Copyright © 2002/ 2004: Het Prieeltje Online.  All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van  Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België).  Tel. 013/33.55.16.  Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  
Werd geboren in 1972 in Nida, Litouwen.  Studeerde Litouwse taal en
letterkunde aan de universiteit van Vilnius en publiceerde 2 poëziebundels :
Rojaus ruduo (1995) (Herfst van het paradijs), Is pazinties (1997) (Een
bekentenis).  Zij trad op op poëziefestivals in Litouwen en elders in Europa.


EEN DROOM OVER EEN KUISE JONGEN

Beetje bij beetje
Voel ik mijn leven uit
Mij kruipen na elke eindeloze
Tedere inbreuk, ik had
Er niet veel, maar
treuzelde telkens meer en meer
Zodat ik later begon te dromen
Over een kuise jongen
(hoe anders kon ik hem noemen,
zoals in een volkslied).  Want
ik heb er zo eentje ontmoet, die
kuste als een vis (op het droge land van de hemelen)
Als hij sprak – over bepaalde vage diepten
Stegen  filosofische bellen
Naar  de oppervlakte,
Hij was dus wel zeker een kuise jongen,
Verlegen,
Vervelend.


*

En ik weet wat ik wilde zeggen
Sigitas Geda

Ik weet niet wat ik wou zeggen.
Enkel woorden als water en wind,
En broeder, moeder en vader
Vloeiden in mij als een stem
In de leegte, die er is op de verre grens van
De zonnige tijd – hoe leeg!  Leunend
Op een pijnboom -----: weet –
Ik wat ik wou zeggen:
Het is leeg in mij, mijn inspirerend ik!
Ik woon daar, maar zij tonen jou – Wind!
En jij weet wat jij wou zeggen,
En ik probeer dat op te vangen en na te echoën,
Waar komt het vandaan, wat wil jij god –
Dichter -------------------------Wat?

Want jij weet wat je wou zeggen,
En laat mij alleen maar de echo van jouw stem.
Ik ben degene die daar woont, en jij bent alleen maar de wind
Van de zuivere poëzie - - - - water
Ik weet niet wat ik wou zeggen.
En hier!  Na de duppelepunt – nu een haakje)
En na de koepel van de hemel te hebben weggenomen – ( open
De haakjes – door het gedicht te veranderen in een glimlach
“Niemand zal ons nu redden”

Niemand zal ons nu redden
“neem de roeiriem van de herboren nacht”
“kus de riem en vrees de dood niet”
“de riem heeft geblonken en de dood is weg”
“hou van mij en vrees de dood niet”

Ik weet niet wat ik wou zeggen
Tot vervelens toe in herhaling vallen - - inderdaad
Laat mij alleen, wou ik zeggen
Maar ik weet het niet meer – misschien ben jij hier aan het bidden?


Hoe vreemd!  Ik lachte luid daarna.  Later
Werd ik zelfs bang – bootste een vlucht
Van boze engelen jouwstem na?

Maar ik ben maar aan het grappen nu – hoe aangenaam is het
De stem van de dichter na te bootsen – naam – en vers
Ik weet niet wat ik wil zeggen:
Hier eindigt het witte blad – lees mij!

*

Juffrouw POEZIE

(ziel) oneindig extatisch, met een droeve uitdrukking,
een kleine hoer, een vrouw gretig voorwendend
een meisje te zijn, en van bij de eerste aanblik
mooi, maar hoe zij gilt!  Zij hoeft alleen maar haar mond te openen
en je voelt een zeker genoegen, het is alsof
haar lippen, en het is zelfs niet de lippenstift, zelfs niet
de lippen, maar de ziel, ziel… Ziel! … die het doet.

*

VISIOENEN VAN DE GEHANGENEN

1. DE VERHANGEN MAN

Ik ging op weg naar de velden
Waar de weg ligt
Ik zag grote galgen

En beneden op straat gaat een vrouw
Die ze niet ziet – daarom
Denk dat ik gek geworden ben

Maar ik zie in de verte
Jozef komen
Met een zeis

Een maand later
Heeft Jozelf zichzelf opgehangen.


2. DE VERHANGEN VROUW

zo vroeg achter het kerkhof
ga ik de koeien melken

en word opgeschrikt
door een hen
die op een schuur gevlogen is –
waarom is zij zo vroeg?

En dan zie ik iets fladderen –
Het is een witte hoofddoek in de wind

God, de buurvruw heeft zichzelf opgehangen!
(slechts met teugels – niet met een koord)

en vreselijk verschrikt
grijp ik mijzelf bij de arm.


3. DE GEBOORTE VAN MIJN DOCHTER

in die tijd was ik zwanger
een dochter werd geboren
met een harige arm

zij groeide op en het haar viel af
en de wonden bloeden jaarlijks

god het is goed dat ik mijn gezicht
niet heb gegrepen – mijn dochter
had een melaatse kunnen zijn;

4. EEN MIRAKEL (I)

Ik kan mijn dochtertje niet genezen
En een operatie zal niet helpen

Ik heb een bot meegebracht van het kerkhof
En heb gehoord dat
Men wonden daarmee moet inwrijven -
Als het halve maan is

Mag je de wonden niet jaarlijks krabben
Anders hoor je het kermen van de gehangenen

5. EEN MIRAKEL (II)

Ik zag het hoofd van Christus
In de takken van de appelboom door het vensterraam

Ik sloot mijn ogen opende mijn ogen en zag hem

(geplaatst op 02-08-2004)


*

HET ZWEMBAD

Je moet heel lang zwemmen en je ogen laten vollopen met water, zodat
je bij het sluiten
van je ogen voor de slaap een hemelsblauwe bodem ziet, die samen met
kristalhelder
water je ziel kan troosten.  Maar in zulk een hemel
is er geen diepte.  En de ziel zelf is slechts een geelachtig straaltje,
iets waarvoor het gemakkelijk is rustig te blijven: Ba-Sein-e: in een
zwembad.

Een zwembad is beter dan drugs – ik hoor een collega wiens
telefoongerinkel mij wakker maakte – Wat deed je vannacht? – Ik ging
slapen met Baudelaire’s “Paris Spleen” in de hand.- Toen ik opsprong bij
het horen van de telefoon, voelde ik dat mijn vierde
vinger, degene die ik in het boek had gelegd als een bladwijzer,
verstijfd was.
Komend
uit bed, merk ik dat een van mijn benen sleept over de grond
als een levenloos bot.

Soms is het goed dat de telefoon je wakker maakt: je gaat net zitten en
schrijft erover?   Die man…”En na het zwembad wou ik zo graag
sterven…”
En dit soort geschrijf is enkel een zwemmend zinken, met een mond
vol gouden bubbels, je kalmeert, en blaast ze weg
door een toevallig gevonden rietje.  Herinneringen als zuckli
bonken in je hoofd.  Nu ga ik wat koffie drinken.  Ik doe een paar
suikervrije klontjes in de koffie.

Ben jij mijn vrouwtje?  - placht hij in opgewonden staat te vragen. – Ik
was
een gekke eend, jij woerd! – had ik nu moeten repliceren.  Als jij ouder
waart, oooh!  als je een rijpe vrouw waart, zou je zo
trots geweest zijn op mij die geen andere vrouw wenste dan jij…
“OOOOOOOOOOOOOOOooooooooooooooooooh!

Genoeg.
Ik wilde daarna veel langer zwemmen – anders zou ik verdrinken
in volledige apathie.  Als je in zulk een conditie op stap waart geweest
had je veel geld gespendeerd… En vrienden?  Niet daarvoor!
Ik ga niet op stap.  Ik heb min of meer besloten te leven op een serieuze
en ordentelijke wijze.

Het zwembad is mijn gading.
En eerlijk, ik kan niet eens zwemmen. Ik drijf hier langs de kant
van de wand als een kwakende vis.
Kranige mannen duiken langs me heen, waarbij ze blijkbaar
met hun hoofden de bodem raken.  
Mijn log lichaam rolt op het droge land als
een zee.  Bibberend van de koude, ga ik naar de sauna – ik neem plaats
bij de koortsige stenen.  Hoe goed dat wij elkander
verstaan!  Alsof ik een van hen was. Alleen daarom ga ik naar het
zwembad – om
hen te ontmoeten.  Ik hou van de harde
en hete harten van de sauna’s

Fiere kiezels…
Hun lichamen zijn onschendbaar.  Zij proberen niet mij te troosten.  
Omwille van hen kun je degenen die naast je zitten niet zien, zij die de
lucht inademen,
de kissende woede van de stenen inhaleren.

Je moet heel lang zwemmen, zodat je later veel langer –
Het hemelsblauw,
de hemelsblauwe vrijheid ziet, die loopt over de rand en jouw
leegheid vult…
Trouwens je kunt niet plassen in het zwembad.  In een reactie,
zou het chloorwater blozen als een schaamte, rood als licht
bloed.

Misschien – dat een kleine wonde zou opengaan in het zwembad?


(geplaatst op 01-02-2004)

terug naar boven
Neringa ABRUTYTE (Litouwse
Poëzie)
gekozen en vertaald door Henri Thijs