Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
STUART Z. PERKOFF Keuze en vertaling Henri Thijs
|
BEATDICHTER … OF TOCH WEER NIET !
Voor feedback over het fenomeen van de "beatpoëzie" in de States , lees onze
column "DE BEATPOËZIE IN DE USA" en klik hier!
Als tiener begreep Stuart Z. Perkoff reeds Karel Marx’s dictum: “Verander de
wereld”. Hij had een andere kant van de wereld leren kennen radicaal tegengesteld
aan de respectabele, conventionele huiselijke levensstijl van voorheen door in een
slonzige stadsbuurt te duiken en te belanden in het ruwe en miezerige milieu van een
arbeidersbar. Als een logisch gevolg van zijn eigen natuur die er een was van een
“klaslokaalrebel” en de invloeden die hij onderging van de oude linksen in de
samenleving, sloot hij zich aan bij de communistische partij en begon haast tegelijkertijd
poëzie te schrijven.
In zijn meest toegankelijk werk “The Venice Poems”, opgenomen in zijn grote
verzamelbundel “Voices of the Lady: Collected Poems”, na een soort van familiale of
stammenlegende te zijn geweest, beschreef hij zijn jeugdige emoties en de ervaring die
hij opdeed in St.Louis:
“het werd genoemd “Klein Bohemen” & en we gingen daar dikwijls. De
eigenaar
was een jonge schilder met een lange Slavische naam & en een mooie vrouw.
Het feit dat zij geen beha droeg & dat zij niet eens waren
gehuwd was zeer belangrijk voor ons
evenals de jukebox met zijn beethovenkwartet & zijn politieke liedjes,
en de discussies het bier,
ik schreef er gedichten die patchen slecht na-aapten, & discussieerde er over de
liefde &
trotsky met ex-stalinisten met verrotte ogen verloren ergens tijdens
het wachten op de hamer die ging neerkomen
………
het was 1947
onze verwachtingen waren hooggespannen
de griezelige huizen & rommel van de wereld
stonden op het punt te worden vernield
‘de muur!de muur! de muur!’ schreeuwden we
breek hem af
breek hem af”
(bladzijden 273-274)
Maar hij werd bekritiseerd door die oude comintern cultuurcritici voor het schrijven
van liefdesgedichten. Maar hij ging zijn weg en vond dat er meer perspectieven
geboden werden in een grotere gemeenschap van outsiders eens dat hij zich vestigde in
New York City.
Hij was nog geen achttien in die tijd en scheen reeds Rimbauds aanmaning die luidde
“Verander het leven” te hebben gehoord die de surrealist had gepaard aan Marx’
uitspraak van “Verander de wereld”. Het onderscheid zat hem in het cultiveren van
zijn eigen opstand in plaats van zichzelf te wijden aan de omverwerping van de basis en
superstructuren van de maatschappij. Dit zou uitmonden in een revolutie van het
bewustzijn. Dit kwam neer op wat Kenneth Rexroth expliciteerde in zijn essay
“Disengagement: The Art of the Beat Generation”: “…Dylan Thomas heeft de mensen
gewezen op de ruïne en de wanorde van de wereld. Charlie Parker en Jackson
Pollock wilden de wereld vervangen door een kunstwerk.” De eigenlijke bedoeling van
dit essay was aan te tonen dat de Beatartiesten en –dichters het voorbeeld van die
twee hadden gevolgd. En niet in het minst ook Perkoff.
Nochtans in “The Hidden Revolution” distantieert Perkoff zich duidelijk van de a-
politieke ingesteldheid van zijn collega door te verklaren: ”Ik ben altijd politiek gezind
geweest, Man!” Maar op dit punt kan zijn politieke houding worden bestempeld als
een soort “tribalisme”.
In zijn boek “Venice West, The Beat Generation in Southern California” (Rutgers
University, 1991), beschrijft John Arthur Maynard heel precies de wijze waarop
Perkoff zichzelf identificeert met Mozes uit het Bijbelverhaal. Hij hoopte om de
stamgetrouwen van zijn volk te leiden uit een corrupt keizerrijk naar een beloofd land
van rechtvaardig leven. In zijn geval, was het eerder een fictioneel of verbeeld beloofd
land dat “Venice-West” heette en dat was gelegen in een ietwat rommelig gebied van
de dominante maatschappij. Hij vond er zijn weg dankzij zijn huwelijk en de stichting
van een familie met Suzan Perkoff in 1949. Hij ontdekte er een Boheemse
gemeenschap die hem aanvaardde en wat belangrijker is die hem beter paste dan de
omgeving van San Francisco of die achtergelaten in New York City.
In “Venice” werd hij ingewijd in een andere stammenpraktijk die meer wordt
geassocieerd met de bevolking van het pre-colombiaanse Amerika. Dat was nl. het
gebruik van substanties om de sjamaanse ervaring op te doen en zich eigen te maken te
einde te kunnen communiceren met de andere leden van zijn stam. Vanop een afstand
van meer dan een halve eeuw, is het soms moeilijk voor hen, die nooit
experimenteerden met het gebruik van marihuana, wat voor een uitzonderlijke ervaring
die afweek van het dagelijkse leven dat wel was in die periode. Men moest zich
gedragen volgens de groep en worden voorgedragen door een lid om te kunnen
deelnemen aan een ceremonie die een specifieke rituele geaardheid in zich droeg. Eens
aanvaard in de gemeenschap werd men toegelaten in de met kaarsen verlichte kamer
om te gaan zitten in een cirkel en de sacramentele pijp door te geven. Dat
vertegenwoordigde dan duidelijk een onuitgesproken maar vaste sociale etiquette
nodig om te kunnen meedraaien in de stam en deel te nemen aan het overeenkomstig
sociaal ritueel.
In deze nieuwe adoptieomgeving, vond Perkoff het alternatief dat hij gezocht had voor
een repressieve, conformistische maatschappij. Hij is misschien ook wel de meest
succesrijke van de dichters die bestempeld werden als Beat door het invoeren van het
jargon van de underdogs in zijn poëzie. En uit zijn poëtica straalde een bewuste poging
om terug te keren naar de puurheid van de taal der primitieven.
Zoals alle Boheemse gemeenschappen die hem waren vooraf gegaan, wijdden Perkoff
en zijn groep zich volledig aan kunst, aan het intens beleven van het bewustzijn, en aan
de onvermijdelijke vrijwillige status van poverheid en armoede.
Zijn ongebreidelde toewijding tot de poëzie droeg voor het eerst vruchten toen hij in
1956 zijn eerste bundel “The Suicide Room” publiceerde bij Jargon Society Press.
Hierin vinden we reeds al de ingrediënten terug die later een blijvende waarde krijgen
in zijn gans oeuvre. Woorden zoals : messen, manen, spiegels, nachten, muziek, dood
en liefde, zijn in de hele bundel overvloedig terug te vinden. Neo-classicistische
elementen van W.C.Williams en Erza Pound zijn eveneens ruimschoots van de partij.
In de kring van zijn tijdgenoten gelijkt zijn poëzie eigenlijk niet zo veel op de dichters
die als Beatgeneratie doorgaat maar veeleer op het werk van zijn vrienden en collega-
zwervers zoals Robert Creeley, Cid Corman en Charles Olson. Zijn gedichten zijn
tevens ook verschenen samen met de drie genoemden in het tijdschrift van Corman
Origin 2 in 1951.
Na de publicatie van “The Suicide Room” komt hij in contact met een oudere,
professionele auteur en dichter Lawrence Lipton. Deze laatste was een grote
aanhanger van de Beatgedachte en zocht jonge auteurs om zijn groep te versterken.
Hij was ook een grote voorstander van de herinvoering van de jazz-poëziebeweging
die in San Francisco op sterven na dood was en gaf ze een nieuwe naam, nl. “jazz
canto”. Met enkele collega-dichters zoals de genoemde Rexroth en Saul White en
muzikanten zoals Buddy Collette, Bud Shrank, Fred Katz en Shorty Rogers richtte hij
“The West Coast Poetry and Jazz-festival” in in 1958 dat vier dagen duurde en
waaraan ook Perkoff actief deelnam.
Door ongebreidelde deelname aan zulke concerten kwam zijn relatie met zijn vrouw
onder druk en probeerde hij wat geld in de lade te krijgen voor hun onderhoud door
de oprichting samen met Rudy Croswell van een ontmoetingsplaats “Venice West
Expresso Cafe”. Het blazoen van dit café kreeg het opschrift mee: ART IS GOD IS
LOVE. Zijn café werd weldra het centrum van de Beatcultuur in Zuid-Californië maar
slechts voor korte tijd. Excessen leidden naar de sluiting ervan wat al een even grote
publieke gebeurtenis was als de opening.
Zijn verzameld werk “Voices of the Lady” refereert naar Perkoff’s oordeel van hoe de
poëzie tot hem is gekomen, nl. vanwege een muze die hij het hof moest maken en die
hij noemde “ De dame”. In een rationele, materialistische eeuw worden verscheidene
psychologische verklaringen opgedist om de idee van een bestaande onafhankelijke
muze of goddin te staven.
Voor Perkoff is het poëtisch genie exogeen, een entiteit die ligt buiten de dichter. De
mannelijke dichter krijgt aldus toegang tot de vrouwelijke kant van zijn
persoonlijkheid. Jungs concept van de anima is hier niet ver af. De dichter combineert
mannelijke creativiteit en ambitie met de vrouwelijke intuïtie en gevoeligheid.
Onder de druk van het pover huiselijk leven en zijn extreme gerichtheid tot kunst
bezwijkt zijn echtgenote al gauw. Het komt dan ook vlug tot een scheiding.
Voor korte tijd krijgt zijn bekendheid korte vleugels en wordt hij zelfs uitgenodigd om
regelmatig op te treden in T.V.shows waar hij gevraagd wordt zijn Beatgedachtegoed
aan de man te brengen. Hij doet dat overigens met veel verve, maar zijn succes is
ingevolge zijn marginaal leven maar van korte duur en greep plaats in 1960 hetzelfde
jaar waarin zijn werk wordt opgenomen in Donald Allens befaamde bloemlezing “The
New American Poetry 1945-1960”. Dan gebeurt er een markant keerpunt in zijn
leven dat het begin van zijn ondergang als mens inluidt. Omwille van drugsverslaving
verlaat hij zijn gemeenschap om een tijd te verblijven in Mexico waar de drugs
goedkoper zijn. Bij zijn terugkeer was hij dezelfde persoonlijkheid niet meer en
ofschoon hij nooit stopte met het werken aan kunstwerken, bracht een drugstraffiek
hem vijf jaar in de cel. Ontslagen uit de gevangenis in 1971 op de leeftijd van veertig
jaar was hij een langharige, gebaarde en gebroken man. Zich vestigend in Marin
County begon hij wat te werken in een textielweverij en heeft zelfs gepoogd een tijdje
opnieuw samen te leven met zijn vrouw. Alhoewel hij bleef deelnemen aan de
vroegere rituelen bleef hij af van de hard drugs en probeerde hij wat geld opzij te
leggen voor de opening van een eigen boekenwinkel “Wolf Rivers Books” in Larkspur.
Alhoewel hij ver verwijderd bleef van zijn jeugdige toewijding en ongebreidelde passie
voor poëzie is het ironisch genoeg in deze periode dat hij nog enkele bundels
publiceerde voor hij stierf aan kanker in 1974, nl. “Eat the Earth (1971)”, “Kowboy
Pomes (1973)”, en de rijpere bundel “Alphabet (1973)” waarin elk gedicht wordt
voorafgegaan door een letter uit het Hebreeuws alfabet.
Al zijn werken gepubliceerd en niet evenals alle publicaties verschenen in tijdschriften
werden gebundeld in zijn verzameld werk "“VOICES OF THE LADY: COLLECTED
POEMS”
Uit dit magistrale werk vertaalde Henri Thijs vijf gedichten van Perkoff.
VIJF GEDICHTEN UIT “VOICES OF THE LADY”
GEBED BIJ HET OPENEN VAN EEN NIEUW NOTITIEBOEK
Dame, mijn ziel, naakt, bevend
Koud van angst & liefde, in een poging om zichzelf
voor een ogenblik te omarmen
Zwarte ziel van
Menselijke vernieling, zwarte ziel van
Menselijke pijn, mijn pijn, mijn, mijn pijn, jouw geschenk
Zwart van haat & liefde
Zwart van kinderen & geschonden graven
Zwart van het versneden slachtoffer te zijn
Van jouw grenzeloze kracht
Zwart is mijn ziel
De jouwe, & dit
Notitieboek, even naakt & blootgesteld
Als jij.
Kom naar mij liefste, moeder, muze
Als jouw verlangens vragen naar mijn
Ziel van donkerte &
Vrees, mijn tong gehamerd tot pulp
Mijn ogen die enkel zien
Wat jij hen toont
Kom naar mij, en vul deze blanco pagina’s
Met mijn kreten & gebeden
Kom naar mij, en vul deze lege bladzijden
Met mijn kreten & gebeden
Vul ze met Jou, de vlindervleugel van mijn dromen.
(INVOCATION OPENING A NEW NOTEBOOK)
ODE AAN DE DROEFHEID
het is niet
verloren. wat
geweest is.is. op
de toekomst wordt
enkel gehoopt. een deur
gaat dicht, er ontstaat
duisternis. in de
duisternis
dringt pijn in mijn hoofd
die van binnen
mijn ogen uitperst
beelden verandert
op schilderijen
nog opgesloten
in handen
geluiden
van ongeschreven gedichten
duiken terug in de stilte
de stilte
(ODE TO SADNESS)
DE ZELFMOORDKAMER
Ik heb in mijn hoofd een kamer van de dood:
bruine muren (de dood van de lente), een vage adem van
zeegeur, een ring van messen van elke soort
cirkelend rond een centrale mat.
De falende levens
vergezeld van platte trommels,
verdovende hoorns, geplukte snaren.
De orkestleider komt,
gaat zitten op de mat. Bedienden brengen
hem papier en pen. Hij vermaakt zijn filosofie
aan de wereld en bindt zijn ogen toe. En blind sterft hij.
Dit is de kamer waar ik naartoe ga als mijn geest
niet verder geraakt dan zijn verborgen lot.
Ik smeed de muziek en de messen tot
een macht die over de doden heerst.
Ik laat de doden
achter in deze kamer als ik lang genoeg
de kracht behoud om voorbij het punt te gaan
voorbij hetwelk men mogelijk nooit kan gaan.
(THE SUICIDE ROOM)
LIEFDE IS DE STILTE
liefde is de stilte van waaruit
de vrouw spreekt. het vrouwelijk
land. het treurende land.
ik stal
deze beelden uit de
mond van een wild meisje. ik ben
een heks. Ik speel met de
dood. zei ze. ik vecht ermee.
het gedicht is mijn gevecht, zei ik. van een andere
soort.
alhoewel ik er eens naar hunkerde om
die twee machten
waar ze elkaar kruisen
in mijn handen te nemen
& naar believen
op te warmen.
haar lippen bewogen in de donkere kamer. blauw van
de koude te kussen. de vrouw is
stilte, zei ze
van een andere soort.
(LOVE IS THE SILENCE)
ZONDER TITEL
dichters van de wereld, wees
voorzichtig. Ik kan het niet
genoeg
herhalen. Ik weet
en weet
zeg jullie dat ik weet
dat ze staat te wachten en te waken op elke straathoek
dat ze loert in de donkere deuropeningen & door lege vensters
dat ze onvermoeibaar heen & weer wandelt en roept in de alle straten van de wereld
kijk uit, jullie dwazen, jullie zijn zowel blind
als doof, dat is net een van de dingen die zij haat.
Wees voorzichtig, dichters.
Het is niet genoeg
van een mooi woord
naast een ander te plaatsen
of een of ander beeld
Het opsmukken van jullie verzen
zal jullie niet helpen tegen deze geslepenheid
Dit is werkelijk
een ernstige zaak. Neem
dekking, dichters.
Als zij klopt op de deur.
zitten jullie te bibberen in je volgekakte schoenen?
Groeien er rozen uit jullie neusgaten?
Zij komt.
Zij komt
Zij komt door de deur.
Zij komt langs de trap.
Zij opent de deuren van de slaapkamers & met haar glurende ogen
Zij wil geen verhalen horen
Zij wil geen liederen horen
Ik denk dat zij haar buik vol heeft van gezangen.
Zij is genadeloos.
Zij weet wat jullie hebben gedaan
Het heeft geen zin zitten te grienen of sprookjes op te dissen
Daar zijn jullie trouwens te bedreven in.
Zij zal het terugnemen. Het is van haar. Zij wil het terug.
Ren dichters, ren.
Verberg jullie, dichters, verberg jullie.
Wees voorzichtig
Neem dekking
Ik waarschuw jullie
Want ik weet het. Ik zeg jullie dat ik het weet.
Zij loopt de straten op & neer, in & uit de huizen, in het
Donker & het licht. Zoekend. Kijkend. schreeuwend. Genadeloos
Elke donkere ziel onderzoekend.
Ik waarschuw jullie
zij is meedogenloos zoals je dat van haar kunt
verwachten.
Het is van haar. Jullie weten het. Als zij jullie vindt
zal zij het terugnemen.
(UNTITLED)
DE BARBAAR UIT HET NOORDEN
voor Allen Ginsberg
blind als rozen
zitten we ’s avonds in kamers die wijzelf hebben uitgekozen
kamers gevuld met gecompliceerdheden van vele delicaat gestructureerde delen
die verbijsteren & fascineren, & veranderen van uitzicht & uitingen
alles met zijn afgelijnde limieten
alles gemarkeerd en geclassificeerd
alle aspecten gekend
alle nieuwe structuren met aversie gekeurd
alles met uiterste ernst bekeken
Wat dan te zeggen van een man
die zijn kleren uitdoet in iemand anders eetkamer?
Moeten wij applaudisseren?
Wat betekent zijn naaktheid voor ons?
Wat geven wij om zijn gedichten?
Realiseren jullie zich dat hij in het licht staat? Hoe kan
men van mij verwachten dat ik lees?
Hij maakt te veel lawaai!
Hij spreekt een vuile taal!
Hij heeft een bad nodig!
Hij is zeker
stomdronken!
Ik hoop dat hij vlug zal beseffen dat het
welletjes geweest is nu
& dat wij andere leuke dingen hebben om ons te amuseren
als wij clowns willen zien
kunnen wij naar het circus gaan
is hij weg nu? Kan ik nu
buitenkomen?
(THE BARBARIAN FROM THE NORTH)
(geplaatst op 04-08-2004)
terug naar boven


VOICES OF THE LADY: Collected Poems, by Stuart Z.
Perkoff, Edited with an Introduction by Gerald T. Perkoff,
M.D., Foreword by Robert Creeley, The National Poetry
Foundation, University of Maine, 5752 Neville Hall, Room
302, Orono, Maine 04469, 1998, 486 pages, $49.95 cloth,
$19.95 paper.