Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
EEN GEDICHT KAN UW LEVEN REDDEN
(vertaling Henri Thijs)

Het is moeilijk
om wat nieuws te rapen uit gedichten
toch sterven dagelijks mensen op een ellendige wijze
bij gebrek eraan.

William Carlos WILLIAMS ("Asphodel")

Een tijdje geleden werd bij een vriend van mij, een vooraanstaand schilder, kanker
vastgesteld.  Hij onderging verschillende testronden, doktersconsultaties en nog meer
onderzoeken.  De diagnose werd bevestigd en een adequate behandeling
voorgeschreven : hij zou een tien uur durende operatie moeten ondergaan gevolgd
door een maandenlange chemotherapie en bestralingskuur.  Alhoewel hij altijd een
kloeke, blijgezinde en moedige figuur was geweest, verstoorde de diagnose toch
grondig zijn alledaagse perceptie van de dingen.  Als een van nature uit bruisende
persoonlijkheid had hij nu vaak  grote moeite om zijn gemoedsgesteltenis op peil te
houden.  Zo gaf hij zelfs het schilderen op.
In het vooruitzicht van de lange en risicovolle chirurgische ingreep, die wel eens
verkeerd zou kunnen aflopen en de dood tot gevolg hebben, besloot hij opeens
enkele gedichten te memoriseren.  Ik vroeg hem wijselijk niet waarom, daar deze
beslissing in mijn binnenste alleszins wel te duiden was.  
Hieronder volgt het eerste gedicht dat hij besloot van buiten te leren, eentje van W.
H. AUDEN dat hem veel genot en trots verschafte bij het voordragen.

MUSEE DES BEAUX -ARTS

Over het lijden hadden ze het nooit mis
De oude Meesters : hoe goed verstonden
zij niet zijn menselijke context, hoe het plaats greep
terwijl iemand aan 't eten was of een raam opende of gewoon
lui langs wandelde;

En hoe, terwijl de ouderen passioneel en opgewonden,
zitten te wachten op een miraculeuze geboorte, daar altijd
kinderen zullen zijn, niet bijzonder geïnteresseerd in zulke gebeurtenis, die schaatsen
op een vijver aan de rand van het woud.
Zij vergaten nooit
dat zelfs het wrede marteldom zijn gang moet gaan
ergens in een hoek of op een vuile plek
waar de honden doorgaan met hun hondsbestaan en
het paard van de folteraar zijn onschuldig achterste
wrijft tegen een boom.
Zo ook in Breughel's Icarus bij voorbeeld : zie hoe alles
onverschillig wegglijdt van het drama ; de ploeger
moet zeker de plons gehoord hebben en de noodkreet,
maar voor hem was dat geen belangrijk feit; de
zon scheen zoals het hoorde op de witte benen die verdwenen
in het groene water; en het dure luxe-schip dat toch ook
iets verbazingwekkends moet hebben gezien, een jongen
die zo maar uit de lucht valt, had een bestemming om naar
te varen en zeilde rustig voorbij.

In het leven nemen we vele dingen gewoontjes op die ons zeker zouden verbazen
moesten we er meer aandacht voor hebben.  Zo is het ook met dit gedicht en de trots
van mijn vriend om het te memoriseren.  Eenvoudig gezegd wil het ons zeggen dat
niemand geeft om het lijden van anderen : "het gebeurt / terwijl iemand anders aan het
eten is of een raam opent of gewoon lui voorbijwandelt" en "terwijl de honden
doorgaan met hun honds bestaan".
Zelfs wanneer iets verbazingwekkends gebeurt - zoals dat het geval is in Pieter
Breughel's schilderij "Landschap met de val van Icarus", waar lang voor de eeuw van
de luchtvaart een jonge man een paar vleugels uitprobeert die zijn vader maakte voor
hem, en in zijn vlucht te kort de zon nadert zodat de lijm die de veders bij elkaar hield
begint te smelten en hij in zee stort - MERKT NIEMAND DAAR IETS VAN.  
Vooral de laatste verzen van het gedicht, zo accuraat in hun beschrijving van het
schilderij, zijn beklijvend mooi :" en het dure luxe-schip dat toch iets
verbazingwekkends moet hebben gezien - een jongen die zomaar uit de lucht valt -
had een bestemming om naar te varen en zeilde rustig voorbij".  De benen van Icarus
zijn nog maar net zichtbaar tussen het schip en de visser met de witte jas.  En nu
komt bij mij plots de vraag op bij het bedenken van mijn vriend's verwonderlijke
keuze van het gedicht:
Hoe kon hij zo'n intens genoegen beleven aan woorden die het ergste beschrijven dat
hemzelf kon overkomen met zijn kankerkwaal ?  Dat hij verder zou moeten strijden
zonder dat ook maar iemand daarom geeft ?  Dat hijzelf zou kunnen worden
opgeslorpt en verdwijnen in de onverschilligheid van de wereld ?
Wij kunnen deze vreemde transformatie van het pijnlijke en onrustwekkende naar het
schone, literaire alleen maar "verbale alchimie" noemen.  Het lijden wordt omgezet in
iets anders, iets dat op zijn manier vrolijk is.  Zo kan ook de kracht van de woorden
ritmisch worden georganiseerd en weergegeven in een gedicht.
Ik zou de waarheid geweld aandoen door te beweren dat ik dit proces volledig
begrijp.  De werking van een gedicht hangt af van iets dat noch wetenschappelijk,
noch psychologisch te verklaren valt, nl. "de verbeelding".  Het schrijven en lezen van
gedichten hangt af van een principe dat de filosoof Pascal reeds 3 eeuwen geleden
onderkende met zijn beroemde uitspraak :" Het hart heeft redenen die de geest niet
kent".

Naar een ander verhaal nu.  Een van Anton Tsjeckov.  In 1988 publiceerde hij 't
wondermooie "Kruisbessen".  Het verhaal begint met twee mannen van middelbare
leeftijd die aan het wandelen zijn op het lieflijke platteland tot het opeens begint te
regenen.  Doornat zoeken zij beschutting op een boerderij van een vriend Alehin.  Zij
treffen hem aan vuil en hard aan het werk in de schuur.  Tesamen nemen zij een
verkwikkend bad in een nabijgelegen rivier.  Alehin is zo ingenomen met zijn
zwempartij en het stoeien in het water dat zijn vrienden hem moeten aanporren om
aan de kant te gaan en op te drogen.  Een tijdje later als ze knus binnenzitten met
propere kleren aan, vertelt Iwan Iwanowitch hun een verhaaltje.  Iwan, zo blijkt,
heeft een broer die als arme kleine bediende er een leven lang van gedroomd heeft
een eigen boerderij te bezitten.  De kern van zijn droom is zijn vurige wens ooit eens
bessenstruiken op zijn goed te zien rijpen.  Jarenlange ontberingen, vervelend stom
bureauwerk en een fortuinlijk maar liefdeloos huwelijk stellen hem in staat finaal een
landgoed te bemachtigen.  Als Iwan zijn broer gaat bezoeken merkt hij al vlug dat het
goed helemaal niet overeenstemt met de boerderij waarvan zijn broer altijd heeft
gedroomd.  De eigendom wordt nl. omgeven door talrijke fabrieken, de nabijgelegen
rivier is volledig gepollueerd, de gewassen zien er maar triestig uit en alles op het erf,
weze het nu de hond, zijn meid of hijzelf, zien er uit als zwijnen.  En het toppunt van
dat alles is dat er zelfs geen lapje grond voor bessenstruiken voorhanden is.  En toch
is Iwan's broer content en meer zelfs, hij is gelukkig.  Want hij heeft toch bessen
geplant en op het moment van Iwan's bezoek de eerste schrale oogst op een
dienblad geserveerd.  Ofschoon de bessen maar klein, onrijp en zuur zijn, schept zijn
broer er een zichtbaar behagen in ze op te eten.  
Iwan vertelt dit verhaal omdat het hem op bepaalde ideeën brengt.  Hij vervolgt : "Ik
voelde een verandering in mij opkomen tijdens de korte uren van mijn verblijf op dat
landgoed.  Ik zag een gelukkig man wiens droom blijkbaar volledig werd vervuld, die
zijn levensdoel bereikt had, had gekregen wat hij uiteindelijk verlangde en bovendien
tevreden was met zijn lot en met zichzelf.  Dit is des te meer merkwaardig als men
bedenkt welke potentiële persoonlijke verrijkingskansen hiervoor werden
opgeofferd.  En Iwan realiseert zich plots bij het vertellen van dit alles dat
tevredenheid in het leven werkt als een paar oogkleppen, waarbij alles wat anders is
uit het gezichtsveld wordt gesloten.  Evenals alles dat zou moeten worden gezien.  En
dan te bedenken hoevele zulke gelukkige mensen er wel niet rondlopen ! Wat een
verstikkende gedachte schuilt daar niet achter.  Je kijkt toe op een leven waar de
onbeschaamdheid en de ijdelheid van de machtigen, de onwetendheid en
onbeschaafdheid van de zwakken floreren samen met met ongelooflijke armoede om
ons heen, met overbevolking, verloedering, dronkenschap, hypocrisie en leugens...
En toch blijft alles stil en rustig in de huizen en in de straten; van de 50.000 inwoners
van een stad, is er niet een die het uitschreeuwt, of die lucht geeft aan zijn
verontwaardiging... Alles blijft kalm en sereen en niets of niemand protesteert.  Iwan's
vaststelling heeft veel verwantschap met die van Auden over het schilderij van
Breughel, alhoewel de emotionele teneur van beide denkbeelden erg verschillend is.  
Auden observeert en, in het kader van de tragische dimensie van het leven,
accepteert.  De fictieve Iwan schreeuwt zijn afschuw uit : er bestaat een grove
onrechtvaardigheid overal en wij zijn er blind voor.  Hij voelt mee met de honderden
en duizenden Icarussen die een mensonwaardig leven leiden en dagelijks worden
vernederd, zonder dat iemand dat opmerkt.  In zijn woede over dit stilzwijgend
gedogen wordt Iwan ironisch: deze orde van zaken is klaarblijkelijk noodzakelijk;
blijkbaar voelt de gelukkige mens zich enkel op zijn gemak omdat de ongelukkiigen
hun lasten dragen in stilte en zonder die berusting zou het geluk gewoon niet mogelijk
zijn.  Het is een geval van algemene hypnose.  Hij doet dan een statement dat volgens
mij behoort tot een van de meest eloquente uitspraken in de wereldliteratuur:  een
pleidooi dat ons eraan moet herinneren elke dag, als een hamer kloppend op de
muren van onze tevredenheid, dat er lijden en onrecht bestaan in het menselijk leven.
Er zou achter de deur van elke gelukkige en tevreden mens een ander moeten staan
die met een klop van een hamer hem eraan herinnert dat er ook ongelukkige mensen
bestaan; dat hoe gelukkig hij nu ook is, het leven hem vroeg of laat zijn wetten zal
opleggen, en tal van problemen bezorgen  - ziekten, armoede, verliezen, en niemand
zal het ooit horen of zien, net zo min als hij nu de anderen wil horen of zien.  Maar
spijtig genoeg bestaat er geen man met de hamer...Het gedicht nu kan treden in de rol
van de "man met de hamer" om ons eraan te herinneren dat onder en achter het geluk
er ook een wereld van lijden en onrecht bestaat.  Een wereld die vaak niet eens
wordt vernoemd, en die praktisch nooit zijn sporen nalaat in het bewustzijn, noch in
de woorden...
Het gedicht kan beslist die "man met de hamer" zijn dat er ons op wijst dat er veel is
dat onze blik bekijkt maar niet ziet, dat er veel is dat ons bewustzijn opneemt maar
niet registreert.  Het gedicht kan de "man met de hamer" zijn er ons op wijzend dat er
nog anderen bestaan buiten onszelf, dat het bewustzijn en de ervaring van elke
persoon een alternatieve benadering inhoudt van de realiteit die de onze is, en een
alternatieve levenswijze en een anders bekijken van de wereld.  Deze alternatieven
kunnen dienen als mogelijke correcties of verruimingen van onze eigen visie op de
dingen.  
Het radicaal verschil tussen het ene menselijk wezen en het andere komt tot uiting op
het einde van het verhaal van Tsjeckov.  Want Iwan Iwanowitch kan zijn
toehoorders niet overtuigen.  De jonge boer Alehin luistert wel naar Iwan's verhaal
maar mist geheel de morele drift waarmee zijn vriend de wereld bekijkt.  Alehin is
eenvoudigweg tevreden een conversatie te hebben gehad die het gewone alledaagse
van zijn bestaan overstijgt, en hij is dubbel gelukkig het verhaal te hebben gehoord.  
Onafgezien van het feit dat zijn vriend hem zonet nog bij de handen heeft gegrepen en
gesmeekt "Goed te doen voor de anderen", luistert hij naar Iwan's verhaal alsof het
niet direct zijn leven aanbelangt.  Hier, bij het slot van de verteller, doet het verhaal
wat gedichten zo vaak tot stand brengen: het confronteert ons met conflicterende
inzichten, eerder dan de warboel van het bestaan in te pakken in een mooi, net
doosje.  Hij ging ook niet in op de vraag of hetgeen Iwanowitch zonet had gezegd nu
waar was of niet.  Zijn bezoekers hadden het immers niet gehad over de haveroogst,
noch over het hooi of de pekbroeken, maar over iets dat geen direct verband hield
met zijn eigen leven en daarom was hij gelukkig en wilde hij dat ze ermee doorgingen.

Van de gedichten waarvan we houden, kunnnen wij ook zeggen dat ze ons
gelukkig maken en willen wij evenzeer dat ze daarmee doorgaan.


terug naar boven
DE KRACHT VAN POEZIE door
Huck Gutman
(P.Breughel. Landschap met de val van Icarus)