Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
JOE SALERNO (N.Amerikaanse Poëzie)
"De dichter van de drievoudige liefde" door HenriThijs

Joe Salerno werd geboren in de Bronx op 2 april 1947 en verhuisde met zijn
familie naar New Yersey toen hij zeven jaar oud was.  Hij studeerde Engelse taal
en letterkunde aan de universiteit van Fairleight waar hij tevens uitgever was van
het literair tijdschrift Now.  Hij promoveerde aan de universiteit van Michigan
onder de bevoegde leiding van eminente dichters zoals Donald Hall en Robert
Hayden.
In 1972 behaalde hij de “Hopwood Award”, de meest prestigieuze poëzieprijs van
Michigan.  Andere befaamde auteurs wonnen eerder deze prijs zoals Arthur Miller,
John Ciardi, X.J.Kennedy, Jane Kenyon en Gregory Orr.
Ofschoon hij een doctorale graad had en enkele jaren als docent fungeerde aan de
universiteit, verplichtten familiale omstandigheden hem om te gaan werken in de
private sector als een ‘technisch schrijver’, een job die hij met verve volbracht
niettegenstaande zijn aangeboren aversie voor technologie in het algemeen.  Hij
publiceerde regelmatig gedichten in beroemde tijdschriften als Wormwood Review
en Yankee.
Hij stierf aan longkanker op 22 november 1995 en liet een vrouw en drie kinderen
achter.
Na zijn dood ontdekte men nog honderden ongepubliceerde gedichten en
manuscripten.  Een selectie hieruit werd postuum uitgegeven onder de titel “ONLY
HERE” onder de auspiciën van “The Skylands Writers Association”.  
Zijn werk werd erg gewaardeerd door vele gekende dichters waaronder Donald
Hall die over zijn poëzie het volgende schreef:” De grootste karakteristiek van Joe
Salerno’s poëzie is zijn liefde voor de wereld van de dingen, van het vlees en van de
taal.”  

Uit het werk “ONLY HERE” koos en vertaalde Henri Thijs drie gedichten.

ENKEL HIER

Ik ontwaak
Met het blauwe stuk
Van een droom in
Mijn hand.  En stil liggend
Op het wolkige hoofdkussen,
Nog voor het eerste woord van de dag
Zijn betekenis uitstrooit over de wereld,
Laat ik de ochtendregen
Alles worden wat ik ben.

En in het karige
Stenen licht, worden de gewone
Beloftes van mijn leven overgedaan,
Terwijl ze zichzelf zijdeachtig
Vastklampen als regen tegen het raam
En mijn auto glazuren als een witte roos
In de oprijlaan.

En de droom
Koud nu, wordt weggeblazen
Als een verhaal, en mijn vrouw
Verroerend naast mij, met de vederachtige aanraking
Van ons eerste kind dat zich keert
In haar gezwollen buik.  Beneden
Wacht de keuken.  Niets moet er
Worden gedaan.  Alles wat slaapt
Gaat nu ontwaken, de dag staat op
Als een machtige klok in de stilte.

Door het openen van onze ogen
Verheffen wij de wereld; het universum
Walst als regen uit de haartjes
Van onze wimpers.  Enkel hier
Leren onze doodgewone ogen de eeuwigheid te ontdekken –
Er is niets anders hier.  De lust
Is deze vlakte waarin we gaan;
Deze armoede waar we naar toe rijzen
Op het einde van een droom –
Het dagelijks sacrament van
Onze voeten die de vloer
Raken.


LIED VAN DE TULP

Ik sta alleen
in mijn grootse hoogte.
Ik rijp niets

anders dan mijn eigen wortels.
Het verval van de wereld
is mijn voeding.

Wat beneden mij gebeurt
gaat voorbij als de zijde
van de herfstplant;

En de sterren zijn
niets meer dan het gebrom van muggen
zwermend in de kuip

van mijn zomerschaduw.
Geen dood noch verdriet
noch het gedonder van het menselijk wedervaren

verroeren de enorme gerimpelde
steen van mijn stam.
Mijn geluk ligt in de zon

en de regen en de passionele
kunst van de wind
die als een geliefde beroert

het grootse groene spel
van mijn takken.
Wat sterft onder mij

moet niet rekenen op respijt,
maar wordt opgenomen door de tijd
en kort uitgezonden om te dansen:

een naamloos blad in de wijde
blauwe muziek van het weer.
En jij daar ver beneden,

opkijkend met je klein gezicht
wil ik niet huldigen.

Jouw menselijk hart
is niet meer dan een mussenei
weggeblazen uit het nest.

Maar indien je eens
uit eenzaamheid of wanhoop

mij wenst te benaderen,
druk dan je zwak handje
eerbiedig tegen

de oude huid van mijn bast.
Honderd jaar lang
zal jouw aanraking reizen door

elke ring van mijn immens
gepantserd hart, om me te vertellen
dat je hier waart.


IN DE DUISTERNIS

Met zijn hoofdje
Op mijn schouder, is mijn nieuwgeboren
Zoon in slaap gevallen.  In de duisternis
Houd ik hem stevig vast, met
Mijn wang teder tegen zijn voorhoofd – een violist
Die zijn instrument even heeft neergelegd
En rustig pauzeert bedwelmd
Door zijn eigen muziek.


SOMMIGE NACHTEN

Sommige nachten word ik gegrepen door paniek.

Een angst die uit mijn borst welt
Als een schitterende bloem. Dan wil ik gaan schuilen;
Mijn gezicht begraven in de zachte benen
Van mijn vrouw, of wegkwijnen in haar kus.

Uit deze holte in mijn zijde
Vertrek ik
In het spoor van mijn dagen.
En alles dat ik aanraak
Ontvlamt

En in mij voel ik dat vallen;
Verschrikt en bang om het los te laten.
Het openen van mijn ogen is een kreet.
En ik richt mijn stem als een geweer
In de duisternis en wacht.

Tijdens deze nachten slaap ik zo diep
En droom ik dat ik loop over bomen en huizen:
Verbluffende dromen waarin mijn geest
Intens en krachtig, door het denken alleen
Massieve voorwerpen kan verplaatsen.

terug naar boven