Copyright © 2002/ 2008: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met
en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
"NANCY A. HENRY - INTIEME DOORN / intimate thorn",
70 blz. Vertaling Henri Thijs. NetBook nummer 57 bij ’t
Prieeltje Online

Ze staat niet vermeld in de beruchte "The Academy of
American Poets" en hoort dus officieel nog niet thuis in
de literaire en culturele canon van dit ontzaglijk groot
land met zijn duizenden dichters en auteurs die het
literaire landschap kleuren als de “painted desert” van
het maatschappelijk of culturele leven.  Waarschijnlijk
omdat ze nog te jong is en nog niet de belangrijke
schijnwerkers van de algemene beroemdheid over zich
heeft weten glijden.  Nochtans kan ze een
indrukwekkend c.v. van haar schrijverscarrière
voorleggen en wist ze bij voorbeeld reeds meer dan 5
Pulitzernominaties in de wacht te slepen.  Ook bracht
ze het voor mekaar om in niet minder dan  200
tijdschriften te publiceren en kreeg ze in heel literair
Amerika de meest lovende kritieken voor haar
uitgebreid poëzie-oeuvre.  En met recht en reden
trouwens.  
Als dichter van intieme (zie de titel) liefdeslyriek weet
zij als geen ander de traditionele valkuilen die een
dergelijk thema vergezellen handig te ontlopen, zoals
daar zijn: anekdotiek, clichématige rijmelarij,
oppervlakkige woordkeuzes en melige inhoud met
oervervelende verzen.  Integendeel.  Zij schrijft haar
boodschap uit in een verstaanbare taal die echter
uitblinkt in een doorgedreven metaforiek die de uiterste
grenzen aftast van het medium. Zij doet dit middels
een onafgebroken stroom van zinnen en woorden die
als de schakels van een wondermooie lange ketting
naar een verrassende ontknoping leiden. Alhoewel haar
onderwerp hoofdzakelijk betrekking heeft op de liefde
(alsook de algemene klassieke thema's van het leven
zoals ziekte, dood, religie, maatschappij) is er
hoegenaamd geen sprake van een soort
belijdenispoëzie. Want haar taal is eerder universeel en
kosmisch getint en hoedt zich voor al te felle lapidaire
onthullingen die zoals gezegd in dit soort poëzie wel
eens aan de orde zijn.

De "intieme doorn" is het begrip dat in haar poëzie
concreet en abstract gestalte krijgt. Het is geen
enkelvoudig begrip dat zomaar simpelweg kan worden
geduid, maar herbergt een amalgaam van stemmingen,
emoties en maatschappijkritische referenties. Het is
zowel de tedere liefde als de gemene dood, de
kosmische verhevenheid als de aardse verloedering; de
doorn als mes van de dood maar ook als steek van
verlangen; de doorn als de stille en eeuwig aanwezige
verwekker van het bestaan, maar ook als angel van
gehechtheid, samenleven en hoop op betere tijden.
Zelf formuleert ze het zo:

LUISTER


De ziel woont in de mond van de duisternis,
zingend in gebroken talen.
Er bestaat geen geheime wijsheid.
De ziel kan anders haar
ervaring hier niet verklaren;
zo vele verschrikkingen en illusies.
Er is slechts de intieme doorn.
Het voedsel van de ziel: praal, onkruid,
Birmaanse Jezabel, glasvleugel.
Bruuske vervoering in
een asiel van kraaien.
Er bestaat geen geheime wijsheid.
Er is slechts de intieme doorn.

(Listen)

Toch of liever desondanks zulke rechtlijnige en haast
wetenschappelijke benadering van haar onderwerp kan
ze ook passioneel overkomen, maar dan met een
verzenrijkdom die de verbeelding tot in de uiterste
geleding aanwendt en uitpuurt tot op de bodem zoals
in het volgende prachtige gedicht:

LOFZANG AAN DE SPRAAK

Natte paarse zeehond spelend
in de blauwe opwelling van passie
jij neust rond in dit aangespoelde schip
van mij
op zoek naar een gezonken schat
in donkere ondergelopen kajuiten

Expressionistisch meester
jij ontwaart mijn ruggengraat met vuur
schildert licht over mijn dijen
met plagende borstelstreken
van fijn zand

IJverige schrijver
jij tekent met een ganzenveer de vreemde
hiërogliefen van de liefde
bij kaarslicht
op elke verborgen plek
boven mijn knieën
onder mijn haar

Kolibrie, nectarzoeker
mijn lichaam een nachtelijk bloeiende
sterrenjasmijn die zich opent
voor de zomerbries
van je adem
hypnotische wierookgeur
die jouw intrede
in elke geheime plaats
verkent

Heimelijke engel
jij hebt zelfs
de grote steen weggerold
die mijn hart afsloot
met een gebaar
dat je brengt
van dak naar vloer
wijl je met een hefboom
de wereld schudt
een woord schept
liefde

(Hymn to Tongue)


Strofen om van te snoepen en te genieten en die toch
de zo noodzakelijke afstand bewaren tot het onderwerp
en altijd refereren aan beelden uit de natuur, de bijbel,
de kosmos.  De grote verdienste van deze verzen is dat
zij altijd dat “afgezeurde” onderwerp liefde weten te
plaatsen in een grotere maatschappelijke, ik zou bijna
zeggen, universele context van natuur, religie en
kosmos.  Veel nadruk ligt hierbij op het betrekkelijke
van de dingen, de broosheid ook van het gegeven dat
nu eens explodeert in een (beheerste) orgie van
klanken om dan weer braafjes de vergankelijke aard te
ondergaan:

Als je hart moet breken, laat het dan morsen
en overlopen over deze hete, kapotte straten.
De ogen branden, jij sluit ze,
keer terug naar je wieg van nachtmerries,
ga op je zachte stappen terug in de nacht.
Voor even, verlaat je jouw subtiele kathedraal
van bloed en beenderen, en stijg je op in een andere
dimensie
om de lagere wijsheid waar te nemen.

(Uit:Dit boek van littekens)

Het litteken dat ons blijft merken en herinneren aan de
broosheid, uitbundigheid ook en trage vergankelijkheid
wordt veroorzaakt door de al of niet zichtbare “intieme
doorn” die er altijd is en zal blijven.   Er is niets
anders.  De doorn prikkelt de zinnelijke lust, wekt de
gevoelens op van vreugde en pijn, maar wakkert ook
permanent het realiteitsbesef aan van:

waar wij
een voor een ons eigen lam zijn, geslacht voor de
tocht.

Wij zeiden het al van bij de aanvang: dit is ijzersterke
lyriek met een kosmisch gehalte waar geen zinnig kruid
tegen gewassen is.  Een bundel om van te genieten en
vooral van te leren in een teder en moreel duidelijk
onderbouwd perspectief.  En dit alles – en dat is
misschien nog de grootste verdienste – in een
duidelijke, verstaanbare, dagelijkse spreektaal.


terug naar boven
ONDER DE LEESLAMP

« IJZERSTERKE (LIEFDES-)LYRIEK IN EEN
KOSMISCH JASJE »
door Henri Thijs