Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
BIOSCHETS
Sinan Antoon werd geboren in Baghdad in 1967. Hij verliet Irak in 1991 na de Golfoorlog
en woont nu in de Verenigde Staten. Zijn poëzie en artikelen (in het Arabisch en Engels)
verschenen in verschillende tijdschriften en nieuwsbladen en zijn eerste roman "I’jaam"
(Barbarisme, Beiroet 2003) werd vertaald in het Engels. Een eerste gedichtenbundel
"Mawshur Mubalalal bil-Hurub"( Een prisma; nat van oorlogen) is in voorbereiding en
publicatieklaar. Hij keerde terug naar Irak in 2003 om een documentaire te draaien over
het naoorlogse Irak getiteld "Over Baghdad". Hij studeert Arabische literatuur in
Harvard.
ZEVEN GEDICHTEN VAN SINAN ANTOON
Vertaling uit het Arabisch door de auteur zelf, vertaling uit ’t Engels: Henri Thijs
VORSING
De zee is een lexicon
van het blauwe
attentvol gelezen door de zon
Jouw lichaam is ook een lexicon
Van mijn verlangens
Zijn eerste brief
Duurt levenslang
* * *
FANTASMAGORIE II
Jouw lippen
Zijn een roze vlinder
Fladderend
Van een woord
Naar een ander
Ik ren achter hen
In tuinen van stilte
* * *
ZIFTING
Mijn ogen
Zijn twee zeven
Filterend honderden anderen
Op zoek naar jou
* * *
ZOMAAR EEN ANDERE AVOND
(In zwart en jou)
1
Jouw stem drijft
Als een slaperige narcis
Op het avondlijke water
En ik ben een oever
Denkend aan de verdrinking
2
Iedere aanraking
Is een witte enveloppe
Tientallen letters verbergend
Even wit
Neergepend door jouw naaktheid
Over haarzelf
3
Jouw hemdje
Is een open enveloppe
Jouw borsten
Twee brieven
Altijd
Aankomend
4
Zelfs de vingers van de nacht
Fluisteren
Als zij denken
Aan het ontkleden van jou
* * *
EEN SLOKJE
Als jouw vingers omhelzen
De pols van het glas
Ontwaakt een glimlach
In de droom van een man
Die slaapt in een verre nacht
Het is een lange dag geweest
Hij heeft zijn ziel geblazen
In menig glas
De wind van jasmijn op jouw pols
Streelt zijn hoofdkussen
Wanneer jouw lippen de rand van het glas beroeren
Beginnen duizenden wilde paarden te rennen
In zijn aderen
Hun gehinnik mengt zich
Met de wijn die regent van boven
De naakte vrouwen op de ruggen van de paarden
Verklaren hem een hedonistische profeet
Maar
Wanneer jij het glas op tafel zet
Ontwaakt hij
Kijkt op zijn horloge –
Binnen een uur
Zal hij een nieuwe dag beginnen
Als een lange tunnel
* * *
SNAREN
1
De vingers van de speler beklimmen
de muzikale balken
en dragen mij
naar de wolken
dalen daarna af
gevolgd door God
die weent
en zich verontschuldigt
voor alles
2
Snaren
trekken mijn ziel
uit de bron van stilte
vullen mijn hart
met het blauw van de zee
bestormen mijn takken
betokkelen mij
terwijl zij mij ver weg
op een eiland verspreiden
buiten de tijd
in mijn hart
3
Deze navelstreng
strekt zich uit van mijn hart
tot aan de oevers van de Eufraat
ik snijd ze elke morgen door
maar ’s nachts,
bindt de nostalgie
ze weer aan elkaar
4
Een draad
die regent uit de oog van de naald
in een nacht
waarvan de witheid
vermoeit de kandelaars
terwijl zij haar minuten tellen,
een draad gebruikt door een moeder
om een hemd te naaien
dat nog steeds ruikt naar
de gevangene
waarop zij elf herfsten
heeft zitten wachten
…
een hemd
dat niemand ooit zal dragen
5
Een plank
in de archieven van het hart
waar uitgestelde doden
worden gestapeld
naast geruchten
over geluk
6
De grenslijn
tussen de provincies
van de nostalgie
tussen een land
fat nooit bestond
en een land
dat nooit zal bestaan –
telkens het wordt weggehaald
door de verbeelding
daar
brengt de geschiedenis
het terug
naar hier
7
Het snikken van een man
Terwijl hij hangt aan de draad
Lopend van zijn vingers
Naar een witte vlieger
Nog altijd zwevend
In de luchten van zijn jeugd
Buiten de cel
Op de avond van de executie
8
een zijden draad
zucht
en denkt eraan weg te lopen
van een zwarte beha
…
hij is vermoeid
en wil niet stoppen
met de twee borsten
te kussen
9
Een onzichtbare straal
grijpt mijn hart
de geur van een vrouw
die bij mij zou zijn
was zij niet gestorven
tijdens de laatste oorlog
10
De laatste regel
in een manuscript
waarvan het verbranden
acht eeuwen lang
is uitgesteld
11
De vluchtroute
genomen door een zeldzame vogel
tijdens zijn laatste seizoen
voor zijn uitroeiing
12
De schaduw van de laatste palmboom
in een brandende boomgaard
terwijl zijn palmen kammen
het haar van de wind
en wordt getroost
door de zon
13
Misschien
is de snaar slechts
een snaar
die de bomen troost
gekruisigd als een lichaam
of enkel maar een verlangen
naar een andere snaar
gekruisigd
als een ver lichaam
* * *
RIMPELS OP HET VOORHOOFD VAN DE WIND
1
De wind is een blinde moeder
struikelend
over de lichamen
geen lijkwaden
redden de wolken
maar de honden
zijn veel vlugger
2
De maan is het licht
van een kerkhof
de sterren vrouwen
die jammeren
3
De wind was uitgeput
van het dragen van de doodskisten
en leunde
tegen een palmboom
een satelliet informeerde:
“Waar naartoe nu?
de stilte
in de stengel van de wind
murmelde:
“Baghdad”
en de palmboom sloeg in brand
4
De vingers van de soldaten schrapen en graaien,
zoals vraagtekens
of kromme sikkels,
zij zoeken op de dijen van de wind
naar wapens
…
niets dan rook
en uitgeputte uranium
5
Hoe smal is deze engte
die slaapt
tussen twee oorlogen
maar ik moet ze oversteken
6
Mijn hart is een ooievaar
gevestigd op een verre koepel
in Baghdad
zijn nest is gemaakt van beenderen
zijn lucht
van dood
7
Dit is niet de eerste keer
dat mythen wassen hun gezicht
met ons bloed
hier kijken zij
In de spiegel van de horizon
terwijl zij onze botten opzetten
8
Oorlog kwijlt
Tirannen en historici hijgen
Een rimpel lacht
pp het gelaat van een kind
dat speelt
tijdens een pauze
tussen twee oorlogen
9
De Eufraat
is een lange processie
steden kloppen op zijn schouders
terwijl palmbomen wenen
10
Het kind speelt
in de tuin van de tijd
maar de oorlog roept het
vanuit zijn binnenste:
Kom maar naar mij!
11
Het graf is een spiegel
Waarin het kind kijkt
En droomt:
Wanneer zal ik opgroeien
En zijn als mijn vader
…
dood?
12
De Tigris en de Eufraat
zijn twee snaren
van de luit van de dood
en wij zijn liederen
…of tokkelende vingers
13
Gedurende twee oorlogen en een half
ben ik hier geweest
in deze kamer
waarvan het raam een graf is
dat ik bang ben te openen
Er is een spiegel aan de wand
en wanneer ik naakt ervoor sta
lachen mijn botten
terwijl de vingers van de dood
tikken op de deur
14
Ik plaats een oor
op het achterste van dit ogenblik
Ik hoor gejammer
Ik plaatst het op een ander ogenblik
- hetzelfde!
Bron: Masthead
(geplaatst op 05-06-2005)
terug naar boven