SOLDATEN

De derde keer dat Roger thuis kwam met zijn slonzig haar, de geur van het parfum van die
andere vrouw en een zwak veegje van haar lippenstift op zijn kin zoals de stervende schil van
een regenboog – de derde keer dat dit gebeurde, begon Cheryl met het maken van een
aantekening in haar purperen dagboek  Veel meer kon zij niet doen.  Zowel haar verstand als
haar hart spoorden haar aan iets te zeggen, iets drastisch te ondernemen, maar telkens zij dat
wou doen, vocht haar keel terug, en neep alles dicht zodat haar hart niet kon ontsnappen; ook
haar schedel bood weerstand, en rammelde haar hersenstam, lob en pijnappelklier tot een nog
nooit eerder gevoelde hoofdpijn van explosies. Daarom kocht zij, in plaats van iets te doen,
een purperen notitieboekje dat zij opende onderwijl de eerste bladzijde mooi gladstrijkend.  Zij
trok drie dunne, eenzame lijnen zoals uitgehongerde soldaten.



De volgende avond was zij lasagne aan het bereiden toen hij binnenkwam.  Zij rook hem al
toen hij nog maar net de deur achter zich sloot.  Hij stonk; de geur drong de keuken binnen,
verdrong de lasagnegeur door het raam naar de straat.  Zij dacht aan voorbijgaande buren, die
de geur zouden opsnuiven en denken aan de goede, mooie dingen die plaatsgrepen in haar
huis.   Daarom bleef ze glimlachen en trok, nadat zij gegeten hadden en de afwas gedaan, een
vierde dunne lijn in het notitieboek.  
’s Nachts ging hij weer weg.  De klok wierp neon schaduwen op haar gezicht: drie uur in de
morgen.  Zij lag op haar rug, vlak tegen de matras; de hoofdkussens waren al uren geleden op
de grond gegleden maar zij deed geen moeite om ze op te rapen.  Aan de andere kant van het
bed, zonder haar aan te raken en met zo’n twee voet van gekreukt laken tussen hen, sprong
Roger uit het bed en schuifelde naar zijn kleerkast.  Hij trok een stijve jeansbroek aan, nam
zijn jas uit de kast en was weg.

Cheryl luisterde naar de deur vallend in het slot, die vlugge en stille ontmoeting van de klink
en het slot dat allerlei soorten van geheimen in de geest losmaakt.  Zij wachtte een ogenblik
tot zij zeker was dat hij genoeg tijd gehad had om het huis te verlaten, slofte dan naar de
keuken voor een glas water.  Zij pauzeerde even aan het  raam, een oneffen gat in het rottend
hout waarover een vuil muggenzift was getrokken.  Zij dronk het water en plaatste dan haar
glas boven op de hoop vuile borden die de kleine gootsteen bedekte, en wandelde daarna naar
de kleine zitplaats waar zij het purperen notitieboek had gestapeld tussen een  flutroman en
een oude atlas.  Cheryl nam het notitieboek, en trok met een potlood een diagonale streep
door de andere vier lijnen, en bekeek daarna het resultaat.  Ze zagen eruit als een soort
vervloekt symbool, een roepende geest.  Zij sloeg het boek toe terwijl ze zich afvroeg hoe lang
het zou duren met Roger vooraleer elke bladzijde van het boek gevuld was.





Sarah vond het notitieboek.  In de blauwe schaduwen van slapeloosheid, was zij geslenterd
van haar kamer op het einde van de gang naar de zitplaats en stond voor het boekenrek om
vier uur in de ochtend.  Zij had een boek uit het rek genomen, naar de omslag gekeken en het
weer teruggestoken.  En zo opnieuw en opnieuw.  Tot haar oog op iets viel.  Het was purper.  
Een dagboek.  Zij nam het mee naar de sofa die tegen het open raam stond.  Een melkachtig
licht sijpelde door het glas.  Zij opende het boek.
De eerste bladzijde was recto/verso gevuld met strakke lijnen die een totaal van 49 dunne
strepen vormden.  Zij bladerde door de rest van het boek.  Leeg.  Zij zocht naar de laatste
bladzijde in de hoop iets te vinden dat daar gedrukt stond zoals een inleiding in een
teruggaand dagboek.  Maar niets.
Dan kwam Roger binnen.  Hij duwde voorzichtig de voordeur open, deed ze zo stil mogelijk op
slot alsof ze omringd was met fluweel.  Dan trok hij zijn schoenen uit en zette ze in de kast.  
Zijn dochter observeerde hem vanuit de schaduw, zich afwendend van het maanlicht zodat hij
haar niet kon zien.  Maar haar voorzichtigheid was helemaal niet nodig.  Roger keek zelfs niet
in haar richting.  Hij schuifelde zachtjes door de gang naar zijn slaapkamer, ging op de matras
liggen zoals voorheen en sloot zijn ogen.  Cheryl kneep haar ook eigen ogen hard dicht.
In de zitplaats slaakte Sarah een zucht van verlichting.  Het was alsof haar adem haar omsloot
als een onzichtbare wolk, iets té delicaat om te zien, dat een vreemde geur had: iets gebotteld
en zuiver.  De fles was als gesponnen glas, een nietig broos flesje dat purper glinsterde in het
licht.  Zij snoof de geur op.  Neen. Dat was niet haar adem.



Tijdens de  nacht van de zesde maand van hun relatie, deinsde Roger terug van Adèle toen zij
parfum op haar schouderbladen spoot en ook tussen haar dijen.  De fles was van gesponnen
glas, een nietig broos flesje dat purper glinsterde in het licht.

“Doe dat niet, Adèle.” Hij greep naar het flesje.

“Dit is de fijnste parfum van Frankrijk,” zei ze hem.  Haar stem klonk mooi, haar Frans accent
gaf een lichte, lieflijke hapering aan haar woorden.  Het deed hem ernaar verlangen haar mond
te kussen, de wonde die het begin was van het fluwelen pad naar haar strottenhoofd. “Ik
gebruik het enkel voor jou.”

“Mijn vrouw…”

“Jij zei toch dat je niet meer van haar hield.”  Zij zette het flesje neer. “We kunnen naar
Frankrijk terugkeren.”

Hij schudde zijn hoofd, in een zwakke poging om het dilemma te verklaren.  Maar wat eerst zo
eenvoudig had geleken in zijn geest smolt nu weg uit zijn kop naar de wolken van haar
schoonheid, haar accent.

“Jij wil mij toch niet verlaten?” Zij trok haar volmaakte wenkbrauwen omhoog, keek door haar
raam naar de opwaaiende zandstormen, de verspreide caravans in glanzend geel en bruin
geverfd.  Ergens boven de krakende, rottende grijze daken en uitgeputte bomen, cirkelde een
kraai op een onzichtbare draad van de hemel, op en neer gierend.  Gemengd met het hete
zand, dwarrelenden lege blikken en stukken oud papier in de wind al maakten zij deel uit van
een kronkelende, lelijke dans.  Pueblo Pintado, New Mexico.  Roger beet op zijn lip.

“Je weet toch dat ik deze plaats haat.”

“Ik heb bijna genoeg gespaard voor twee tickets...naar Frankrijk, we zullen daar een ander
leven leiden.  Geen caravans.  Geen zand.”.  Zij wreef over de palm van zijn hand, dan over
zijn arm naar zijn hals.  “Paris...”.  Zij masseerde zijn schouders voor een ogenblik, en trok dan
zijn hemd uit.  Hij gaf zichzelf verloren over aan de vertrouwde ritmen van verboden comfort en
gevaarlijk plezier, de paradoxen van zijn leven en zijn geest.  Zoals een leeg blikje van een
jongetje rolt van een koord op de grond, verloor hij zichzelf in haar strelingen en bewegingen,
haar tong, handen en holten en haar vergiftigde mooie woorden.




Roger zag er uit als een man om te schilderen, speciaal nu, met zijn sterke lichtjes opgeheven
kin en zijn grote heldere ogen die langdurig gefixeerd bleven op zijn dochter.  Ook Sarah zag er
bekoorlijk uit, met haar bleek haar waaiend rond haar schouders.  Zij was op het hoogtepunt
van de adolescentie, met een voet de kaap van de jeugd van zich afstotend en met de andere
al op weg naar het illustere onbekende en nog half vasthangend aan de dingen die zij kende.
Zij stonden barrevoets op het zand, zo een driehonderd mijlen van thuis, kijkend hoe de zee
zich vouwde en weer ontvouwde op het land.  Roger’s verroeste jeep, met zijn gedeukte
bumpers en gebroken koplampen, stond naast hen op de grintweg. En het was alsof ook hij
gefascineerd keek naar de oceaan en grijnsde naar het donkerblauw water en de witte brekende
golven.
Zij deden deze uitstap tweemaal per jaar, alleen zij met hun tweetjes.  Sarah en Roger hadden
altijd al gehouden van de zee en van die reusachtige natte paraplu’s van golven. Cheryl, met
haar grote angst voor elk water dat groter was dan de kleine kuip in hun badkamertje, verkoos
daarom thuis te blijven.  Zo kwam het dat vader en dochter vijf uur lang reden op vuile
grindwegen in de verroeste pickup om toch maar de oceaan te zien.  Gewoonlijk praatten zij
vijf uren lang over de school, Europa en de zee.  Roger moest altijd haar kuiltjes in de wangen
en haar heldere stem bewonderen, en altijd dacht hij dan dat ze hier niet thuis hoorde in dit
verroeste voertuig rammelend over een enge straat omgeven aan alle zijden door korrelig
zand.  Zij paste hier niet, verdiende meer dan wat hij en Cheryl haar konden bieden – een
armzalig bed,  twee gedeukte koffers voor haar kleren, en zandkorrels bij de vleet die alles
doordringden, de vloer bedekten van haar slaapkamer en hun weg vonden in haar eten, haar
schoenen en haar haar.  Wat zij verdiende, mijmerde hij verder, terwijl hij toekeek hoe zij het
water observeerde, was wat Adèle hem altijd beloofd had.  Vliegen over deze golven, ver weg
van de hitte en het zand en de afgebladderde verf, en, zoals een droom, ergens anders landen
– in een stad zoals Parijs.  Hij verlangde daar zelf zo intens naar.  Nog intenser wenste hij het
zijn dochter toe.  
Roger merkte dat Sarah’s gezicht veranderd was de laatste tijd, en langer, dunner, zeg maar
ouder geworden was.  Zij was ook langer geworden ook.  En er was iets in het vocht van haar
ogen dat gekwetst en vermoeid leek.  Hij zuchtte.  Hij dacht aan alles dat haar nog te wachten
stond, de veranderingen en pijnen van het groeiproces, de afstand die zij weldra van hem
nemen zou.  Hij dacht aan de jongens met hun vuile fietsen en afgedankte CD-spelers die hun
grote begerige ogen zouden laten vallen op haar lichaam; aan de huizen waarvan zij zou gaan
dromen om in gaan te wonen, vrij van zand en geuren en goedkope enge bedden; aan de
eenzaamheid die aan haar zou gaan knagen naarmate zij verder opgroeide.  Iets in hem deed
pijn bij de gedachte dat zij dat alles alleen, op eigen kracht, zou moeten gaan doormaken.
En dan begon hij te panikeren.  Hij stelde zich voor wat er zou gebeuren als zij ooit iets zou te
weten te komen over Adèle, dat hij en Cheryl niet meer samen sliepen, niet meer praatten
tegen elkander, zelfs zoveel mogelijk vermeden elkaar nog aan te kijken.
Roger gluurde opnieuw naar Sarah, en hij zag een diepe, blijvende frons in haar wenkbrauw die
daar niet was de vorige keer dat zij deze uitstap hadden gedaan.
“Sarah?” Hij legde een warme hand op haar schouder, maar zij wees die af.  De zon glinsterde
op de golven en wierp purperen vlekjes in haar ogen.  Een koude, onverklaarbare golf van angst
overviel hem; hij proefde zout onder zijn tong en voelde dat zij het wist.





Die nacht hield Cheryl haar man tegen toen hij zijn benen over de rand van het bed zwierde en
zocht naar zijn schoenen.  Zij legde haar hand vriendelijk op zijn schouders.

“Ga niet.”

“Cheryl?”  Hij deed alsof hij verward was. “Wat is er,” Zij ging rechtop zitten, en deed de lamp
aan.  Zij keken beiden in het verblindend licht.

“Roger, voor welke reden ook je om mij niet meer geeft.”  Zij wreef over het laken op haar
schoot en keek naar de zachte schaduwen op de muur achter zijn schouders. “Wat zal er met
Sarah gebeuren? Zij zal het vlug gaan ontdekken.  En als zij het gaat te weten komen, zal zij...”
Hij wist wat zij bedoelde.  Hij liet zijn schouders hangen en leunde zijn hoofd tegen de muur.  
Vermoeidheid overviel hem; hij was dat opstaan in het midden van elke nacht zo moe
geworden evenals Adèle’s beloften, zo leeg en hopeloos als haar purperen parfumflesje.  Dan
begon hij aan Sarah te denken en hij werd overspoeld door een plotse en andere soort van
energie.  Hij stond opnieuw op.

“O.K.  Ik zal haar niet meer opzoeken.”

“Beloof het me.”

“Ja.”

“Anders ga ik weg van je.  Ik doe het.  En ik neem Sarah met me mee.  Ik ben niet van plan
haar hier achter te laten in deze rotzooi met haar vader...”  Haar stem stierf langzaam weg.
“Zij kan zo niet opgroeien in dit gat.”

Hij knikte.

“Kom dus terug naar bed,” zei Cheryl.

Roger keek naar haar gezicht, naar de versleten kaken van haar wangen en het verwarde haar.  
Zo anders als bij Adèle.  Hij zag iets van het veranderend gezicht van zijn dochter in het
vermoeide gelaat van zijn vrouw.

“Ik ga wat sigaretten kopen; ik kan niet slapen.” Hij trok zijn schoenen aan, en bond met ruwe,
boze rukken zijn veters aan.  Cheryl ging op haar knieën zitten op het bed.

“Ga niet,”

“Ik ga alleen maar een pakje sigaretten kopen, ik beloof het je.”

Zij beet op haar lip.  “Als je niet terugkomt met sigaretten, ga ik weg.”

Hij knikte. “Ik zweer.  Ik zweer voor God, Cheryl.  Ik ga alleen sigaretten kopen.”

“Ga nooit meer naar die vrouw.  Nooit meer.”

“Alleen maar sigaretten.”

“Of je zult je dochter niet weer terugzien.  Kom terug met de sigaretten, Roger.”

Hij greep zijn sleutels en ging weg.




Roger’s truck bromde als hij de parkeerplaats opreed van het enige benzinestation in de stad.  
De lichten binnen waren uit; het leek gesloten.

“Verrek.” Hij stapte toch uit en begaf zich naar de afgesloten deur van de winkel.  Hij trok aan
het handvat.  Gesloten.

“Verdomme, verdomme!”  Hij rammelde aan de deur zijn frustratie af en stapte terug in zijn
wagen.  Er waren geen andere winkels in de buurt; de meest nabije supermarkt of
benzinestation was een goede vijftien minuten rijden van hier.  Hij dacht eerst van terug te
keren naar Chery om haar te zeggen dat het benzinestation gesloten was, maar kwam vlug op
zijn besluit terug.  Hij had die sigaretten nu echt nodig.  Zo startte hij de motor opnieuw en
zoefde weg van het parkeerterrein met gierende banden en opwaaiend stof.  

Aangekomen in de volgende stad, sprong hij uit zijn truck en duwde de deuren van de A&P
open.

“Een pakje Camel”, zei hij tot de man achter de toonbank.

“Is een light pakje O.K.” vroeg de man.  Roger knikte.  De man nam de sigaretten en plaatste
ze naast het kasregister.

“Nog iets?”

Roger pakte nog een aansteker uit een toonbankrekje en legde hem naast de sigaretten.
“Deze twee.  Dat is alles.” Zei hij met een diepe zucht.

“Vijf dollars”.

Roger tastte in zijn broekzak en bevroor bijna.

“Shit.” De man staarde onverschillig naar hem, wachtend op zijn geld. “Ik heb mijn
portemonnee gestoken in mijn jas thuis.”

“Het spijt me.” De man haalde zijn schouders op en greep naar de sigaretten om ze terug in
het rek te plaatsen.

Roger stak zijn hand uit om hem tegen te houden. “ Neen. Wacht.”

“Heb je geld of niet?”

“Ik heb deze sigaretten nodig.”

“Niet, als je er niet voor kunt betalen.”

“A.u.b. Mijnheer, ik heb deze sigaretten echt nodig.”

“Ze kosten vier dollars and vijftig centen.”

“A.u.b. Ze zijn zeer belangrijk voor mij.  Luister...”

“Jij kunt er niet voor betalen.”

“Verrek.” Mompelde Roger met ingehouden adem.  Hij sloeg op de toogbank.”Verrek!”

“Ik zal U moeten vragen om de zaak te verlaten als je daar niet mee stopt.”

“Kan je me dat pakje nu niet geven en ik kom morgen zeker terug met het geld.  Ik beloof het
je, ik zweer het.”

“Ik kan dat niet doen.”

Hij keek naar zijn horloge.  Cheryl zou nooit geloven dat hij niet bij Adèle was geweest als hij
thuis kwam zonder de sigaretten.  “Ik heb ze nodig.  Ik wil al het mogelijke doen.”
“Het spijt me.”  De man legde de sigaretten terug in het rek achter de toonbank.

“Ik wil er voor werken.  Ik...ik zal je wat verkopen.” Hij deed zijn horloge los van zijn pols.
“Hier neem mijn horloge.  Ik heb deze sigaretten nodig.”

De man schudde zijn hoofd.  “Als je geen geld hebt om iets te kopen, moet ik je vragen om de
zaak te verlaten.”

“Ik kan niet weggaan.  Ik heb sigaretten nodig.  Shit, geef mij je goedkoopste pakje.  Neem
mijn horloge, het kan mij niet schelen.  Neem mijn hemd, ik heb het niet nodig.  Maar ik moet
sigaretten hebben.”

“Dat kan ik niet doen, het spijt me.”

“Ik wil alles doen…om het even wat!”  Hij hoorde zijn stem zich verheffen in uiterste wanhoop,
en voelde een vloed achter in zijn keel, in zijn ogen.  Het leek erop dat hij ging verdrinken.  
Maar hij kon niets meer aanvangen; Cheryl zou niet geloven dat hij de sigaretten niet had
kunnen kopen; deze man weigerde ook maar een duimbreed toe te geven; zij zou weg zijn voor
het ontbijt, en Sarah met haar, wellicht zwaaiend met een paar bezittinggen in plastieken
zakken.  Alles was verloren.  Hij kon niet meer teruggaan naar Adèle.  Hij zou het nooit halen
op weg naar Frankrijk, zelfs niet buiten dit trailerpark.  Neen, als er al ooit een doel in zijn
leven geweest was, was dat nu definitief uitgeroeid.  

A.u.b.,” hoorde hij zichzelf zeggen in een krakende, natte stem die de zijne was en niet was.”
Geef mij toch een sigaret.  Of geef mij een halve sigaret...”



Enkele minuten later, verliet Roger de A&P, achterna geroepen door de winkelbediende die
dreigde de politie te bellen als hij nog een voet in de winkel zette zonder te willen betalen.  
Hij opende het portier van zijn truck en stak zijn hoofd tussen de passagierszetel en het
dashboard  op zoek naar wat achtergelaten wisselgeld.  Hij vond een cent en legde die in de
zweterige palm van zijn hand.





Misschien, dacht hij, heel misschien, kon hij genoeg geld bijeen rapen op de stoffige vloer van
zijn truck en in de spleten van het trottoir buiten om een goedkoop pakje sigaretten te kopen.  
Hij vond twee vijfcentstukken en een penny en sloot verbeten zijn vuist rond het heet, vuil
metaal van de geldstukken alsof hij de hoop zelf vasthield tussen zijn vingers.





(geplaatst op 07-06-2006)

terug naar boven
MARIEL BOYARSKY (USA)
keuze en vertaling Henri Thijs
(©The Summersetreview 2005)
Copyright © 2002/ 2009't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768