"NANCY A. HENRY - INTIEME DOORN / intimate thorn", 70 blz. Vertaling Henri
Thijs.
NetBook nummer 57 bij ’t Prieeltje Online

Ze staat niet vermeld in de beruchte "The Academy of American Poets" en hoort
dus officieel nog niet thuis in de literaire en culturele canon van dit ontzaglijk
groot land met zijn duizenden dichters en auteurs die het literaire landschap
kleuren als de “painted desert” van het maatschappelijk of culturele leven.  
Waarschijnlijk omdat ze nog te jong is en nog niet de belangrijke schijnwerkers
van de algemene beroemdheid over zich heeft weten glijden.  Nochtans kan ze een
indrukwekkend c.v. van haar schrijverscarrière voorleggen en wist ze bij voorbeeld
reeds meer dan 5 Pulitzernominaties in de wacht te slepen.  Ook bracht ze het
voor mekaar om in niet minder dan  200 tijdschriften te publiceren en kreeg ze in
heel literair Amerika de meest lovende kritieken voor haar uitgebreid poëzie-
oeuvre.  En met recht en reden trouwens.  
Als dichter van intieme (zie de titel) liefdeslyriek weet zij als geen ander de
traditionele valkuilen die een dergelijk thema vergezellen handig te ontlopen,
zoals daar zijn: anekdotiek, clichématige rijmelarij, oppervlakkige woordkeuzes en
melige inhoud met oervervelende verzen.  Integendeel.  Zij schrijft haar
boodschap uit in een verstaanbare taal die echter uitblinkt in een doorgedreven
metaforiek die de uiterste grenzen aftast van het medium. Zij doet dit middels
een onafgebroken stroom van zinnen en woorden die als de schakels van een
wondermooie lange ketting naar een verrassende ontknoping leiden. Alhoewel haar
onderwerp hoofdzakelijk betrekking heeft op de liefde (alsook de algemene
klassieke thema's van het leven zoals ziekte, dood, religie, maatschappij) is er
hoegenaamd geen sprake van een soort belijdenispoëzie. Want haar taal is eerder
universeel en kosmisch getint en hoedt zich voor al te felle lapidaire onthullingen
die zoals gezegd in dit soort poëzie wel eens aan de orde zijn.

De "intieme doorn" is het begrip dat in haar poëzie concreet en abstract gestalte
krijgt. Het is geen enkelvoudig begrip dat zomaar simpelweg kan worden geduid,
maar herbergt een amalgaam van stemmingen, emoties en maatschappijkritische
referenties. Het is zowel de tedere liefde als de gemene dood, de kosmische
verhevenheid als de aardse verloedering; de doorn als mes van de dood maar ook
als steek van verlangen; de doorn als de stille en eeuwig aanwezige verwekker
van het bestaan, maar ook als angel van gehechtheid, samenleven en hoop op
betere tijden. Zelf formuleert ze het zo:

LUISTER


De ziel woont in de mond van de duisternis,
zingend in gebroken talen.
Er bestaat geen geheime wijsheid.
De ziel kan anders haar
ervaring hier niet verklaren;
zo vele verschrikkingen en illusies.
Er is slechts de intieme doorn.
Het voedsel van de ziel: praal, onkruid,
Birmaanse Jezabel, glasvleugel.
Bruuske vervoering in
een asiel van kraaien.
Er bestaat geen geheime wijsheid.
Er is slechts de intieme doorn.

(Listen)

Toch of liever desondanks zulke rechtlijnige en haast wetenschappelijke
benadering van haar onderwerp kan ze ook passioneel overkomen, maar dan met
een verzenrijkdom die de verbeelding tot in de uiterste geleding aanwendt en
uitpuurt tot op de bodem zoals in het volgende prachtige gedicht:

LOFZANG AAN DE SPRAAK

Natte paarse zeehond spelend
in de blauwe opwelling van passie
jij neust rond in dit aangespoelde schip
van mij
op zoek naar een gezonken schat
in donkere ondergelopen kajuiten

Expressionistisch meester
jij ontwaart mijn ruggengraat met vuur
schildert licht over mijn dijen
met plagende borstelstreken
van fijn zand

IJverige schrijver
jij tekent met een ganzenveer de vreemde
hiërogliefen van de liefde
bij kaarslicht
op elke verborgen plek
boven mijn knieën
onder mijn haar

Kolibrie, nectarzoeker
mijn lichaam een nachtelijk bloeiende
sterrenjasmijn die zich opent
voor de zomerbries
van je adem
hypnotische wierookgeur
die jouw intrede
in elke geheime plaats
verkent

Heimelijke engel
jij hebt zelfs
de grote steen weggerold
die mijn hart afsloot
met een gebaar
dat je brengt
van dak naar vloer
wijl je met een hefboom
de wereld schudt
een woord schept
liefde

(Hymn to Tongue)


Strofen om van te snoepen en te genieten en die toch de zo noodzakelijke afstand
bewaren tot het onderwerp en altijd refereren aan beelden uit de natuur, de bijbel,
de kosmos.  De grote verdienste van deze verzen is dat zij altijd dat “afgezeurde”
onderwerp liefde weten te plaatsen in een grotere maatschappelijke, ik zou bijna
zeggen, universele context van natuur, religie en kosmos.  Veel nadruk ligt hierbij
op het betrekkelijke van de dingen, de broosheid ook van het gegeven dat nu eens
explodeert in een (beheerste) orgie van klanken om dan weer braafjes de
vergankelijke aard te ondergaan:

Als je hart moet breken, laat het dan morsen
en overlopen over deze hete, kapotte straten.
De ogen branden, jij sluit ze,
keer terug naar je wieg van nachtmerries,
ga op je zachte stappen terug in de nacht.
Voor even, verlaat je jouw subtiele kathedraal
van bloed en beenderen, en stijg je op in een andere dimensie
om de lagere wijsheid waar te nemen.

(Uit:Dit boek van littekens)

Het litteken dat ons blijft merken en herinneren aan de broosheid, uitbundigheid
ook en trage vergankelijkheid wordt veroorzaakt door de al of niet zichtbare
“intieme doorn” die er altijd is en zal blijven.   Er is niets anders.  De doorn
prikkelt de zinnelijke lust, wekt de gevoelens op van vreugde en pijn, maar
wakkert ook permanent het realiteitsbesef aan van:

waar wij
een voor een ons eigen lam zijn, geslacht voor de tocht.

Wij zeiden het al van bij de aanvang: dit is ijzersterke lyriek met een kosmisch
gehalte waar geen zinnig kruid tegen gewassen is.  Een bundel om van te
genieten en vooral van te leren in een teder en moreel duidelijk onderbouwd
perspectief.  En dit alles – en dat is misschien nog de grootste verdienste – in een
duidelijke, verstaanbare, dagelijkse spreektaal.


terug naar boven
                ONDER DE LEESLAMP

« IJZERSTERKE (LIEFDES-)LYRIEK IN EEN KOSMISCH JASJE »
door Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768