Copyright © 2002/ 2006: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken met
en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
MARTIN STANNARD (UK) inleiding en vertaling Henri Thijs
|
“Ik schrijf omdat ik weiger mij te vervelen”
Martin Stannard woont in Nottingham, Engeland, en publiceert poëzie
sinds de late jaren 70. Zijn meest recente boeken zijn: “Difficulties and
Exultations” (2001) en “Writing down the Days: New and Selected
Poems” (2001). Leafe Press publiceerde “Coral” in de herfst van 2004.
Wat opvalt bij het lezen van Stannard’s poëzie is dat hij constant gebruik
maakt van zijn verbeelding. Uiteraard doet in min of meerdere mate elke
dichter dat maar voor hem is poëzie enkel en alleen “verbeelding”. Hij is
dus niet het soort dichter die precies wil beschrijven wat hij voor ogen
krijgt: wat er achter schuilt is belangrijker voor hem. Ergens in zijn
publicaties heeft hij een gedicht geschreven dat al de dingen opsomt die
zijn familie nooit heeft gedaan of is geweest. Dit voorbeeld geeft duidelijk
aan welke rol hij toekent aan de ervaring bij het schrijven van poëzie. Hij
opteert overduidelijk voor het fantasierijke proces en dat is de reden
waarom zijn poëzie de lezer zo vaak plaagt en provoceert. Toch zijn zijn
gedichten in het geheel niet surrealistisch, alhoewel ze wel eens in
sommige passages die eigenschap schijnbaar vertonen, maar glijden af
naar een wegvluchten in de verbeelding zonder daartoe gebruik te
moeten maken van taalextremen en technisch kunst- en vliegwerk. Zijn
gedichten lezen op het eerste gezicht als oninteressante verhaaltjes die
echter volgestouwd zijn met sluwe kneepjes die bij een eerste lezing niet
altijd opvallen.
Om zijn poëzie naar waarde te schatten moet men uitgaan van de
premisse dat zij meer beoogt dan simpelweg dingen te beschrijven en te
definiëren op een orthodoxe wijze. Zijn stijl en schrijfwijze zijn nu
precies de antipode van de klassieke orthodoxie in de dichtkunst. Ze zijn
in niets orthodox. Vandaar dat de lectuur ervan getuigt van een zekere
wanorde en banaliteit in de zeggingswijze. Zinnen lopen soms door
elkaar en houden met de vorige gedachten ogenschijnlijk helemaal geen
verband. Rijmen doen ze nooit. Zelfs de ritmiek laat het veelal afweten
precies om aan te geven dat het om onorthodoxe werkstukjes gaat.
Zelf zegt hij over zijn eigen werkwijze:” Ik denk dat mijn gedichten nu
eens handelingen van expliciete makelij voorstellen en dan weer het
product zijn van toeval en een onbewuste activiteit die ik zelden zelf
begrijp. Meestal ontstaan zij tussen deze beide polariteiten. Wanneer
men mij vraagt mijn gedichten te verklaren, kom ik gewoonlijk niet verder
dan tot een verwarde en pijnlijke grimas op mijn gezicht en maak er mij
maar al te graag van af door te zeggen dat ik mijn haar moet wassen.
Moest ik ze verklaren met een pistool tegen mijn hoofd bij voorbeeld zou
ik botweg toegeven dat zij in feite een opsomming zijn van mijn
levensdaden in hun geheel of partieel zoals ze zijn of droevig. En ik heb
geen idee of dat wel waar is om gans eerlijk te zijn. Ik denk nooit aan
zaken zoals thema’s in de poëzie. Thema’s moeten maar door anderen
worden uitgevonden, maar als de gedichten mijn leven
vertegenwoordigen dan is dit laatste het thema vermoed ik. Als ik dat
allemaal zou begrijpen zou ik echt bang worden en geen gedichten meer
schrijven.”
Waarom hij schrijft legt hij zelf uit in een van zijn lange gedichten dat we
hieronder vertaald weergeven en waarin hij het laconiek als volgt stelt:
“Ik schrijf omdat ik weiger mij te vervelen”
DRIE GEDICHTEN
GELOOF IN POËZIE
De beste poëzie is eigentijds
Of een stapje vooruit, en zo komt zij
Voor een lezer even modern over als de poëzie
Die hij of zij leest
Mijn brief, het gedicht dat ik misschien nooit zal zenden,
Maar als ik het doe, en jij leest het,
Zal ik ver weg zijn aan de andere kant van de wereld.
Het is onmogelijk verder van jou verwijderd te zijn dan zo.
Mijn jas heeft vele geheime zakken,
En ik pas er voor op ooit op iemand te leunen
Uit schrik hem vuil te maken. Men zou moeten trachten,
Schijnt het, in een constante toestand van geluk met zichzelf te zijn.
Zelfs als mijn huis zou worden afgebroken
Zou dat voor mij oké zijn. Zo besta ik,
Toekijkend tussen al de toeschouwers
Zou ik de afbraakwerkers- zo een troep gezellige kerels-
benijden voor hun werk.
.
Wij benijden allemaal iemand op dit ogenblik.
Omdat wij, ofschoon we hebben wat we willen,
Altijd iets meer willen. Waarom
Niet? De wereld is vol van alles.
Iets afwijzen kan een teken zijn van kracht. Ik houd echt
Van mijn jas, en van eender welk voorbeeld van buitengewone
architectuur
Dat onze verwondering en eerbied wekt.
Vandaag was gevuld met meer zon dan we voor mogelijk hielden,
En een gevoel van onze eigen adequaatheid onvermijdelijk
Verbonden met een gevoel van ons enorm en groot potentieel.
Het vraagt jaren om ons te brengen tot dat knap inzicht.
Martin Stannard zegt zulke dingen
In zijn gedachteloze en vrije tijd. Het vraagt
Geen inspanning. Is het gemakkelijker compleet in de war te zijn en eerlijk
En trouw dan weg te lopen en onbetrouwbaar? Ik ben niet zeker
Dat ik een project zou annuleren omdat de andere partij
Zijn deel van de overeenkomst niet zou nakomen
Mijn jas bulkt van de vele geheime zakken
En in elk ervan zit een gedicht dat op een dag
Wel eens zal worden beëindigd, misschien. Gedachten klitten langzaam
samen
In mijn hoofd. Als ik er ooit uit geraak (als hij jouw
Adres kan vinden na al deze maanden,
Als hij zichzelf kan slepen om de hoek
Naar het postkantoor om een zegel te kopen en zijn
Namiddagsessie in de slapende bus kan voorkomen,
Als hij zijn klein broos enthousiasme kan bijeenrapen)
Zal ik ze jou opsturen, een voor een,
En reeds ver weg zijn als jij ze leest.
Maar het is onmogelijk van verder weg te zijn dan zo.
Poëzie is een boom. Met bladeren en takken,
En vol met vogels, en als het regent
Kun je eronder gaan staan en schuilen,
Tenzij het dondert en bliksemt.
Dan kun je worden ge-electrocuteerd.
Heb je een dode laat hem dan helder en.gevuld zijn met vonken
Poëzie is ook het tehuis van eerlijkheid en leugens
En zoals een gelukkig leven is zij iets waarin je moet geloven.
Martin Stannard leerde dat op een dag in een pub,
En een pub is als een school, maar plezanter.
Jij geloofde er een tijdje in, wat daarna werd bevestigd
Door advocaten. Ik viel ervoor een half leven lang
Dan trouwde ik en verzwolg ze helemaal.
Jij waart bedot voor een tamelijk
Lange tijd, ging dan weg en studeerde
Rechten. Wij hadden gedacht dat het allemaal waar was maar het was
niet zo.
Jij zei dat je er een handvat voor had, als was het een lade.
Ik kan het niet laten van mij te herinneren in de luchthaven
Hoe ik mij bevond in het midden van het schrijven
Van een gedicht dat ik wou noemen “Scènes uit het Leven”
Toen jij daar plots opdook en ik verstrooid raakte.
In een zekere mate ben ik die verstrooidheid nooit te boven gekomen.
Mijn jas heeft verschillende geheime zakken,
En in bijna allemaal zit er een chocoladereep.
En als we ooit werden geplunderd en verbrand
Zoals Alexander plunderde en verbrandde Persepolis
Zouden we vreselijk woest zijn, maar ik denk niet dat jij
Of ik verder van elkaar konden staan als zo, niet
Dat ik die analogie wens, zo bezien
Weet ik niet of elke dag zou moeten beginnen
Met een lach of met een explosie van glimlachen.
Martin Stannard, waarvan de menen denken dat hij van ijzer is,
Begint gelukkig te worden als hij bij een eerste poging al
Uit zijn bed kan stappen. Gewoonlijk was hij aan het dromen
Over een samen geschreven gedicht, en hij werkt altijd samen
Met dezelfde persoon.
Als je dit leest zit hij aan de andere kant van de wereld
Om zijn haar te laten knippen. Als hij de brieven en
Gedichten, die hij voortdurend heeft samengesteld
Sinds jij naar huis ging zou zenden, zou je zijn geest kennen.
Die zou je ook kunnen hebben, omdat het schijnt dat hij
Hem heeft misleid. De gebroken ruit laat
Licht binnen, dat mij niet beroert als een mirakel.
Het gesprek komt niet altijd op een natuurlijke wijze naar mij.
Ik was eens met jou en er was niets
Dat ik kon zeggen dat jou kon kalmeren, of sussen,
Maak je leven beter dan het was. Want alles wat ik wou
Was jouw leven beter te maken dan het was. Zo goed
Als het maar kon zijn. Het bleek niet mijn rol te zijn.
Mijn jas heeft duizend geheime zakken,
En als ik ze leegschud,
Valt mijn hele wereld, inclusief hopen komma’s
En enkele brieven die ik van plan was naar jou te schrijven,
Op de vloer. Zij vallen op die verdoemde vloer.
Sta mij a.u.b. toe dit te zeggen: ik mis alles.
Daarom vlieg ik naar de andere kant van de wereld om het te gaan
zoeken.
En ik neem mijn boek vol grappen mee.
Soms denk dat ik dat wezen uit de mythologie ben
Half dier, half mens. Ja, Buffalo Bill.
Ik belde naar mijn ma en pa. Een van beiden
Leert dansen omdat zij vergaten het te doen
Toen zij jonger waren. De andere volgt lessen
Bij een trapeze-artiest. Ik herinner mij niet meer
Wie is wie, maar dat maakt niets meer uit.
Ik kijk naar hen, en ik ben zelfs nog meer verbaasd
Dan ik vroeger was. Daarom denk ik aan niets meer
Behalve aan sommige dingen die mij gelukkig maken.
Hier is een lijst van enkele dingen die mij gelukkig maken:
Ja, juist, ik krabbelde zo maar wat rommel bij elkaar. Dat was plezant.
Ik dacht, eerst, aan iemand die ik kende, dan aan een octopus,
Daarna aan een soort rijtuig waarmee ik kon weg geraken van alles
Maar het lukte niet. In elk geval,
Het is een aangename dag geweest. Ik las een mooi gedicht.
Ik had een interessant gesprek met Nicola. Het middageten was goed.
De thee zal waarschijnlijk ook wel smaken als ik mij goed concentreer
Op de bereiding ervan. Terry zei iets leuks
Maar ik weet niet meer wat het was. Ik hoop
Dat jij het goed stelt, waar je ook bent.
Ik heb aan “Scènes uit het Leven” gewerkt.
Het gaat goed zijn en werkelijk realistisch.
De zin van poëzie is, voor zover ik kan begrijpen,
Dat zij geen zin heeft behalve zichzelf. Ik heb aan
Niemand iets te vertellen (behalve aan jou, en ik schrijf je
Een brief) en ik heb geen nieuws te melden,
Geen actueel nieuws te delen. Dit is geen spiegel,
Die weerkaatst. Dit is geen geest die
Denkt. Die is daarvoor te verwarrend en dronken.
Als een metafoor drentelt in de kamer
En een zitje vraagt op de sofa, weet je
Dat het tijd is om van een dag te spreken. Een mooie dag,
Maar een die dicht zou moeten geschoven worden, zoals gordijnen.
Wat het tellen van lettergrepen betreft, overtref mij maar.
Mijn chaos is niet dringend noch speciaal. Poëzie verandert
Met de tijd, wat niet hetzelfde is als het zich aanpassen
Aan een modern of vriendelijk lezerspotentieel. Omdat
Je nu toevallig leeft op hetzelfde ogenblik als ik betekent
Nog niet dat wij iets meer gemeen hebben dan het geluk.
Ik wil alleen zijn en zal dat ook zijn. Hé, ik ben dat al!
En ik dacht dat het innigste gebed niet wordt gehoord omdat
Niemand daar naar luistert. Dat is geen reden om
Ongelukkig te zijn. Chocoladewinkels zullen dat altijd zijn. De beste
Poëzie loopt altijd vooruit op het spel,
Zonder te lummelen in zijn kielzog. En zij gaat
Onhoorbaar, omdat niemand naar haar luistert.
Als jij de brieven en gedichten die ik voor je schrijf ontvangt
Zal ik ver weg zijn aan de andere kant van de wereld, maar
Het is onmogelijk om verder van jou te zijn dat ik nu al ben.
Toch geloof ik een beetje in jou, omdat ik het niet kan stoppen.
(Faith in Poetry)
bron: Stridemagazine
* * *
WEES BEVALLIG EN EXPERIMENTEEL
Wees bevallig en experimenteel
Het volmaakte tegendeel van hen die falen
Van hen die in de schaduw blijven.
De dag ontwaakt en denkt
Welke gedaante neem ik aan vandaag,
En dan is hij die gedaante. Soms is het moeilijk
Te bepalen welke gedaante het gaat zijn
Wanneer je kijkt naar de dag voor het ontbijt.
Ik keek vanuit de dag deze namiddag
En de zon zat verborgen achter wolken
Maar ik wist dat zij opnieuw zou schijnen
Indien niet vandaag dan morgen of de volgende dag.
Ik wist dat ze daar was, en slechts schuilde.
De wereld is soms bevallig en vreemd en
Lelijk en familiair en soms
Verrast hij je maar er bestaan dingen
Waarop je kan vertrouwen. De zon is een van hen.
En nu is het nacht en de dag
Gaat bevallig slapen. Ik ben wakker
Denkend aan vele verschillende dagen
En welke gedaante ze aannamen. De dagen waren
Reeds lang voorbij en ofschoon ik ze niet duidelijk
kon zien kan ik nu nagaan
welke gedaanten zij aannamen. Ik begin te begrijpen
hoe deze dagen eruitzagen.
(BE GRACEFUL AND EXPERIMENTAL)
* * *
WAAROM IK SCHRIJF
(Een essay voor de Echokamer)
1.
Ik schrijf omdat ik lang geleden verliefd werd
op schrijfmachines en ontwaakte op een ochtend
om te ontdekken dat mijn kamer hun nest geworden
was, machines die het zich niet konden permitteren om
niets te doen, die konden worden opgetuigd met vele
verschillende taken maar die toch nog, zelfs nu,
resoluut bewezen een eigen geest te bezitten die
niet kon worden beteugeld.
2.
Ik schrijf want als ik dat niet doe zijn mijn dromen
ondraaglijk. Dit zou sommige mensen helemaal niet
storen, vooral dezen niet die hun dromen stofferen met
inbeeldingen, maar het valt mij op dat tijdens het waken
het leven genoeg te bieden heeft zonder zich hoeven te
bekommeren over het leven in jouw slaap.
3.
Ik schrijf omdat als ik het niet doe ik een afschuwelijk
mens wordt waar niets mee aan te vangen valt. Of dit er
nu toe doet of niet laat ik in het midden.
4.
Ik schrijf omdat dat indruk maakt op mijn moeder.
(werkelijk dat is zo, en nu dat ik dat klaar gespeeld heb,
zou het een gemene streek zijn ermee te stoppen, denk ik.)
5.
Ik schrijf omdat ik geen deel uitmaak van de congregatie van de Kerk
van de Heilige Zelf-Expressie. En toch is het dat niet. Als het wel waar
was, zou ik
noodgedwongen de output van verscheidene slechte (zelfs afschuwelijke)
dichters moeten
vergeven, en zelfs ook de meer adequate en competente, maar helaas, o
zo vervelende collega’s.
Dit wil niet zeggen dat Zelf-Expressie een slechte zaak is . Ik kan gooien
met bekers. En ik weet dat deze paragraaf in feite niets ter zake doet.
6.
Ik schrijf omwille van het idee van de ideale vriendschap.
7.
Ik schrijf omdat ik geen cello spelen kan zonder aanstoot te geven. ( Ik
besef
wel dat mijn schrijven ook wel aanstoot geeft in sommige kringen, maar
ik ben geen heilige.)
8.
Ik schrijf omdat ik in vervoering raak van de schemering, in verwarring
wordt gebracht
door de regering, onmiddellijk bang en begeesterd wordt door de
toekomst, kinderen
benijd, het verleden vergeet, mij erger aan mijzelf, ongemakkelijk ben in
bevolkte ruimten, nieuwsgierig, onwetend, egoïstisch ben, mij goed voel
met groenten,
zelfzuchtig, verloren loopt in de sneeuw en langs de zee, hoopvol en
menselijk ben.
9.
Ik schrijf omdat niet schrijven negatief zou lijken.
10.
Ik schrijf omdat Frank O’Hara de zon toesprak op Fire Island. (om eerlijk
te zijn, dit is oneerlijk: ik schreef vooraleer ik iets afwist van O’Hara, maar
om eruit te geraken zonder te denken aan hem is onmogelijk, en eens aan
hem gedacht lijkt het mij redelijk hem te vermelden, alhoewel dit koket of
helderziend kan overkomen, of iets in die aard, maar wat maakt het uit?
11.
Ik schrijf omdat alles er is zoals het was en alles zoals het is en er is ook
De wijze waarop dingen nooit hebben bestaan, de wijze waarop zij
zouden moeten
bestaan, en de wijze waarop de dingen nu precies eruit zien. En dan is er
ook nog
leven.
12.
Ik schrijf voor de centen. (Ik heb een gevoel voor humor).
13.
Ik schrijf omdat er iets is dat ik nog niet heb.
14.
Ik schrijf om te zien wat er te zeggen valt.
15.
Ik schrijf omdat ik bij het opstaan mijn naam zei en niemand luisterde.
Het is
mijn manier om lik op stuk te geven, maar ik ben niet zeker of het wel een
zeer effectieve manier is om dat te doen.
16.
Ik schrijf omdat jij niet verondersteld wordt dit te zeggen
en het zelfs verkeerd is daaraan te denken.
Bijgevolg, maar ook een beetje indirect, ligt de nadruk
soms op de methode ten nadele van de betekenis. Of net
andersom.
17.
Ik schrijf omdat een idee tuimelt over een andere kleine gedachte en
er vonken rondvliegen waarvan de mensen zeggen dat ze genoten van
hun vlucht en van de verrassingen en indien dit zo is heeft dit alles
misschien toch wat waarde.
18.
Ik schrijf niet omdat ik iets nieuw wil zien, maar omdat er iets
ouds is dat buiten zicht blijft. En het is precies dat wat ik wil
zien, maar ik verwacht niet het te zien met iemand anders kleren aan,
of met een reisstijl van de andere, of als een nabootser van iemands
manier
van zeggen.
19.
Ik schrijf omdat aan alles een abrupt einde zou kunnen komen morgen, of
vroeger, alhoewel ik in mijn hart van de harten niet kan geloven dat dit
kan gebeuren.
Maar in Suffolk, met die Amerikaanse luchtbasissen, en het Sizewell
krachtstationsnet dat zich ontplooit langs de kust , en dat regelrecht
foutief rijgedrag van de Eastern Counties Busmaatschappij, kan men
nooit te zeker zijn.
20.
Ik schrijf omdat ik weiger mij te vervelen.
(15-17 juni 1988)
(WHY I WRITE)
(geplaatst op 02-02-2006)
terug naar boven
