EEN OPENHARTIG GESPREK

Individualistisch gedrag betekent dat men zijn aanwezigheid laat voelen, ondanks
de meningsverschillen, of misschien net daarom.  Individualisten staan erop hun
zeg te hebben, het maakt niet uit in welke context.

Sedert Socrates is het gesproken woord in de Griekse cultuur een kracht geworden
waarmee terdege rekening dient te worden gehouden.  Het beschouwend als superieur
boven het geschreven woord, bracht Plato ertoe de dialoog te verheffen tot een kunst,
en Socrates, zijn leermeester, was zo begaan met de zuiverheid van het gesprek dat
hij geen enkel geschreven getuigenis ervan achterliet.  Misschien is dit de oerbron van
de Griekse hang naar argumentatie, hun bijna cerebrale zin in verbale bekvechterij of
het nu in het Griekse parlement is of tijdens de Atheense verkeersfiles.

Toen het gemeentebestuur in mijn buurt een eind maakte aan het vrij parkeren op de
trottoirs langs de smaakvolle bars gelegen langs de rand van de straten, keek ik
geamuseerd toe hoe verschillende mensen stopten en de tijd namen tijdens hun
wandeling of rit, om zinnen te roepen als “en waar gaan wij onze auto’s nu moeten
parkeren!”  Het was een echt probleem dat elders zeker nooit aan bod zou komen.

De Japanse schrijver Natsuki Ikezawa, uitgenodigd door het ministerie van cultuur op
een symposium dat heette “Het Griekse experiment” en gehouden te Delphi in februari
ll., gaf ten gehore hoe zijn kennismaking met Griekenland hem had bevrijd van de
onvoorwaardelijke gehoorzaamheid waarmee hij was opgevoed in Japan. Hij noemde
wat hij meemaakte “extreem individualisme” en beschreef een ruzie in het postkantoor
waar hij een persoon hevig zag discussiëren met de loketbeambte over een
prijsstijging van postzegels als in “een opera”.  “Ik bewonderde het tafereel met grote
verbazing”, zei hij smalend.” Vooral dan de koppigheid van de man en zijn weigering te
aanvaarden wat wij in Japan nooit zouden aandurven publiek te betwisten.”  Hij ging
verder met de passie en vastbeslotenheid aan te halen waarmee de Grieken historisch
gezien omgingen met de nederlaag. ”Zij zijn helemaal niet bang om voor zichzelf te
strijden,” besloot hij.
Ik overdacht de zelfreflecties van wat dit blijft betekenen: “individualist” te zijn versus
het simpele individuele, een term die Janet Sarbanes uitvond bij de beschrijving van de
Rebetes van Klein-Azië en de Rembetikaanse muziekcultuur.  Individualistisch gedrag
betekent dat men zijn aanwezigheid laat voelen, ondanks de meningsverschillen, of
misschien net daarom.  Individualisten staan erop hun zeg te hebben, het maakt niet
uit in welke context.

Na mijn dochter te hebben afgezet aan de school op een ochtend, reed ik door naar
een kruispunt toen ik een auto zag opdoemen aan mijn rechtse kant.  De weg
versmalde naar de lichten toe.  Ze sprongen op geel en ik verminderde mijn snelheid
terwijl de auto naast mij versnelde.  De chauffeur verwachtte blijkbaar van mij dat ik
zou stoppen om hem toe te laten voor mij post te gaan vatten, wat ik uiteraard
weigerde.  Zij moest zich maar achter mij opstellen als ik niet naar links reed.  Maar
dat deed zij niet.  De lichten sprongen op rood; wij stonden stil op het kruispunt, zij
met haar wagen gedeeltelijk op de stoep.  Ik keek in haar richting en schudde het
hoofd.  Zij draaide onmiddellijk haar raam naar beneden. “ Drie auto’s zouden hier
naast elkaar kunnen” schreeuwde zij mij toe. “Waarom niet vier,” antwoordde ik.  
“Tenzij jij je rijbewijs in de een of andere aftandse rijcursus hebt behaald, zou je zien
dat daar plaats genoeg is,” ging ze verder.  “Ik sta in mijn rijvak,” schreeuwde ik terug
toen de lichten op groen sprongen en ik in mijn vak bleef rijden zonder af te wijken.  
Zij moest nu ofwel achter mij blijven en /of mij aanrijden.  Zij liet mij echter gaan
scheldend,” Als je beschaafd  waart had je mij wat meer ruimte gegeven!”.  Heel de
weg terug naar huis bleef ik mij maar afvragen hoe het kwam dat zij mij niet begreep:  
een tweebaansweg is een tweebaansweg en daarmee uit.

Later kwam het in mij op dat vanaf het ogenblik dat zij een plaatsje vond om haar
auto in te dringen, als vanzelfsprekend aannam dat ik het feit zou respecteren dat zij
zich daar bevond.  Het ging hier niet over regels; het ging over hun ontoereikendheid
en onvermogen om gelijke orde te brengen in ongelijke omstandigheden.  Het ging
hem over de opvatting dat de autoriteit wispelturig was en feilbaar, dat het nodig was
de regels in je eigen individuele handen te nemen om te vermijden dat het individu
letterlijk van de weg werd gedrukt.  Natuurlijk kunnen deze individuele recepten om de
individualiteit  te confirmeren extreme vormen aannemen; het feit dat de dialoog niet
altijd oplossingen kon creëren bracht immers Socrates tot het besluit dat het niet
besproken leven niet waard was geleefd te worden.

Een politieagente hield mij tegen omdat ik mijn veiligheidsgordel niet droeg.  Als
vanzelfsprekend schreef zij mij een boete uit van zestig euro’s waarna ik in volle
overgave begon te zeggen dat het mij speet, dat ik gehaast was, dat wij net
teruggekeerd waren van een eiland waar we Pasen hadden doorgebracht en dat ik niet
meer gewoon was aan verkeerslichten daar er op het eiland geen bestonden.  “Dat zijn
allemaal geen redenen om je veiligheidsgordel niet te dragen,” zei ze.  Ik ging absurd
verder met te zeggen, “Ik zie niet veel mensen hun veiligheidsgordels dragen.  En ik
kan mij die boete niet permitteren.  “Zeg ik je soms hoe jij je job moet doen?”
antwoordde zij, stijfjes.  “Ik zeg je niet van wat ook te doen,” vervolgde ik, mij bewust
wordend van mijn verkeerde aanpak. “Al mijn papieren zijn in orde... ik heb je
uitgelegd waarom ik de riem niet droeg.  Ik dacht er niet aan ...bij het verlaten van de
supermarkt...” Ik begon haar aan te spreken in het Engels en zij antwoordde mij in het
Engels:” Zou jij in Engeland of in de Verenigde Staten met mij hierover discussiëren?”


Bron:
http://www.geocities.com/patmosverse/

(geplaatst op 02-07-2006)

terug naar boven
ADRIANNE KALFOPOULOU (Griekenland)
keuze en vertaling: Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768