Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
HET GELUI DER IDEOLOGIEËN (*)
door Michel Grodent en vertaald door Raymond Detrez

Nikos Engonopoelos was, samen met zijn tijdgenoot Andréas Embirikos, een
belangrijk surrealist in de dertiger jaren van de vorige eeuw.  Zelf beweerde de
auteur dat hij nooit een systematische schrijver, een lettré, is geweest.  De
enige grote liefde in zijn leven was de schilderkunst.  “Elk uur dat ik niet aan
schilderkunst besteed heb beschouw ik als verloren” poneerde hij beslist.  Voor
zover we hem mogen geloven timmerde hij zijn liedjes in mekaar terwijl hij zat
te schilderen.  Maar dit belet geenszins het werk van deze dichter niet ernstig te
nemen, ook al nam hij blijkbaar zichzelf niet ernstig en zette hij ons ertoe aan
ook onszelf niet ernstig te nemen.  Als geboren provocateur slaagde hij erin al
met zijn eerste bundel in opspraak te komen: “Verboden met de voerder de
spreken” (1938, waarin zijn antilogica  ironisch, zelfs spottend getint is.  
Hetzelfde sarcasme, maar op een wat verheimelijkte manier, spreekt uit Bolivar,
dat geschreven werd tijdens de Duitse bezetting en gepubliceerd in 1944, na
jarenlang de ronde te hebben gedaan onder de verzetsstrijders.  Het gedicht is
gebaseerd op de identificering van Bolivar, de bevrijder van Zuid-Amerika, en
Odhysseas Androetsos, de Griekse held uit de Onafhankelijkheidsoorlog. Het
wordt gekenmerkt door de vreemde combinatie van archaïsche taalvormen,
historische reminiscenties en zeer persoonlijke visioenen, die typisch zijn voor
de schilderkunst van Engonopoelos, nl. figuren zonder gezicht (vergelijkbaar,
zonder dat er van ontlening sprake is, met de beroemde mannequins van
Chirico, die de mens voorstelt, afwezig op het doek en dus ook in de
gesymboliseerde wereld; de sfeer bij Engonopoelos is echter totaal anders).
Maar men moet zich niet laten misleiden door de hoogdravende stijl van dit
gedicht.  Noch Bolivar, noch Androetsos waren per slot van rekening “positieve
helden”.  De ene zag zijn droom van de eenmaking in rook opgaan; de andere
stelde zich aan het einde ten dienste van de vijand.  Het gaat dus niet om een
“patriottisch gedicht”, ondanks alle opmerkingen die ons zouden moeten
overtuigen van de felle liefde voor al wat Grieks is van de schrijver.  Alles lijkt
erop alsof de dichter voor de laatste keer de pose aanneemt van de nationale
bard: achter die schijn gaat een bittere ironie schuil die ons doet denken aan
Kavafis:
“ En moet ik nu wanhopen omdat niemand tot van-
                                              daag heeft begrepen,
heeft willen noch kunnen begrijpen, wat ik zeg?
Is het waar dat wat ik vandaag zeg over Bolivar het-
zelfde lot zal ondergaan als wat ik morgen zal zeg-
gen over Androetsos?
Niet gemakkelijk overigens worden figuren die zo
belangrijk zijn als Androetsos en Bolivar, zo vlug
waarneembaar gelijkaardige symbolen.”

Liet Engonopoulos het gelui der ideologieën horen?


(*) Panorama van de Griekse Letteren door Michel Grodent, vertaald door Raymond
Detrez, Europalia 82 Griekenland.


BOLIVAR
vertaald naar het Engels van David Connolly door Henri Thijs

Bolivar!  Een naam van metaal en hout, jij waart een bloem in de tuinen van
Zuid-Amerika.
Jij had al de zachtheid van bloemen in jouw hart, in jouw haar, in jouw blik.
Jouw hand was groot als je hart en deelde zowel het goede als het slechte uit.
Jij zwierde door de bergen en de sterren beefden, jij daalde af naar de vlakten,
Met jouw gouden opsmuk, je epauletten, en al de tekens van jouw rang,
Met een geweer hangend over je schouder, met blote borst, met je lichaam
bedekt Met wonden,
En poedelnaakt zat je op een lage rots, aan de rand van de zee,
En ze kwamen en schilderden je volgens de stijl van de moedige Indianen
Met was, half wit, half blauw, zodat je eruit zag als een eenzame kapel op een
van Attica’s Kusten,
Als een kerk in de streken van Tatavla, als een paleis in Een verlaten
Macedonische stad.

Bolivar! Jij waart de werkelijkheid, en jij blijft dat, zelfs nu, jij bent geen droom.
Wanneer de woeste jagers de woeste arenden en het ander wild nagelen
Op hun deuren en schreeuwen en treuren,
Ben jijzelf de hamer, de nagel en de arend.

Als op de koraaleilanden de wind waait en de lege vissersboten omver blaast,
En de papegaaien een bonte stemmenpracht zijn, als de dag eindigt en de
tuinen stil vallen
Verdronken in de vochtigheid,
En in de hoge bomen de kraaien neerstrijken,
Bekijk dan, naast de golven, de ijzeren tafels van de taverne,
En zie hoe de nevel aan ze vreet in het halfduister, en ver weg het licht dat aan-,
en uitflitst opnieuw en opnieuw, en heen en weer keert.
Een dag breekt aan – wat een angstige kwelling – na een nacht zonder slaap,
En het water dat geen van zijn geheimen onthult. Zo is het leven!
En de zon komt op, en de huizen op de kade, met hun typische bogen,
Roze geverfd, en groen, met witte vensterbanken (Naxos, Chios!,
Zie hoe ze leven! Hoe ze schijnen als transparante sprookjes!  Zo is Bolivar!

Bolivar! Ik roep jouw naam, leunend op de top van de Berg Ere,
De hoogste piek op het Hydra-eiland.
Van hieruit strekt het bekoorlijk zicht zich uit tot de Saronische eilanden, Thebe,
Voorbij Monemvasia, en verder tot Egypte,
En tot Panama, Guatemala, Nicaragua, Honduras, Haïti, San Domingo, Bolivia,
Colombia, Peru, Venezuela, Chili, Argentinië, Brazilië, Uruguay, Paraguay,
Ecuador,
En zelfs tot Mexico.
Met een harde steen kerf ik jouw naam in de rotsen, zodat later mensen op
pelgrimstocht kunnen komen.
Terwijl ik kerf spatten er vonken – zo, zegt men, was Bolivar – en ik bekijk mijn
hand terwijl ze schrijft glimmend in de zon.

Jij zag het licht voor de eerste keer in Caracas.  Jouw licht, Bolivar, want voor jij
kwam was heel Zuid-Amerika gedompeld in een bittere duisternis.  Nu is jouw
naam een flakkerende toorts, die Amerika van noord tot zuid verlicht, en zelfs
heel de wereld!
De Amazone- en de Orinoccorivieren ontspringen in jouw ogen.
De hoge bergen hebben hun wortels in jouw borst,
De Andesketen is jouw ruggengraat.
Op de kroon van jouw hoofd, moedige bard, staan ongeschonden stallingen en
loopt wild vee, de rijkdom van Argentinië.
Op jouw dij groeien uitgestrekte koffieplantages.

Als jij spreekt, zaaien afschuwelijke aardbevingen vernieling,
Vanuit Patagonië’s uitgestrekte woestijnen tot aan de kleurrijke eilanden,
Barsten vulkanen uit in Peru en braken hun woede tot in de hemelen,
Overal beeft de aarde en de iconen kraken in Kastoria,
De stille stad bij het meer.
Bolivar, jij hebt de schoonheid van een Griek.

Bron: http://www.engonopoulos.gr/

(geplaatst op 04-04-2005)

terug naar boven
Nikos Engonopoelos (1907-1985)