Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
RIVALITEITSKOORTS

(vertaald naar het Frans van Michel Casana door Henri Thijs)


De rivaliteitskoorts die er heerst bij de bewoners van de residentie van de
Paraguaystraat waar ik woon is buitengewoon intens.
Wel is het zo dat zij zich lange tijd hebben beperkt tot het wedijveren met honden,
katten, kanaries of papegaaien. De grootste fantasten onder hen gingen nooit verder
dan het houden van eekhoorntjes of een schildpad.  Ikzelf had een kloeke politiehond,
die iets kleiner was dan mijn appartement en Josecito heette.  Maar buiten Josecito –
en dat wist niemand – verbleef er met mijn vrouw en ik een prachtige spin van de
familie van de
lycosa pampeana.
Op een ochtend, om negen uur, terwijl ik bezig was mijn mascotte te voederen, kwam
de buur van het zevende C – die ik nooit gezien had – om een obscure reden die ik
niet kende, mij vragen even mijn dagblad te lenen.  Daarna, zonder haast om weg te
gaan, bleef hij een tijdje zitten met het dagblad in de hand.  Gefascineerd
aanschouwde hij Gertrudis en in zijn blik was er iets dat me deed huiveren: de
rivaliteitskoorts.
’s Anderendaags riep hij mij om de schorpioen te tonen die hij pas gekocht had.  In de
gang verraste ons de meid van het zevende D tijdens onze conversatie over het leven,
de gewoonten en de voeding van spinnen, schorpioenen en teken. Diezelfde namiddag
werden haar bazen de trotse eigenaars van een krab.
Daarna, voor een week, was er geen enkele nieuwigheid meer te bespeuren.  Tot ik op
een avond in de lift een van de buren van de derde verdieping ontmoette: een jong
futloos meisje, blond en met een vage blik.  Zij droeg een grote gele zak waarvan de
sluiting een beetje beschadigd was: door een van de scheuren verscheen nu en dan
het klein kopje van een hagedis met een gevlekte huid.
De volgende middag, bij mijn terugkeer van de kruidenier, scheelde het niet veel of
mijn  aankoopzakken vielen mij van verbazing uit de handen toen ik mij plots
tegenover een miereneter bevond die men aflaadde van een vrachtwagen om hem te
leveren bij de conciërge.  Een van de vele nieuwsgierigen die zich hadden verzameld
murmelde – met een stem die voldoende luid klonk om te worden gehoord – dat een
miereneter in werkelijkheid geen echte beer was noch een imposant en waardig
beest.  De vrouw van de advocaat kreeg onmiddellijk een angstaanval en begaf zich al
lopend naar haar appartement: enkele dagen later zag ik haar weer te voorschijn
komen toen zij waardig en met een stralend gezicht het ontvangstbewijs tekende van
de vervoerders die haar een bruine Amerikaanse beer waren komen brengen.  De
toestand werd voor mij onhoudbaar.  De buren weigerden mij nog goedendag te
zeggen, bij de slager kreeg ik geen krediet meer, alle dagen kreeg ik anonieme
dreigbrieven in mijn bus. Toen tenslotte zelfs mijn vrouw dreigde me te verlaten,
begreep ik dat ik geen dag langer meer een onbeduidende l
ycosa pampeana kon blijven
dulden.
Ik ontplooide dan een activiteit zonder voorgaande.  Ik leende geld van verschillende
vrienden, ik spaarde waar ik kon, ik stopte met roken… en zo gelukte het mij de
mooiste luipaard te kopen die men zich kon voorstellen.  Onmiddellijk daarop had die
van het zevende C, die geen voetlengte van mij week, de pretentie om mij te verbazen
met een jaguar.  En zelfs al lijkt dat niet logisch, hij slaagde in zijn opzet.
Wat mij nog het meest verveelt is te maken te hebben met mensen die geen enkele
zin van  esthetische sensibiliteit bezitten, mensen die geen enkele notie hebben van
kwaliteit, mensen enkel kwantitatief ingesteld.  Er was geen enkele buur die oog had
voor de buitengewone schoonheid van mijn luipaard; de gigantische afmetingen van
de jaguar had hen totaal verblind.  Zonder ook maar een seconde te verliezen zetten
de buren, in hun naijver op de eigenaar van de jaguar, zich aan het werk om hun
dieren te ruilen. Ik moest erkennen dat mijn luipaardje mij niet meer het verheven
statuut schonk waarvan ik had genoten in het verleden.  Ten aanzien van de discrete
telefoongesprekken die mijn vrouw onderhield met een anoniem persoon, begon ik te
beseffen dat ik het mes op de keel had.   Zonder de minste spijt, verkocht ik de
meubels, de koelkast, de wasmachine, de boenmachine.  Ik verkocht zelfs de televisie.  
Ik verkocht in een woord alles wat kon worden verkocht en kocht mij een gigantische
anaconda.
Wat is het leven toch zwaar van een arme: ik was slechts gedurende vier dagen de
held van de blok.  Mijn anaconda overschreed alle grenzen, overtrof alle maten, en
veegde de vloer aan met de meest respectabele conventies.  In alle appartementen
vermenigvuldigden zich leeuwen, tijgers, gorilla’s, krokodillen. Enkelen bezaten zelfs
zwarte panters, van een soort die zelfs de dierentuin niet bezat.  Het hele gebouw
daverde op zijn grondvesten van het gebrul, het gejank, en het gebabbel.  Wij
ondergingen slapeloze nachten, want het was onmogelijk om de slaap te vatten.  De
gemengde geuren van de katachtigen, de viervoeters, slangen en herkauwers
maakten de atmosfeer ondraaglijk.  Grote vrachtwagens brachten tonnen vlees, vis en
groenten.  Het leven in de blok van de Paraguaystraat werd er niet minder gevaarlijk
op.
Dat werd des te meer een hele onrustwekkende ervaring toen ik, een hele tijd later,
opnieuw de lift deelde met de jonge futloze buurvrouw van de derde verdieping, die
even haar Bengaalse tijger uitliet om hem zijn behoeften te laten doen.  Ik herinnerde
mij nog de hagedis die zijn kleine kop had laten zien door een scheur in de zak.  Ik
voelde mij ontroerd.  Hoe ver lagen ze achter ons nu die eerste, moeilijke, schokkende
tijden van de schorpioenen en de krabben!
Op den duur kwam er een moment waarop men niemand meer kon vertrouwen.  De
conciërge, onder het toeziend oog van verschillende mede-eigenaars, waste op de
stoep met water en zeep zijn neushoorn die twee horens bezat, en leidde hem daarna
– alsof er niets aan de hand was – binnen in zijn appartement.  Dat was meer dat die
van de vijfde verdieping A kon verdragen: enkele uren later kwam hij de trap op met
zijn nijlpaard aan de lijn.  
Het gebouw is nu overbevolkt en half vernield.  Ik ben dit rapport aan het schrijven op
het terras in wel zeer ongunstige omstandigheden.  Om de haverklap moet ik
opspringen bij het horen van het luid getrompetter van de olifant die verblijft met deze
van het zevende A.  Ik schrijf met mijn horloge binnen handbereik want alle acht
minuten moet ik schuilen in de ruïnes van de trap om te vermijden dat de bladzijden
worden beschadigd door de stoomstraal geloosd door de blauwe walvis van het
zevende C.  En ik schrijf ook met een zekere onrust omdat ik mij constant bevind onder
het smekend oog van de giraf van het zevende D, die met zijn lange nek boven de
muur geen seconde ophoudt om te bedelen om koekjes

(geplaatst op 25-03-2005)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling: Henri Thijs