Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Forough Farrokhzad (Iran)
Keuze en vertaling: Henri Thijs
Bioschets

Forough Farrokhzad werd geboren in Teheran in 1935 en is in een ongeval gestorven
in 1967.  Op de leeftijd van 27 jaar (1962) maakt zij een film getiteld “Khane siah ast”
(Het huis is zwart) in het leprozenhuis van Baba Baghi, dichtbij Tabriz, en adopteert
een koppel melaatsen.  
Zij is een van de mooiste stemmen van de Iraanse poëzie.  Haar leven zelf al –
evenals haar oeuvre – maakten haar beroemd.  Zij is de eerste hedendaagse Iraanse
dichteres die zich heeft gemanifesteerd als vrouw met al de moed en inspanning die
dat vereisen.  Haar belangrijkste bundel heeft als titel “Een andere Geboorte”.

Haar belangrijkste bundels zijn:

SLAAF, Uitgeverij Amir Kabir — Téhéran — 1953
DE MUUR, Uitgeverij Amir Kabir — Téhéran — 1957
REVOLTE, Uitgeverij Amir Kabir — Téhéran — 1958
ANDERE GEBOORTE,  Uitgeverij Morvarid — Téhéran — 1964



DRIE GEDICHTEN

ANDERE GEBOORTE

Heel mijn wezen is een vers van de duisternis
Dat op zichzelf jou herhaalt
En je brengt naar de dageraad van de ontluiking en de eeuwige groei
Ik heb naar jou verlangd en verlangd
In dit vers heb ik je ge-ent op de boom, op het water en het vuur.

Misschien is het leven
Een lange straat die een vrouw met een mand elke dag bewandelt
Misschien is het leven
Een koord waarmee een mens zich ophangt aan een tak
Misschien is het leven een kind dat terugkeert van school
Misschien is het leven een sigaret aansteken
In de pauze tussen twee omhelzingen
Of de verstrooide blik van een voorbijganger
Die zijn hoed afneemt
En een andere voorbijganger, met een minzaam lachje” Goedendag” zegt
Misschien is het leven dat uitzichtloos moment
Waarop mijn blik zich verliest in de pupil van je ogen
En ontluikt daar een gevoel
Dat mij mijn begrip van de maan en mijn perceptie van de duisternis doet
vermengen.

In een kamer op maat van mijn eenzaamheid
bekijkt
Mijn hart
Op maat van mijn geliefde
De voorwendsels van zijn geluk
De mooie afgang van de bloemen in de vaas
De scheut die jij in de tuin hebt geplant
En de zang van de kanaries
Die zingen op maat van het vensterraam.

Ach…
Dit is mijn lot
Dit is mijn lot
Mijn lot
Is een hemel die een gordijn mij ontneemt
Mijn lot is het afdalen van een verlaten trap
Om mij te begeven naar iets in het bederf en de melancholie.
Mijn lot is het een nostalgische wandeling te maken in de tuin der herinneringen
En een ziel te planten in de droefheid van een stem die me zegt:

“Jouw handen
ik heb ze lief”.

Mijn handen ik zal ze planten in de tuin
Ik zal opnieuw openbloeien, ik weet het, ik weet het, ik weet het
En de zwaluwen zullen in de holte van mijn vingers met de kleur van inkt
hun eieren leggen.

Aan mijn oren zal ik als ringen
twee paar purperen kersen hangen
En aan mijn nagels kelken van dahlias kleven

Er is een straat ginder
Waar jongens die verliefd waren op mij, nog
Met dezelfde wilde haren, dunne armpjes
En lange benen,
Aan de onschuldige lach terugdenken van een meisje dat op een nacht
De wind heeft meegebracht.
Er is een steegje
Dat mijn hart heeft gestolen uit de wijken van mijn jeugd.

Oord op reis
aan de lijn van de tijd
Oord dat de droge lijn van de tijd verdikt
Oord met een waakzaam beeld
Dat terugkeert van het festijn van een spiegel
En zo gebeurt het
Dat de ene sterft
En de andere blijft.

Aan het arme beekje dat stroomt in een gracht
zal geen enkele visser de parels vangen

Ik
Ik ken een kleine droevige fee
Die verblijft in een oceaan
En die zachtjes zachtjes
speelt op een blokfluitje
het kloppen van haar hart.

Een kleine droevige fee
Die in de komende nacht sterft met een kus
En bij dageraad met een kus herleeft

('Tavalod è-digar' — Autre naissance )

(vertaald naar het Frans van Mohammad Torabi et Yves Ros)


***


DE WIND ZAL ONS MEEVOEREN

In mij nacht, zo kort, helaas
Heeft de wind een afspraak met de bladeren.
Mijn zo korte nacht is gevuld met de vernielende angst.
Luister! Hoor jij het ademen van de duisternis?
Van dat geluk, voel ik mij vervreemd.

De wanhoop ben ik gewoon.
Luister! Hoor jij het ademen van de duisternis?
Daar in de nacht gebeurt er iets
De maan is rood en angstig.
En klampt zich vast aan dit dak
Dat elk ogenblik kan instorten,
De wolken, als een menigte van wenenden,
Wachten op de bevalling van de regen,
Een ogenblik nog en dan niets meer.
Achter dat vensterraam,
Is het de nacht die beeft
En het is de aarde die ophoudt met ronddraaien.
Achter dat vensterraam, maakt een onbekende zich zorgen
Over mij en jou.
Jij, heel fel ontloken,
Legt je handen – deze vurige herinneringen –
Op mijn verliefde handen
En vertrouwt je lippen, voldaan van de levenswarmte,
Toe aan de strelingen van mijn verliefde lippen
De wind zal ons meevoeren!
De wind zal ons meevoeren!

(LE VENT NOUS EMPORTERA)

(Gedicht uit de film "Le Vent nous emportera", van Abbas Kiarostami)

* * *


HET IS SLECHTS DE STEM DIE BLIJFT

Waarom zou ik blijven stilstaan, waarom?
De vogels zijn vertrokken op zoek naar een blauwe verte
De horizon is verticaal
De horizon is verticaal, de beweging een fontein
En tot aan de grenzen van het zicht
Draaien de planeten verlicht rond
In de hoogten begint de aarde zich te herhalen
En luchtputten
Veranderen in tunnels van verbinding.
De dag is een uitgestrektheid
Die niet kan worden gevat
In de verbeelding van het vers dat kauwt op een dagblad
Waarom zou ik blijven stilstaan?
Het mysterie bemant de levensschepen
En de moederlijke atmosfeer van de maan,
Zijn eigenschap zal de rotte cellen doden
En in de alchemistische ruimte zal na de opgang van de zon
Nog enkel de stem
Worden geabsorbeerd door de deeltjes van de tijd
Waarom zou ik blijven stilstaan?
Wat kan het moeras wel zijn dan de legplaats van de insecten der verrotting
De gedachten van het mortuarium worden geschreven door de opgeblazen lijken
De valse mens heeft in de zwartheid
Zijn falende viriliteit verborgen
En de kakkerlakken…ah
Wanneer de kakkerlakken spreken!

Waarom zou ik blijven staan
Al het gezwoeg van loden brieven is nutteloos,
Al het gezwoeg van loden brieven,
Zal geen kleinzielige gedachte redden
Ik ben van het geslacht van de bomen
De stagnerende lucht inademen verveelt mij
Een dode vogel heeft mij aangeraden de vlucht in het geheugen te prenten
De finaliteit van alle krachten is van zich te verenigen, zich te mengen
Met de oorsprong van de zon
En zich te storten in de geest van het licht
Het is normaal dat de windmolens rotten
Waarom zou ik blijven staan?
Ik houd de groene korenaar onder mijn borst
De stem, de stem, enkel de stem
De stem van het verlangen van het water om te stromen
De stem van het wegvloeien van het licht over de vrouwelijkheid van de aarde
De stem van de vorming van een embryo van betekenis
En de uitdrukking van de gemeenschappelijke herinnering aan de liefde
De stem, de stem, de stem, er is slechts de stem die blijft
In het land van de lilliputters,
De merktekens van het traject van een reis verlaten niet de kringloop van zero
Waarom zou ik blijven staan?
Ik gehoorzaam aan de vier elementen
Het opstellen van de wetten van mijn hart,
Is niet de zaak van de regering der lokale blinden
Wat heb ik te maken met het lang gebrul van de redding?
Van het dierlijk seksueel orgaan
Wat heb ik te maken met de beving van de verzen in de leegte van het vlees?
Het is de verwantschap met het bloed der bloemen die mij heeft aangezet om te
leven
Het ras van het bloed der bloemen weet U?

(Tanha sedast ke mimanad - Il n’y a que la voix qui reste)



(geplaatst op 11-10-2004)


terug naar boven