leugen.  Voor U die maar een klein salaris hebt, kan het genoegen de koffie
van de algemene bestuurder te betalen niet bijzonder groot zijn, ik die in een mand zoveel
verdien als u in twee jaar.  Daarom verzoek ik U mij niet te beliegen en mij de waarheid te
zeggen: doet het U werkelijk plezier om mijn koffie te betalen?
-        Neen, don Fernando, ik geef toe dat dit mij niet pleziert.
-        Nochtans, bent U, zelfs als het u niet behaagt, bereid het te doen?
-        Ja, don Fernando, ik wil het doen.
-        Wel, betaal en laat ons hiermee ophouden, stop potverdorie van nog langer mijn tijd te
doen verliezen.
Ik riep de ober en betaalde de twee koffies.  Wij gingen de straat op, don Fernando voor mij,
ik achter hem.  Wij gingen samen naar de ingang van de metro.
-        Wel, mijn jongen, ik moet U laten.  Eerlijk gezegd, hoop ik dat je de les onthouden heb
en dat die U zal helpen in de toekomst.
Hij gaf mij de hand en daalde de trappen af naar het station Florida.
Die betrekking beviel me niet, dat heb ik al gezegd.  Het jaar was nog niet ten einde of ik had
al ander werk gevonden veel minder onaangenaam in een ander bedrijf.  Tijdens mijn twee
laatste maanden bij de verzekeringsmaatschappij, gebeurde het wel eens dat ik don Fernando
terug zag maar steeds in de verte, zodat hij mij nooit meer de les lezen kon.


(geplaatst op 15-12-2008)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling naar het Frans  van Genev!ève Baudry: Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768