Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Éluard Paul (1895-1952)
Keuze en vertaling : Henri Thijs
Frans dichter en een van de voornaamste epigonen
van het surrealisme

Paul Eugène Grindel, alias Paul Éluard, ziet het levenslicht in Saint-Denis, in de
periferie van Parijs.  Gedwongen zijn studies te onderbreken wegens een ernstige
tuberculoseaandoening (1912), wordt hij niettemin gemobiliseerd in 1914 bij het
prille begin van de Eerste Wereldoorlog: hij wordt militair verpleger.  Al worden
zijn eerste gedichten duidelijk beïnvloed door de literatuur van Jules Romains,
drukken zij vooral gevoelens van verschrikking en medelijden uit van een dichter
die op zoek gaat naar het pacifisme temidden van de dagelijkse verschrikkingen
van de oorlog (
Le devoir et l’Inquiétude, 1917); Poèmes pour la paix (1918).

In 1919 schaart hij zich voluit achter de activiteiten van de surrealistische groep
en volgt hij onverbloemd de weg van het literaire experiment .  Zoals de meeste
andere surrealistische auteurs, toont hij een intense belangstelling voor de
plastische kunsten en voornamelijk voor de fotografie en de schilderkunst; zijn
bundels worden trouwens dikwijls geïllustreerd door artiesten behorend tot de
“surrealistische equipe” aan dewelke hij op zijn beurt  vele gedichten wijdt (
A
Pablo Picasso, 1944)
evenals essays.  Zijn aanhankelijkheid aan de groep belet
hem nochtans nooit zijn respect en bewondering te uiten voor de poëzie van het
verleden – aan dewelke hij verschillende bloemlezingen heeft gewijd (
Première
Anthologie vivante de la poésie du passé, 1951
)-, noch van haar eigen esthetiek te
verdedigen gekenmerkt door een grote helderheid, een grote eenvoud van
uitdrukking en een op formeel vlak volmaakt classicisme.  
Al vlug manifesteert hij zich in de groep als de dichter van de liefde en de
gevoelens.  Zijn pijnlijke relatie met Gala, een jonge Russische die hij ontmoette in
1913 in een Zwitsers sanatorium en waarmee hij huwde in 1916, inspireerde hem
tot het schrijven van de bundel
Capitale de la douleur (1926).  Gala verlaat hem
voor Salvador Dali in 1930.  Het is tijdens een wereldreis dat hij Maria Benz
ontmoet ook genoemd Nush die zijn nieuwe echtgenote en zijn muze wordt: zij
ligt aan de bron van verschillende van zijn mooiste liefdesgedichten (
l’Amour, la
poésie, 1929; la Vie immédiate, 1932
).  De plotse dood van Nush in 1946 stort hem
terug in de wanhoop (
Le temps déborde, 1947), waarna hij opnieuw huwt met
Dominique Odette (
Lemort, 1914-2000), gebeurtenis die zijn beslag krijgt in zijn
bundel
Le Phénix (1951).  Voor Eluard is het liefdesgedicht geen stijloefening, noch
een eenvoudige liefdeshommage; het is een cerebrale uiting van de
bemiddelingsrol van de Vrouw, dit wezen dat voor de dichter een band schept
tussen de wereld en het poëtische universum: zijn inspiratiebron.  De vrouwelijke
muzen en de ideologische verwachtingen vormen de twee existentiële en
poëtische pijlers van de dichter Paul Eluard.

Toegetreden tot de communistische partij in 1926, samen met de meeste
surrealisten, werd hij uit de partij gestoten in 1933.  Toch zal hij niettemin verder
blijven ijveren voor een sociale poëzie toegankelijk voor iedereen (
Les Yeux
Fertiles, 1936; Cours naturels, 1938; Donner à voir, essai 1939
).  Als resoluut
geëngageerd dichter neemt hij langzamerhand afstand van het surrealisme, en
breekt hij zelfs met de beweging in 1938, om definitief terug te keren naar de
communistische partij in 1942.  Geshockeerd door de massamoord van Guernica in
1937, kiest hij positie voor het republikeins Spanje (“La Victoire de Guernica”,
“Cours naturel, 1938), en neemt dienst in de Weerstand.  Lid van een clandestien
netwerk, bezieler van het Comité national des Ecrivains (CNE), maakt hij van de
poëzie een gevechtsinstrument tegen de barbaarsheid door verschillende werken
te publiceren in de clandestiniteit.  Eerst en vooral
Poésie et Vérité (1942), met het
beroemde gedicht
“Liberté”. Verder ook les Sept Poèmes d’amour en guerre (1943)
en Au rendez-vous allemand (1944).  Na de oorlog gaat hij voort op zijn weg van
de politieke pro-communistische poëzie. (
Poèmes politiques, 1948).
Zowel in zijn politieke geschriften als in zijn andere poëtische werken uit deze
periode (
Poésie ininterrompue I, 1946; Corps mémorable, 1947; Poésie ininterrompu
II, posthume, 1953
), gaat Eluard verder met het gebruiken van een stijl die
tegelijk eenvoudig is en vervuld van prachtige metaforen (“De aarde is blauw als
een sinaasappel”) en kleeft hij een filosofisch gedachtegoed aan dat een band
legt tussen het humanisme en de revolutionaire aspiraties.


NEGEN GEDICHTEN

Om hier te leven
Maakte ik, verlaten door het azuur, een vuur,
Een vuur om te zijn, zijn vriend,
Een vuur om mij binnen te leiden in de winternacht
Een vuur om beter te leven.

Ik gaf hem wat de dag mij had gegeven:
De wouden, de struiken, de graanvelden, de wijngaarden,
De nesten en hun vogels, de huizen en hun sleutels,
De insecten, de bloemen, de pelsen, de feesten.

Ik leefde slechts met het gerucht van de knetterende vlammen
Slechts met het parfum van hun warmte
Ik was zoals een boot die zonk in het gesloten water
Als een dode had ik slechts een uniek element.

(
Uit: Choix de Poèmes) (N.R.F.)

***

GEVOLG

Slapen met de maan in een oog en de zon in het ander
Een geliefde in de mond een mooie vogel in de haren
Getooid als de velden de bossen de wegen en de zee
Mooi en getooid als de ronde van de wereld

Dan midden in het landschap
Tussen de takken van rook en alle vruchten van de wind
Benen van steen met zandkousen
Gehaakt aan de heupen aan alle spieren van de rivier
En de laatste zorg op een vervormd gezicht.

(SUITE)

* * *

DE VERLIEFDE

Zij zit recht op mijn oogleden
En haar haren liggen in de mijne,
Zij heeft de vorm van mijn handen,
Zij heeft de kleur van mijn ogen,
Zij gaat onder in mijn schaduw
Zoals een steen op de zon.
Zij heeft altijd  haar ogen open
En laat mij niet slapen.
Haar dromen in het volle licht
Doen de zonnen verdampen,
Brengen mij aan het lachen, wenen en lachen,
En aan het praten zonder iets te zeggen te hebben

(
“L’Amoureuse” uit: Capitale de la Douleur) (N.R.F.)

* * *

IK HEB HET JE GEZEGD


Ik heb het je gezegd voor de wolken
Ik heb het je gezegd voor de boom van de zee
Voor elke golf voor de vogels tussen de bladeren
Voor de keien van het geluid
Voor de familiale handen
Voor het oog dat gezicht of landschap wordt
En de slaap verleent hem de hemel van zijn kleur
Voor de ganse dronken nacht
Voor de tralie van de straten
Voor het open raam voor een bedekt voorhoofd
Ik heb het je gezegd voor je gedachten voor je woorden
Elke streling elk vertrouwen blijven voortleven

(
L'Amour de la Poésie (1928)). (N.R.F.)

* * *

ZONDER WROK

Tranen van de ogen, de ongelukken van de ongelukkigen,
Ongelukken zonder belang en tranen zonder kleuren,
Hij vraagt niets, hij is niet ongevoelig,
Hij is droevig in de gevangenis et droevig als hij vrij is.

Het is een droevige tijd, het is een zwarte nacht/
om geen blinde buiten te zetten.  De sterken
zijn gezeten, de zwakken hebben de macht
En de koning staat recht naast de zittende koningin.

Lachen en verzuchtingen, verwijten rotten
in de mond van de stommen en in de ogen van de lafaarden.
Neem niets: dit brandt, dit vlamt!
Uw handen zijn gemaakt voor uw zakken en uw voorhoofden.

(SANS RANCUNE)

* * *

Een schaduw…
Alle tegenspoed van de wereld
En mijn geliefde daarboven
Als een naakt dier

* * *

EERSTE VAN DE WERELD

aan Pablo Picasso

Gevangene van de vlakte, zieltogende gekkin,
het licht op jou verbergt zich, ziet de hemel:
hij heeft de ogen gesloten om zich te vergrijpen
aan jouw droom, hij heeft jouw kleed gesloten
om jouw ketens te verbreken.

Voor de vastgeklonken wielen,
schaterlacht een waaier
in de verraderlijke netten van het gras
De wegen verliezen hun glans.

Kun jij dan niet de golven grijpen
waarvan de boten amandelen zijn
in jouw warme en strelende handpalm
of in de kronkels van je hoofd?

Kun jij de sterren niet grijpen?  
Gespleten lijk jij op hen,
in hun nest van vuur verblijf jij
en jouw glans vermenigvuldigt er zich.

Vanuit de geknevelde ochtend wil een enkele kreet ontluiken,
een rondcirkelende zon ruist onder de schors,
hij zal zich gaan hechten aan jouw gesloten oogleden.
O tedere, als jij slaapt, mengt zich de nacht met de dag.

(PREMIERE DU MONDE)

***

DE ACHTERKANTEN VAN EEN LEVEN OF DE MENSELIJKE PYRAMIDE (1926)

Vooreerst werd een groot verlangen van pracht en praal mijn deel.  Ik had het
koud.  Heel mijn levend en ontaard wezen snakte naar de strengheid en de
majesteit van de doden.  Vervolgens werd ik bekoord door een mysterie waar het
vormelijke geen enkele rol speelt.  Nieuwsgierig naar een ontkleurde hemel
waaruit de vogels en de wolken zijn gebannen.  Ik werd slaaf van de zuivere
faculteit van het zien, slaaf van mijn irreële en maagdelijke ogen, onwetend van
de wereld en van henzelf.  Stille kracht.  Ik schrapte het zichtbare en het
onzichtbare, en ik verloor mijzelf in een spiegel zonder glas.  Onverwoestbaar,
was ik niet blind.  

(
Les dessous d'une vie ou La pyramide humaine (1926)

***

DE ONMOGELIJKE DAGERAAD

De grote tovenaar is dood!  En dit land van illusie is weggeveegd (Young)

Het is op een nacht als deze dat ik mij ontdaan heb van de taal om mijn liefde te
bewijzen en te tonen dat ik te doen had met een dove.

Het is op een nacht als deze dat ik op het loodrechte gebladerte frambozen
geplukt heb wit als melk, als dessert voor deze geliefde van slechte wil.

Het is op een nacht als deze dat ik geregeerd heb over koningen en koninginnen
opgesteld in een gang

van krijt!  Zij kregen slechts hun allure door het perspectief en als de eersten dan
al reusachtig groot leken, waren de laatsten in de verte zo klein dat ze nauwelijks
een zichtbaar lichaam hadden, en in fragmenten leken getekend.

Het is op een nacht als deze dat ik ze heb laten sterven, aangezien ik hun de
noodzakelijke dosis licht en rede niet kon geven.

Het is op een nacht als deze dat ik, goede speler, een net in de lucht heb doen
fladderen gemaakt van al

mijn zenuwen. En toen ik het oprolde, bleef er nooit een schaduw, noch een
plooi.  Niets was verloren.  De gure wind knarsetandde, de afgeknaagde hemel
daalde neer en toen ik gevallen ben, met een afschuwelijk lichaam, een lichaam
zwaar van liefde, had mijn hoofd zijn bestaansreden verloren.

Het is op een nacht als deze dat uit mijn bloed een zwart kruid is ontsproten dat
bij alle gevangenen schrik opwekte.  

(L'aube impossible)

* * *

NAUWELIJKS VERVORMD

Vaarwel droefheid
Goedendag droefheid
Je wordt geschreven tussen de lijnen van het plafond
Je wordt geschreven in de ogen waarvan ik hou
Jij bent helemaal niet rampzalig
want de armste lippen kondigen je aan
met een glimlach
Goedendag Droefheid
Liefde van de lieflijke lichamen
Kracht van de liefde
waarvan de beminnelijkheid rijst
als een monster zonder lichaam
Met het terneergeslagen hoofd
Droefheid schoon gelaat.

(
“À peine défigurée” uit: La vie immédiate)(N.R.F.)


(geplaatst op 07-10-2004)


terug naar boven
(Paul Eluard door Salvator DALI)