Seamus Deane kreeg zijn opleiding in de Queen’s universiteit in Belfast en promoveerde tot  doctor aan de
Cambridge universiteit.  Als dichter en literair criticus doceerde hij jaren lang aan de College Dublin-universiteit
en was uitgever van “Field Day Anthology of Irisch Writing”.  Hij schreef vooral talrijke studies over het Iers
literair modernisme, en was de auteur van “Celtic Revivals: Essays in Modern Irish Literature 1880-1980”, “A
Short story of Irish literature”, en “The French Revolution and Enlightenment in England 1789-1832”.  Tevens
publiceerde hij vier gedichtenbundels, een roman “Reading in the Dark” en talrijke essays.  Momenteel doceert
hij aan de universiteit van Notre Dame.


SPOOKVERHAAL

Een beklemmend verhaal over de kindertijd:” Sommige families…zijn door de duivel bezeten; het is een vloek
die zij nooit van zich af kunnen schudden.”

Toen we nog piepjong waren vertelde Katie ons altijd verhaaltjes voor het slapen gaan, met
goede en slechte feeën, over moeders wier kinderen werden meegenomen en teruggebracht
door de feeën, over spookhuizen, mensen die ontsnapten aan het gevaar en terugkeerden naar
hun families, over gestolen goud, ongelukkige rijke mensen en hun eenzame kinderen, huizen
die terug veilig en zeker werden na de talloze dreigementen van uitzetting te hebben overleefd
van landeigenaren en politie, heiligen die levend werden verbrand zonder pijn te voelen, duivels
handig en slim die altijd sjieke kleren droegen en ABN praatten.  Zij hanteerde daarbij zoveel
accenten en stemmen dat het ons nog amper kon schelen te worden opgezadeld met een
labyrint van talen.  Naarmate wij opgroeiden stopte dat natuurlijk allemaal.  Maar toch
gebeurde het nog dat zij ons verhalen vertelde van een andere soort, beneden in de keuken,
als we haar maar in de juiste stemming wisten te brengen en mijn ouders afwezig waren.  Ik
voelde de aanwezigheid van deze laatsten altijd aan als een soort van censuur op wat Katie
nog wel voor ons in petto had..
“Er was eens die jonge vrouw Brigid McLaughlin genaamd,” begon ze Ellis en mij te vertellen op
een namiddag nadat wij haar hadden geholpen met de was en gezellig bijeen zaten in de
keuken.  Katie in de ligstoel met haar rug naar het vensterraam en haar voeten op een hoop
kussens.  Mijn moeder lag boven te slapen. “Let wel, dit was lang voor mijn tijd.  Ik hoorde het
van de moeder van jullie grootoom Constantine, God behoedde hen beiden en nog meer hem,
de oude heiden”, lachte ze schamper en zat dan een tijdje te piekeren.  Wij verroerden niet.  
Dit was immers haar stijl om een verhaal te vertellen.  Als je te veel aandrong, maakte zij het
kort en verloor het al zijn charme. “Brigid werd privaat ingehuurd om te waken over twee
kinderen, twee wezen, een jongen en een meisje, die woonden ver beneden in het zuidelijk
deel van Donegal waar men nog altijd Iers sprak, maar een Iers dat zo oud was dat vele andere
Ierssprekenden het niet meer konden volgen.  Brigid was vroeger opgevoed daar vooraleer ze
naar Derry verhuisde zodat de taal voor haar geen enkel probleem opleverde.  Wat er ook van
zij, de oom van de kinderen ging op reis naar vreemde werelden en hij zocht iemand om op de
kinderen te letten en ze ook een beetje op te voeden. Wat nu bijzonder vreemd was aan deze
kinderen was hun namen.  De jongen heette Francis en het meisje Frances.  Zelfs in het Iers
kon je de namen niet apart uitspreken tenzij bij het schrijven.  Niemand weet waarom hun
ouders hen zo doopten.  De ouders zelf waren omgekomen door cholera tijdens de periode van
de grote hongersnood, terwijl hun kinderen het overleefden en niet omkwamen van de honger.  
Hoe het ook zij, deze jonge vrouw – Brigid – werd belast met de taak voor hen te zorgen.  Zij
kreeg een jaarcontract getekend in haar vaders huis.  Het stipuleerde dat zij gedurende dat
hele jaar
constant bij de kinderen moest blijven en ze ook nooit uit het huis zelf mocht laten gaan.  In
alles wat zij nodig had werd voorzien bij de winkeliers in het dorp een paar mijlen verderop; de
oom had dat alles tot in de puntjes geregeld.  Zo vertrok zij dus naar dit groot boerenhuis in
het midden van nergens om te zorgen voor Frances, het meisje, dat negen jaar was, en Francis
de jongen, die zeven jaar was.  
Zij schreef regelmatig naar haar vader thuis tijdens de eerste maanden en alles scheen naar
wens te verlopen.  Tot opeens de correspondentie ophield.  Het was enkel nadat alles voorbij
was dat de mensen vernamen wat er was gebeurd.  
De kinderen waren mooi, bijzonder het meisje.  Zij was donker.  De jongen blond.  Zij spraken
enkel Iers.  Brigid leerde hen alles wat zij wist, elke ochtend twee uren lang en elke namiddag
een uur.  Maar zij hadden een gewoonte, vertelden ze Brigid, die ze elkander hadden beloofd
nooit te breken.  Elke dag gingen zij naar het veld achter het huis, waar hun ouders lagen
begraven, om bloemen te zetten op het graf en daar een poos te blijven zitten.  Zij vroegen
haar altijd van hen dan alleen te laten; zij kon desgevallend hen altijd observeren vanuit een
raam op de verdieping.  Wat Brigid dan ook gewillig deed.  En alles ging goed.  Maar na een
bepaalde tijd ,bij het einde van de zomer, trachtte Brigid hen dat af te leren want het werd
vaak al vochtig en te koud.  Maar de kinderen bleven volharden en waren niet te vermurwen.  
Op een bepaalde barslechte dag in de herfst, toen de regen met bakken uit de hemel viel en de
wind huilde, liet zij hen niet meer toe van te gaan.  Zij was vastbesloten niet toe te geven
ditmaal.  Maar de kinderen daarentegen bleven koppig aandringen zodat zij hen tenslotte
opsloot in hun kamers om er resoluut een eind aan te maken.  Ze mochten het graf van hun
ouders enkel nog bezoeken bij goed weer, want zij wou ten allen prijze vermijden dat ze
zouden ziek vallen.  Na een fikse ruzie, de eerste die zij ooit hadden, gingen de kinderen naar
hun kamers en dook ook Brigid een weinig later onder de lakens.  En wat er nu volgt gaan jullie
waarschijnlijk niet geloven.  Maar het is zo waar als Gods woord.  Want wat denken jullie wat
zij de volgende ochtend vond in de kamer van de kinderen?  Ze zag dat de jongen nu
donkerharig was, zoals zijn zuster was geweest, en het meisje had de blonde haardos van de
jongen.  En zij schenen daar zelf niets van te merken.  Zij zeiden haar dat zij altijd zo waren
geweest en dat zij zich van alles voorstelde.  Je kunt je indenken dat de arme Brigid dacht dat
zij haar verstand aan het verliezen was. Zij onderzocht hen nauwkeurig opnieuw, zij ondervroeg
hen, en dreigde hen geen eten meer te geven totdat zij haar de ware toedracht zouden
onthullen.  Maar zij zaten daar maar gewoon en zegden dat zij degene was die volledig van
streek was.  
Goed, zei Brigid, we zullen zien wie hier waanvoorstellingen heeft.  We gaan naar het dorp.  
We gaan naar de pastoor.  We confronteren jullie beiden met iedereen die we tegenkomen en
zullen zien wie de waarheid spreekt.  De kinderen stemden daar onmiddellijk mee in en zo
begaven zij zich naar de pastorij en wachtten hem daar op in de eetkamer.  Brigid ging
opgewonden zitten, stond op, ging weer zitten terwijl de kinderen, beleefd en braaf als zij
altijd waren, voor haar zaten op de hoge leunstoelen, rustig en zelfverzekerd als twee
volwassenen.  Toen de pastoor binnenkwam ging Brigid recht naar hem toe en zei: “Vader,
vader, uit liefde voor God, kijk naar deze twee kinderen, Francis en Frances, en zeg me wat er
toch gebeurd is, want ik weet niet of zij zich in de handen van de duivel of wat dan ook
bevinden.”  En de pastoor, zeer verrast en opgeschrikt, keek naar haar, keek naar hen, nam
haar bij de pols en liet haar gaan zitten, schuddend met zijn hoofd en haar vragend wat zij
eigenlijk bedoelde met wat ze zei.  Maar de kinderen, riep zij uit, kijk naar de kinderen, ze zijn
veranderd, ze hebben hun hoofdkleur verwisseld.  Kijk! Zij wees naar hen en daar zaten ze,
kijkend naar haar en de pastoor, en ze hadden de haarkleur die ze altijd al gehad hadden, het
meisje donker, en de jongen blond.  We hebben het haar al gezegd, zeiden ze tegen de
priester, we zijn altijd zo geweest, maar zij beweert dat onze haarkleuren zijn verwisseld en zij
maakte ons bang.  Beiden begonnen dan te huilen en Brigid begon te wankelen, en de priester
liep als een snuivende kat naar hen toe om iedereen te kalmeren.  Arme Brigid!  Zij wist dat de
priester dacht dat zij vreemd deed, en de kinderen schreeuwden zo luid hun protesten uit en
deden zich zo geniaal ontzet voor dat zij ook aan haarzelf begon te twijfelen.  Vooral omdat de
kinderen hun vroeger uitzicht behielden dagen aan een stuk.
Daarom hoe slecht of goed het weer ook was, Brigid liet hen opneuw toe de graven van hun
ouders te bezoeken en bleef hen observeren vanuit het vensterraam van de bovenverdieping en
zag nooit iets verkeerds.  Maar toch kon zij de slaap niet vatten ’s nachts omdat zij wist, en
overtuigd bleef, dat zij zich zeker niet vergist had. Vooral ook omdat de kinderen hun complex
gedrag behielden dagen en dagen aan een stuk na die gebeurtenis.
Zij kon zich nog kristalhelder herinneren bij het bekijken van hen en het strelen van haar hand
door hun haar dat de huid van de jongen donker was en die van het meisje wit en rose zoals
eerst de jongen eruitzag.  Zij wist dat zij zich dat helemaal niet verbeeld had en toch leek het
zo.  Zij lag in bed biddend op haar paternoster en vaak de tranen uit haar ogen schuddend,
omdat zij besefte dat zij ofwel gek was, of geconfronteerd werd met iets heel vreemds in dat
huis en met angstwekkende kinderen.  
Van al die slapeloosheid begon zij heen en weer te lopen in haar kamer en nu en dan trok zij
het gordijn weg van het raam om naar buiten te kijken naar de linkse kant, naar het veld waar
het graf lag.  Het was niet langer geleden dan een week dat zij een bezoek bracht aan de
pastoor dat zij op een nacht uit het raam keek en tot haar verbijstering een soort van groen
licht zag zweven over het graf, en in dat licht zag zij de kinderen staan, hand in hand, starend
naar de grond van waaruit het licht scheen op te doemen.  Zij was zo verschrikt dat zij terwijl
zij haar angst wou uitschreeuwen geen woord over haar lippen kreeg; wanneer zij wou bewegen
voelde zij zich totaal verlamd, wilde ze beginnen te wenen en voelde haar ogen kurkdroog aan
in haar hoofd.  Zij wist niet hoe lang zij daar zo stond maar begon tenslotte te bewegen en
dwong haarzelf naar buiten waar ze hun namen – Francis, Frances, Frances, Francis – luid begon
te roepen opnieuw en opnieuw terwijl ze rende langs de gang.  Daarmee hoorde zij hen, in hun
slaapkamers roepen, en liep naar binnen om ze ontwaakt en opgeschrikt en nog steeds warm
en droog, en met de slaap in hun ogen aan te treffen.  Zij bracht ze naar haar kamer en legde
ze beiden in haar bed, besprenkelde ze met gewijd water, en vroeg hen te bidden en zeker niet
bang te zijn en begaf zich daarna onmiddellijk naar het raam om te kijken en zag dat alles
donker was – er viel geen groen licht meer te bespeuren en geen spoor van de kinderen aan het
graf.
De nacht ging aldus voorbij.  De kinderen sliepen.  Zij lag in bed langs hen en drukte ze zo
dicht mogelijk en voorzichtig tegen aan haar om ze toch maar niet te wekken.  Maar wanneer
zij ontwaakten en naar het ontbijt vroegen en naar wat gebeurd was, begon zij koud te trillen
over haar lichaam.  Want nu waren hun stemmen veranderd.  De jongen had nu de stem van
het meisje en het meisje die van de jongen. Zij drukte haar handen tegen haar oren en sloot
even haar ogen.  Daarna zei ze tegen zichzelf van even kalm te blijven.  Zij wist dat ze dat
degelijk moest controleren.  Zo vroeg zij de kinderen om met haar naar de badkamer te komen
en zich te wassen voor ze gingen ontbijten.  Zij hielp hen uit te kleden alhoewel zij dat
gewoonlijk zelf al dat deden. En wonder boven wonder ontdekte ze dat ook hun geslachten
waren veranderd.  De jongen was nu een meisje en het meisje een jongen.  En beiden gaven
daar niet de minste aandacht aan.  Zij wasten zichzelf en zeiden niets.  Zij maakte het ontbijt
klaar, gaf hen les en liet ze buiten spelen onder de appelbomen in de tuin.  Zij wist, zei ze bij
zichzelf, dat als zij de kinderen bracht bij de pastoor of de dokter, dezelfde taferelen zich
zouden herhalen als de vorige keer; zij zouden wellicht weer terug veranderen zodat zijzelf er
weer als een waanzinnige werd aangezien.  Zij wist nu ook al, dat als zij het huis verliet – zelfs
wanneer zij daartoe de mogelijkheid had, want daar was weinig of geen transport voorhanden
en zeker niet om zo ver naar het noorden van Derry te gaan en zij kon aan geen andere
bestemming denken – er iets ernstigs zou gebeuren.  Zij was zich bewust dat zij werd belaagd
door het kwade, en dat de kinderen haar zouden worden ontnomen door wie of wat het ook was
in dat graf in de achtertuin. Oh, zij voelde dat aan zonder precies te weten hoe dat kwam. Maar
voor haar stond dat als een paal boven water".
Katie dacht even een lange poos na.  De klok op de schouw tikte onverstoord.  Eilis boog naar
voren in haar stoel terwijl haar haar viel over haar gezicht. Ik wou gluren in de scheerspiegel
tegen de muur om zeker te zijn dat mijn haar nog steeds donker was.  Katie peinsde verder.  
Een kool in het vuur kraakte, en kleine blauwe vlammetjes hesen zich omhoog.  Geen geluid
was te horen van boven.  Er zijn families, vertelde Katie ons, die door de duivel zijn bezeten;
het is een vloek die men nooit van zich af kan schudden.  Misschien is het iets verschrikkelijks
uit de familiegeschiedenis, een afschuwelijke daad begaan in het verleden die uitdeint, die
verder wordt gezet in de volgende generaties zoals een roep diep in een tunnel die maar blijft
echoën en echoën en nooit stopt.
Nu wilde ik dat zij zou stoppen, maar zij ging verder.  Ik wenste dat mijn moeder terug zou
ontwaken of dat iemand zou binnenkomen en storen.  Maar iedereen scheen weg te zijn.  
Binnen een uur zou het huis weer vol leven zijn met mensen, Katie zou zich haasten om het
eten gereed te maken, ik zou de eettafel afschrobben, Eilis zou beginnen te rammelen met het
opdienen van het bestek.  Mijn vader zou aankomen, mijn moeder binnenkomen, mensen
zouden beginnen te praten over koetjes en kalfjes, de radio zou worden aangezet voor het
nieuws.
Hoe dan ook, hoe dan ook, Katie ging verder, terwijl ze haar hand met een draaiende beweging
wreef over haar breed, vriendelijk gezicht." Hier stond nu dat arm meisje, opgesloten met iets
raars en met twee vreemde kinderen die over en weer van gedaante verwisselden voor haar
eigen ogen.  Zij schreef in een dagboek al de veranderingen op die zij waarnam, verandering
van jongen naar meisje, veranderingen in averechtse richting terug naar wat zij waren toen zij
hier aankwam.  Sommige veranderingen waren minder substantieel dan anderen.  Nu eens was
het de kleur van de ogen.  Die van het meisje waren dan blauw, alhoewel zij nog steeds
donkerharig was en een olijfkleurige huid had; die van de jongen bruin.  Dan weer was het hun
grootte.  Het meisje was normaal een beetje kleiner dan de jongen, opeens had zij de lengte
van de jongen en de jongen die van haar.  Dan zag zij weer hun tanden veranderen.  Zij had
zijn glimlach, en hij die van haar.  Zo ging het ook met hun oren.  Hun handen.  En zo maakte
zij gedurende tweeëndertig dagen al deze veranderingen mee.  De kinderen bleven slapen in
haar kamer, en tijdens zeven nachten van de tweeëndertig dagen zag zij het groenachtig licht
boven het graf en de figuren van de kinderen daar staan hand in hand, zelfs al lagen ze daar te
slapen in haar bed in de kamer bij haar.  
Ondertussen was het al laat in november geworden.  Zij leefde alsof zij elke minuut zou
kunnen exploderen maar zij probeerde haar paniek te onderdrukken.  Als iemand op bezoek
kwam – de pastoor, de dokter, een leurder – zagen de kinderen er helemaal normaal uit.  En
hoe vaak ze ook toekeek, zij kon nooit het moment vatten waarop zij veranderden van de ene
toestand in de andere.  Dan opeens ging alles veel slechter.
Zij was net Frances’ haar aan het borstelen tegenover een lange, losstaande spiegel die je kon
draaien in alle richtingen.  Hij had een houten kader, een mengeling zei ze van twee
houtsoorten: de ene heette vogeloog-esdoorn en de andere rooshout.  Zij had dat niet geweten
als de kinderen het haar niet hadden verteld.  Die kenden elk detail van elk meubelstuk,
porselein, beeldhouwwerk, vloerbekleding en behangpapier, van elke schilderij ook en de
klokken in het huis.  Zij kenden de namen van de plaatselijke mensen waaraan de gronden
waren verpacht inclusief de voorwaarden van de huur, zij kenden de grazers in de verschillende
weiden – alles!
Zij was net klaar met het borstelen van het haar van het meisje en met het kammen van de
laatste lokken, toen zij opkeek en zichzezelf zag in de spiegel, staande daar met de borstel in
een hand en de andere hangend in de lucht alsof die iets vast hield.  Maar het meisje was er
niet, was niet te zien in de spiegel, alhoewel Brigid haar aanraakte en de lokken van het haar
van het meisje in haar hand hield.  Zij stond daar doodstil, weifelend op haar benen, maar
zichzelf recht houdend met een laatste krachtinspanning. Ook de jongen was in de kamer en
kwam naderbij om haar te vragen het borstelen snel te beëindigen want hij wou naar beneden
gaan om te gaan spelen met zijn zuster.  Hij kwam even voor de spiegel staan en ook hij
verdween ineens.  Brigid vroeg hen om eens te kijken en vroeg hen of zij zichzelf konden zien?  
En zij antwoordden bevestigend en lachten schuchter.  En zij konden haar ook zien, zeiden ze.  
De grootvadersklok in de slaapkamergang sloeg op dat moment tien keer.  Zij herinnnerde zich
dat nog, want zij had ze meegeteld.  Het was tien uur in de ochtend van de 21ste november.  
En die klok bewoog geen seconde meer daarna.  Hij stopte en functioneerde nooit meer
opnieuw.  Nu wist zij dat toen big niet maar dat was het uur en de dag dat de ouders van deze
kinderen stierven vijf jaren geleden. Beiden stierven op hetzelfde uur.  En vanaf dan gingen de
kinderen niet meer buiten naar het graf elke dag.  Het was dan ook dat de veranderingen
ineens ophielden.  Het was dan ook,  beweerde zij te weten, dat de twee mensen in het graf
buiten het huis hadden betreden.  Zij ging naar de pastoor en vroeg hem om te komen en het
huis te zegenen, wat deze laatste prompt deed.  Hij wandelde doorheen heel het huis met de
hostie in de hand en Latijnse gebeden prevelend terwijl hij gewijd water sprenkelde op alle
deuren, uitgangen en ingangen.  Toen hij daarmee klaar was vroeg hij Brigid waarom zij alle
spiegels in het huis had toegedekt.  En zij vertelde het hem. Hij beval haar dan de kinderen bij
hem te brengen tegenover de grote spiegel in de slaapkamer en hij nam het purperen kleed
weg dat zij erover had gevouwd.  En daar stond iedereen helemaal normaal.  Hij was van plan
iets te ondernemen zei hij en beloofde haar te schrijven naar de oom om te zien wat er best
kon worden gedaan.  De dokter zou regelmatig langskomen om haar te onderzoeken  en hij
beloofde ook zijn huishoudster regelmatig te sturen om haar te helpen.  En weldra zou het
januari zijn en kon zij terug huiswaarts keren want de oom zou tegen dan wel teruggekeerd
zijn. En daarmee was de zaak voorlopig afgehandeld.  Maar wanneer Brigid terug alleen was,
zoals het hoorde, voelde zij a.h.w. de aanwezigheid van de dode ouders overal opnieuw; het
huis was veel kouder en weer zag zij dikwijls het groen licht onder de deur van een van de
slaapkamers die zij had afgesloten, of een wegglijdende schemer ervan op het einde van de
bovengang of nog een uitdunnend straaltje rond het raam telkens zij een kamer betrad.  Dan
op een nacht, vertelde ze, kwamen ze voor de kinderen die als gewoonlijk in bed lagen.  Ze
lagen daar wakker, konden niet slapen en het meisje begon een lied te zingen dat Brigid nooit
eerder had gehoord in een taal die niet Iers noch Engels was, en de jongen viel haar bij.  Brigid
stond voor hen met een kruis in haar hand, biddend en biddend terwijl zij over heel haar
lichaam kippevel kreeg.  Die kinderen lagen daar, zei ze, met hun stemmen in een koor, dit
droevig langzaam lied te zingen, terwijl alle veranderingen die zij vroeger bij hen had
opgemerkt, een voor een, vlugger en vlugger, te voorschijn traden in zulk een tempo dat zij op
het einde niet meer wist wie de jongen of het meisje was.  Het hele huis daverde als van het
geluid van zware voetstappen op de houten trap. Het groene licht kwam in de kamer en
verspreidde zich overal en met het licht kwam ook dit fluisteren van stemmen, een mannen-en
vrouwenstem, fluisterend, fluisterend, vurig bijna alsof zij hun ergernis uitspuugden behalve
dan dat de stemmen droog waren, en zweefden als stof dwarrelend in de wind.  De kinderen
stopten dan hun gezang en zaten rechtop in bed, hun ogen puilend uit hun kassen, hun monden
open zonder geluid, hun armen uitgestrekt naar Brigid.  Zij opende haar armen, liet het kruis op
het bed vallen en zij zegt dat zij hen voelden, hun handen en armen, voelde ook haar eigen
handen die hun schouders aanraakten en daarmee verdween het groene licht, het fluisteren
hield op en de kinderen waren weg.  Alles dat overbleef was de warmte van het bed, de vouwen
in de hoofdkussens en de fluitende wind buiten.
Zij haalde de pastoor uit zijn bed in het midden van de nacht en hij kwam mee met haar lopend
over de weg terwijl hij de knopen van zijn lang kleed toeknoopte, en haar maar verweet dat zij
de kinderen niet alleen had mogen achterlaten, dat dit nog de laatste strohalm was waaraan zij
zich had kunnen vastklampen om naar huis te gaan. Maar wanneer zij het lege huis bereikten
en zochten en geen kinderen vonden begon hij haar te beschuldigen van de kinderen te hebben
weggedaan en dreigde hij naar de dokter te gaan die een paard en kar had om de politie erbij
te halen.  Ach, Mijnheer Pastoor, zei ze doe dat maar.  Doe wat je moet doen.  Maar voor je dit
doet, kom mee met mij naar de achtertuin.  Zij leidde hem naar het graf, en daar zagen zij de
beide kinderen, en het groene licht zweven over de berg aarde en helder als het lied van de
leeeuwerik, hoorden zij de stemmen van de twee kinderen die hun vreemd lied zongen, komend
uit het hart van het licht zongen ze en zongen hun vreemd lied.  De pastoor sloeg een
kruisteken en viel op zijn knieën en zo deed Brigid, en zij bleven daar in de wind en de regen
tot de morgen kwam en het groene licht wegdeemsterde samen met het gezang.
De kinderen werden nooit meer gezien.
Al de spiegels in het huis hadden gestraald, alle klokken waren blijven stilstaan om tien uur,
enkel de kleren van de kinderen waren achtergebleven als bewijs van hun aanwezigheid
voorheen.  God alleen weet wat de oom dacht toen hij terugkeerde.  Brigid was naar huis
gegaan, de oom kwam haar bezoeken en sprak met haar, zij sprak met iedereen die wou
luisteren gedurende bijna zes maanden na haar terugkeer, zij kreeg vreemde gewaarwordingen
in haar hoofd en de mensen sloegen een kruisteken wanneer zij haar zagen en maakten zich
vlug uit de voeten.  Dan stopte Brigid ineens met praten.  Tot de dag waarop zij stierf heeft zij
nooit meer gesproken, verliet zij nooit meer haar kamer en heeft zij nooit nog een spiegel bij
haar gewild.  Enkel en alleen op 21 november van elk jaar kon je haar boven in haar kamer een
lied horen zingen met woorden die niemand kon verstaan, een lied dat niemand ooit had
gehoord en dat het lied moet zijn geweest dat de kinderen zongen op die bewust nacht lang
geleden in het zuiden van Donegal slechts vijf jaar na de hongersnood.  En de vloek rust op die
familie tot op de dag van vandaag".  

Uiteindelijk ging mijn moeder naar boven, de klokken van de kathedraal begonnen te luiden en
de geruchten van de wereld buiten kwamen binnengesijpeld als Katie een kruisteken maakte,
lachte en haar hoofd schudde naar iets, en mij vroeg om de schrobborstel en warm water te
gaan halen voor de tafel.  Eilis zat daar terwijl haar blond haar viel over haar beschaduwd
gezicht.

Bron: Granta


(geplaatst op 14-04-2005)

terug naar boven
Seamus DEANE
keuze en vertaling: Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768