Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
EEN LEVENSSTIJL

In mijn jeugd, alvorens ik een landbouwer en veeboer werd, was ik bankbediende.  Ziehier
hoe dit allemaal in zijn werk ging:
Ik was vierentwintig jaar oud in die tijd en had geen naaste familie.  Ik woonde in ditzelfde
kleine flatje in de Santa Fe Laan, tussen Canning en Araoz.
Nu is het algemeen geweten dat zelfs in zo’n klein plaatsje accidenten  kunnen gebeuren.  In
mijn geval was het een klein ongelukje;  toen ik probeerde de deur te openen om naar mijn
werk te gaan, brak de sleutel af in het slot.  Na tevergeefs met schroevendraaiers en tangen
te hebben geprobeerd het ding te deblokkeren, besloot ik een sleutelmaker te bellen.  
Ondertussen informeerde ik de bank dat ik wat later zou arriveren.
Gelukkig kwam de slotenmaker vlug ter plaatse.  Van deze man kan ik mij ik nog alleen
herinneren dat hij, alhoewel hij er jong uitzag, volledig wit haar had.  Door het sleutelgat zei
ik hem: “mijn sleutel brak af in het slot”.
Met een zeker gebaar van nonchalantie vroeg hij:” Aan de binnenkant?  In dat geval wordt
het een moeilijke klus.  Dat zal mij minstens drie uren werk kosten en ik zal je moeten
vragen mij om en bij… te betalen”
Hij noemde een verschrikkelijk hoog bedrag.
“Ik heb die som nu niet in huis”, antwoordde ik. “ Maar zodra ik buiten kan zal ik naar de
bank gaan en je betalen.”
Hij bekeek mij met verwijtende blik alsof ik hem iets immoreels had voorgeschoteld.  
“Het spijt mij, mijnheeer” zei hij op een hoogst beleefde toon.” Maar ik ben niet alleen een
statutair lid van de Argentijnse Sleutelmakersvereniging, maar ook een van de belangrijkste
medewerkers van het Magna Carta van onze organisatie.  Niets werd daarbij aan het toeval
overgelaten.  Als U dat schitterende document zou kunnen lezen, zou U vernemen in het
hoofdstuk gewijd aan de “Basisregels” dat een goede sleutelmaker het verbod krijgt
opgelegd de betaling te ontvangen na voltooiing van het werk”.  Ik lachte wat ongelovig: “ U
bent aan het grappen, waarschijnlijk.”
“ Mijn beste mijnheer, het onderwerp van de Magna Carta van de Argentijnse
Sleutelmakersvereniging is geen lachwekkende materie.  Het schrijven van dat Magna
Carta, waarin geen enkel detail over het hoofd is gezien en waarvan de verschillende
hoofdstukken worden beheerst door onderliggende morele principes, kostte ons jaren van
ernstige studie.  Natuurlijk kan niet iedereen dat begrijpen, aangezien wij vaak een
symbolische of esoterische taal gebruiken.  Maar desalniettemin geloof ik wel dat U clausule
nr. 7 van onze introductie goed kunt verstaan die luidt: “Goud zal deuren openen, en de
deuren zullen er wel bij varen.”

2

Ik nam mij voor zulke ridicule onnozelheden niet te aanvaarden.” A.u.b.” zei ik hem” Wees
redelijk.  Open de deur voor mij en ik zal U onmiddellijk betalen”.
“Het spijt mij, mijnheer.  Er bestaat een ethiek in elk beroep en in het geval van de
sleutelmakers is die strikt en onbuigzaam.
En daarop ging hij weg.
Ik stond daar enkele minuten verbijsterd als aan de grond genageld.  Dan belde ik de bank
opnieuw om hen te informeren dat ik waarschijnlijk niet zou kunnen komen werken die
dag.  Later dacht ik weer terug aan de witharige sleutelmaker en zei tot mijzelf:” Die man is
gek. Ik ga een andere sleutelmaker bellen en nu zal ik er mij wel voor hoeden te zeggen dat
ik geen geld in huis heb totdat hij de deur heeft geopend.”  Ik zocht er eentje op in de
telefoongids en belde hem.
“Welk adres?” vroeg mij een voorzichtige vrouwenstem.
“3653 Santa Fe, Appartement 10-A”
Zij aarzelde een ogenblik, liet mij het adres nog eens herhalen en zei dan:” Onmogelijk
mijnheer.  De Magna Carta van de Argentijnse Sleutelmakersvereniging verbiedt ons nog
werk uit te voeren op dat adres.”
Ik ontstak in vuur en vlam:” Luister nu eens hier! En doe niet zo …”
Zij haakte in zonder mij nog laten uit te spreken.
Dus nam ik terug de telefoongids en deed wel meer dan twintig telefoonoproepen naar
andere sleutelmakers.  Nauwelijks hoorden ze het adres of ze weigerden categoriek het
werk te komen uitvoeren.
“O.K., fijn” zei ik tegen mijzelf.” Ik zal elders wel een oplossing vinden.”
Ik belde de portier van het gebouw en legde hem het probleem uit.
“Er zijn twee zaken” antwoordde hij.” In de eerste plaats ken ik niets van sloten, en,
tweedens, zelfs als ik er iets van zou kennen, zou ik het toch niet doen, daar mijn taak erin
bestaat het gebouw te kuisen en erop te letten dat gevaarlijke vogels niet uit hun kooien
kunnen.  En tenslotte ben jij ook nooit erg gul geweest met fooien en zo.”
Nu werd ik echt nerveus en deed een paar nutteloze, onlogische handelingen: ik dronk een
kop koffie, rookte een sigaret, ging zitten, stond weer op, zette enkele stappen in de kamer,
waste mijn handen, en dronk een glas water.
Dan kwam plots Monica DiChiave in mijn herinnering; ik draaide haar nummer, wachtte en
hoorde haar stem: “Monica” zei ik, nonchalantie en beminnelijkheid veinzend.  “ Hoe gaat
het met jou?  Hoe stel je het, meisje?”
Haar antwoord ontstemde mij totaal:” Zo, eindelijk bel je mij nog eens?  En zeggen dat jij
zo van mij hield.  Ik heb geen haar of pluim van jou niet meer gezien in meer dan twee
weken.”

3

Discussiëren met vrouwen is nooit mijn sterkste kant geweest, vooral niet in de toestand van
psychologische inferioriteit waarin ik mij nu bevond.  Ik probeerde haar vlug uit te leggen
wat ik aan de hand had.  Ik weet niet of zij mij nu begrepen had of eenvoudigweg weigerde
mij te aanhoren. Maar het laatste wat ze zei was. “ Ik ben niemands speelgoed.”  Ik moest
nu een tweede reeks nutteloze en onlogische daden stellen.
Zo belde ik weer terug naar de bank in de hoop dat een collega kon komen om de deur
voor mij te openen.  Maar weer pech.  Ik kwam in contact met Enzo Paredes, een stomme
lolbroek die ik verafschuwde: ”Zo je kunt je huis niet uit?”  riep hij gemelijk uit.” Jij geraakt
nooit uitgeput in het vinden van excuses om niet te hoeven werken!”.
Ik begon te voelen dat moorddadige neigingen in mij begonnen op te komen.  Ik haakte in,
belde opnieuw en vroeg naar Michelangelo Laporta, die een beetje verstandiger was.  
Gelukkig scheen hij meer geïnteresseerd in het vinden van een oplossing voor mijn
probleem: ”Zeg eens, was het de sleutel of het slot dat begaf?”  “De sleutel.” “ En die is
achtergebleven in het slot?” “ De helft ervan is blijven zitten” antwoordde ik, al een beetje
opgelucht door zijn vragen, “en de andere helft is buiten blijven zitten.” “ Heb je niet
geprobeerd het stuk eruit te krijgen met een schroevendraaier?” “Ja, natuurlijk heb ik dat
gedaan, maar het lukte niet.” “O, dan zal je een sleutelmaker moeten bellen. ”Dat heb ik al
gedaan”, antwoordde ik, de woede onderdrukkend die mij bijna verstikte, “maar ze eisen
een vooruitbetaling”  “Zo, betaal hem dan en klaar is kees.”
“Maar je snapt het niet, ik heb geen geld.”
Dan klonk hij verveeld:” Man, jij zit dubbel en dik in de puree.!”
Ik vond niet onmiddellijk een vlug antwoord.  Ik had hem kunnen om geld vragen, maar zijn
opmerking maakte mij zo van streek dat ik aan niets anders kon denken. En zo kwam er
een einde aan de dag.


De volgende dag stond ik vroeg op en deed nog meer telefoons.  Maar – wat al meer
gebeurt – mijn telefoon deed het ineens niet meer.  Weer een nieuw onoplosbaar probleem:
want hoe kon ik de hersteldienst bereiken zonder een telefoon om op te bellen?
Ik ging buiten op het terras staan en begon te roepen naar mensen die voorbij wandelden
op de Santa Felaan.  Maar het straatlawaai was oorverdovend: hoe kon men in godsnaam
iemand horen roepen vanop de tiende verdieping?  Soms keek een toevallige voorbijganger
wel eens omhoog om dan weer zijn weg te vervolgen.

4
.
Ik schoof dan vijf bladen papier en vier karbons in mijn schrijfmachine en stelde de
volgende boodschap op: “ Mevrouw of Mijnheer: mijn sleutel brak af in het slot.  Ik zit hier
al twee dagen opgesloten.  Doe a.u.b. iets om mij te bevrijden.  3653 Santa Fe,
appartement 10-A”
Ik gooide de vijf bladen over het balkon op straat.  Maar vanuit zulk een hoogte zijn de
mogelijkheden van een verticale dropping zeker minimaal.  Meegesleurd door een stevige
bries, fladderenden zij een tijdje rond in de lucht.  Drie ervan vielen op straat en werden
onmiddellijk overreden en bevuild door een reeks auto’s.  Een ander landde op de luifel van
een winkel.  Maar het vijfde kwam terecht op de stoep.  Onmiddellijk pikte een kleine
mijnheer het op en las het.  Hij keek dan omhoog met de hand voor ogen tegen de zon.  Ik
toonde hem mijn vriendelijkst gezicht.  Maar het heertje scheurde het papier in stukken en
met een woedend gebaar dropte hij het in de vuilnisemmer.  
Kortom, weken aan een stuk deed ik allerlei verwoede pogingen om mij uit mijn benarde
situatie te bevrijden.  Ik gooide honderden boodschappen naar beneden; ofwel werden ze
eenvoudigweg niet gelezen of ze werden niet au sérieux genomen.
Op een dag zag ik dat een omslag werd geschoven onder mijn deur; de
telefoonmaatschappij deelde mij mee dat zij de telefoondiensten opzegden wegens
wanbetaling.  Daarna volgden de gas-, de elektriciteits- en de watermaatschappij.
In het begin gebruikte ik mijn voorraad op een irrationele manier, maar ik kwam bijtijds tot
het besef dat ik het anders moest gaan doen.  Zo plaatste ik kommen op het terras om het
regenwater op te vangen.  Ik trok de bloemen uit de potten en plantte er tomaten, linzen en
andere groenten in, die ik met de grootste zorg omring.  Maar ik heb ook dierlijke proteïnen
nodig, zo leerde ik insecten te kweken, spinnen en knaagdieren en maakte mij de techniek
meester van hun voortplanting; soms vang ik ook bij toeval een mus of een duif.
Op zonnige dagen lukt het mij een vuur te maken met een vergrootglas en papier.  Als
brandstof gebruik ik boeken die ik verbrand, meubelstukken, vloerplanken en ondervind
aldus dat er veel dingen zijn in een huis die een mens niet nodig heeft.  Zo leef ik tamelijk
comfortabel al mis ik ook wel bepaalde zaken.  Zo weet ik bij voorbeeld niet wat er elders
in wereld gebeurt; ik lees geen kranten en kan de televisie noch de radio aanzetten.  

5

Vanop mijn terras observeer ik de buitenwereld en zie soms wel veranderingen.  Op een
bepaald moment reden er geen trams meer.  Ik weet zelfs al niet meer hoe lang dat geleden
is.  Ik heb elke notie van tijd verloren, maar de spiegel, mijn kale knikker, mijn lange witte
baard en de pijn in mijn heupen vertellen mij dat ik zeer oud moet zijn.
Als ontspanning laat ik mijn gedachten ronddwalen.  Ik heb geen angst en geen ambities
meer.
In een woord, ik ben nog tamelijk gelukkig.



(geplaatst op 02-09-2004)

terug naar boven
FERNANDO SORRENTINO
keuze en vertaling: Henri Thijs