Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
BIOSCHETS
Fadhil Al-Azzawi werd geboren in Kirkuk in Noord-Irak in 1940. Al op de leeftijd van
vijftien begon hij met het schrijven en publiceren van poëzie. Vandaag heeft hij al zeven
dichtbundels, acht romans, een verzameling korte verhalen, twee essays en talrijke
literaire vertalingen in het Arabisch vanuit het Engels en Duits op zijn palmares staan.
Zijn talent van schrijver werd ook in hoge mate bevorderd door de culturele diversiteit
van zijn thuisstad waar Arabisch, Syrisch, Koerdisch en Turks dagelijks werden
gesproken. Hij kreeg een gedegen opleiding in de Engelse literatuur aan de Universiteit
van Baghdad en voltooide vervolgens zijn studies in de journalistiek aan de Universiteit
van Leipzig. Hij bracht drie jaren in de gevangenis door onder het Ba’athregime van
Saddam Hoessein en ontvluchtte Irak in 1977 om zich te vestigen in Duitsland waar hij
nog steeds woont.
DRIE GEDICHTEN VAN FADHIL AL-AZZAWI
Vertaling uit het Arabisch door de auteur zelf, vertaling uit ’t Engels: Henri Thijs
HET BOEK VAN MIJN LEVEN
Zonder een gids in de wildernis
mijn sporen volgend in het zand
vond ik mijzelf na een lange tocht
in een stad op een heuvel.
Doden die wachtten op mij
gaven mij het boek van mijn leven,
dat zij jaren lang verborgen hielden
in vergeten laden.
Toen ik het boek van mijn leven opende, hoorde ik de eeuwigheid
bladzijde na bladzijde eruit voorlezen
met een tongval van vergetelheid:
ontwaak en breng jouw zon mee!
Verlicht jouw pad in de duisternis!
Laat sporen na waar je ook naar toe reist
voor hen die nooit achter je aan zullen komen!
En zo dreef ik mijn lichaam door het licht.
En zo beklom ik mijn weg bij nacht.
Laat mij gaan met jou, Fadhil!
Laat ons samen deze eindeloze brug oversteken.
Ik zal jouw getuige zijn van de eeuwen.
Maar terwijl ik jou vasthoud bij de hand, mijn kleine engel,
fluit plotseling de wind
en verspreid de bladzijden van mijn levensboek.
De Leeuw en de Apostel.
Zo je een Apostel bent
wiens naam geschreven staat in het boek van de martelaren,
dan ben ik werkelijk een bloeddorstige leeuw,
wachtend op jou in de arena.
Droom maar zoveel je wil over de Hemel,
toch zal ik je uiteenrijten!
O, vervloek mij niet voor mijn boze daad, broeder,
want jij weet goed
dat wij in deze wereld
ons werk samen moeten doen.
Bestijg maar glorierijk en blij de hemel,
en laat ons, de leeuwen van het woud,
achter op de aarde
om onze bloederige taak te voltooien!
* * *
EEN TOCHT NAAR VERRE PLANETEN
Wij zijn gevangenen van de eenzaamheid als we reizen naar verre planeten. Op weg
met onze ruimteschepen is onze nostalgie voldoende om ons te leiden naar onze
verloren zonen. Na eentijdje zullen we de aarde achter ons laten. De verborgen polaire
dageraad volgt het rode van de zonsondergang, terwijl hij zijn schaduwen werpt over
ons als we zijn oude omloop betreden. En de nachten zaaien duisternis in ons, tikkend
als reusachtige klokken op de Evenaar; daar zien we een mus zigzaggend door de storm
en horen muziek spelen voor dronken dansers achter een gesloten deur:
Wij moeten niet te veel zeggen na onze lessen van metafysica in het labyrint van
dwalende geesten. Doorzichtige sterren hangen in de lucht, gloeiend.
Luister, Pushkin, geen witte nachten meer hier nadat we alles verloren dat we ooit
gewonnen hadden op onze tocht. Wat zeg je? Ik kan je niet horen. Wat zeg je?
Spreek op ook al kan niemand je ooit horen hier! Je zou altijd recht voor je uit moeten
zien om de eeuwen voorbij te zien trekken. Kijk! Daar is een man die naar ons kijkt
vanuit een raam, zittend op een stoel, terwijl de twee helften van hem luisteren naar de
Oerknal, als een prins die geesten oproept uit de open atmosfeer alvorens zijn lijn te
werpen in de rivier om te jagen op vissen voor de eeuwigheid.
Luister naar het gebrul van het water! De klok zal weldra luiden en het leven zal
opnieuw beginnen zoals alle andere keren.
* * *
IK BEKEN DAT IK MIJN LEVEN GELEEFD HEB
Ik beken dat ik mijn leven geleefd heb:
ik proefde zovele dingen
en vergat duizenden anderen.
Ik hield van de vrouwen. Ik vergat hoeveel
er weenden voor mij.
Ik vond vrienden voor goede
en vrienden voor slechte tijden.
Ik leefde tussen vergeten slachtoffers
en maakte met mijn huid kennis
met de zweep van de beulen in gevangeniscellen.
Ik stond voor onrechtvaardige rechtbanken
beschuldigd van blinde liefde.
Ik dwaalde van woestijn naar woestijn
en zette mijn tent op in sprookjesland.
Ik liet mijn paard drinken van het water van al-Kawhthar.
Ik sliep met dieven op de oevers van de Tigris
en woonde soms in de kastelen van koningen.
Ik reisde naar steden, zwemmend in de duisternis.
Ik zat in de zon, en trok door de sneeuw,
een land verwisselend met een ander,
een paar schoenen met een ander.
Ik verbrandde zovele bruggen achter mij
en zeilde op zeeën die nooit konden worden overgestoken.
In tijden van droogte zaaide ik zaden
in de vallei van de regens.
In de duisternis stak ik duizenden kaarsen aan.
Onder de wakende maan
zuchtte ik als een oude verliefde man
en dwaalde over continenten.
Hoeveel keren bouwde ik papieren paleizen in mijn dromen?
Hoeveel keren verwarde ik realiteit met illusie?
Ik vertelde de waarheid maar loog ook.
Ik heb een beetje getwijfeld en een beetje geloofd.
Ik heb alle merken van sigaretten gerookt,
de beste kelderwijnen gedronken in bars
en de gedichten van mijn leven geschreven.
Ik heb zoveel gelachen in deze wereld.
Ik heb zoveel gehuild in deze wereld.
Ik ben (gekomen en) gegaan als een licht flikkerend in de nacht
Ik ben hier geweest en heb gezien,
Ik ben gebleven en weggegaan.
Ik beken dat ik mijn leven geleefd heb.
Toelichting:
Tiamat, Merdoch en Anno zijn figuren uit de Babylonische en Syrische mythologie.
Bron: Masthead
(geplaatst op 23-05-2005)
terug naar boven