Ivón Gordon Vailakis (Ecuador)
Keuze en vertaling Henri Thijs
BIOSCHETS

Ivón Gordon Vailakis woont in Quito, Ecuador.  Haar meest recente dichtbundel
“Manzanilla del insomnio” (2202) kreeg in Ecuador de prestigieuze Jorge Carrera Andrade
Prijs.  “Colibries en el exilio” (1997) werd genomineerd voor de Casa de las Américas
Award.  Haar gedichten zijn verschenen in talrijke engelstalige tijdschriften zoals “The
Drunkenboat”, “Drexel Review”, “Frigate: Transverse Review of Books”, enz. Zij
publiceerde ook korte verhalen, alsmede vertalingen van haar eigen poëzie en van
Gabriela Mistral, Sandra Cisneros, Helena Maria Viramontes e.a. in academische
periodieken in Spanje, Chili, Ecuador en de USA.  Zij heeft twee werken in voorbereiding
waarvan een over het kritisch oeuvre van Gabriela Mistral en een ander over de figuur
van La Llorona.  Zij is hoogleraar aan de Redlands University, California waar zij vooral
Latijns-Amerikaanse literatuur onderwijst.


VIER GEDICHTEN


Uit:  Colibríes en el exilo
(El Conejó Press, Quito, Ecuador, 1997 )

Waarom je niet verbeelden
dat je naakt gaat voorbij het mos
wiens tederheid de weg omlijnt
waarvan de randen zijn weggevaagd
jij verkent iemands rug, door hem liefdevol te betasten
maar je onderzoekt niet hoe hij zich conformeert aan je aanraking
jij verkent hem alsof hij nieuwgeboren aarde was
en de grenzen van noord en zuid
verdwijnen als schorpioenen verloren
in de ingewanden van je haren
wij zenden het zaad uit
terwijl het geweer verroest
in de chaotische weelde van je mond

Waarom je niet verbeelden
dat jij het pak van donker wol draagt
en dat elke schakel van het halssnoer
door de namiddag wordt verslonden.


***


Denken dat de nacht de onderbreking
is van de kinderlijke droom
beraamd uit gemis aan originaliteit

denken
dat de andere dag verdween
in het spoelwater
en het toiletpapier
geen kanten koos

denken dat de zeep en de nacht
worden gemengd met het druppelen van water
en omdat er een tekort is
roep ik je niet

denken
dat alle dingen uiteenspatten
in de Golf
is als het zien van mijn grootmoeder die vol parfum
naar adem moet snakken
ik blijf rustig

Als de uiteinden van de cirkel elkaar niet raken
slingert het halssnoer heen en weer
zonder een kant te kiezen
laat niemand toe
van het vast te maken

***

IK BEN WOORD

Ik ben woord, ik ben stilte, en ik ben de grens tussen Europa en Amerika.  Ik ben een
mestiza, ik ben mestiza van alle mestiza’s, ik ben tong, en ik ben tijd.  Ik ben grens; ik
ben de grens tussen de Kolos van het Noorden en de Ariel van het Zuiden.  Ik ben alles
en niets, ik ben dit en ik ben dit niet.  Ik ben de wind en de fluit.  Ik ben een stuk
Ecuadoriaanse klei gemengd met Duitse pottenbakkerij.  Elk bloed stroomt door mij; elk
bloed is een met mij.  Mijn schoot is de grens; mijn schoot is de grens tussen Ecuador,
Griekenland en de Verenigde Staten.  Mijn identiteit ligt onder de zolen van mijn voeten,
ze zit in mijn vingernagels.  Mijn identiteit steekt de grens over.  De grens is een
moederland doorkruisen, verlaten en stappen in het land van iemand anders.  Mijn
identiteit is altijd het voelen van leegte in mijn schoot.  Ik vind mijn evenwicht in de
pose van de boom, ik vind mogelijkheden, en ik vind vierentachtig mogelijkheden.  Ik wil
de toekomst zien in het verleden.  Ik probeer mijzelf te vinden in de tijd door de reflectie
van de zonnestralen op de ster van mijn spiegel.  Ik ben de reflectie aan de andere
zijde, ik ken mijzelf niet.  Ik ben niet dat gezicht, ik ben haar, en ik ben het niet.  Ik ben
zwanger van woorden, ik ben heel mijn leven zwanger geweest, mijn benen zijn
gezwollen van plotse dromen, ik voel hongerig, en ik voel verlangens naar woorden.  De
woorden op elke pagina zijn geschreven met het water dat brak uit mijn baarmoeder.  Zo
worden gedichten geboren.  Zij zijn geboren uit een begeerte, uit een oog, uit een raam,
uit een herinnering.  Daarom zijn mijn gedichten herinneringen aan een nooit geleefd
verleden.  Herinneringen van een jeugd die ik nooit heb beleefd.  Zij zijn herinneringen
aan stilte, herinneringen van het lichaam vanaf de toppen van mijn tenen tot aan de
kroon van het hoofd.  Dat is wat ik ben.  Dat is wat zij zijn.  Ik ben de sfinx die zijn
borst verheft, ik ben de tijger die zijn staart likt.  Ik ben degene die de toiletkom kuist,
en ik ben degene die bidt tot Boeddha in het Hebreeuws, ik ben een boom die beweert
een arend te zijn.

(I AM WORD)

***

SCHRIJVEN IS ADEMEN

Schrijven is ademen, is je kleren uitdoen met woorden, is jezelf  ontkleden op het ritme
van de woorden, woorden die plaatsen en betekenissen verwisselen, en die de hoop vuil
oproepen die ik in mijn zak meedroeg toen ik mijn Ecuadoriaans land verliet.  Die hoop
vuil die ik altijd bij heb omdat hij mij herinnert aan de ijsroom met zwarte bessen die
smelt aan beide hoeken van mijn mond, de wit gekroonde vulkanen, de grasvlekken op
mijn kousen na het stoeien met mijn neven, de wind van de paramo fluisterend in mijn
ingewanden, de vochtige bries van de kust die zich windt rond mijn heupen, de straten
met kinderkoppen, het aroma van de chicha en hornado, de mengeling van bloed, het
bezoek aan de synagoge en de Santa Teresita’s kerk, de Torah en het rozenhoedje, de
vasten en het eten van fanesca met Pasen.
Schrijven is de woorden aanraken die groeien en wortel schieten diep in mij.  Schrijven is
hetzelfde als zwanger zijn, vol magische woorden in mijn schoot, woorden die gevoed
zijn, woorden die groeien en slapen op mijn eigen levensritme.  Een dichter zijn betekent
een blijvende staat van zwangerschap en baring.  De woorden komen in de wereld uit
mijn baarmoeder, deze geboorte wordt veroorzaakt door het aanraken van de huid, het
aanraken van de herinnering, het luisteren naar het geluid van kruipende mieren.  Deze
woorden schreeuwen bij de eerste klap, het geknuffel, zij keren om, zij eten, zij voelen
en groeien.  Zij verlaten de schoot omdat zij de tijd moeten verklaren, de pagina moeten
betoveren, zij moeten het onverklaarbare verklaren, en zij moeten van elke dag een
heilige dag maken.  Schrijven is het gecorrigeerd woord corrigeren dat de muze van
verlangen bracht naar de pagina.  Verlangen is de grootste muze, een muze zonder
geslacht, zonder gezicht, zonder een naam.  Zij is eenvoudig het verlangen om dat te
zijn, om het verlangen te plakken op een witte bladzijde, en te transformeren, leven te
geven.  Het woord komt uit de baarmoeder, het woord komt naar de wereld en verandert
zichzelf in een bekoorlijke wereld.  Dat is de daad van het schrijven van poëzie.  Het is
een betovering.  Het is het gedicht aanraken met de magische staf. Het is het gedicht
jou laten aanraken, je laten ruiken, zodat je ten slotte het orgasme van het voltooid
gedicht kunt voelen.  Poëzie is woord en betekenis, het is de betekenis van het woord in
zijn zaligst ogenblik.  Het bevindt zich op de plaats waar ik het ik vind zonder kleren,
zonder poses, zonder een gelaat.  Het is een wezen zonder angsten, dat vliegt over de
bladzijde als een fee en de woorden omzet in gefluister, in lucht, in herinnering, in stilte.
Schrijven in het Spaans in de US is een daad van grenzen overschrijden.  Het is
oversteken naar de andere zijde, naar de zijde van de moedertaal, en strijden met het
woord van de ander.  Het is een reddingsdaad ten einde te duiken en te vloeien in de
taal van de schoot.  Spaans is de taal die ik leende van de buur uit het Zuiden, het is de
taal die woord en stem is, het is de taal die geen echo heeft, het is een taal waarnaar ik
luister als naar een wiegellied.  Het is de taal van mijn dromen, het is de taal die mij
naar de dageraad brengt, en het is de taal waarmee ik de eenzaamheid verdrijft, want
eenzaamheid komt zeker wanneer je ver weg van je land woont, van je familie, van je
vrienden, van je straten uit de kindertijd, van de bergen, van het lawaai van de stad.  Zo
komt stilte naderbij, zij komt langzaam, want stilte en isolatie van de andere culturen,
komt eraan en laat mij kijken naar mijzelf als een vreemde, als een vervreemd inwoner
van een wereld die mondiaal is, naar consumptie en geld georiënteerd, een wereld die de
mijne niet is, maar toch de mijne is.  Vandaag is van mij, gisteren heb ik ontleend en de
herinnering bedriegt mij altijd.  Het is de wereld die mij redt en terugbrengt naar die
wereld die de mijne is, een wereld waarvan ik geloof dat de mensheid één is, waar ik
gedichten schrijf die de ziel van anderen raken, waar ik poëzie lees die de slapende ziel
kan wekken, en waar ik ophoud met deze regels te schrijven zodat de duif zijn poot kan
uitstrekken.

(TO WRITE IS BREATHE)

(geplaatst op 24-09-2004)

terug naar boven
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768