Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Naar aanleiding van de introductie tot en de vertaling van de beatdichter Stuart Z.
Perkoff op deze site, vonden we het geraadzaam wat achtergrondinformatie te
brengen die hopelijk kan bijdragen tot een beter begrip van deze belangrijke
poëziebeweging in de USA die ook in Europa haar invloed heeft doen gelden.  
Naast de enorme overvloed van boeken en artikelen die over dit onderwerp in de
Verenigde Staten zijn geschreven, vonden wij ook in ons taalgebied een
interessante scriptie van de hand van Maaike van der Spek over de dichter (des
Vaderlands) Simon Vinkenoog,
PROFEET IN DE POLDER (*) , waarin zij het
verband onderzoekt tussen de Beats en de poëzie van Simon Vinkenoog.  Uit deze
boeiende analyse kozen wij enkele belangwekkende  uittreksels.


De oorsprong van de Beat Generatie

De Beats waren enerzijds bij uitstek een beweging die in de jaren vijftig thuishoorde,
maar tegelijkertijd waren zij, met hun normen en waarden die in de jaren zestig
gemeengoed werden, hun tijd ver vooruit. Zij worden tegenwoordig gezien als een zeer
belangrijke literaire beweging in de Amerikaanse cultuur, al was dat in hun eigen tijd wel
anders. De Beats deelden de kritiek van Mills, Riesman en Galbraith. Zij verzetten zich
tegen de massale consumptiemaatschappij. In sociaal opzicht betekenden zij veel voor
de Amerikaanse jeugd. Over het algemeen hadden de Beats een zeer bewogen en
opwindend leven. Zo sloot Burroughs zich gedurende zijn tijd in New York aangesloten
bij een groep gangsters en raakte hij min of meer opzettelijk verslaafd aan heroïne.
Kerouac en Ginsberg waren uitermate gefascineerd door Burroughs’ ervaringen in de
onderwereld, maar gingen zelf nooit zover als Burroughs.
De Beats waren van groot maatschappelijk belang voor de jaren vijftig. Zij stonden voor
vrijheid van expressie, zij gaven de sluimerende drang tot verandering die ontstond als
kritiek op de massacultuur vorm en zij gaven een stem aan de babyboomgeneratie.
Enerzijds werden zij geprezen om hun rebellie tegen de consensus. Anderzijds werden
hen ook verschillende verwijten gemaakt. Zo werden zij bijvoorbeeld verantwoordelijk
geacht voor de opkomst van jeugdcriminaliteit, drugsverslaving, de hoge
alcoholconsumptie onder jongeren en seksuele uitwassen. De Beats kunnen en mogen
echter niet verantwoordelijk worden gesteld voor de criminele uitwassen van de jeugd,
net zo min als hen kan worden verweten dat zij anderen aanzetten tot overmatig alcohol-
en drugsgebruik.
Wel besteedden de Beats in hun werk aandacht aan drugs, alcohol en vrije seksuele
normen waardoor deze zaken bespreekbaar werden. Dit werd door het establishment
echter uitgelegd als het aanzetten tot verloedering van de jeugd. De verdiensten van de
Beats voor de Amerikaanse cultuur werden door de meeste critici over het hoofd gezien.
Eenmaal bekend kregen noch Kerouac noch Ginsberg ooit een lovende recensie over
hun werk. Ze werden door de literair critici belachelijk gemaakt en hen werd het verwijt
gemaakt dat zij anti-intellectualistisch waren. Anderen moeten echter wel enthousiast
geweest zijn over de Beats en hun literaire prestaties, anders hadden zij in 1957 nooit
zoveel succes gehad. Al werden de Beats door het establishment niet met open armen
ontvangen, zij waren maatschappelijk gezien van groot belang aangezien ze beschouwd
werden als een bedreiging voor de gevestigde orde, waar zij sceptisch tegenover
stonden. Ze werden geportretteerd als 'rebels against the system'. De Beats plaatsten
zich bewust buiten de heersende sociale structuur van de Verenigde Staten en hadden
scherpe kritiek op de massale consumptiemaatschappij. Volgens de Beats was de
Amerikaanse maatschappij gebaseerd op een sociale leugen. Beatjournalist Kenneth
Rexroth typeerde de Amerikaanse regering als een regime dat de bevolking systematisch
uitbuitte en vervreemde van hun oorsprong. Een dergelijk regime kon volgens hem alleen
maar geënt zijn op fraude.
De Beats verzetten zich tegen deze maatschappij door een bewust proces van
desocialisatie in zowel cultureel als persoonlijk opzicht. Op cultureel gebied uitte dit zich
door scherpe kritiek op onder andere culturele instanties, de staat en door de staat
gesubsidieerd onderwijs. Persoonlijke desocialisatie hield in dat de Beats zich onttrokken
aan het proces van socialisatie dat leidde tot massificatie van de Amerikaanse
maatschappij. De Beats probeerden terug te gaan naar de essentie van het bestaan, dat
door Farrell in Spirit of the Sixties wordt aangeduid als ‘de naaktheid van de geest en de
bakermat van het bewustzijn’.  De herontdekking van het persoonlijke bewustzijn
speelde een grote rol in het leven van de Beats. Het persoonlijke bewustzijn was voor de
Beats de basis van waaruit zij hun kritiek op de individu in de overvloedige maatschappij
formuleerden. Net als hun voorgangers Thoreau en Whitman probeerden zij door middel
van hun literaire werk en persoonlijke manier van leven veranderingen in de Amerikaanse
maatschappij te bewerkstelligen. De Beats probeerden de Amerikaanse massacultuur te
genezen door middel van schoktherapie in de vorm van literatuur.
De Beats waren eigenlijk zeer idealistisch. Zij hoopten door middel van hun literaire werk
te bereiken dat de mens weer in harmonie kon komen met zichzelf door spontaniteit en
vrijheid. Maatschappelijk gezien mochten de Beats dan veel kritiek hebben op de gang
van zaken in de Verenigde Staten, op de gevestigde politiek hadden zij weinig invloed.
Wel bereikten zij met hun levenshouding al in de jaren vijftig een aanzienlijke groep
jongeren die zich tot deze levenshouding van de Beats voelden aangetrokken. Met name
de kritiek van de Beats op de grote mate van rationaliteit in de consumptiemaatschappij
sprak hen aan. Zij waren, net als de Beats van mening dat er met de opkomst van de
overvloedige welvaartsmaatschappij iets belangrijks verloren was gegaan. Sinds de
opkomst van deze waren persoonlijk geluk en een harmonieus bestaan niet meer aan de
orde. De jeugd werd aangesproken door de collectiviteit zoals die werd omschreven in
de Beatliteratuur: het leven in een kleine gemeenschap waar ruimschoots aandacht was
voor het individu. De literatuurwetenschap in de jaren vijftig stond zeer onverschillig tot
vijandig tegenover de Beats. Zij zagen hen als schrijvers van geringe waarde die
minderwaardig waren ten opzichte van de gevestigde literatuur.
De enige waarvoor in de academische wereld respect kon worden opgebracht was
paradoxaal genoeg Norman Mailer. Mailer zelf wordt meestal niet tot de Beats
gerekend, maar hij is zeker met hen verwant. Het werk van Mailer had qua thematiek
veel overeenkomsten met dat van de Beatschrijvers. Bovendien kruisten de wegen van
de Beats dikwijls die van Mailer. Hij moet dan ook worden gezien als een soort
tussenfiguur tussen de Newyorkse intellectuelen en de Beats. Mailer is een Amerikaanse
schrijver die behoort tot de stroming ‘new journalism’, een literaire stijl waarin fictie
wordt gecombineerd met autobiografische elementen, waartoe ook Tom Wolfe, auteur
van werken als The Electric Kool-Aid Acid Test, The Bonfire of Vanities en The Right
Stuff (niet te verwarren met romanschrijver Thomas Wolfe die al in de jaren twintig
begon met schrijven) en Hunter S. Thompson, die onder andere het verfilmde boek Fear
and Loathing in Las Vegas en Hell’s Angels (1966) schreef, worden gerekend.
Deze stroming in de Amerikaanse literatuur werd pas bekend in de tweede helft van de
jaren zestig. Het werk van Mailer wordt gekenmerkt door onderwerpen als seks en
geweld, maar ook door Mailers bitterheid ten aanzien van de toenmalige samenleving.
Ondanks alle minachting vanuit de literaire wereld waren de Beats niet alleen zeer
belangrijk voor de Amerikaanse literatuur maar vooral ook voor de Amerikaanse
tegencultuur. Zij gaven de tendens van sociale, culturele en zelfs politieke verandering
ondanks, of juist dankzij, hun afkeer van de gevestigde politiek een duwtje in de rug
waardoor die niet langer sluimerde maar in volle hevigheid losbarste. De Beats raakten
iets essentieels bij hun jonge lezers en toehoorders. De vele poëzieavonden waar de
Beats uit hun werk voorlazen werden steeds populairder en zijn eigenlijk onlosmakelijk
verbonden met het succes van de Beats. Zo werd het gedicht Howl, dat een aanklacht
tegen de maatschappij is, van Allen Ginsberg een grote ‘hit’ nadat Ginsberg het op een
avond in 1955 in ‘Six Gallery’ in San Francisco voorlas.
De poëzie en proza van onder andere Jack Kerouac, Allen Ginsberg en William S.
Burroughs voorzagen jonge mensen van een stimulans om zich te uiten in kunst en muziek
en niet te vergeten in sociaal protest. Het werk van de Beats werd getypeerd door -
soms primitieve vormen van - improvisatie en het loslaten van formele stijlen en regels in
de literatuur. De Beatschrijvers hadden een ritmische schrijfstijl maar verafschuwden het
gebruik van formele en traditionele metrums. De inspiratie voor creativiteit haalden de
Beats uit drugs, jazz, seks en mystiek. In hun artistieke werk probeerden zij deze
ervaringen in een zeer directe vorm te omschrijven, vaak zonder dit later nog te
corrigeren. Jack Kerouac is voor het grote publiek van vandaag de dag wellicht de
bekendste van alle Beats, maar de belangrijkste was hij niet. In een latere fase van zijn
leven keerde hij zich zelfs helemaal af van de Beat Generation. Jack Kerouac had zich
altijd vervreemd gevoeld van de maatschappij waarin hij leefde en die hem had gemaakt
tot wie hij was. Maar toen hij stierf in de herfst van 1969 voelde hij zich ook vervreemd
van de tegencultuur waarvan hij medegrondlegger was. Kerouac werd door John Clellon
Holmes beschreven als de persoon die de andere dichters van zijn generatie tot het 'beat-
zijn' bekeerde. Naast Kerouac was met name Allen Ginsberg een belangrijke Beat.
Ginsberg verwierf in zijn lange leven de status van een sjamaan, een goeroe met zijn
vervreemdende, vaak met oosterse mystiek doordrenkte,performances op het podium.


Belangrijke thema’s

In het werk van de Beats keren altijd een aantal thema’s terug. Rigney en Smith
behandelen in hun boek onder andere religie, seksualiteit en drugsgebruik.  Deze zijn een
voorbeeld van de antiburgerlijke houding van de Beats, maar dat betekent niet dat achter
deze steeds terugkerende thema’s de motivatie van antiburgerlijkheid de boventoon
voert. Het was niet zo dat de Beats drugs gebruikten, oosterse religies aanhingen en vrije
seksuele normen hanteerden omdat ze zo nodig antiburgerlijk wilden zijn. Voor de Beat
Generation en de Beatniks lag dit wellicht anders, maar achter bijvoorbeeld het
drugsgebruik en het aanhangen van het boeddhisme zat voor Ginsberg, Kerouac en
Burroughs een heel andere motivatie. Zij trachtten hiermee een hoger bewustzijnsniveau
te bereiken. Toch zijn deze elementen bij uitstek thema’s die tegen de normen en
waarden van de ‘normale’Amerikaanse burger in de jaren vijftig indruisten. Het was niet
normaal om homoseksueel te zijn en al helemaal niet om openlijk voor je seksuele
voorkeur uit te komen of erover te schrijven. Ook drugsgebruik werd niet door de
maatschappij getolereerd, en de buitengewone interesse voor Oosterse filosofieën en
godsdiensten was al helemaal niet normaal. Maar het verzet van de Beats tegen het
Amerikaanse burgerschap ging verder. Zij plaatsten zich niet per ongeluk maar juist zeer
bewust buiten de conventionele samenleving.

1. Spiritualiteit
Religie speelde voor veel Beatschrijvers, maar ook voor hun aanhangers een belangrijke
rol. Over het algemeen verwierpen zij kerkelijke dogma’s en hielden zij er een eigen
vorm van geloof op na, maar spiritualiteit nam vrijwel altijd een belangrijke plaats in in
hun leven. Dit past natuurlijk volledig in de manier van leven van de Beats: zij wilden zich
niet aanpassen aan de bestaande conformistische maatschappij. Binnen de Beat
Generation bestond een zeer bewuste, absoluut niet onverschillige houding ten opzichte
van religie. Verschillende Beats waren geïnteresseerd in oriëntalistische religies als
zenboeddhisme en hindoeïsme. Zo waren onder andere Jack Kerouac en Allen Ginsberg
gefascineerd door het boeddhisme. Niet voor niets zei Jack Kerouac ooit dat Beat een
afkorting was van ‘beatitude’, wat zoveel betekent als een spirituele zoektocht naar
eeuwige liefde. ‘Beat’ had dus een religieuze betekenis. Kerouac bleef overigens,
ondanks zijn buitengewone belangstelling voor boeddhisme - die vooral tot uiting komt in
zijn romans The Dharma Bums (1958) en Big Sur (1962) – altijd aangetrokken tot het
Frans-Canadese katholicisme waarmee hij was opgevoed.
Ginsberg experimenteerde in eerste instantie met allerlei geestverruimende middelen
waarmee hij een hogere dimensie van het bewustzijn wilde bereiken. Op een gegeven
moment stopte hij met deze experimentenen en ging op reis naar India, waar hij via religie
op zoek ging naar deze hogere dimensie. Ook zijn werk is doordrongen van
boeddhistische wijsheden. Gary Snyder, een Beatdichter die zich veel met antropologie
en oriëntalistische religie bezig hield, wordt wel gezien als de spirituele goeroe van de
Beat Generation. Hij werd in de wildernis van Oregon geboren, waar hij met zijn vader,
moeder en zus in een blokhut woonde, en stond zodoende dicht bij de natuur. In zijn
jonge jaren was hij houthakker, boer en zeer geïnteresseerd in dieren en Indiaanse
tradities. Toen hij uiteindelijk antropologie en later ook Indiaanse mythologie ging
studeren was hij al zeer goed onderlegd. Later leerde hij Japans en Chinees en werd hij
een specialist op het gebied van de Oriënt. Gedurende zijn reizen naar Japan en China
maakte hij kennis met het zenboeddhisme. Hij leerde gitaar spelen en combineerde zijn
kennis van volksliederen met oude Indiaanse liederen en arbeidersliederen. Deze
combinatie van de Amerikaanse houthakkerstraditie met Indiaanse en oriëntalistische
tradities is zeer kenmerkend voor Snyder. Hij was zeer geïnteresseerd in de rituelen en
religies van andere volken, maar dit vervreemde hem absoluut niet van de toenmalige
Amerikaanse maatschappij, zoals blijkt uit onderstaand citaat:.

‘The mercy of the West has been social revolution; the mercy of the East has been
individual insight into the basic self/void’

Het belang van Snyder voor de Beat Generation wordt vaak onderschat, met name
omdat hij het land uit was toen de Beats na de verschijning van On the Road in 1957
zeer succesvol waren. Hij werd noch gezien noch geïnterviewd door de reporters die en
masse naar de ‘Beatscene’ in San Francisco togen om het verhaal van de dissidente Beat
Generation te schrijven. Snyder zat op dat moment in de Oriënt, vooral in Japan en een
tijd in een boeddhistisch klooster in Kyoto, en werd totaal over het hoofd gezien door de
journalisten die rond de Beats die in Amerika waren in 1957 een mediahype creëerden.
Toen Ginsberg naar India kwam, verscheen Snyder op het toneel om hem daar rond te
leiden. En dat was nu juist de grote betekenis van Gary Snyder: hij liet vele Beats kennis
maken met het Oosten. Het was vooral zijn verdienste dat de beatbeweging kennis
maakte met de Oriënt, met poëzie over de zoektochten naar het ‘hogere’ van
zenboeddhistische monniken. Deze zoekende monniken vormden op hun beurt weer een
enorme inspiratie voor de naar iets hogers zoekende Beats.  Gary Snyder, als gids voor
de zoekende Beats, geloofde dat het boeddhisme een essentiële aanvulling vormde voor
het Westerse leven. Het zenboeddhisme houdt zich sterk bezig met bewustzijn en
volgens Snyder werd daar teveel aan voorbij gegaan in de Westerse samenlevingen, zij
hebben het nodig om bewuster te leven. Dit ligt in het verlengde van de overtuigingen van
de Beats, die zich richtten op het individu, zelfontdekking en zelfverwezenlijking in een
zoektocht naar een impliciete waarheid. Zij streefden naar een herontdekking van de
geest en verlangden naar een soort Utopische samenleving.

2. Drugs
Een tweede thema dat overduidelijk bij de Beats hoort is het gebruik van drugs, en dan
met name het gebruik van geestverruimende middelen. Dit werd al even aangestipt in
verband met Ginsbergs zoektocht naar een hogere dimensie. Vrijwel alle mensen die tot
de Beat Generation gerekend werden, zo blijkt uit het onderzoek van Rigney en Smith,
gebruikten echter alcohol. Bier en wijn waren het meest populair. Sterkere drank was
voor de meeste mensen onbetaalbaar. Iedereen dronk alcohol, ongeacht zijn leeftijd.
Niemand hield zich aan de wettelijke minimumleeftijd, 21 jaar volgens de Californische
wet. Marihuana was na alcohol de meest gebruikte drug in de Beatgemeenschap van San
Francisco en was door vrijwel alle ondervraagden wel eens gebruikt.
Sommigen hadden maar één of twee keer marihuana gerookt (een joint of een stickie in
de volksmond). Sommigen wat vaker, maar slechts weinigen gebruikten veelvuldig
marihuana.
Voor mensen als Ginsberg was het ultieme doel van drugsgebruik niet het ‘high’ of
‘stoned’ worden, maar het ontdekken van een hogere dimensie in de menselijke geest.
Dit doel stond de meeste beatniks en de latere hippies en andere vertegenwoordigers
van de tegencultuur van de jaren zestig niet voor ogen. Zij gebruikten de
geestverruimende middelen vaak puur voor het effect op de korte termijn. Op deze
mensen en deze manier van drugsgebruik zal verder niet worden ingegaan. De nadruk ligt
op diegenen die drugs gebruikten met een bepaald hoger doel voor ogen. Dit doel leunt
zeer dicht aan bij de reden waarom veel Beats zich tot het boeddhisme voelden
aangetrokken. De Beats poogden een alternatief bewustzijn te bereiken, zowel door
religie – het zenboeddhisme, het occulte en het katholicisme – als door experimenten met
drugs – LSD, peyote en yagé . De drug LSD wekt net als de andere twee drugs
hallucinaties op en is in tegenstelling tot peyote en yagé een chemische drug die zowel
kleurloos als reukloos is. De afkorting LSD staat voor lysergzuurdiëthylamide. LSD
werd oorspronkelijk gebruikt in psychiatrisch onderzoek. De wetenschapper Timothy
Leary hield zich bezig met onderzoek naar de effecten van LSD. Later is LSD buiten de
klinieken een geheel eigen leven gaan leiden. LSD werd in 1943 min of meer per ongeluk
ontdekt door de Zwitserse onderzoeker Dr. A. Hofman. Al eerder, in 1938, werd de
stof voor het eerst vervaardigd. Toen waren de hallucinante eigenschappen van LSD
echter nog niet ontdekt. In 1943 snoof Hofman per ongeluk enkele microgrammen van
de stof op en ervoer hij de hallucinaties die dat teweeg bracht. Peyote is de naam van
een kleine cactus die van oorsprong groeit in Mexico en het zuidwesten van de
Verenigde Staten. De stof mescaline die in de peyote zit veroorzaakt bij consumptie
levendige, kleurrijke hallucinaties, een verlies van tijdsbesef en een angstig gevoel. Yagé
heeft een soortgelijk effect en is afkomstig van de Mexicaanse indianen. Allen Ginsberg
kwam in het begin van de jaren zestig in contact met dr. Timothy Leary, een professor in
de psychologie aan Harvard University die later zou uitgroeien tot de LSD-goeroe van
de Verenigde Staten. Leary was zeer geïnteresseerd in de werking van hallucinogene
drugs op de geestesgesteldheid van de mens.
Bruce Cook beschrijft in zijn boek The Beat Generation een ontmoeting van een aantal
Beats met Timothy Leary in 1960 in een gehuurde villa in de plaats Cuernavaca in
Mexico. Hier kwam Leary voor het eerst in aanraking met geestverruimende middelen.
Leary en een zestal aanwezige Beats consumeerden ‘magic mushrooms’. Deze
bijeenkomst in Cuernavaca was volgens Cook de eerste gelegenheid waarbij Leary een
andere drug dan alcohol tot zich nam. Timothy Leary zei later over deze eerste ervaring
met de paddestoelen:
‘I picked one up. It stank of forest damp and crumbling logs and New England
basement. Are you sure they are not poisonous?’ Vier uur en zeven minuten later had
Leary een ervaring die zo uniek en krachtig was dat het niet alleen zijn leven veranderde,
maar tevens het begin was van een periode waarin de geestverruimende middelen een
triomftocht begonnen door de Amerikaanse tegencultuur. De psychedelische revolutie
overmeesterde heel Amerika in de jaren zestig.  Leary was een zeer belangrijke figuur
voor de Beats, al verscheen hij pas in 1960 op het toneel. Na zijn ervaring met de
‘toverpaddestoelen’ was het onderzoek naar geestverruimende middelen zijn passie
geworden. Leary was een gerespecteerd onderzoeker in de psychologie die er niet voor
terugschrok om het academisch establishment voor het hoofd te stoten. Op het moment
dat Leary in Cuernavaca paddestoelen nuttigde had hij nog nooit van Aldous Huxley en
zijn beroemde werk The Doors of Perception (1954) gehoord. Aldous Huxley was een
Brit die al in de jaren vijftig, dus eerder dan Leary, bezig was met experimenten met
hallucinogene middelen, met name met mescaline. Doel van deze experimenten was om
de ‘deuren van de waarneming’ te openen en een ander bewustzijnsniveau te bereiken.
Toen Leary anderen vertelde over zijn ervaring met de paddestoelen, werd hem gezegd
dat dit erg leek op de ervaringen van de beatniks met marihuana. Dr. Leary was op dat
moment nog de onschuld zelve op het gebied van psychedelische drugs, hij had vaak
gehoord over de marihuana rokende beatniks in Greenwich Village en San Francisco
maar had het zelf nog nooit geprobeerd. Toen hij hoorde dat zijn ervaring slechts een
sterkere vorm was van de ervaringen die met marihuana werden opgewekt, was hij
teleurgesteld. Hij dacht iets unieks ervaren te hebben, maar niets was minder waar. De
gemiddelde North Beach tiener had in marihuana gezien, wat hij in de werking van de
paddestoelen zag: een manier om het bewustzijn te verruimen, althans dat
dacht Leary, maar deze tieners gebruikten de drugs enkel voor het korte termijn effect en
zagen niet de mogelijkheden die Leary erin zag. Het was Leary die de wetenschappelijke
ontdekking deed. Zodra Leary terug kwam op de Harvard University begon hij samen
met zijn assistent Richard Alpert aan een project om het gebruik van psychedelische
drugs wetenschappelijk te legitimeren. Zij onderzochten wat voor rol de drugs konden
hebben in de klinische psychologie. Samen richtten zij het Center for Research in
Personality op waar zij een aantal projecten op het gebied van de werking van
psychedelische drugs startten. Leary wilde in het bijzonder schrijvers en intellectuelen
naar zijn centrum halen die interesse hadden in zijn onderzoek. Zo kwamen ook Allen
Ginsberg en William S. Burroughs met hem in contact. Allen Ginsberg was op het
moment dat hij Leary ontmoette absoluut geen nieuwkomer in de wereld van
psychedelica. In zijn vroege jaren aan de Columbia University raakte hij goed bekend in
de drugswereld door zijn contacten met Burroughs en Herbert Huncke, die ook tot de
Beats wordt gerekend. In San Francisco nam hij behalve marihuana ook verschillende
amfetaminen tot zich. Bovendien vertelde Burroughs hem alles over de effecten van
geestverruimende drugs die hij op zijn reis door Zuid-Amerika had leren kennen.
Op het moment dat Leary hem uitnodigde op Harvard voor een sessie in december
1960, kwam Ginsberg net terug van een reis door de Peruviaanse jungle en had hij
verschillende ervaringen opgedaan met het gebruik van psychedelica als mescaline en
LSD-25. Verslagen van deze ervaringen zijn terug te vinden in Ginsbergs poëzie uit die
tijd. Bij Leary ging het echter om het gebruik van de ‘synthetische paddestoel’
psilocybine. Leary had op dat moment overigens nog geen LSD genomen. Dat deed hij
pas een jaar later. Leary verwelkomde Ginsberg als een soort goeroe en ondervroeg
hem uitgebreid over zijn ervaringen met de rituelen van de Indianen waarbij drugs
werden gebruikt.

3. Seksuele vrijheid
Aan het thema seksuele vrijheid wordt niet in alle werken over de Beat Generation
aandacht besteed. Toch is er om te beginnen ruimschoots informatie tussen de regels
door te vinden. Ook is er het werk van de Beats, waarin vaak aan seksuele ervaringen
wordt gerefereerd. Allen Ginsberg was homoseksueel en maakte daar geen geheim van.
Dat was zeer ongebruikelijk in de jaren vijftig, een tijd waarin naast homoseksualiteit
zelfs seks voor het huwelijk nog vrijwel onbespreekbaar was. Uit onderzoek van Rigney
en Smith blijkt dat het merendeel van degenen die tot de Beat Generation gerekend
kunnen worden seksueel contact had gehad voor het huwelijk. Meestal was dit echter
wel met hun aanstaande man of vrouw. De meesten waren hun partner trouw gedurende
het huwelijk, maar als het tot een scheiding kwam, wachtten zij meestal niet met een
nieuwe seksuele relatie tot de scheiding voltrokken was.
Stiekem vreemdgaan was zeer zeldzaam aangezien iedereen in de kleine hechte
gemeenschappen wist wie een relatie had met wie. Er was dus sprake van een zeer grote
sociale controle. Dat verschillende Beats openlijk toegaven dat zij homoseksueel waren,
betekende niet dat er in de bohème gemeenschappen van de Beat Generation ook een
levendige homoscene met homofeestjes en homobars bestond. Vijf van de drieëndertig
ondervraagde mannen hadden zeer wisselende seksuele contacten: seks voor het
huwelijk, seks tijdens het huwelijk, seks buiten het huwelijk en homoseksuele contacten.
Voor de seksuele losbandigheid die door sommige critici aan de Beat Generation wordt
toegeschreven, vonden Rigney en Smith gedurende hun onderzoek vrijwel geen bewijs.
Een enkele uitspatting kwam hen ter ore, maar op het moment dat dit werd nagegaan,
bleek dat een stelletje bijvoorbeeld wel seks had bedreven tijdens een feestje, maar dit
netjes in de slaapkamer achter gesloten deuren had gedaan.
Voor de jaren negentig en later, waarin wij nu leven lijkt het seksuele gedrag van de
Beats zeer acceptabel, maar we moeten niet vergeten dat het de jaren vijftig betrof. Voor
hun tijd hadden de Beats een zeer revolutionaire houding ten opzichte van seksualiteit.
Alleen al het feit dat velen voor hun huwelijk al seks met hun aanstaande partner hadden
is hiervoor een bewijs. In de conventionele maatschappij, waartegen de Beats zich
afzetten, was dit hoogst ongebruikelijk en schandelijk.

De erfenis van de Beat Generation

De wortels van de Beat Generation liggen onmiskenbaar in de jaren vijftig en hebben een
uitloop naar de jaren zestig. Veel van de typeringen die golden voor de Beats - drugs,
spiritualiteit en vrije seksuele normen - worden vaak in verband gebracht met de
generatie van jaren zestig. On the Road had voor veel jongeren binnen de tegencultuur
van de jaren zestig de waarde van een bijbel. Vrije seks en druggebruik waren zaken die
in de jaren zestig zeer hoog in het vaandel stonden bij de Amerikaanse tegencultuur van
eind jaren vijftig en de jaren zestig. De Beat Generation stond voor verandering, de
veranderingen die altijd aan de jaren zestig toe worden geschreven. Beats plaatsten
zichzelf buiten de maatschappij waarop zij zoveel kritiek hadden en waaraan zij zich niet
wilden conformeren. De Beats hebben, ook na de jaren vijftig, altijd jongere generaties
kunstenaars geïnspireerd door hun directheid, moed en visie. Glenn O’Brien schrijft in
zijn essay The Beat Goes On dat er een lijn loopt van de Beats via de Mods, een
afkorting van ’moderns’, in de jaren vijftig, de hippies in de tweede helft van de jaren
zestig en de punks van de jaren zeventig naar de negentiger jaren stroming grunge.
Hierbij noemt hij alle vormen van tegencultuur ná de Beats ook beat. Zelfs de jaren
negentig band Nirvana van de door zelfmoord om het leven gekomen zanger Kurt
Cobain kan volgens O’Brien als beatgroep worden gezien. Volgens O’Brien staat ‘beat’
voor een manier van leven en is de term niet specifiek tijdsgebonden. Deze opvatting  
houdt niet altijd steek aangezien de betiteling Beat Generation heel sterk verwijst naar
een bepaalde generatie en levensstijl, die historisch bepaald is en typisch hoort bij de
Beats in de jaren vijftig en zestig. Een dergelijk begrip kan niet willekeurig voor andere
generaties gebruikt worden. Wel hebben de Beats bepaalde normen en waarden
onherroepelijk veranderd. Dit heeft onder andere te maken met de manier van leven, die
tot dan toe enkel voorbehouden was aan bohèmekringen en die door de Beats
gepopulariseerd is. Om deze manier van leven dan meteen Beat te noemen is een stap te
ver gaan, en bovendien verwarrend omdat het begrip vooral terugwijst naar een
generatie die onlosmakelijk met de jaren vijftig en de vroege jaren zestig is verbonden.
De invloed van de Beat Generation op latere generaties, om te beginnen op de generatie
van de jaren zestig, is echter onmiskenbaar. De avant-garde waartoe de Beats
behoorden werd vanaf begin jaren zestig geabsorbeerd in de 'mainstream'. Tot op de
dag van vandaag zijn subculturen aan te wijzen die net als de Beat Generation een
bohème identiteit dragen. De erfenis van de Beats is groot en ook daarom vormen zij een
zo belangrijke groepering.


___________________________________________________________

(*) Maaike van der Spek. Profeet in de polder. Een vergelijking tussen het
gedachtegoed van Simon Vinkenoog en de Beats en hun voorlopersrol voor de
generatie van de jaren zestig. Doctoraalscriptie Algemene Letteren, Universiteit
Utrecht, Faculteit der Letteren onder begeleiding van drs. Niek Pas en prof.dr.
Hans Righart. Januari 2000.

(geplaatst op 04-08-2004)

terug naar boven
DE BEATPOËZIE IN DE USA