Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
"EPISTEL VAN DE SCHIPBREUK" van Bernal, Baranda, e.a.,
NetBook nummer 21 van Het Prieeltje Online.  Te lezen op de site van
Het Prieeltje Online (www.hetprieeltje.net), klikken op NetBook 21 of
klik hier.

In het eenentwintigste nummer van onze digitale bibliotheek getiteld EPISTEL
VAN DE SCHIPBREUK in de bekende serie van onze NetBooks komen
11 Amerikaanse dichters van nu aan bod in een vertaling van Henri Thijs.
Wellicht klinkt de titel van deze verzameling voor elke dichter als muziek in de
oren.  Lijdt immers niet elke poging van de dichter om het wonder van de taal
en zijn onderliggende fundamenten te vatten a priori schipbreuk?   Als er dan
nog een religieuze en meer specifiek een bijbelse dimensie wordt toegevoegd
aan dit fenomeen is het spreekwoordelijke hek wel helemaal van de dam.  
Dan hebben we in concreto te maken met een mystieke semantiek die elke
poëtische poging om klaarheid te brengen in het letterenbestand van een
gedicht fundamenteel verzwaart.  Maria Baranda de auteur van het
titelgedicht in deze merkwaardige bloemlezing heeft zich op dat gebied flink
van haar taak gekweten.  Om het verhaal van de mislukking (de schipbreuk
dus) van elke woordkunstenaar en in feite van de mens in de samenleving tout
court te sublimeren heeft zij het gekleurd met Bijbelse ingrediënten (het
epistel) en mystieke overpeinzingen.  Tevens brengt zij in dit proces het
oeroude genesisverhaal ter sprake om haar spirituele meditaties, die
overvloedig aanwezig zijn in deze verzen, te kruiden met het bravour van een
hele beschavingsgeschiedenis.  Centraal hierbij stelt ze in eerste instantie de
mens in al zijn complexiteit als individu en als collectief gegeven.  Voer
genoeg dus om je poëtische tanden op stuk te bijten en de queeste naar de
waarheid te voeden waar zij duidelijk stelt : "Aarde, geef mij mijn stem terug,
laat mijn dromen worden bezocht door de waarheid, open de nacht voor de
pracht van water."
Ook de andere dichters in deze verzameling dragen hun steentje bij aan deze
bewustzijnswording, zij het minder geprononceerd en op een luchtiger toon
waarin soms ook de relatieve humor (gelukkig maar!) om de hoek komt
kijken.  Stuk voor stuk interpreteren deze auteurs, die duidelijk tot de
nieuwste generatie dichters behoren op het uitgebreide Amerikaanse
continent, hun lijfelijke aanwezigheid door een verdichte afwezigheid (cf.
Mairym Cruz-Bernal.), hun identiteit door een spiegelbeeld (idem), hun
lijfelijke bestaan door het experiment, (cf. Christina Davis).  Hun credo is een
respons op "het geloof in het geweld van het niet-weten" (Zawacki). Maar
dan wel in verschillende nuances eigen aan de stijl van schepping en
inventiviteit van de verschillende belijders.  Zo onthult Mairym Cruz-Bernal,
de jonge Puerto-Ricaanse dichteres in deze verzameling, haar magisch-lyrisch
opus met een open blik op de wereld om haar heen en op het leven in het
bijzonder.   Zij haalt de mosterd bij haar bewogen passionele openheid,
kwetsbaarheid en zelfs rebellie. In een sterke epische, prozaïsche stijl en met
een uiterst eenvoudige woordenschat geplukt uit de dagelijkse omgangstaal
zoekt zij contact met de lezer om haar ongemeen sterk gedachtegoed
ruchtbaar te maken. Elizabeth Alexander snijdt dan weer met een harde,
onbuigzame hand de oude wonde open van de rassenstrijd die in het
Amerikaanse continent zo veel pijn en bloed heeft laten vloeien.  Ook zij
gebruikt de typische verhaaltrant om haar boodschap een aanvaardbaar en
plausibel karakter mee te geven in een land dat nog steeds verscheurd
aankijkt op een fenoneem dat op zijn minst geheimzinnige en geheime
connotaties opwekt.  Rae Armantrout daarentegen streeft de eenheid na in
een universum dat al rondtollend ook de tijd rond maakt.  Begrippen als haat
en afgunst hebben geen zin als men ze plaatst op een bord van relativiteit.  
Zeer laconiek en ludiek verwoordt hij deze gedachte door zijn stelling dat
"hoe hard de woorden ook opwellen in onze geest, het volstaat ze nog harder
uit te spreken om hen minder overtuigend te doen klinken".  En daarmee
krijgen de lezers hun lesje in wellevendheid. Voor Mark Conway is er "altijd
de rivier en dan een rijzen uit een wit bed". Want "Troje brandt in zijn
bibliotheek", zijn schilderijen branden en God is een brandweerofficier die
niets anders doet dan brandjes blussen in een (kaart-)spel.  Voor deze
brandblusser is het verleden opgebrand en eigenlijk blijven branden.  M.a.w.
er is geen weg terug.  Het is allemaal - de geschiedenis, het heden, het
verleden, de toekomst - een ruige stokebrand die opflakkert in een zinloos,
gefingeerd spel.  Daarom is het wellicht beter in deze sfeer van
onverschilligheid en onuitkoombaarheid te doen zoals Christina Davis
voorstelt en als dichter "zijn lichaam te schenken aan de wetenschap".  Zo zal
men merken dat bij een grondige dissectie ervan slechts "duisternis" stroomt
naar buiten".  Haar naamgenoot Susan Davis  ziet het allemaal veel
optimistischer en romantischer in.  Voor haar is de liefde de drijfveer van alle
leven.  Zij (de liefde) is "de muscia nuova", het orgel van een nieuwe muziek,
de dikke parelring die men moet blijven dragen een leven lang.   Een nog
grotere berusting en overgave stralen uit de verzen van Stuart Dischell.  Voor
hem geniet "de avond" de voorkeur om de passies en de opwinding te laten
webebben "over de heuvels van lavendel en te laten rusten op het water"
Want alleen de avond (= de wijsheid, de ervaring, de leeftijd) weet wat
werkelijk belangrijk is.  En waarom altijd zo bloedserieus tegen het leven
aankijken?  In de "voorlopige tuinen" van het dagelijks bestaan groeit er altijd
wel wat, al moet men dan wel beschikken over "de groene vinger" van Mev.
A  zoals in het gedicht van Claire Hero.  Met een zekere maar rasechte
humor de dagelijkse omgeving te lijf gaan, kan een gelukkig tegengewicht
vormen voor de overvloed van fijnzinnige beschouwingen.  In "het epistel van
de schipbreuk" is ook nog plaats voor het kleinburgerlijk verhaal van de
dagdagelijkse beslommeringen die zich vaak concentreren binnen de
contouren van een huistuin.  Daar kun je bezwaarlijk met veel goede wil nog
het voorwerp worden van wilde bewondering op voorwaarde dat je je inlaat
met de "dialectiek van het aanzien", zoals Cal Bedient doet.  De mystieke
overpeinzing tenslotte dat het leven zijn weg zoekt voorbij het eindige dat
dood heet in onze denkwereld, wordt door de laatste auteur in de rij,
Andrew Zawacki,  resoluut aangetoond met mooie, heldere verzen die geen
twijfel laten bestaan over de oneindigheid van het scheppingsproces dat in
feite het leven is.  Hij for:muleert het in zijn credo zeer gevat als volgt:

"Ik geloof niet dat dingen herboren worden in het vuur.  Ik geloof dat ze
worden geconsumeerd door het vuur, en dat het vuur een eigen leven leidt."

Redenen te over dus om zich onder te dompelen in meer van dat fraais door
ons nieuw NetBook met een gezonde gulzigheid te raadplegen op onze
webstek www.hetprieeltje.net, kiezen voor NetBooks Lezen en klikken op
nummer 21.  


terug naar boven
ONDER DE LEESLAMP

"GELOVEN IN HET GEWELD VAN HET
NIET-WETEN"
door Henri Thijs