Copyright © 2002/ 20045 Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag
worden gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en
Het Prieeltje Online zijn trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel.
013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en werd speciaal geconcipieerd voor  de
standaardschermresolutie van 800 x 600.  
HUGO WILLIAMS (°1942, Windsor)
"DE GETIJDEN VAN DE MAAN" van HUGO WILLIAMS door
Henri Thijs

Astrologen hebben het ons al jaren doen geloven: de voornaamste invloed van de
maan op de aarde, verloopt via de getijdenwerking.  Op grote schaal houden zij
ons voor dat de maan, en dan met name de volle maan, een grote invloed heeft op
de natuur en de mens.  Verwijst trouwens niet het Engelse woord "lunatic" naar de
vermeende invloed van de maan op afwijkend gedrag?   Zo zouden er bij volle
maan ook meer kinderen worden geboren.  En maken zij de vroedvrouwen wijs dat
alleen bij vloed kinderen geboren worden.  Arnold L. Lieber, een Amerikaanse
psychiater, schreef in dat verband een invloedrijk boek "The Lunar Effect" (1978).  
Lieber meent dat de getijdenwerking van de maan de sleutel is tot deze invloeden.  
Veel van zijn voorbeelden hebben betrekking op misdaad, weerwolven, de
bloedgroepen van kakkerlakken en verdwijningen in de Bermudadriehoek (1).  
Ernstig wetenschappelijk onderzoek met voldoende gespreide statistische
gegevens bewijzen echter dat niets klopt van dat maangeloof.  Het zou behoren
tot het domein van de zuivere fantasie.  Vandaar dat het ook zo een geschikt en
dankbaar gegeven is voor de poëtische verwerking.

Het enige dat met wetenschappelijke stelligheid kan beweerd worden, is dat de
getijden zuiver natuurlijke verschijnselen zijn waaraan geen enkele andere
welkdanige invloed ook moet gekoppeld worden.  Getijdenkrachten kan men
immers opvatten als effecten van het zwakker worden van de zwaartekracht met
de afstand.  Het punt op aarde dat het dichtst bij de maan staat "voelt" de
zwaartekracht van de maan iets meer dan de aarde als geheel, en het punt
daartegenover op aarde iets minder.  De verschillen zijn heel erg klein, en de
effecten van die krachten zijn evenredig met de afmetingen van de zaken waar ze
op werken.  Daarom zijn eb en vloed alleen waarneembaar aan de oevers van
oceanen, en nauwelijks in zeeën zoals de Middellandse Zee, en zeker niet in het
menselijk lichaam, dat niet alleen een paar miljoen maal kleiner is dan de oceaan,
maar doorgaans ook van stand verandert ten opzichte van de maan.  Dat het
lichaam net als de oceanen nogal wat vocht bevat doet niet ter zake.  Als de vloer
van een woonkamer zou "schommelen" doordat deze in een twaalfuursritme zou
rijzen en dalen, zou dit op de aanwezigen in die kamer hetzelfde effect hebben als
de getijdenkrachten van de maan.  Wie langs een bescheiden tuinmuurtje van een
paar duizend kilo loopt, wordt door de aantrekkingskracht daarvan even ver uit
het lood geslagen als door de getijdekracht van de maan. (2)  Veredelde fantansie
dus al dat bijgeloof in de maangetijden, maar desalniettemin, zoals gezegd, een
gegeerd onderwerp voor de poëtische ontboezeming van vele dichters.

De Britse dichter Hugo Williams (°1942, Windsor) is een van hen.  Als actief lid van
de strekking van de zgn. "Nieuwe Britse Poëtische School" schrijft hij frisse,
gedurfde verzen die stoelen op het pure imaginaire en daartoe een zeer
toegankelijke taal bezigen.  Williams is, zoals de meesten van zijn
generatiegenoten, een uitgesproken "inner-emigré", d.w.z. hij is geen zielepoot
van eigen persoonlijke roerselen, maar een geïntegreerd observator; geen lijdzaam
slachtoffer, maar een geboeid toeschouwer; geen dichter à la lettre maar een actief
dramaturg en stilistisch verteller.  Daarenboven is hij ook een linguïstisch durver
van formaat, daar waar hij, steeds in de lijn van zijn tijdgenoten, het klassieke
lyrische patroon van de Britse poëzie resoluut doorbreekt en zich vastberaden
opstelt als antropoloog en nostalgische banneling (een deel van zijn tijdgenoten
zijn dat effectief).  Ongetwijfeld is zijn poëzie ook schatplichtig aan de oude stijl en
de geest van de zgn. "Bog-poems" of moeras-gedichten (veengedichten) van zijn
illustere tijdgenoot en latere Nobelprijswinnaar Seamus Heany.


(1) Driehoekig stuk Atlantische Oceaan tussen de Bahama's, Bermuda en de Amerikaanse
Oostkust, waarin schepen op geheimzinnige wijze zouden verdwijnen.

(2) P. QUINCY. "Why we are unmoved as oceans, ebb and flow", SKEPTICAL INQUIRER, 1994,
vol.18, p. 509-515.

Zes gedichten van HUGO WILLIAMS (*)

DE BEENHOUWER

De beenhouwer snijdt twee porties kalfsvlees.
De wolkige, broze stukken vallen over zijn mes.

Alsof zijn gezicht werd gekwetst door de doorge-
sneden pezen, kijkt hij opgelucht op als hij
de sneden op de weegschaal legt.

Hij is een roze jonge man met witte wenkbrauwen
als een stier.  Hij gaat verder met mij te
bedienen.

Ik denk dat hij weet heeft van mijn leven.  Hoe
wij verkiezen thuis te eten als het koud is.  En
hoe iemand met een vreemde tongval alleen maar

kalfsvlees kan bereiden.  Hij noteert de prijs op
het pakje en overhandigt het mij zeer
hoffelijk.

Zijn glimlach is de officiële zegel op mijn
huwelijk.

(THE BUTCHER)

* * *

HET KOPPEL BOVEN

Schoenen in plaats van pantoffels onder aan de
trap.  Zij rende naar buiten met haar kleren

en sloeg hard de voordeur dicht en ik zag haar
gebogen en schuw, alsof zij naakt was, lopen naar
een auto.

Zij was niet altijd met hem hierboven en toch
schenen zij zo ongerept als wij, met onze liefdes
bedreven uit sympathie.  Haar weggaan doet ons

huiveren en schrikken.  Wij ontwaken en spreken
opgewonden over onszelf, als waren wij
hotelgasen.


(THE COUPLE UPSTAIRS)

* * *

DE 20STE FEBRUARI-STRAAT

Het toeval moet
een deel van een ketting zijn
waarvan ik de schakels niet ken.

Ik voel ze rondom mij
overal waar ik ga: in files,
in treinen, onder bruggen.

Mensen of toevalligheden, kansen
van de de logica die keren
door mijn fout, omdat

wij alleen gaan door straten,
de laatste van een bepaalde, droevige soort
die de bodems van dierentuinen bevloert.

Omdat ons geluk, achteruitlopend
door grassen, voor altijd huiswaarts
keert naar de rand van een andere tijd.


(FEBRUARY THE 20TH STREET)

* * *

LANGS DEZE REGELS

En zo huil je maar voor haar en het gedicht
kruipt terug in het papier alsof het  wist dat
we alles wat we maken van onszelf rukken uit
ons beider harten - scheurend en schreeuwend tot
we tot het afschuwelijk inzicht komen dat we
achter gesloten deuren werden geboren als schat-
plichtigen van wat we de wereld hebben ontleend;

(ALONG THESE LINES)


* * *

ONTHULLINGEN VAN EEN ZWERVER
(naar Tu Mu 803-852 A.D)

Ik verkocht parfum in de Nieuwe Steden.
Ik was geliefd in de bars.
Beroepsliefjes sliepen in mijn caravan.
Jonge verkoopsters braken mijn hart.

Van winkel naar winkel
en daarna van deur tot deur ging ik
in een langzaam krimpende cirkel van verrukking
met "Soir de Paris" en "Bloem uit het Oosten".

Ik probeerde mijn goed geluk
op de polsen van teenagers in bars
met de gratis staaltjes van "English Rose" en
"Afro-Dizziac".

Van meisje naar meisje
en daarna van bar tot bar ging ik
in een langzaam groeiende cirkel
van vloeistofverzadiging.

Altijd parkeerde ik mijn caravan
kortbij een deur zodat ik hem gemakkelijk
kon terugvinden bij het buitenkomen, terwijl
ik mijn schouders achterover hield als een
held voor mijzelf.

Vanmorgen kloppen ze op mijn venster.  Te laat,
ik ontwaak uit mijn verkopersparadijs,
terwijl het sperma droogt op mijn dij
en er niets meer overblijft dan de naam van
een zwerver in de Nieuwe Steden.


(CONFESSIONS OF A DRIFTER)


* * *

VAKANTIE

Wij spreiden onze spullen uit op het zand
Voor het hotel
En zitten urenlang
Als marktkramers onder parasols
Met onze gedachten bij de schepen
Die in konvooien voorbijtrekken in de baai
Terwijl ver weg
Onze vakantiedagen verrast terugblikken op ons
Vanuit vissersboten en kermissen
Of waarheen ze ook gingen
in hun zeewierkleren.

(HOLIDAYS)


(*) Uit: The Penguin Book of Contemporary British Poetry, edited by Blake Morrison and Andrew
Motion.  London 1988.  Vertaling: Henri Thijs

(geplaatst op 13-03-2005)

terug naar boven
(©Caroline Forbes)