Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
"DE HUIVER VAN DE STILTE" van Bo Carpelan, NetBook nummer 19
van Het Prieeltje Online.  Te lezen op de site van Het Prieeltje Online
(www.hetprieeltje.be), klikken op NetBook 19.

Finland is zoals Canada (en België uiteraard) begenadigd met een tweetalige
cultuur. Het Fins behoort als taal tot de Fins-Hongaarse familie die o.m.
omvat het Fins, het Hongaars en een tiental talen gesproken in de vroegere
Sovjet-Unie (het Gos van nu), en is totaal verschillend van de Scandinavische
talen. Maar omdat het land gedurende meer dan zes eeuwen deel uitmaakte
van Zweden, was het Zweeds niet alleen de officiële maar tevens ook de
gangbare taal gebruikt in de literatuur tot in de tweede helft van de
negentiende eeuw. De thans nog geschreven en gesproken variant ervan
wordt nu genoemd het Fins-Zweeds. Parallel met de folkloristische poëzie in
het Fins, van waaruit het epos Kalevala is ontstaan, heeft de literatuur
geschreven in het Fins-Zweeds meer dan ooit gebloeid in de voorbije eeuw.
En floreert zij nog steeds met een grote intensiteit dankzij enkele belangrijke
vertegenwoordigers die haar erfgoed niet alleen in standhouden maar ook
blijven cultiveren. Een van de belangrijkste hiervan ervan is ongetwijfeld de in
1926 in Helsinki geboren Bo Carpelan wiens oeuvre zowel belangrijke
romans als vele dichtbundels omvat. Lange tijd was hij bibliothecaris
(adjunct-directeur van de Gemeentelijke bibliotheek van Helsinki), een
beroep dat hem in staat stelde zijn grote voorliefde voor boeken en de
bibliofilie bot te vieren, en werd daarna ook journalist en literair criticus van
het dagblad Hufvudstatdsblades. Hij redigeerde met succes een doctoraal
proefschrift over de in het algemeen als moeilijk ervaren dadaïstische auteur
Gunnar Björling (1887-1960) waarvan invloeden later duidelijk zichtbaar
worden in zijn werk (o.a. zijn voorliefde voor het laconisme, korte en
beknopte stijlvormen, zijn morele visie). Zijn bundel Dagen vänder (1983)
bvb. alludeert meer dan expliciet naar het werk van Björling. Carpelan is een
veelzijdig auteur die niet alleen 14 dichtbundels bij elkaar schreef, maar
daarnaast ook essays, stukken voor radio en televisie, verscheidene romans
(waaronder de voornaamste "Axel") en zelfs boeken voor kinderen
produceerde.

Invloeden waaraan hij schatplichtig is, buiten de reeds genoemde Björling,
zijn o.m. de werken van de dichter Georg Trakl, de Franse auteurs Jacob en
Eluard en boven alles het werk van Wallace Stevens. Maar niettegenstaande
deze diverse invloeden is en blijft de poëzie van Carpelan uiterst origineel.
Zelf formuleert hij het aldus: " In de poëzie heb ik een voorkeur voor de
eenvoud en de eerlijkheid van de verzen; ik verafschuw de pronkzuchtige
zinnen en de overbodige versieringen in de taal". Deze wil om "van twee
woorden er drie nieuwe te construeren", die zoektocht naar het geringst
mogelijke effect (het minimalisme) gaan bij hem gepaard met een sterk
onderbouwd verlangen naar morele eerlijkheid en integriteit zoals die zich het
best uit in zijn bundel "De binnenkoer" (waarvan het titelgedicht werd
opgenomen in onze bloemlezing).  Immers in deze publicatie roept hij tegelijk
een nostalgische en vertederde evocatie op van zijn jonge jaren "als het kind
van zijn eigen jeugd".

Aangezien de natuur in het uiterst strenge winterse noorden uitdrukkelijk deel
uitmaakt van de dagelijkse beslommeringen, is het misschien normaal dat ook
hij er zijn belangrijkste bron van inspiratie vindt. Maar niet zonder meer. Voor
hem is de natuur een metafoor van de taal, zij is zelf taal. In een essay
(November credo) van 1984 verklaarde hijzelf wat dit voor hem betekende
in de context van zijn schrijven: "Het landschap is een uitgestrekte ruimte.
Deze taalruimte bestaat in ieder van ons wellicht impliciet en nog niet ten volle
uitgedrukt in meer of mindere mate, maar toch aanwezig". Het is "dit
uitdrukken", dit bezig zijn met taal, het creatieve proces van ieder van ons dat
hem het meest aanspreekt. Hij gelooft dat schrijven, lezen en het gebruik van
taal in het algemeen het basisingediënt is van de vitaliteit van het leven. In een
interview stelde hij: " Taalarmoede betekent ook gebrek aan ervaring en
training. Het is een tragedie voor elk menselijk wezen dat zich niet kan
bedienen van de taal."

Er bestaat een landschap van de wereld, van onze eigen plaats in die wereld,
van ons leven, van ons zijn, van onze dood, van onze geest en verbeelding. In
zijn gedichten voltrekt zich een eigenaardige wisselwerking tussen al die
plaatsbepalingen die hij, in het bewustzijn van de aanwezigheid van elk van
hen, onderling laat integreren en samen harmoniëren in een soort mystieke
commune. Dit alles verwoordt hij in een uiterst gevatte stijl, helder en puur,
met een minimum van beelden, scherp en precies, hetgeen zijn verzen een
broze lyrische schoonheid meegeven gestoeld op een gedegen menselijke
ervaring van gewaarwordingen en intrinsieke gevoelens. Maar vergissen we
ons niet. Onder de spaarzame woorden en de eenvoud van de beelden,
rusten uitgestrekte oneindigheden, vriendelijke echos, mysteries, pijnen,
tekens en signalen. In de poëtische wereld van Bo Carpelan is het gewone
dagelijkse verloop van het leven in zijn eenvoud en vrede, met zijn tragedies
en vreugden, even resonant als de kosmos zelf.

In het huidige Finland tenslotte wordt zijn poëzie gezien als een belangrijke
loot van het Zweedse modernisme evenals van de modernistische Finse
traditie van het begin van vorige eeuw gepersonaliseerd door figuren zoals
Edith Södergran. Carpelan bewerkstelligt in zijn oeuvre op een briljante wijze
een zachte synthese tussen deze twee belangrijke culturen van zijn land
hetgeen zich ook manifesteert in zijn werk als vertaler vermits hij de auteur
Paavo Haavikko uit het Fins in het Zweeds heeft vertaald. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat het geheel van zijn oeuvre bekroond werd met de hoogste
literaire onderscheiding nl. de Prijs van de Noorse Raad in 1977 en met de
Prijs Finlandia in 1993.

Uit de bloemlezing "Bo Carpelan, Room without walls" (London, Forest
Books 1987) koos en vertaalde
Henri Thijs een dertigtal gedichten van deze
auteur naar 't Engels van Anne Born.

terug naar boven
ONDER DE LEESLAMP

DE EENVOUD EN EERLIJKHEID IN DE POEZIE
VAN BO CARPELAN
door Henri Thijs