HET VLIEGENDE BED
naar Frida Kahlo

Wij komen hier enkel om te slapen, we komen hier enkel om te
vertrekken.
Het is niet waar, het is niet waar dat wij hier komen om te leven
in dit land
Oud Mexicaans Volkslied

Onder het gezicht van mijn geliefde, ligt er een schedel;
’s nachts werpt zijn kin schaduwen op zijn borst.
Onder het vlees van Judas, een ribbenkooi, een
vogelkooi.
In bed, droom ik van een dood kind; mijn schoot
is een terugtrekkende slak: hij vervalt als de maan.
Het gezicht van de Maagd onthult een grijnzende
schedel.
De dokter pakt mijn uiteengespat orgaan uit,
en zegt dat mijn jeugdige dwaasheid er de oorzaak van
is.
De vingers van de heilige waren wit onder de huid.
Nog steeds pompen machines, de purperen orchidee
sterft
en mijn geschonden bekkenbeen blijft over.
In de verte, groeien wolkenkrabbers in de hoogte,
wielen draaien.

(THE FLYING BED)


* * *


OVERGAVE

Als het pompend hart wordt weggescheurd, draagt de
arend het stekelig fruit naar de zon.

En zij ontmoeten elkaar met een gevoel van hoogte en
gevaar
alsof zij samenkomen op het trappenhuis
van een groot gebouw: het vuur beneden
woorden fluisterend als val en perkament en paniek.

Haar voorhoofd drukkend tegen zijn wang
leunt op een vensterruit – de lange val beneden.
Zij sluiten de deur als rook vult de kamer
en gaan liggen in het hart van een verbrokkelend
gebouw.

Net zoals het winderige buigen van bomen spreken een
taal,
en de zee nabootsen , zo handelen zijn oren, mond,
oogwimpers
en zijn zachtste delen.  Achter de deur
beven de vlammen in dromerijen van hout.

Zij fluistert een andere taal om hem te prikkelen, te
troosten.
In het smeulen van haar huid ontstaat een gezang
zwak als het druppelen in het gras na een regenstorm.
Zijn vingers op haar lichaam spannen haar snaren.

Onder het vlees, de ribbenkast, de vogelkooi: hebben
zij nooit eerder
dit zingen gevoeld van de ribben en de rug.
Als het gebouw wegvalt, springen twee harten op –
stenen scherend over het water, vogels cirkelend in de
ruimte.

(YIELD)


* * *


AANVARING

De jonge maangodin berijdt de wassendede maansikkel
als de grond onder haar beeft.

Bij dageraad valt zij uit het centrum van de wereld,
en tegen de ochtend is zij niet langer hoopvol.
Gebroken in de dageraad, dit verontwaardigd meisje
van vorige dagen, zonder vrees in achterbuurten,
niet lettend op starende mannen; dit meisje
verminkt, ontzet in het bleke licht.
En wat met deze vele objecten verzameld
in de drukke nachtstraten?
Een sleutel zal mij ontsluiten.
Een speelgoed auto zal mij voortbewegen.
Een zilveren hoednaald zal mij breien.

Zij boog zich neder verstrooid door een glinstering
in de dakgoot, te laat om die man te zien
die op haar aanstormt als een vrachttrein.
Zij keek verrast en ietwat nieuwsgierig
op naar het opkomend verkeer
Bij dageraad erkent zij de pijn,
En tegen de ochtend kan zij niet meer vertrouwen op
hoop.

(COLLISION)

(geplaatst op 24-06-2005)  

terug naar boven
Copyright © 2002/ 2006: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje, Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken met en
werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Zoe Brigley (Groot-Brittanië)
vertaald door Henri Thijs
(© http://blogs.warwick.ac.uk/zoebrigley/about/)