Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
A.R. AMMONS (N.-Amerikaanse Poëzie)
HET SCHRIJVEN IS EEN DAAD VAN OPLUCHTING door
Henri Thijs

Archie Randolph Ammons werd geboren buiten Whiteville in North-Carolina in 1926.
Hij begon met het schrijven van poëzie aan boord van een destroyer in de zuidelijke
Pacifieke Oceaan.  Na zijn dienst bij het leger tijdens wereldoorlog II, studeerde hij
aan de Wake Forest Universiteit.  Daarna begon hij eerst te werken als een makelaar
in immobiliën, vervolgens als uitgever en beheerder in de glasfabriek van zijn vader.  In
1964 startte hij zijn onderwijsloopbaan aan de Cornell Universiteit.  Ammons schreef
een dertigtal poëziebundels bij elkaar en werd een van de meeste gelauwerde en
geliefde poëten van zijn land.  Hij kreeg in de loop van zijn literaire carrière praktisch
alle bestaande prijzen.  Hij woonde in Ithaca, New York waar hij poëzieprofessor was
aan de Cornell Universiteit tot aan zijn oppensioenstelling in 1998.  Hij stierf kort
daarna op 25 februari 2001.
Ammons had een voorkeur voor het schrijven van lange gedichten die hij liet evolueren
rond een centraal beeld zoals de aarde gefotografeerd vanuit de ruimte bij voorbeeld
(dichtbundel Sfere), of een afvalberg in Florida (dichtbundel Garbage).
Het paradigma van de eenheid en verscheidenheid en de daarmee verband houdende
filosofische gedachte van “de enkeling en de massa” was een constante in zijn werk
reeds  aanwezig van bij het begin van zijn carrière. Volgens zijn vriend en poëziecriticus
David Lehman probeerde de dichter het eenmakend principe te vinden dat een
overvloed van discrete voorwerpen en ongewone gebeurtenissen kon samensmeden in
een “verenigd, ontvankelijk gedicht, een verenigde, vatbare geest”.  
Alhoewel hij vele pregnante lange gedichten heeft geschreven, zoals het gedicht
“Terrein” hieronder vertaald,  kon hij poëtisch ook goed zijn mannetje staan in korte
beknopte verzen.  Zo bestaat zijn meest bekende kortgedicht uit de bundel “The Really
Short Poems of A.R. Ammons” (1990) “Hun seksleven” geheten slechts uit de
volgende twee korte zinnetjes:

HUN SEKSLEVEN

Een mislukking
bovenop een andere

waarbij de plaatsing van het eerste vers BOVEN het volgende duidelijk puntig
refereert naar de geslachtsdaad.  
De dichter schaart zich stilistisch achter T.S.Elliots denkwijze dat poëzie “een systeem
van interpunctie” is.  In meer recente gedichten zoals “Auditions” en “Called into Play”,
gebruikt hij de dubbelepunt als geliefkoosd leesteken.  De dubbelepunt stelt hem
immers in staat om het verband tussen de zinnen te beklemtonen en de definitieve
afsluiting van die zinnen uit te stellen.  In vele van zijn gedichten staat er geen punt, zelfs
niet op het einde van het gedicht.  Zelf daarover ondervraagd poneerde hij dat toen hij
begon poëzie te schrijven “hij niet kon schrijven vanuit het idee dat zijn schrijfstuk iets
zou gaan betekenen, daarom schreef hij het op de rugzijde van gekopieerd papier dat
zijn vrouw meebracht naar huis en gebruikte hij kleine letters en dubbelepunten die zich
democratisch aandienden en eigenlijk aangaven dat er nog iets voor en achter iedere
zin zou komen en het schrijven in feite deel uitmaakte van een immer voortkabbelende
stroom”.
Archie, zoals de meesten van zijn tijdgenoten hem noemden, zegde van zichzelf dat de
grootste motivatie voor het schrijven van poëzie lag in de “angst, de vreselijke angst die
probeert los te komen van het materiële om een soort spirituele leegte te bereiken, de
leegte die spiritueel is”.  Poëzie omschrijft hij als  “een wijze van schrijven die in feite
een wijze van bestaan is” in het mooie gedicht GLANS dat luidt als volgt:

hoe mooi te kunnen schrijven:
het is iets dat je niet kunt doen, zoals

piano spelen, zonder te denken :
het is niet zo belangrijk te denken, maar de

de draad moet worden gespannen, de juiste toetsen
aangeslagen, je moet ook letten op

de juiste spelling van de woorden:
misschien is het niet zozeer het denken

maar de concentratie, wat betekent dat
de aandacht wordt naar buiten geleid

en afgewend van het ik, weg van
elke obsessieve zelfbespiegeling…

T.a.v. de “universele angst” is de daad van het schrijven er een van opluchting die
verfrissing brengt in de geest.



TWEE GEDICHTEN VAN A.R. AMMONS
vertaald door Henri Thijs


STILTE

Ik zei ik zal vinden wat nederig is
en er de wortels van mijn identiteit
deponeren:
elke dag zal ik ontwaken
en naast mij het nederige vinden,
een handige focus en herinnering,
een kant-en-klare meter van mijn betekenis,
de stem die mij zal doen horen,
de wil, de soorten eigenheden
die ik  mij vrij
zal kunnen toe-eigenen

maar al heb ik overal rond gekeken,
ik kan niets vinden
om mijzelf aan te geven:
alles is

prachtig van bestaan, heeft
overdaad aan glorie:
niets is verminderd,
niets is voor mij verminderd:

Ik zei wat is nu nog lager dan het gras:
ah, ondergronds,
een aardkluit van verdroogd mos:
ik bekeek hem wat aandachtiger
en zei dit kan mijn habitat worden: maar
mij erin nestelend
vond
ik onder het bruine uitwendige
groene mechanismen achter het intellect
die wachten op de heropstanding in de regen: zo stond ik op

en liep weg zeggende er is niets nederigs in het universum:
ik vond een bedelaar:
hij had stompen van benen: niemand die
om hem gaf: iedereen ging aan hem voorbij:
ik nestelde mij in hem en vond zijn leven:
daar, schudde de liefde zijn lichaam door elkaar:
ik zei
al heb ik overal gekeken
ik kan niets nederigs vinden
in het universum:

ik zweefde door transfiguraties op en neer,
transfiguraties van omvang, vorm en plaats:

op een zeker punt kwam de stilte,
stond in bewondering:
mos, bedelaar, onkruid, teek, den, het ik, prachtig
van zijn!

(STILL)


*


TERREIN

De ziel is een streek zonder definitieve
grenzen
het is niet zeker dat een prairie
haar kan uitputten
of een omheining haar kan afsluiten:
zij vloeit (zelfregelend) als een continentale
massa, verheft zich als een toren
en verbreedt aldus de bedding van haar
grondvesten (exact proportioneel):
vloeit niet altijd in een richting: daar
is een scheiding:
riviersystemen geworpen als schaduwen
van winterbomen tegen de heuvels:
takken, stromen, diepe meren:
stilstaande leliemoerassen:
is variabel, heeft een klimaat: stabiele
golven halen haar leeg,
slib die de verdeling van het gewicht
wijzigt, de aard van de inhoud:
wervelwinden trekken erdoor
of staan er te spinnen als separate
elementen: de maan komt:
er ontstaan barre oorden: venen
die door zelfaanwas rijzen uit zichzelf,
een groei naar vernietiging van
groei,
verandering van karakter,
invasie van turf door populier en eik:
halfedelstenen en edelstenen vallen
uit troebel water in de modder:
zij is een gebied van evenwicht, on-
voorspelbaar, van donker wild water,
woeste palingen, tegenstromen:
een biotoop, precieze ecologie van vormen
in sommige opzichten onderling tolerant,
niet geheel zelfvernietigend: een drijvende
korst: schuim, van diep- en anders-
geaarde: maar dieper dan diepte,
ook: vacature en werveling:

zij kan sferisch zijn nauwelijks licht en
kennis
de iris en de opening naar de donkere
methoden van haar kennis: hoe zij
gaat en komt, breekt en geneest,
wervelt en stilstaat: de maan
komt: terrein.

(TERRAIN)

(geplaatst op 19-01-2004)

terug naar boven