Copyright © 2002/ 2005: Het Prieeltje Online. All rights reserved. Webdesign: Henri Thijs. Niets uit deze uitgave mag worden
gekopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. 't (muzen-)Koeriertje, Het Oog van de Roos en Het Prieeltje Online zijn
trademarks van Het Prieeltje v.z.w., Demerstraat 32 bus 7, 3290 Diest. (België). Tel. 013/33.55.16. Deze site kan best worden bekeken
met en werd speciaal geconcipieerd voor de standaardschermresolutie van 800 x 600.
Bioschets
Chawki Abdelamir werd geboren in Nasiriyah, Zuid-Irak in 1949. Hij deed zijn
middelbare studies aan het literatuurcollege van Bagdad in 1970. In 1977
beëindigde hij met succes zijn studies in vergelijkende literatuur en literaire
kritiek aan de Sorbonne in Parijs, waar hij nog steeds woont. In 1993 stichtte
en beheerde hij het Rimbaud Centrum voor Internationale Poëzie in Parijs en in
Aden, Jemen, waar het was gelokaliseerd in het huis waarin Rimbaud woonde.
Hij werd adviseur van de Unesco van 1996 tot 2002 en leidde later het Unesco’s
Kitab fi Jareeda-project. Sedert 1 december 2003 is hij de Iraakse culturele
consulent voor de Unesco. Hij is ook redacteur-uitgever van het Franse
poëziemagazine Poésie. Chawki Abdelamir heeft veel bloemlezingen van
Arabische poëzie naar het Frans vertaald en publiceerde zelf elf dichtbundels in
het Arabisch waarvan zes vertaald in het Frans.
CYCLUS “LAAT IN DE WONDE”
(vertaald naar het Engels van James Kirkup)
I
Zij namen hem alles af
familie, land, jaren.
Vandaag is het de piek van een berg
die hij helpt ontsnappen.
Schrijven
adem van azuur in het karmozijn van een schreeuw
arm gelegd op de draad van een ster
tent gezet op de staak van de alif (eerste letter van ’t Arabisch alfabet)
eeuwigheid in het kleed van de wind
lansen van zilver
in het bloed van de weerstand
meren van wijsheid
in de holte van een hand.
Schrijven
roest op het goud van betekenis.
Jij wrijft de stoom van de tong
alsof je een gloeiend metaal schuurt
jij wordt jezelf door een vijfde seizoen
dat elementen en woorden mengt
en in de inktbron die je uitbaat
wring je de spons uit van heilige wateren.
Letters, kant op de brassière
van een Arabische vrouw wier naam Woestijn is.
III (fragment)
Ringen
Uitwassen van de geesten der gelovigen
Kettingen op de duistere uithoeken van de tijd
Fragmenten van een verkalkte wind
druppels sperma op de flank van het verleden
kiezelstenen van tranen
van passies en lofzangen
Gekleurde knopen
van de verwarde draad van het web der eeuwigheid
Albast is het net
van een spreuk in de vorm van een fossiel
Koraal is ‘t gespleten
geslacht van een nog maagdelijke zee-sirene
Robijn is de oude druppel bloed
die zich altijd ringen
herinnert
IV
Op het voorhoofd van een piek
Een ruwe schets van rommelig tuigage
Op een gebroken mast
Lip
Terugtrekkende golf
Oogappels
Assen van komende vuurzeeën
Gelaat
V
Klei
Het lichaam klopt toevallig tegen niets
En er ontstaat een geschud
Brokstukken die uiteenvallen
van de schrijftafels van de ziel
De daar wegstervende stem
laat op haar vlees
rimpels en skeletten van surrealistische wezens achter
Schrijftafels
Woordenboeken
Aan de deuren van een bibliotheek van steen
Die na duizenden jaren
De wacht houden
aan de ingang van steden
aan de ingang van woorden.
VI
Tussen berg en zee
Tussen roest en ziel
Binnenin de tempel belegert zij
Hout, de geesten en de gelovigen
Maar de hindoegod
Heeft zijn lichaam verborgen onder alles
Gebed
Een gebarsten vaas
Aden
Aden
VII
Aan Bernard Noël
Laat in de wonde
Beleefde ik een slapeloze nacht
De eerste verschroeide bomen hadden
De vuurzee beschreven voor ons
De diepe pagina
Is een begraven pagina
Lichamen
Blootsvoets tussen de woorden
Het voorhoofd ontbloot met betekenis
Wanneer de tong zijn schaduwen afschudt
Zijn rivieren en zijn wouden
In de aardrijkskunde van het gindse
Komt iets naderbij
En de woestijn wordt
De eerste stap gezet door een god
Op zijn weg naar de Aarde
De taal van de Arabieren leidt dan naar de hemel
Volkeren, plateaus en bergen
Wie zal van Najds heuvel
het gewaad van het alfabet beroven
wat begint is een offerande
wat eindigt een god
Geef de stroom de holte van je hand
Zodat je zijn oorsprong vergeet
Welk oor van het koren is tarwe geboren in ons bloed
Welke hongersnood
Bron: Lyrikline.org
(geplaatst op 20-04-2005)
terug naar boven
CHAWKI ABDELAMIR (IRAK) keuze en vertaling: Henri Thijs
|