Bioschets

Amal Al-Jubouri werd in 1967 in Bagdad geboren.  In 1986, een jaar voor de beëindiging
van haar studies in de anglistiek, verschijnt haar eerste gedichtenbundel « De wijn der
wonden » in Bagdad. Dit debuut van een dichteres, wier gedachtegoed  teruggaat naar de
alleroudste geschriften van de wereld,  ademt de sfeer van de literatuur in het oude
Mesopotanië.  
Na haar studies werkt zij voor de Iraakse televisie aan een eigen cultuurprogramma.  
Verder houdt zij zich intens bezig met het vertalen, richt haar eigen literatuuruitgeverij op
en is actief als journaliste voor de pers en de televisie.  Haar tweede, veel meer
gewaardeerde,  dichtbundel « Bevrijd mij, gij woord » wordt in 1994 in Amman
gepubliceerd en geeft haar de reputatie een « nieuwe Emily Dickson » te zijn.  

In 1997 verlaat zij Irak en gaat met haar dochter in ballingschap in München.  De in 1999
in Londen verschijnende gedichtenverzameling « Enheduanna, de Priesteres der
Verbanning », verwijst uitdrukkelijk met soefische en mythologische elementen naar de
dochter van Koning Sargon, de eerste bekende dichteres uit de oudheid.  Deze bundel
krijgt op de Boekenbeurs van Beiroet de « Prijs voor het beste Arabische boek »
toegewezen in 1999.
Midden september 2000 is Amal Al-Jubouri de organisator van een zeer succesrijk
Arabisch-Duits Lyriekfestival in Sanaa, Jemen, waaraan o.a. Volker Braun, Hans Magnus
Enzensberger Durs Grünbein meewerken.  Eind 2000 wordt zij cultuurattaché van Jemen in
Berlijn.

Zij wordt gerekend tot een van de belangrijkste jonge dichters van Irak.  De stilistische
ongekunsteldheid en de diepe gedachtengang roepen herinneringen op aan dichters zoals
Adonis.  Haar verzen hanteren een taal doordrenkt van het soefistisch verlangen naar de
geliefde, waardoor ze een in het Westen ongekende pathos toegemeten krijgen.  Haar
soefisme bevat mythologische componenten in die zin dat zij zich in haar gedichten richt
tot de oude Goden die de mensen het verlies van vrienden en geliefden opleggen.  
In de dichtkunst van Jubouri komen invloeden vanuit het westen en de moderne Arabische
poëzie subtiel tesamen waarbij zij ook niet aarzelt het thema van de situatie van de
vrouw zowel in een Arabische als westerse context op de voorgrond te plaatsen.

VIJF GEDICHTEN VAN AMAL AL-JUBOURI

DE SLUIER VAN HET LICHAAM

De schande is een lichaam
een reiziger die de geest beklimt
op een spoor, waarop reeds geruime tijd wagons liggen gekanteld,
en dat de reizenden comfortabel naar een dramatische schouwplaats brengt.
Het lichaam is een jager van een andere soort
en de buit een voorwendsel.
Toch hebben de lichamen een nieuwe architectuur
met zonderlinge daken, muren en deuren.
Lichamen zijn metalen, die het kwikzilver van de tijd losweekt
en de act van de liefde.
Zij tonen het valse goud,
en op die momenten
rijdt het lichaam in de trein van het bewustzijn,
- zijn enige jager.

(vertaling naar het Duits van Andrea Haist)


* * *


DE TATOEAGE VAN DE VALLENDE STERREN

Letters vermengden zich met mij.
Woorden zijn mijn handboeien, mijn gevangenis.
Ik verkondigde mijn bloed maar loochende dit alles
tot aan de afbraak van het heimwee, tot aan de grens van de beschutting
                                       tegen de ondergang
tot aan de diefstal van geheime ontmoetingen om het verwijt van een lange
                          liefde.
De bevalligheid der woorden temde mijn wegen niet
ook niet de rite van de afwezigheid
noch het verlangzamen van de omarming, die steeds maar vreemder
                           werd –
dat alles liet niet verloren gaan, wat was.
Ik had mij in mijn leven ingericht.
Doch de troon, waarop de vaderlanden hun stempel
van vestingen en nietige standbeelden drukten
als maat van cesuur en de zonden der profeten,
lieten mij verloren gaan…

En toch hebben de letters, door oorlog
gescheiden van hun bewoners, hun wetgevers en
                daklozen,
en bomen der verschrikking, die tussen mijn torens en
slaven
neervielen
het mislukken een toegang verschaft, waarin wij konden
                                          schuilen.

Dat alles,
als was geduld schaamteloos,
werd een spookachtige wind.
Een verhaal, door het twijfelen opgedist, dat voor de
              amulet van het lichaam neerbuigt
als kon ons dat de dood brengen.
Het is de tatoeëring van de vallende sterren,
en het is de zon, die het jonkvrouwenzwart opbood.
Oh, het is mijn tragiek, dat ik niet begrijp dat de overwinning
                gesloten blijft
en de nederlaag van een vaderland telt, die werkelijk geboren
                 werd
of nu ten onrechte sterft.

Duister is het wit van nederlagen, duister de wegen in de
                 kisten der redenaars
zelfs als de vertwijfeling nabij is.
Ik zou zeggen: ik ben gebroken,
ik zal als gloeiende kool stuk breken, om de leugen van de
                  scepter
en de leugen van de woorden uit te wissen.


(naar het Duits van Klaus Thalhammer & Joachim Sartorius)


* * *

DE SLUIER VAN HET SCHRIJVEN

Schrijven, niet jouw schoonheid, trekt mij aan,
maar de vergankelijkheid.
Schoonheid, jij bent een mengwezen geworden
in de geest der woorden

(naar het Duits van Andrea Haist)

* * *

DE SLUIER DER GEZICHTEN

Gezichten zijn het innerlijke,
de zin,
het masker van het onuitgesprokene.
Gezichten zijn postzegels, afgestempeld door de tijd,
een schandeloze onthulling, die gedachten en inzichten afdekt,
gezichten zijn herinneringen, die met hun vergankelijkheid spotten,
gezichten zijn chemie, bij wie vragen met elkaar verbindingen aangaan,
gezichten zijn talen zonder alfabet,
gezichten zijn brieven die nooit geopend worden.

(naar het Duits van Andrea Haist)


* * *

DE SLUIER VAN HET ZWIJGEN

Ik zal al mijn minnaars
in het vergeten werpen.
Ik zal mij in een nieuwe liefde storten.
Mijn nieuwe minnaar criminaliseert het spreken:
het spreken wordt verdacht,
en tegen de tong wordt een aanklacht ingediend.

Stem, ik smeek je,
bevrijd mij uit deze kooi
van het niets-meer-zeggen-durven
zodat ik dit liefdesavontuur beëindigen kan,
met een moordenaar die ik eens liefhad,
een moordenaar die geluiden en woorden wurgt,
om deze nacht met mij alleen te slapen.

Het zwijgen is – mijn laatste geliefde.  


(naar het Duits van Andrea Haist)



Bron: Lyrikline.org

(geplaatst op 17-04-2005)

terug naar boven
AMAL AL-JUBOURI (IRAK)
keuze en vertaling: Henri Thijs
Copyright © 2002/ 2009 't Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs.  Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd zonder
uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje,
Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
schermresolutie van 1024 x 768