Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
EEN VERDEDIGINGSMETHODE TEGEN SCHORPIOENEN

(vertaald naar het Engels van Clark M. Zlotchew )

De mensen zijn verrast, angstig en zelfs verontwaardigd over de overweldigende
toename van schorpioenen die Buenos Aires teisteren, een stad waar tot voor kort
geen enkel exemplaar van deze spinachtige soort te bespeuren viel.
Fantasieloze individuen grijpen naar een beproefde traditionele verdedigingsmethode
tegen schorpioenen: het gebruik van vergif.   De meer fantasierijken stoppen hun
huizen vol met padden, kikkers en hagedissen hopend hiermede de schorpioenen te
zien verdelgen.  Maar beide groepen falen over heel de lijn: de schorpioenen weigeren
beslist het vergif te eten terwijl de reptielen zich niet wagen aan het opeten van de
schorpioenen.  Beide groepen, in hun onbekwaamheid en haast, slagen wel in een
ding: het aanwakkeren – en zelfs meer dan dat -  van de haat die de schorpioenen
tonen voor de mensheid.
Ik heb een ander methode.  Ik heb gepoogd, zonder succes overigens, ze te
verspreiden; maar zoals alle wegbereiders word ik niet begrepen.  Nochtans geloof ik
dat mijn methode in alle bescheidenheid zoniet de beste, dan toch de enig mogelijke
verweerstrategie is tegen de schorpioenen.  
Haar basisprincipe bestaat erin dat men elke directe confrontatie dient te vermijden,
waarbij men tevens korte, maar uiteraard risicovolle schermutselingen aangaat en
zeker elke vijandschap en afkeer van de schorpioenen dient de camoufleren.  
(Natuurlijk weet ik ook dat men voorzichtig moet handelen want de steek van een
schorpioen kan fataal zijn.  Ik kon natuurlijk mijzelf hullen in een strak duikpak zodat ik
veilig was voor elke aanval, maar het is evident dat ik op die manier de schorpioenen
zou duidelijk maken dat ik bang was voor hen.  Nu is dat wel zo maar men mag toch
nooit zijn koelbloedigheid verliezen.)
Een elementaire regel die effect ressorteert en toch vrij is van een overdaad van
geweld en een dreigende attitude bestaat uit twee eenvoudige stappen.  De eerste is
de omslagen van mijn broek toe te binden met een zeer sterke rubberen band zodat
de schorpioenen niet meer over mijn blote benen kunnen kruipen.  De tweede is,
onder het voorwendsel van een verkoudheid, een paar lederen handschoenen te
dragen om steken op de handen te vermijden.  (Meer dan een negatieve geest wees
mij enkel op de nadelen van deze methode in de zomerperiode zonder oog te hebben
voor haar onmiskenbare efficiëntie).  Het hoofd daarentegen moet onbedekt blijven;
dit is de beste manier om de schorpioenen een moedig en optimistisch beeld van
onszelf op te hangen.  Nu hebben de schorpioenen normaal niet de gewoonte om
zichzelf van de zoldering te laten neerzakken op het gezicht van de mens, alhoewel zij
dat soms toch wel aandurven.  (Dit is in elk geval wat gebeurde met mijn vroegere
buurvrouw, moeder van vier schattige kinderen, nu wezen geworden.  Om de zaken
nog erger te maken, geven deze feiten aanleiding tot foutieve theorieën die er enkel
op uit zijn de strijd tegen de schorpioenen heviger en problematischer te maken.  Zo
beweerde de overlevende echtgenoot, zonder adequate wetenschappelijke
verantwoording, dat de zes schorpioenen aangetrokken werden door de intense
blauwe kleur van de ogen van het slachtoffer waaruit hij afleidde, zonder een
gegronde reden, dat de steken werden verdeeld in groepen van drie voor elke pupil.  
Eerlijkheidshalve geloof ik dat dit een loze veronderstelling is gesproten uit de laffe
geest van een bang individu.)
Net op het moment van de verdediging is het noodzakelijk te doen alsof men niets
afweet over het bestaan van de schorpioenen terwijl men hen aanvalt.  Zo slaagde ik
er als bij toeval in om elke dag tachtig tot honderd schorpioenen per te doden. Ik ga
op de volgende manier tewerk en hoop voor de overleving van het menselijk ras dat
deze werkwijze zal worden overgedaan en indien mogelijk kan worden
geperfectioneerd.  Mij ontspannen voordoend zet ik mij neer in de keuken en begin het
dagblad te lezen.  Af en toe kijk ik op mijn horloge en mompel tot mijzelf met een stem
die luid genoeg klinkt om te worden gehoord door de schorpioenen: “ Verduiveld!  
Waarom belt Perez mij nu niet op?”  Perez’ nalatigheid maakt mij boos en geeft mij het
excuus om met mijn voeten enkele keren woedend te stampen op de vloer; op die
manier vermoord ik niet minder dan tien van de ontelbare schorpioenen die de vloer
bedekken.  Met onregelmatige intervervallen herhaal ik die uitdrukking van ongeduld
en op die wijze slaag ik erin een groot aantal te doden. Dit wil niet zeggen dat ik
hiermede de haast ontelbare schorpioenen die volledig de zoldering en de muren
bedekken (die eruitzien als vijf golvende, stromende zwarte zeeën) aanzienlijk kan
doen verminderen;  van tijd tot tijd veins ik een aanval van hysterie en gooi een zwaar
voorwerp tegen de muur, terwijl ik maar verderga met Perez te verwensen om zijn
uitblijvende telefoon. Het is een schande dat ik al zovele koffie- en eetserviezen heb
gebroken en dat ik leef temidden van kapotte potten en pannen; maar de prijs van de
vernietiging van de schorpioenen is hoog. Eindelijk rinkelt de telefoon. “ Het is Pérez!”
roep ik en ren naar de telefoon.  Natuurlijk is mijn haast en mijn nieuwsgierigheid van
zulke aard dat ik nalaat de duizenden en duizenden schorpioenen op te merken die de
vloer bedekken en kraken met het geluid van een gebroken ei onder mijn voeten.  
Soms – maar alleen maar soms – kan het geen kwaad eens te overdrijven op die
manier – en bij het rennen  te vallen  met mijn volle lengte op de grond aldus het
gebied van mijn impact en het getal van dode schorpioenen aanzienlijk vergrotend.  
Als ik dan terug op mijn benen sta, zijn mijn kleren helemaal versierd met de stekelige
lijven van een groot aantal schorpioenen; ze een voor een verwijderen is dan wel een
delicate aangelegenheid maar ze geeft mij de kans om te genieten van mijn triomf.
Nu wil ik even pauzeren om in een korte onderbreking een anekdote te vertellen,
veelbetekenend op zichzelf, betreffende een incident dat enkele dagen geleden
plaatsgreep en waarin ik, zonder het zelf te willen, een heroïsche rol heb vervuld al
zeg ik zelf.
Het was etenstijd.  Zoals gewoonlijk vond ik de tafel bedekt met schorpioenen; het
zilveren bestek bedekt met schorpioenen, de stoof bedekt met schorpioenen…  Met
geduld, met afkeer, en met waakzame ogen, duwde ik ze op de grond.  Sedert het
gevecht met de schorpioenen het grootste deel van mijn tijd in beslag neemt, besloot
ik een vlugge maaltijd te bereiden: een paar  gebakken eieren.  En daar zat ik dan,
eieren etend en tussendoor  een bijzonder dikke schorpioen die op de tafel of op mijn
benen kwam gekropen wegvegend tot er opeens een erg robuuste schorpioen van de
zoldering viel of sprong op mijn bord.  Verschrikt legde ik mijn vork en mes neer.  Hoe
moest ik dat gedrag interpreteren?  Was het een loutere toevallige gebeurtenis?  Een
aanval op mijn persoon?  Een test?  Ik was perplex gedurende enkele
ogenblikken…Wat waren de schorpioenen ineens met mij van plan?  Als een
doorgewinterd soldaat in de strijd tegen ze, begreep ik het onmiddellijk.  Zij wilden mij
ertoe brengen mijn verdedigingsmethode te wijzigen, en mij dwingen in het offensief.  
Maar ik was overtuigd van de geldigheid van mijn strategie en zij zouden er niet in
slagen mij om de tuin te leiden.  Met onderdrukte woede zag ik de dikke, harige poten
van de schorpioen rondscharrelen in de eieren, ik zag hoe zijn lijf werd doordrenkt van
het geel, ik zag de giftige staart zwaaien in de lucht als een schipbreukeling roepend
om hulp.  Objectief bezien vormde de doodsstrijd van de schorpioen een mooi
schouwspel.  Maar het maakte mij een beetje misselijk.  Ik verknoeide het bijna, want
ik dacht de inhoud van mijn bord te kieperen in de afvalbak.  Maar gelukkig heb ik nog
een sterke wil en slaagde erin mijzelf op tijd te beheersen.  Als ik dat niet had gedaan,
had ik zeker de afkeer en de afkeuring opgewekt  van de duizenden en duizenden
schorpioenen die mij met vernieuwde achterdocht zaten te begluren vanop de
zoldering, de muren, de vloer, de stoof, de lampen.  Zo hadden zij zich kunnen wanen
in gevaar en wie weet wat dan had kunnen gebeuren.  
Ik vermande mijzelf en veinzend de schorpioen niet te zien die zijn doodsstrijd
vervolgde op mijn bord, speelde ik hem samen met het ei in een hap naar binnen en
veegde nog met een snede brood mijn bord schoon ten einde niets van de schorpioen
noch het ei achter te laten.  Het bleek niet zo walgelijk als ik had gevreesd.  Enkel een
beetje een zure smaak maar die kon ook te wijten zijn aan het feit dat mijn gehemelte
nog niet gewoon was aan het kauwen van schorpioenen.  
Met mijn laatste mondvol lachte ik van tevredenheid.  Later drong het tot mij door dat
de schelp van de schorpioen, harder dan ik had gedacht, misschien
verteringsproblemen zou kunnen opleveren.  Daarom dronk ik voorzichtig, ten einde de
rest van de schorpioenen niet te alarmeren, een glas Alka Seltzer.
Er bestaan nog andere varianten op deze verdedigingsmethode maar, en dat is het
cruciale punt, het is noodzakelijk te onthouden dat het essentieel is te doen alsof men
zich van de aanwezigheid – beter nog van het bestaan – van de schorpioenen
helemaal niet bewust is.  Toch word ik nu soms overvallen door enige twijfels.  Ik denk
dat de schorpioenen het door beginnen te krijgen dat mijn aanvallen geen toeval zijn.  
Want gisteren toen ik een kan met kokend water liet vallen op de grond, merkte ik dat
vanop de deur van de koelkast wel drie- of vierhonderd schorpioenen mij achterdochtig
en afkeurend zaten te observeren.
Misschien is ook mijn methode gedoemd om te mislukken.  Maar voor het ogenblik, kan
ik geen betere methode bedenken om mij te verdedigen tegen de schorpioenen.



(geplaatst op 05-11-2004)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling: Henri Thijs