Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
GEHEEL VAN STREEK

Hij beschouwde zichzelf nooit als een verbannen politicus.  Hij verliet zijn land eerder
onder een vreemde impuls die werd gevormd in drie stadia.  Het eerste was toen hij
vier keer na elkaar werd benaderd door  bedelaaars in de straat.  Het tweede
ontstond toen een minister het woord Vrede uitsprak op de televisie en zijn rechteroog
onmiddellijk begon te beven.  En het  derde toen hij de naburige kerk betrad en zag
dat een Christus (niet de heilige, omkroond met kandelaars, maar een andere
terneergeslagen in een zijvleugel) aan het huilen was als een heilige.
Misschien dacht hij dat hij met te blijven in zijn land wel heel wanhopig ging worden en
hij wist maar al te goed dat hij niet voorbestemd was voor wanhoop, maar veeleer
voor een geestesvrij rondwaren, onafhankelijkheid en de meest eenvoudige vreugde.  
Hij hield wel van mensen, maar bleef toch graag afstandelijk.  Hij hield ook van het
landleven, maar werd op de duur al dat gebladerte en het gezucht naar de roet van de
grootsteden moe.  Stedelijke spanningen trokken hem wel aan, maar de dag zou
komen dat hij zich ingemetseld zou voelen door de geweldige cementblokken.
Daarom van zodra hij al de straten en wegen van zijn land had doorkruist, begon hij te
reizen naar andere landen, grenzen en zeeën.  En hij was verschrikkelijk verstrooid.  
Dikwijls wist hij zelfs niet een in welke stad hij was, maar dat zette hem geenszins aan
om dat te vragen.  Hij ging gewoon door met rond te trekken en als hij al eens
verdwaalde, kon het hem niet schelen langs een omweg terug te keren.  Als hij iets
nodig had,  om te eten of te slapen, bij voorbeeld, maakte hij gebruik van vier talen
zodat er wel altijd iemand was die hem verstond.  In het ergste geval moest hij zich
bedienen van de internationale gebarentaal.  
Hij placht te reizen met de trein of de bus, maar slaagde er ook in een lift te krijgen
van een auto of vrachtwagen.  Hij straalde immers vertrouwen uit.  De mensen
geloofden van hem de meest absurde dingen en dat was misschien omdat alles van en
rondom hem een beetje absurd leek.  Gewoonlijk reisde hij alleen, wat logisch was,
vermits geen man noch vrouw zoveel verstrooidheid  en wanorde van hem zouden
kunnen tolereren.
Telkens hij een grens overstak, toonde hij zijn reispas met een onverschillig of
mechanisch gebaar, en vergat dan weer onmiddellijk welke grens hij nu gepasseerd
was.  Hij bracht weinig tijd door in het centrum van de steden.  Hij verkoos de buurten
buiten de stad, waar hij goed kon opschieten met kinderen en honden.
Soms bracht een bepaald detail hem ertoe zich een beetje te oriënteren.  Maar niet
altijd.  Op een ochtend bevond hij zich dichtbij een kanaal en hij dacht dat hij in
Venetië was, maar het was Brugge.  Hij verwarde de Seine met de Rijn, en vice versa
bij wel drie verschillende gelegenheden.  Hij had ook geen kompas, maar oriënteerde
zich op de zon.  Maar  als de dagen regenachtig waren met donkere luchten, had hij
niet het flauwste benul waar het Noorden lag.  Maar dat stoorde hem eigenlijk niet,
vermits hij voor geen enkele windstreek een voorkeur had.
Op een middag realiseerde hij zich dat hij aan het wandelen was in Helsinki, omdat hij
op een telefoonboot de woorden PUHELIN las.  En dat was een van de weinige
informatiebronnen die hij kende van Finland.  Op een andere dag voelde hij een
alarmerende pijn van honger in zijn maag en nam een stukje kaas uit zijn knapzak.  
Terwijl hij met smaak kauwde op de kaas merkte hij plots dat hij leunde tegen een zuil
die hem de foto’s van de marmeren kolommen van het Parthenon in herinnering
bracht, en effectief, vanaf dat ogenblik besefte hij dat zich op de Acropolis bevond.  Ja,
hij was vreselijk verstrooid.  Op een ander ogenblik sneeuwde het en om te schuilen
tegen de koude ging hij de  moderne ondergrondse winkels binnen van Halle.  Toen hij
zes maanden later uit de ondergrondse winkels stapte in het centrum van Stockholm
was hij niet weinig blij dat het niet meer sneeuwde.

Van tijd tot tijd begaf hij zich ook naar luchthavens, maar reisde bijna nooit per
vliegtuug omdat hij na de check-in aan de balie en de afgifte van zijn handbagage
altijd op het terras ging kijken naar het opstijgen en landen van de grote vliegtuigen
en nooit enige aandacht schonk aan het herhaald afroepen van zijn naam door de
luidsprekers.  
Nochtans is het hem toch eens gelukt, zonder dat iemand maar kon raden welk
vreemd mechanisme hem daartoe had gebracht, om te blijven in de vertrekhal en
regelmatig in te schepen met de rest van de passagiers in een vliegtuig.  Toen hij ter
bestemming kwam en onverschillig als gewoonlijk zijn reispas toonde, keek de
immigratiebediende hem aandachtig aan en zei: “Kom met mij mee”.  Hij volgde
gedwee de bediende langs een lange verlaten gang.  Tot zij halt hielden aan een deur
met het opschrift  “Geen toegang” en de bediende de deur opende en hem gebood
binnen te gaan.  Onvoorbereid deed hij wat hem werd gevraagd.  Hij wou naar een
tafel gaan in het midden van de kamer, toen hij plotseling niets meer kon zien.  
Iemand achter hem had een kap over zijn hoofd getrokken.  Enkel dan begon hij te
begrijpen, niettegenstaande zijn verschrikkelijke verstrooidheid, dat hij opnieuw in zijn
eigen land was aangekomen.  


(geplaatst op 01-11-2004)

terug naar boven
EEN KORT VERHAAL VAN MARIO
BENEDETTI (2)
keuze en vertaling (naar het Engels van Marco de la Cruz-Heredia): Henri Thijs