Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Na het symbolisme van ondermeer Rainer Maria Rilke, dat oorspronkelijk
Frans was, openbaarde zich tussen 1914 en 1918 in Duitsland het
expressionisme.  Lieden als Georg Trakl verschenen en verdwenen dikwijls
snel, maar geen andere vooral Duitse stroming heeft zo intens en zo langdurig
tot ver over de grenzen de kunst en de literatuur gedomineerd.  Tot na de
Tweede Wereldoorlog werden dichters als Borchert en Benn in Duitsland
erdoor beïnvloed.  Niet alleen tijdens het interbellum werden dichters in
Nederland en Vlaanderen als Marsman, Van Ostaijen en Moens erdoor
geïnspireerd, ook de Experimentelen, al verwijzen die in 1950 natuurlijk liever
naar het Franse surrealisme.  Lucebert schrijft in de bundel “Apocrief” dat
schoonheid haar gezicht heeft verbrand.  Het tijdschrift “ Tijd & Mens” gaat
in Vlaanderen na de laatste oorlog gewoon verder waar men gebleven was.
Het expressionisme is zowel een oorlogsstroming als een reactie op het
naturalisme uit de 19de eeuw en op het impressionisme, de passieve
verinnerlijking ervan.  Het diepzinnige symbolisme was te vormelijk en te
verstandelijk.  Met zoveel leed schreeuwde de inhoud om een een heftiger
vorm dan vage, weke poëzie en strak realisme boden.  Expressionisme is
disharmonie, geen neoromantische Jugenstil.  Geen vehikel van het goede en
het schone, maar van het ware.  En de waarheid was in en na de Eerste
Wereldoorlog verschrikkelijk.  Niet alleen de wereld was bedorven, ook de
mens bleek slecht.  De jonge kunstenaars voelden zich verscheurd en hun
gedichten waren dan ook niet zelden letterlijk lelijk.  Men vluchtte niet in een
fantasiewereld of in een franje van klank en kleur; men zocht naar echte
nieuwe, innerlijke waarden.
Lyrisch gezien is de poëzie puur, teruggebracht tot de essentie: de hartstocht.  
Dat geldt zowel voor het politiek-activistische, humanitaire  als voor het
kosmische, extatische expressionisme.  Op den duur gaan de scherpe kanten
eraf; Celan kan men in zijn hermetisme natuurlijk geen expressionist meer
noemen.  Doch het geloof in de kracht van het naakte woord en het vrije vers
blijft aanwezig.  De Duitse poëzie van de 20ste eeuw staat uiteraard niet
alleen maar vooral in het teken van deze hoofdstroming.  Stilistisch kenmerkt
de gewenste expressie zich door kortheid en herhaling en een afkeer van
zogenaamde dichterlijke taal.  En al is uiteraard niet iedereen altijd zo recht in
leer, kaarslicht is ver te zoeken en de poëzie is dikwijls verre van vormvast of
muzikaal.  Nooit eerder werd zo duidelijk gemaakt dat literatuur niet slechts
iets is voor fijne luiden.  Of dat zou behoren te zijn.

Uit: SCHERVEN UIT DE SPIEGEL, Duitse poëzie van de twintigste
eeuw, vertaald door Hans Kilian, samengesteld en toegelicht door
Reinout van Montelbaan.  Stichting Literaire Workshop Gorinchem (Nl).

(geplaatst op 04-06-2004)

terug naar boven

terug naar boven
REINOUT VAN MONTELBAAN
DE DUITSE DICHTKUNST VAN
DE 20STE EEUW