MTC CRONIN is een Australische dichteres die voor het eerst publiceerde in 1993 en
sindsdien reeds zeven dichtbundels liet verschijnen.  Haar werk werd genomineerd voor
talrijke prestigieuze prijzen.  Samen met Mireille Juchau en Caitlin Newton-Broad is zij lid
van Muse on Wheels, een groep schrijvers die workshops voor het schrijven organiseert  in
middelbare scholen.  Zij werkt aan haar doctorale scriptie “Poetry and Law: Discourses of
the Social Heart" aan de Universiteit van Technology.


Alles lijkt op iets dat eerst moet worden gezegd.  Nu wil ik vooral af van die hedendaagse
wereld omdat ik haar niet kan vatten.  We leven immers altijd in onze wereld. Daarin
schrijven we onze poëzie. Vervang ik haar met “tegenwoordigheid” zal ik “hedendaags” van
de hand doen met

DE NOTA

Ben ik een nota geworden?  Niet een om door iedereen te worden gelezen maar precies als
een geheugensteuntje voor mijzelf voor iets dat belangrijk leek, iets dat ik mij moet
herinneren om de zaken vlot te laten verlopen, voor feiten die niet te ver mogen
achterblijven of mij inhalen op de weg afgelegd in normaal tempo.  Dit heeft dan ook weer
niets te maken met het verleden. Wij hebben ze niet voor onszelf, weet je- eenvoudig een
modern idee dat stand hield toen alles begon uit te deinen en in te krimpen terzelfdertijd.  
De wereld liep verloren in een zeer kleine theorie en een microscopisch materiaaldeel –
zonder te weten wat het was – blies de omvang op van wat er ook geschiedde om het even
waar.  Zo kan men nu de dwaasheid zien van een persoonlijk verleden.  De nota geeft een
paar lijnen geschreven in de duisternis van mijn eigen hand die ik nu niet kan lezen.  Dat
ben ik. En wat het echt betekent jezelf te zijn.

Dan, voor een tijdje tenminste, leg even het begrip nut terzijde: ik weet niet dat
nut/nuttigheid het wel altijd waard zijn om gerechtvaardigd te worden – zoals Paul
McCartney eens zong, “Wat is het nut van iets” en Vallejo zegt “als de dood ruikt naar
zekerheid”.  Zijn volgende woorden waren natuurlijk, “Maar nu moet ik lachen”.  En het nut
is het vooral niet waard om over te discussiëren als het iets is waarvan het doel niet
gekend is en dat precies of misschien precies niet bestemd is voor het onbekende.
Zo komen we dan tot de poëzie.  Bij het overpeinzen wat het precies is dat poëzie nuttig
maakt, en waarover zij het nu net heeft, en bij het stellen van de vragen: Waartoe dient
poëzie?  Wat zou zij uitrichten?  Wat is haar doel?  ben ik niet zeker dat deze vragen het
wel waard zijn om te worden beantwoord voor hen die interesse genoeg opbrengen om ze
te stellen.  Als ik dan toch verplicht ben daarop in te gaan, val ik steeds op mijzelf terug en
op wat poëzie betekent voor mij.  “Lezen is onverwachte paden ontdekken die leiden naar
onszelf.  Het is een herkenning”.  Omdat de werelden van woorden onbekende werelden zijn
maar tegelijkertijd ‘ouder, meer waarheidsgetrouwe thuislanden’ (Octavio Paz). Of zoals
Blanchot het stelt:” Een gesprek als een archipel: opgedeeld in een grote diversiteit van
eilanden en aldus de bron van de binnendringende grote open zee; deze oude oneindigheid,
het onbekende dat altijd zal komen, en alleen voor ons omlijnd wordt door het opduiken
van de aardse onbepaalde verdeelde diepten.”
Maar natuurlijk, terugkomend naar het eigen wezen, het “ik”, keert men niet
noodzakelijkerwijze terug naar het enkelvoudige zelfzijn.  Denk maar aan Rimbaud’s “ Het ik
is een ander” en Emmanuel Levinas” De geest is een veelvoud van individuen”.  Toch blijft
poëzie voor mij

HET EXCLUSIEVE INNERLIJKE

Ik heb een impressionistische tekening geplant in mijn navel.  Liefde Liefde Liefde stuurt
het hart naar haar moeder.  De violen zijn teruggekeerd achter de spiegel en gooien de
wereld omver.  Het likken van de lippen deze lippen van cimelia werd verhandeld door de
oorlog.  Ik ben geschikt voor passie en klink als een woud van waterstralen en rumoerige
modder.  Luid verwarde modder en tijdloosheid vloeien uit mij in de nevelmand als de
ochtendrekken mijn veranderende vormen opvangen en verzegelen.  Bescherm mij tegen die
verkleumde zwaarte, die bezopen hoede van de verliefde, van de holte in mijn geest met de
boomtoppen en de roestige geur van de opkomende stadsregen.  Neem alle laster weg uit
het gedicht vooraleer de wieg valt. Liefde Liefde Liefde mijn bevroren lichaam barst open in
de kleuren van een andere visie.  Anch’io son pittore.  Noodzaak heeft zijn relatie met mij
gevonden.  

Pablo Neruda schreef een prachtig klein essay getiteld ‘Ik weiger op theorieën te kauwen’
waarin hij beschrijft hoe woorden die poëzie kauwen worden gespuwd in de monden van
anderen zodat zij ze kunnen inslikken.  Louise Gluck zegt:

Een vogel bouwde zijn nest
In de droom, ik bekeek hem van dichtbij
In mijn leven, ik probeerde een
Getuige te zijn geen theoreticus.

Poëzie is een manier van dingen te zeggen die vermijdt van dingen te zeggen over dingen.  
Een van de beste wijzen om dat te realiseren is vermijden van artikelen te moeten schrijven
en paneldiscussies aan te gaan over poëzie omdat zij het antwoord is op haarzelf en op alle
vragen betreffende haarzelf.  Zij laat ons toe dingen niet te hoeven zeggen op een andere
wijze – zij spreekt over wat niet wordt gezegd op een andere manier.  

ONGEPAST

Alle woorden in de wereld verklaren niet de lach of de traan.  Ik ben geen talentvolle
waarnemer maar draagt de huid van een lens en wordt gegrepen door wat zich voor mij
bevindt. Het verschijnt vergroot alsof ingekaderd, alsof dit de wereld is en zijn tegenpolen,
zijn voorlopers en onvoorstelbare anderen die zich verspreiden over een vlakte die loopt uit
het gezicht.  Inderdaad, elke zin.  Probeer de contouren van de namen die wij geven aan
ambitie of bedrag, gehoorzaamheid en devotie te voelen.  Op je tong voelen ze aan als je
lichaam; in de lucht strekken zij zich onbetamelijk uit.  Het niet-bestaande gekleed.  En dat
is alles wat we zeggen, dat bewegen van het niet kennen van onszelf naar het verhaal, wij
pakken in en geven inhoud aan wat nooit vol kan zijn of leeg, wat niet hier is noch daar,
wat geen niveau heeft.  De gift bevindt zich aan de buitenkant.  Dit wil niet zeggen dat
leven als vlees en adem een kwestie is van stijl maar misschien dat woorden meten de
maat van ons alsook de afstand van alles tot niets door als referentiepunt te nemen iets
tussenin.

De dichter is attent en bekijkt alles nauwkeurig:
beter met alles rekening te houden en geven wat het toekomt / want wij zijn ge-evolueerd
om elkander nauwkeurig te observeren / en de echte uitdaging is de iris / te zien / het
huisje naast jouw huis/ dat je nooit betreedt/ de overgave/ aan het hart van elk ogenblik
(uit Better,Everything)
Poëzie is rechtvaardigheid: het is een oordeelsdaad.  Rechtvaardigheid is een stem, geen
discours of theorie, zij is het leven, een proces, een bewegen naar, zoals zij poëzie is.  Paul
Celan refereert aan gedichten als en route, “naar iets open, onbewoonbaar, een
toegankelijk jij, misschien, een toegankelijke realiteit.”  Poëzie staat tegenover ons als het
leven staat tegenover de dood, zoals leven vloed is, wezenlijk, zoals verlangen een
geneigdheid is:

HET GEVAL VAN BRANDEN

In poëzie wordt het branden niet vermeld.  Poëzie is expliciet.  Een bekken gedrukt tegen
een bekken.  Bij het branden is het stil.  Bij een vuur ook.  Vlammen komen van vrouwen
brandend in hokken.  Daar geschreven door andere vrouwen.  Echte vrouwen branden in de
hokken gemaakt door mannen.  Bomen die zij kappen om het hout komen uit de wouden die
zij schrijven.  Gedichten daar gevonden bevatten geen menselijke handen.  Zij beweren te
gaan over de schoonheid afgescheiden door mensen die mooi wordt door beweging.  Handen
zijn clichés.  Heet.  Op de hals.  De nieren.  Koeler dan de kont.  Door iemands verlangens
te bevredigen ademt men.  Door te trachten iemands verlangens te bevredigen wordt meer
zuurstof  verbruikt.  Het vuur wordt aangestoken.  Het gedicht zegt ons dat verlangen de
zelfopoffering van onszelf voorspelt.  Gemis en niets.  Wat brandt is niet het vuur. Het niet
betaste deel van het lichaam wordt wanhopig maar weet niet dat dit betekent zonder
hoop.  Te veel woorden worden achtergelaten bij gebluste vuren.  Maar niet de
uitspreekbaren. Twee lichamen. Op elkaar gedrukt.  Poëzie door de hitte onderaan de rug
waar de toekomst huist.  Hete pook van de tong zoekt naar de levende tong.  Zeg maar de
dood ervan in liefde.  Het neerbranden van de taal.  Brandend hok. Shhh! Welke seks ook.
Asse is hoe wij staan rond het terugdeinzen van onzze eigen onbewustheid.  Hadden we
ooit zo lief?  Zonder ons te bekommeren over wie toekeek?

(THE CASE OF BURNING)

En zoals verlangen is poëzie mysterie.  Raymond Gaita spreekt over “onvoorziene
mysteries”, de eerste zijn afhankelijk van onze cognitieve krachten, de laatste niet.  En
Rumi:” Mysteries moeten niet worden opgelost.  Het oog wordt blind/ als het enkel het
waarom wenst te zien.” Poëzie is zeker niet bedoeld om je wat ook te vertellen.  
Verschillend voor elke schrijver en lezer, is zij in zoverre bijzonder dat ze nuttig is zoals
niets anders is.  Zij stapt in de gaten en probeert niet ze te dempen.  Zij bewaart
mysteries en ellipsen door ze te vereren.  Haar nut ligt in het reiken naar, niet in het
grijpen waardoor zovele dingen een einde maken aan hun functie en hun doel.  Voor deze
dingen bestaat het einde in twee richtingen, ze zijn een middel van het einde en eens dat
bereikt is hebben zijzelf hun einde getekend. Poëzie heeft geen – excuseer de woordspeling
– afgesproken nut.

HET VERLANGENSPROJECT

Scheid in een gedicht de lippen van enerzijds schrijvers die mensen zijn die niet geloven en
anderzijds schrijvers die om te schrijven moeten geloven en de ruimte wordt donker.  Ben
jij ooit gaan zoeken naar zwart in zwart?  Heb jij ooit geprobeerd wit van wit te scheiden?  
De moeite waard om ze te bezitten of ernaar te verlangen zijn, denken we, de dingen die
onze hersenen tillen in die richting die we onbevredigd vinden.

Introductie van een glosse:
Tussen jouw dijen is de warmste plaats die ik ken maar ik kan mijn leven daar niet
plaatsen.  En door wat men noemt zuiver toeval, twee sterren die vallen, is de vorm van de
poëzie volledig veranderd.  Dit vond ik op een dag toen ik Shikibu verkeerd las – kussend
door de eeuwen heen kun je de mond niet missen.
(THE DESIRE PROJECT)

Intiem verbonden met zowel leven als dood, is poëzie iets dat we doen tot we sterven en
dat vele nuttigheden heeft voor de levenden.  Zij roeit de verveling uit:

Streng hart (verveling)

Vandaag bestaat er zeker een kans op waanzin.  Niemand is sympathiek.  De hagen zijn
gestopt met te praten met de wind en zitten bewegingloos onder de duizenden
spinnenwebben.   Er is geen jacht – die zou wat gezondheid brengen in de tijd en de ruimte
– en alles van de lente confronteert mij met de behoefte aan verdriet voor de zoete huid
van de cumquats, de rode kersen en roze bloemen die maar niet stoppen zelfs wanneer ze
worden geplukt voor de salade.  Mijn drek is er vol van.  A propos wat is er gaande, ik heb
drie boodschappen gezonden.  Twee zijn gegaan naar verliefden, duurzame gelovers in een
langdurig geluk en succes.
De derde is een uitdrukking die ik blijf verlengen in woorden die meer en meer in dezelfde
richting groeien – en zoals mijn hartslagen fungeren als signalen van een mogelijkheid, die
nu de koudste waters van bewustzijn laten vallen zonder een onmiddellijke inspanning te
doen om hun vriendelijk tikachtig schouderophalen volledig gemaakt van bloed en blijvend
ondanks en dankzij het geloof te detecteren.  WAT MOET ER WORDEN GEDAAN? Het
lichaam en wat het doet dumpt de drijvende kloof tussen de natuur van het leven en de
kunst zodat het kan worden geconsolideerd voor korte teksten en kaders.  Innovatie wordt
opgeroepen omwille van de ouderdom van het spel.  Maar ik denk dat ik vandaag een
interval opeis voor mijzelf om het op te vullen met de waanzin van de wereld, terwijl buiten
op mijn erfje een zeldzaam paradijs zich zal ontvouwen in een geheel nieuwe editie.

Poëzie is iets doen – wij doen dingen om iets te doen te hebben; wij laten dingen vallen
om iets anders te doen.  Dit is wat schepping is – dingen doen ontstaan.  Poëzie maakt een
realiteit en breekt ze ook weer af.  Wij halen ons plezier uit het maken en misschien hoeft
die vreugde niet te worden uitgelegd, misschien is het de act van het leven die onze levens
opvrolijkt.

BEEST

Wat heeft Socrates gedaan met instinct?  Iets anders dan Lorca ermee deed.  Ik voel het
cirkelen in mijn lichaam nu en het raakt de grond met een voet van kwaad, een voet van
liefde, vleit het droge gras met een vraagvoet en een voet van aandrang.  Mijn hart vult
zich met inkt voor de talen van zijn kaak.  Het beest is tweetalig- verdriet en vreugde.  
Twee manieren van spreken worden één.  Begin met de poëzie hier in de nasleep van een
groot verscheuren.  Ik wist dat vlees goed zou smaken.  En het bloed rond mijn mond is
gedroogd in een rode glimlach.  Dit is de bloem die weet hoe te groeien uit je pen.  Een
beetje elke dag, simultaan met een voorafgaand idee.

Op deze manier, is het een manier van leven. Paul Valéry zei dat men beter een gedicht
onvoltooid laat dan afmaakt.  Hoe kan men ooit een leven afmaken?  Poëzie is ook een
manier om te sterven, om de dood in te oefenen, om te spreken tot de doden en de
ongeborenen.
Haar nut is het vinden van wat wij weten, dat betekent, wat wij niet “wisten te weten”. Als
je voelt dat je moet ontsnappen aan de geest schrijf dan neer wat je weet maar alleen als
je weet hoe het jou vervolledigt en verwondert. (From The Poetry of the Rule)

Het nut van poëzie is het vinden van het labyrint in onszelf, het ontdekken van onze
kleinheid, onze grootsheid, zowel ons belang als onze zinloosheid:

ONBELANGRIJKHEID

Mijn idee was deze afstand te sluiten maar een gedachte beroert niets.  Aldus moest ik wel
instructies aanvaarden van de zich openende wereld: zoiets bestaat gewoon niet. Of, als
het bestaat, wordt het door dat bestaan, onbestaand.  Dit is niet bedoeld om verwarring te
zaaien want verwarring is in feite  een geheel van eilanden waar we naar toe zwemmen in
een toestand waarin we geen enkel landschap kunnen herkennen, en naar adem snakken
alvorens verder te zwemmen. Naar wat?  En ja, wat wordt onmiddellijk bepaald.  Naar de
glimlach die ik mij herinner van mijn kind toen ze nog klein was.  Hoe groot zou ze nu zijn?  
Naar de afgedankte rommel op de hoek van mijn lessenaar.  Een gekrabbel vastgehouden
door een steen.  Alledaagsheid.  Een combinatie.  Bewegend naar zijn onzichtbaarheid weg
van de crisis, de ramp.  De ramp: verwekt door mijn liefde van de verbeelding.  Ik ging te
ver.  En liep verloren.  En daarom zwem ik nu, welteverstaan op een ordentelijke wijze.  
Verloren wil niet zeggen ‘weggelopen’ maar eenvoudig dat ik niet weer waar ik ben en in
zulk een plaats heeft onbelangrijkheid geen betekenis.  De waarheid over?  Is dat de
wereld, is dat een plaats?  Zo klein. Eigenlijk zo moeilijk waarneembaar…Als ik eraan denk
lijkt mij de horizon iets heel eenvoudigs.  Veel kleiner dan de dissectie van mijn volledige
visie.  Zeker niet in staat om een zin te hebben.  Iets om naartoe te bewegen…
Zij wisselt gedachten uit, communiceert en schept een communauteit.  Voor Octavio Paz
laat poëzie het recht wedervaren voor de ene en de velen, door hen te vervoegen.  Op
hetzelfde ogenblik bevrijdt zij het ik van het ik en het ik van de gemeenschap.  Vertoevend
in de paradox – ‘Geen woorden kunnen uitdrukken hoe geïnspireerde woorden uit de stilte
springen” (Rumi) -  doet zij het tegenovergestelde van zichzelf.  

Alle schrijvende pennen vernietigen
Naar Rumi

Schrijf niet / het zorgt ervoor dat je tenen zacht worden!/ Schrijf niet!/ je zult worden
opgegeten door slangen! Schrijf niet!/ Je zult stemmen horen en worden vervolgd door elke
besmetting en gebrek!/ Kan je naar bed komen/ en de dingen doen / die enkel met het
vlees/ kunnen worden gedaan?/ Leg je koude handen hier!/ Vergeet a.u.b. mijn woorden!

Het nut van poëzie is er te zijn.  Er te zijn hier en nu, en niets uit te sluiten:

Tengere Rijst-Bloem
Voor Ryokan

Hoeveel zakken rijst/ heb ik nodig voor dit leven?/ Deze bloemen zijn niet/ in een halve
wereld rijst aanwezig/ maar kijk wat er gebeurt als je iemands naam kent.  /Je geest
introduceert hem bij vreemdelingen;/ laat vingers toe andere vinders aan te raken alhoewel/
het vlees nooit een ontmoeting kent./ Hoe interessant dat ik in dit veld,/ langs de kant van
de weg/ de oneindigheid heb herkend/ en zij mij heeft beloond met dromerijen…/ Ik sluit
mijn lichaam en zij sluit niets buiten./ ik smaak beslistheid in mijn mond alhoewel mijn
mond leeg is./ Het graan is zo correct./ Belichaamt de ziel. En zwoegt / terwijl het werkt
aan/ zijn eigen concentratie. / Het is onbewust. Is trouw./ Ik wacht op een ster./ Zodat de
zwarte lucht zichzelf loswrikt/ uit die lichtprik.

Het nut van poëzie is het nut van niets anders:” laat ons de irrealiteit vieren en het
mirakel; mensen bewijzen hun bestaan door ‘t binnenkomen en buitengaan langs deuren
van duisternis.”(Neruda).  Poëzie stopt en begint met zichzelf:

Oh!

Zoekend naar mijn kinderen/ in mijzelf/ vond ik een kleine glascylinder / bekleed als een
torso/ en een kom van zand gekleurd met chlorofyl en zeeën/ Maak me levend zeiden ze/ en
ik zal je rechterarm nemen/ ik zal zijn wat jij zoekt/ in jouw pluche landschap/ van onrust /
Breng ons binnen door het portaal/ van toekomstige dromen/ en wij zullen de wereld
opnieuw uitvinden voor jou/ zodat hij eruit ziet als een breuk/ en een voortzetting/ Laat de
geschiedenis je niet innemen/ Zij komt het pad op/ voor een nieuwe afspraak/ in haar
agenda/ Zij zoekt in feite hulp /Laat ons hier niet achter in vormen/ die alleen maar kunnen
barsten en rennen/ en wij zullen tweelingenwerelden maken/ zodat je kan leven/ in de
vrijheid van realiteiten/  En het getater ging door…/en aan de torso groeiden benen en
armen/ transparant van nut/ en het zand roestte in de lucht/ bij de minste klik op de kom/
en creëerde een mooie wolk/ die tranen maakte voor mijn ogen/ mijn hart, mijn
afwachtende vingertoppen./ Oh, is het dat?/ In een enkele gedachte/ stopte de pijn zijn
conversatie/ met de wereld/ en elk kind in mij verloor zijn reden om geboren te worden

Of, zou dat moeten gevonden worden? Poëzie is onverklaarbaar  zelfs wanneer we proberen
haar uit te leggen:

HET STUK DAT GEPOOGD HEEFT EEN VERKLARING TE GEVEN

Voorzien van, en gekenmerkt door de moeilijkheden die elk schrijven en vooral poëzie
belagen en ook een observatie te berde gebracht  over een gebrek aan vlinders
Voor Mireille Juchau

Sommige dingen beginnen met een droom.  Die zijn aangenaam – het verscheurde hart dat
een papieren servet als hoed draagt; waarlijk de relatie begrijpende die onbestaand was
tussen de schuur en de tekening van de schuur; zwemmend boven de zee in een toestand
van mitosis, uitgeworpen chromosomen die bewegen naar de polen in een reusachtige
omhelzing.

Als een methode, niet een betwiste maar een uit loze drukte, heb ik besloten mij niet
bewust te zijn van het schrijven van poëzie.  Natuurlijk is dat nutteloos – dingen die
dikwijls niet gevaarlijk zijn en soms wel – en gevaarlijk om deze gedachtegang te blijven
aankleven als men niet schrijft  Men moet voorbereid zijn om onvoorbereid te leven.  
Verder, moet men alles voorbereiden  voor wat geen voorbereiding kan dulden.

Ik zie een modderpoel.  Ik zie moddertaarten.  Het is allemaal te onzuiver en protserig voor
allegorie.  Symbolen kunnen soms in de weg staan van andere symbolen en het leven heeft
zijn familiariteit met het levende verloren.  Kocht een lamp en schrijf bij lamplicht.  Ik doe
dit voor geen enkele van de foutieve redenen.  Ik schrijf eenvoudig anders onder de
zachtheid van een maan-zon.

Het wordt gezegd van Bruno Tant dat “hij fantastische gebouwen ontwierp voor onduidelijk
geformuleerde doelstellingen.”  Mijn gedichten zijn onzichtbare slapende woningen op de
kaarten van deze steden waar Tant’s architectuur migreert naar de verbeelding.  Misschien
dat Poe op het plein staat om snapshots te nemen.  De gedichten zijn niet bruikbaar als
ribben maar zoals deze laatste beschermen ze wel degelijk het leven en wanneer ze worden
verwijderd uit het lichaam ontstaat er een zeker gemurmel van de geest.

Susurrant.  Zullen we het beschouwen als het werk van velen eerder dan het werk van een
eenling?  Gehangen tussen eilanden enkel bewoond door elk van ons alleen, beschouw ik
deze symbolische plaats – planten, dieren, verhalen over hen beginnend met de laatste zin
van het vorige verhaal, maar gebruikt als aanloop in een verschillende richting.  Een
boomachtige positie.  Zeepaard dat zeestrand wordt.  Kleine gedichten in de vorm van
stemmen, kloppend op de deur van het nooit eindigende huis.

Wat is het grootste gevaar om te besluiten dit te doen?  Een klein stukje schrijven en daar
geen verwachtingen aan vastknopen en toch nog geloven in zijn gegrondheid?  Is het zo dat
tranen en lachjes die handtekeningen dragen – geen namen maar de onmiskenbare tekens
van een uitzonderlijkheid – niet opnieuw kunnen worden geweend en gelachen door
anderen?  Of nooit genoeg door anderen?  Mag ik antwoorden: de stem heeft deze speciale
aard dat hij kan spreken tot en over zichzelf.  Zo luister…

Een vriend van mij, zelf een auteur, zegt mij dat er geen vlinders meer zijn in haar leven.  
Ik was verheugd vandaag toen op een onbewaakt ogenblik twee witte vlinders met
zwartomrande vleugels (als getekend door de hand van een kindergod) in cirkels achter
elkaar fladderden naar de boom tegenover mijn balkon.  Maar ik kan haar vlinders niet
vangen – zij zijn van het soort dat verliest wat je van hen wil eens gevangen.

Je kunt geen domheid in gedichten verbergen, want alle gedichten bevatten domheden,
alsook de intelligentie die zij zoeken.  Zij moeten de armsten van de armen zijn die leven
in een volle zee waarin men vist; zij moeten daar zijn waar zij oorspronkelijk van komen op
elke plaats.

Andere dingen beginnen in de geest te ontwaken.  Ook deze dienen om mee te reizen.  Hoe
zoet kunnen wij zijn met onszelf ?, er is niets hier waaronder we kunnen worden bedolven.  
Bang zijn van het leven, is bang zijn van de poëzie; harten bloeden, met of zonder de
humor; gereed om te groeien, de plot zelf, zoals de stam van een jonge boom.

Er is de onmogelijkheid om te eindigen – wat moet worden beëindigd in het algemeen.  
Wolken zinken als stenen op sommige dagen en andere lijken zo licht als de geest in mijn
borst.  Mijn hart bevindt zich niet op de omslag maar in de bladzijden van dit boek, een
boek dat een ontbrekend gegrom bevat.
Een voorstelling verschilt niet alleen in de realiteit maar verschuift de voorstelling van het
ding uit zijn eigen voorstelling.  De schuur die je ziet vanuit een ander perspectief heeft
dezelfde afmeting als de schuur die je ziet vanuit dat ander perspectief.  Het beeld van de
schuur heeft een verschillende afmeting vanuit gelijk welk perspectief en de schuur die
altijd dezelfde afmetingen heeft bestaat niet. (Dit misschien heeft alleen maar zin in een
droom).  Waarom dromen van een schuur?

In elke wereld doet poëzie wat zij kan.  Zij is het leven van de verbeelding en ik twijfel
eraan of we daarzonder kunnen leven.


(geplaatst op 27-09-2004)

terug naar boven
Welk nut heeft poëzie in de hedendaagse wereld?
door MTC Cronin
vertaling Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2008 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768