Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
Ivón Gordon Vailakis (Ecuador) Keuze en vertaling Henri Thijs
|
BIOSCHETS
Ivón Gordon Vailakis woont in Quito, Ecuador. Haar meest recente dichtbundel
“Manzanilla del insomnio” (2202) kreeg in Ecuador de prestigieuze Jorge Carrera
Andrade Prijs. “Colibries en el exilio” (1997) werd genomineerd voor de Casa de
las Américas Award. Haar gedichten zijn verschenen in talrijke engelstalige
tijdschriften zoals “The Drunkenboat”, “Drexel Review”, “Frigate: Transverse
Review of Books”, enz. Zij publiceerde ook korte verhalen, alsmede vertalingen
van haar eigen poëzie en van Gabriela Mistral, Sandra Cisneros, Helena Maria
Viramontes e.a. in academische periodieken in Spanje, Chili, Ecuador en de USA.
Zij heeft twee werken in voorbereiding waarvan een over het kritisch oeuvre van
Gabriela Mistral en een ander over de figuur van La Llorona. Zij is hoogleraar aan
de Redlands University, California waar zij vooral Latijns-Amerikaanse literatuur
onderwijst.
VIER GEDICHTEN
Uit: Colibríes en el exilo
(El Conejó Press, Quito, Ecuador, 1997 )
Waarom je niet verbeelden
dat je naakt gaat voorbij het mos
wiens tederheid de weg omlijnt
waarvan de randen zijn weggevaagd
jij verkent iemands rug, door hem liefdevol te betasten
maar je onderzoekt niet hoe hij zich conformeert aan je aanraking
jij verkent hem alsof hij nieuwgeboren aarde was
en de grenzen van noord en zuid
verdwijnen als schorpioenen verloren
in de ingewanden van je haren
wij zenden het zaad uit
terwijl het geweer verroest
in de chaotische weelde van je mond
Waarom je niet verbeelden
dat jij het pak van donker wol draagt
en dat elke schakel van het halssnoer
door de namiddag wordt verslonden.
***
Denken dat de nacht de onderbreking
is van de kinderlijke droom
beraamd uit gemis aan originaliteit
denken
dat de andere dag verdween
in het spoelwater
en het toiletpapier
geen kanten koos
denken dat de zeep en de nacht
worden gemengd met het druppelen van water
en omdat er een tekort is
roep ik je niet
denken
dat alle dingen uiteenspatten
in de Golf
is als het zien van mijn grootmoeder die vol parfum
naar adem moet snakken
ik blijf rustig
Als de uiteinden van de cirkel elkaar niet raken
slingert het halssnoer heen en weer
zonder een kant te kiezen
laat niemand toe
van het vast te maken
***
IK BEN WOORD
Ik ben woord, ik ben stilte, en ik ben de grens tussen Europa en Amerika. Ik ben
een mestiza, ik ben mestiza van alle mestiza’s, ik ben tong, en ik ben tijd. Ik ben
grens; ik ben de grens tussen de Kolos van het Noorden en de Ariel van het
Zuiden. Ik ben alles en niets, ik ben dit en ik ben dit niet. Ik ben de wind en de
fluit. Ik ben een stuk Ecuadoriaanse klei gemengd met Duitse pottenbakkerij. Elk
bloed stroomt door mij; elk bloed is een met mij. Mijn schoot is de grens; mijn
schoot is de grens tussen Ecuador, Griekenland en de Verenigde Staten. Mijn
identiteit ligt onder de zolen van mijn voeten, ze zit in mijn vingernagels. Mijn
identiteit steekt de grens over. De grens is een moederland doorkruisen, verlaten
en stappen in het land van iemand anders. Mijn identiteit is altijd het voelen van
leegte in mijn schoot. Ik vind mijn evenwicht in de pose van de boom, ik vind
mogelijkheden, en ik vind vierentachtig mogelijkheden. Ik wil de toekomst zien in
het verleden. Ik probeer mijzelf te vinden in de tijd door de reflectie van de
zonnestralen op de ster van mijn spiegel. Ik ben de reflectie aan de andere zijde,
ik ken mijzelf niet. Ik ben niet dat gezicht, ik ben haar, en ik ben het niet. Ik ben
zwanger van woorden, ik ben heel mijn leven zwanger geweest, mijn benen zijn
gezwollen van plotse dromen, ik voel hongerig, en ik voel verlangens naar
woorden. De woorden op elke pagina zijn geschreven met het water dat brak uit
mijn baarmoeder. Zo worden gedichten geboren. Zij zijn geboren uit een
begeerte, uit een oog, uit een raam, uit een herinnering. Daarom zijn mijn
gedichten herinneringen aan een nooit geleefd verleden. Herinneringen van een
jeugd die ik nooit heb beleefd. Zij zijn herinneringen aan stilte, herinneringen van
het lichaam vanaf de toppen van mijn tenen tot aan de kroon van het hoofd. Dat
is wat ik ben. Dat is wat zij zijn. Ik ben de sfinx die zijn borst verheft, ik ben de
tijger die zijn staart likt. Ik ben degene die de toiletkom kuist, en ik ben degene
die bidt tot Boeddha in het Hebreeuws, ik ben een boom die beweert een arend
te zijn.
(I AM WORD)
***
SCHRIJVEN IS ADEMEN
Schrijven is ademen, is je kleren uitdoen met woorden, is jezelf ontkleden op het
ritme van de woorden, woorden die plaatsen en betekenissen verwisselen, en die
de hoop vuil oproepen die ik in mijn zak meedroeg toen ik mijn Ecuadoriaans land
verliet. Die hoop vuil die ik altijd bij heb omdat hij mij herinnert aan de ijsroom
met zwarte bessen die smelt aan beide hoeken van mijn mond, de wit gekroonde
vulkanen, de grasvlekken op mijn kousen na het stoeien met mijn neven, de wind
van de paramo fluisterend in mijn ingewanden, de vochtige bries van de kust die
zich windt rond mijn heupen, de straten met kinderkoppen, het aroma van de
chicha en hornado, de mengeling van bloed, het bezoek aan de synagoge en de
Santa Teresita’s kerk, de Torah en het rozenhoedje, de vasten en het eten van
fanesca met Pasen.
Schrijven is de woorden aanraken die groeien en wortel schieten diep in mij.
Schrijven is hetzelfde als zwanger zijn, vol magische woorden in mijn schoot,
woorden die gevoed zijn, woorden die groeien en slapen op mijn eigen
levensritme. Een dichter zijn betekent een blijvende staat van zwangerschap en
baring. De woorden komen in de wereld uit mijn baarmoeder, deze geboorte
wordt veroorzaakt door het aanraken van de huid, het aanraken van de
herinnering, het luisteren naar het geluid van kruipende mieren. Deze woorden
schreeuwen bij de eerste klap, het geknuffel, zij keren om, zij eten, zij voelen en
groeien. Zij verlaten de schoot omdat zij de tijd moeten verklaren, de pagina
moeten betoveren, zij moeten het onverklaarbare verklaren, en zij moeten van
elke dag een heilige dag maken. Schrijven is het gecorrigeerd woord corrigeren
dat de muze van verlangen bracht naar de pagina. Verlangen is de grootste
muze, een muze zonder geslacht, zonder gezicht, zonder een naam. Zij is
eenvoudig het verlangen om dat te zijn, om het verlangen te plakken op een witte
bladzijde, en te transformeren, leven te geven. Het woord komt uit de
baarmoeder, het woord komt naar de wereld en verandert zichzelf in een
bekoorlijke wereld. Dat is de daad van het schrijven van poëzie. Het is een
betovering. Het is het gedicht aanraken met de magische staf. Het is het gedicht
jou laten aanraken, je laten ruiken, zodat je ten slotte het orgasme van het
voltooid gedicht kunt voelen. Poëzie is woord en betekenis, het is de betekenis
van het woord in zijn zaligst ogenblik. Het bevindt zich op de plaats waar ik het ik
vind zonder kleren, zonder poses, zonder een gelaat. Het is een wezen zonder
angsten, dat vliegt over de bladzijde als een fee en de woorden omzet in
gefluister, in lucht, in herinnering, in stilte.
Schrijven in het Spaans in de US is een daad van grenzen overschrijden. Het is
oversteken naar de andere zijde, naar de zijde van de moedertaal, en strijden
met het woord van de ander. Het is een reddingsdaad ten einde te duiken en te
vloeien in de taal van de schoot. Spaans is de taal die ik leende van de buur uit
het Zuiden, het is de taal die woord en stem is, het is de taal die geen echo heeft,
het is een taal waarnaar ik luister als naar een wiegellied. Het is de taal van mijn
dromen, het is de taal die mij naar de dageraad brengt, en het is de taal waarmee
ik de eenzaamheid verdrijft, want eenzaamheid komt zeker wanneer je ver weg
van je land woont, van je familie, van je vrienden, van je straten uit de kindertijd,
van de bergen, van het lawaai van de stad. Zo komt stilte naderbij, zij komt
langzaam, want stilte en isolatie van de andere culturen, komt eraan en laat mij
kijken naar mijzelf als een vreemde, als een vervreemd inwoner van een wereld
die mondiaal is, naar consumptie en geld georiënteerd, een wereld die de mijne
niet is, maar toch de mijne is. Vandaag is van mij, gisteren heb ik ontleend en de
herinnering bedriegt mij altijd. Het is de wereld die mij redt en terugbrengt naar
die wereld die de mijne is, een wereld waarvan ik geloof dat de mensheid één is,
waar ik gedichten schrijf die de ziel van anderen raken, waar ik poëzie lees die de
slapende ziel kan wekken, en waar ik ophoud met deze regels te schrijven zodat
de duif zijn poot kan uitstrekken.
(TO WRITE IS BREATHE)
(geplaatst op 24-09-2004)
terug naar boven
