Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
cyclus "ULTIEME BLADEREN"

DE GELUKKIGE WIJSHEID


Enkel dit – enkel deze vrijheid
van de dingen in hun wezen,
wat zijzelf niet zijn
maar wel hun gratie.
Het geluid van water is niet vloeibaar
Maar geluk dat te beurt valt, omdat,
omdat…

De wind is geen kracht, maar
Het geluk dat beweegt, de takken
Die zweven en buigen, opgezweept
Door het geluk, bladeren klimmend,
De roestige hopen naalden en vuil
Die composteren, bijeenkoeken,
En vormen en gevolgen voorstellen
van onherstelbare
vreugde.

Doe niet maar enkel dit
Het geluid van water scherend
Over de dingen, een stemmen
Van het vitale instrument, nooit gelukt
Tenzij in het zijn, in dit tintelen alleen.

Geen herkomst, noch aankomst
Of vertrek, alleen maar beweging die
niet is, maar die wordt gevoeld, nabij is,
Hier is en toch weer niet, een flits,
Een steen, een besef van wolken.


NACHTWACHT

Een toren rijst uit de duisternis
Als een eeuwige referentie
Voor een eeuwig donkere wereld.

Beneden, in een illusie van wanorde,
Raken rozenbloesems  verstrikt
Als fluisterende stemmen van de nacht.

Hij zit hier niet ver af
In een stoel, met enkel de muren
Deze die hij creëerde met lucht.

De lucht is werkelijk zijn
geuit gevoelen; de toren
Is een god met een dodelijk aspect.

Vraag niets over de grond.
Het is al genoeg dat hij erop moet
Zitten in een stoel.

De enige muren zijn zij
die hij creëerde met lucht.



VALLENDE LIJNEN

Iedereen dood in een levend raam;

Iedereen een gedicht van gele bladeren.

Het zoemen van het geheel, het verslag
Van ruimte achter het gele toneel.

Niet levend, wel informerend, noch liefhebbend,
Noch stervend, maar in alle delen op dezelfde
Wijze bewegend.

Geen gedicht in de gele boom,
Wel een kleur die is zoals geloof.



RECEPT VOOR HET HERWINNEN VAN  ZONLICHT


Neem, van een trouwe hond – een oor;
Van een kraai – onverschilligheid

Vang het geratel van de wind
En het botte van een laars

Meng de hartestroom met
Droge-bladobsessie

Doe in een vaas;
doe het ontvlammen.

Schreeuw.

Destilleer de gal van de kraai
Met de melodie van het vensterstof

Deel door de heilige geest

En de staties van het kruis

Meng en gooi alles weg.

OF, TRADITIONELER:
Smeek de heilige sublieme wereld om energie
Die vrijkomt
Uit niet te duiden transcendentie
Voor tijdelijke fermentatie van innerlijke
duisternis.

POSTMODERNE OPTIE 1:
Beschouw de stilte die opdoemt uit pijn
Als spasmen, het functioneel
Centrum binnen deze niet-functionele
Passionele, veranderlijke, etc.,etc.;; wereld
Niet omhoog werpen.

POSTMODERNE OPTIE 2:
Werp omhoog maar zeg dat je het niet deed.



OM HET CENTRUM VAN EEN UI TE VINDEN


Verdwaal in je binnenste;
De horizon is vlak en rustig.

Achter je, brandt je huis uit.
Je kinderen zijn allen omgekomen.

Ga naar het universum, gevormd
Uit zilver, de adem der vergetelheid.

Je herhaalt dit moment, jouw droevige
voortreffelijkheid,
je weet dat je dit deed.

Van deze kunst geraak je niet bevrijd,
Deze plaats waar de finesse eindigt, in een hoop

Brandende kaarsen, een persoonlijke zon
Uit haar vuur verbannen.

Verdwaal op weg naar je zilveren God;
God begrijpt, God controleert jouw
weg,

Hij hoort jouw stap op het toneel
Vooraleer jij het hoort

Zijn komst, is in jouwzelf.
Verdwaal.  De lucht is zilver,

Jouw adem is een geluidloze wolk
Tussen drie muren.  Jij bent er alleen,

Alleen met God.
Mateloos, onverschrokken en stil.


ULTIEME BLADEREN


Een van de percepties van de realiteit
is dat elke realiteit kan zien.

Eerste regel van het realistisch zicht:
Een blad zien is niet een blad zien.

Correlarium: Als een blad verschijnt
houdt het reële zien op.

En de wind blaast altijd
En nu – altijd – de wind.

Bladeren als saffraankleurige dolken
hakken in op de stoep.

Bladeren kruipen als schorpioenen
En steken een angel in de ogen die zij ontwaren.

Een groet van de geest,
Een wolkje van onpeilbare atomen – dat
zijn de bladeren.

Zoek de bladeren niet –
Zij hebben jou al uitgevonden.


(geplaatst op 01-12-2003)


(terug naar boven)
STEVE KIRCHHOFF
(Montana, USA)
gekozen en vertaald door Henri Thijs