HET ZILVEREN UUR

Het mysterie zegt, wacht niet langer.
Het mysterie zegt, duik erin.  Het mysterie
is een vrouw met donker haar –neen, wacht!
Dit is geen metafoor.  Ik kan haar ruiken
--rook en gardenia’s.  Zij heeft
een verband om haar knie. Haar voeten
zijn uitdagend, bloot.  Een van haar botten
fonkelt er doorheen. Zo echt is zij.
Het mysterie zegt, wat denk je ?
Ik zal de bladzijden omslaan,
jij ontsteekt de lucifer. Gereed,
klaar, vooruit.

(The Silver Hour)

* * *

LOFZANG AAN DE SPRAAK

Natte paarse zeehond spelend
in de blauwe opwelling van passie
jij neust rond in dit aangespoelde schip
van mij
op zoek naar een gezonken schat
in donkere ondergelopen kajuiten

Expressionistisch meester
jij ontwaart mijn ruggengraat met vuur
schildert licht over mijn dijen
met plagende borstelstreken
van fijn zand

IJverige schrijver
jij tekent met een ganzenveer de vreemde
hiërogliefen van de liefde
bij kaarslicht
op elke verborgen plek
boven mijn knieën
onder mijn haar

Kolibrie, nectarzoeker
mijn lichaam een nachtelijk bloeiende
sterrenjasmijn die zich opent
voor de zomerbries
van je adem
hypnotische wierookgeur
die jouw intrede
in elke geheime plaats
verkent

Heimelijke engel
jij hebt zelfs
de grote steen weggerold
die mijn hart afsloot
met een gebaar
dat je brengt
van dak naar vloer
wijl je met een hefboom
de wereld schudt
een woord schept
liefde

(Hymn to Tongue)

* * *

GRAFKLEREN

In mijn keuken, fluistert zout naar kristal,
de rode theepot droomt lichtjes, gereed om te ontwaken
bij het plotse purperen argument van een vlam.

Lazarus, kom,
ik heb je geheelde en glimmende huid nodig,
jouw geurig, herschept haar,
jouw zoemende cellen
stralend door het opheffen van de vloek.

Ik weet dat die donkere ravijnen van leegte pijn doen
waar jij jouw droevig gezicht schenkt aan de sterren,
aan de wilde geur van herfst in de zwarte bries,
aan de dunne lijn van vuur boven de vervagende zee.

Tijdens deze nachten heb jij mijn dromen gekweld

met het ivoren vlak van je wang,
de heerlijke oneindige poelen van je ogen,
jouw gezegende, geurende adem,
de smaak van de zee op jouw discrete huid.

( Grave Clothes )

* * *

AUBADE

Ik zeg je
dat de taak van het lichaam passie is
en niets anders.
Het licht is ons gevolgd in deze kamer,
de vogeltjes zingen,
jouw naaktheid is spar en schaduw,
room en kastanjezijde.
Verenigd, wekken wij
gedompeld in vreugde
zon en donder op.
In jouw omhelzing, heb ik,
vrouw van heel gewoon vlees
de tuin gewonnen.

(Aubade)

* * *

EEN VOORSTEL

Wees mijn Chagallminnaar,
vloei met mij over een chaotisch stadje
met onze zijde en vingers geknoopt aan elkander
in een storm van wilde appelbloesems,
en sterren cirkelend boven ons
op gladde witte vleugels
en ik zal je maanslakken,
zonnevissen gevangen met zilveren netten
brengen onder de schaduwen van cipressen
om je hun broze jade huid te tonen
hun regenboogkleurige schubben schitterend
voor jouw ogen alleen en wij zullen ons begeven
naar het zachte ivoren strand op onze blote voeten
om ze los te laten, en te kijken hoe zij hun
doornige vedervinnen open spreiden
en wegglijden
en eens samen liggend
op onze kussens van zacht mos
terwijl katten en houten lepels
en kannen van verse room ronddraaien
in de paarse lucht
zal jij bij dageraad ontwaken
en als bij wonder mijn slapend gezicht vinden
zo kalm en lieflijk
dat het jou zal doen wenen

(A Proposition )

* * *

WAT HET HART WENST

In zijn spierholte
hunkert het hart ernaar heimelijk te worden verscheurd
trek zijn huid open met je tanden
lik zijn getourmenteerde sappen met je
zwoele paarse tong.
Breek met woeste happende beten
zijn zoete vezels geknoopt in
granaatrode zaden.
Want weet als het hart het uitschreeuwt
liegt het, het wil worden verorberd,
ervaren dat het is in het verbergen
van zijn echte intentie.  Ga daarom
aan tafel zitten, en verscheur het hart
met een wolfachtige wildheid.
Hou zelfs van zijn gebroken talen van pijn,
die al zijn noodlottige, treurende kleuren oproepen
terwijl zij openbarsten
op je tong.

(What Heart Wants)

* * *

SARX

Telkens ik mij verontschuldig
voor de rotzooi van mijn lichaam
beklemtoon jij je liefde voor de zinnelijkheid,
de modder waarvan we zijn gemaakt,
de zachte substantie die de botten bedekt,
doordrenkt van het bloed
en al zijn behoeften.
Het Griekse woordenboek omschrijft deze materie, dit vlees als volgt:
de aardse natuur van de mens
ontdaan van goddelijke invloeden
en daarom verlangend naar zonde,
afkerig van God.
Wat stel ik in de grond meer voor
dan deze smetten, deze geuren
die jij altijd zonder verpinken
diep inademt?

(Sarx)

* * *

EEN GENESIS  

Glorierijk kwam de Echtgenoot spinnend en sprankelend
uit het briljante poeder van de aarde te voorschijn
met zijn grootse wijsheid.
Door de vensters van zijn gezicht
blies God de adem
die schittert van het eerste leven
en in de Echtgenoot werd het geluk gelegd.
God bracht de Echtgenoot elke handige minnaar
van de koele hernieuwde lucht, elk schepsel
gevormd door de nieuwe rijke wereld,
elke keihard beslagen en zacht geschoeide
wandelaar van het veld,
om te zien hoe hij ze ging noemen.
Maar voor de Echtgenoot bestond er geen
passionele helper.  God
groef dan een plek van leegte uit
en vulde ze met de substantie van vlees
en met deze bloederige waanzin
beeldhouwde hij de Vrouw, en o mysterie,
de Vrouw vergrootte nog de leegte
alhoewel zij trachtten, opnieuw en opnieuw
elkaar op te vullen.
En God waarschuwde het dromende koppel
voor de boom van wijsheid
van de innerlijke persoon en het onoplosbaar probleem.
Toen zij ontwaakten in de woestijn van doornen
verweet de Echtgenoot de Vrouw maar wij allen weten
dat de Echtgenoot deze dingen nooit alleen kon achterlaten.

(A Genesis)

* * *

BOK

Wachter van jouw heiligdom
totem van je verering van de geest
van de wilde vreugde
die schokt jouw aderen in de herfst.
Zoals het wijnsap van de wind,
licht doordrongen van rook en vorst,
het bloed van een man
doet zingen volgens een oud ritueel,
heb ik weet van dit wezen
boven jouw hart
en zijn betekenis.

Als het temmen geluwd is
en jager en wild
hun dans hernemen
in de tijdloosheid van bruine blaren
en de koelte die de kathedraal van
november fluistert,
dan zijn daar geen verkeerslichten
geen dwazen om te vermaken,
geen triviaal vertier uit het dieper leven
van de ziel.

Je gooit het op een akkoordje
met zijn majesteitelijk hart
velt hem zonder pijn
maar brengt niet zomaar.
dit offer.

Want vanaf dat onafwendbaar ogenblik
waarop je hem ziet, bedwongen,
houd je even je adem in
vul je je hart met zijn wild leven
en val je voor hem
op je knieën

(Buck)

* * *

TOT LEVEN KOMEND

De eerste keer dat je stapte uit het graan
naar waar liefde je geleidde,
keerde de duif terug naar de opengesperde eik
om te wachten op de instructies van de schoonheid.
Deze tederheid leidde je naar je ziel.
Gratie haperde moeizaam heel de zomer lang;
nu hangt houtrook zilverblauw over
de rivierkloof in het oranje
vloeibaar zonlicht van september.
Jij kent de cycli van de geschiedenis;
waarom jouw tijd verspillen?

Elke variante van het lot rijst op
uit dit ogenblik, terwijl zij haar werk weeft,
vreemd en onkenbaar.  Er bestaat geen
toegang buiten deze:
de melancholische opkomst van een wintermaan
die boven wacht om ons neer te maaien,
de vlammende zwaarden der liefde
die fel oplichten, zoals
karmozijn zichzelf zo moedig toont
in de omgekeerde kelken van de namiddag.

(Coming to Life)

* * *

3 NOVEMBER

‘s Nachts droom ik van je handen,
hoe ik eens bang was dat jij mij wurgen zou
zoals blozende wingerds
omsingelen de armen van borstelige heuvels.
Nu begrijp ik dat sereniteit nooit dwangmatig wordt verkregen;
met liefde aan elkaar gehaakte wortels kunnen ons ankeren
aan de enige echte vrede die wij ooit zullen kennen.
De tijd werkt zo hard
aan het wekken van onze aandacht:
koppige stroperige merrie, bruinend veld,
rijke chocolade aarde en oranje licht.
Alles is veranderd,
de ondergaande zon gloeit tussen vette roze heupen,
bloedvlek over de sprakeloze grond.
Wij pauzeren om de stralende zwavel te bekijken
die de laatste bloesems bezoekt, en wie zou onverschillig kunnen blijven
voor hun slavernij? Hun vloeibare honingcharme
tegen de vergetelheid?
Deze fluisteringen van het heilige zijn wat ons brengt
in het wilde hart van de aarde.
De ziel hunkert naar een lering, verlangt God te
zien in alle dingen, de wijze
waarop ik bereidwillig zou kunnen afdalen in een droom, de wijze
waarop het vlammend herfstgebladerte bruin smelt in
november.
Hoe kon jij toegang krijgen tot de archetypische
inhoud
van mijn ziel?
Stiekem zoekend en vindend moet jij de
geheime plekjes kennen.  Vannacht ontsteken wij ons eerste vuur,
en vinden troost in de oeract van het slapen gaan
in de duisternis.

(November 3)

* * *

STEEN

Deze perzik rijpt heimelijk in de nacht,
strooit zijn verleidelijke geur over
de koele stenen bank, droomt van
de ochtend, van het spannen van honingzoete zonnesnaren
door de scherpe tanden van verlangen

De steenvaren
koestert geschiedenissen
in de schalieachtige klif,
het gewapend zaad
dat slaapt in vochtige aarde
bevat een bibliotheek van ochtenden,

de steen van deze perzik
bevat een groene draad die zich ontkrult
tot bloesem en fruit,
stuifmeel en tak,
schaduw, vuur, as
en stof.

Zo vergaat het, mijn liefste
ook ons.

(Stone)

* * *

EEN REGELING

De dode mot, dat hoopvol vliegtuigje,
was alles beloofd.
Eens was zij een vlammende blauwe pijl,
die haar broos glas vasthield met een gratie mooi
om zien.
Zij hield van tequila; hij gebruikte dat om haar
vezels te ontknopen.
Hij beweerde haar opstandig getwist niet te horen
terwijl ze op de sofa zaten die ze beiden oppeuzelden.
Hun huwelijk was een gijzelingsactie.
Haar boek van geestesgidsen bevatte veel meer
godinnen
dan goden.  Je moet opletten
hoeveel van hen je toelaat te openen.
Uiteindelijk was het zijn kunstmatig licht
dat haar verschroeide.

(An Arrangement)

* * *

OVERGAVE

De pijn, die je ontwaart, was altijd blauw,
het hete blauw van licht, niet dat van een ijsmeer,
of de dageraad van januari.
Op een party schenkt een vriend je een klein pakje.
Als je er uiteindelijk van proeft vraag je je af
of er wel ooit genoeg van kan zijn.
Het heeft een echt stedelijk gevoel,
controleert hoeveel licht
er binnen mag in het lichaam,
het verblindend straatlicht dat de diepten
van je zorgen verlicht.
Van waar jij zit
kan je niets zien
van de meloenkleurige hemel,
de bruine wolk van stof
waaiend uit het oosten,
die papiersnippers strooit over jouw straat.
Het is nog dag;
jij neemt een taxi naar een plaatselijk motel.
Terwijl je koffie drinkt, worden de ramen donker
om de eenzaamheid van je leven te beklemtonen.
Misschien wordt het de laatste nacht.
Jij droomt van een wereld
waar het zacht regent.

(Resignation)

* * *

WIJ KUISEN JOUW KOELKAST NA DE BEGRAFENIS

Wat het is, dat we in feite realiseren is een lijm
kleverig en blauw met dons
dat als een bijtend slijm druppelt
over de enkele verdorde bolletjes
knoflook in de lade, en Roland zegt
Enrique en zijn salsa
waarop wij eventjes beginnen te lachen
alvorens we wenen bij het zien van je kleine, vaste handen
die snel dunne plakjes snijden, gevolgd
door de scherpe, beslissende kruiskop,
dat sappig, happend geluid
van een krokante rode paprika.
Hoe komt het dat in de tijd die nodig was
voor deze lijm die jij kocht om te veranderen in een vuil plaksel,
jij oploste weg van ons,
los van het gebeente
en naar buiten zweefde als een vermoeide ballon?
Of kocht jouw moeder deze winkelwaar
met het idee dat je misschien een laatste daverende party op het oog had?
Hakkend op dat knalrode aanrecht
met je heupen wiegend in een uitgelaten salsadans
en dat lichte schudden van je achterste voor ons amusement –
lachen wij als je klopt met dat ginzumes –
the rhytm is gonna get ya
rhytm is gonna get ya.

(We Clean Out Your Refrigerator After the Funeral)

* * *

DIT BOEK VAN LITTEKENS

Dit is de plek waar de eed is gebroken
waar jij je stem terugvindt
en op je pijnlijke knieën valt.
Zoals de Oostkust is het een plek vol leugens,
geladen met geheime kidnappings.
Jij bent een vreemdeling met mysterieuze wonden
die wachten om te worden opengereten, flanerend op de dunne draad
tussen corruptie en smaad.
Laat ons toch maar met elkander zingen,
over de vreselijke krachten van het lichaam,
oh, en dan speciaal over de heupen en de dijen,
oh, en dan speciaal over de palmen en de tong.
En hoe sommige vrouwen geuren als rivierbeddingen.

Dit is waar jij je hosanna’s uitschreeuwt naar de leegte.
Het ik is armzalig geconstrueerd zoals je kan zien,
het splijt nu eens in tweeën of verkruimelt.
Als je hart moet breken, laat het dan morsen
en overlopen over deze hete, kapotte straten.
De ogen branden, jij sluit ze,
keer terug naar je wieg van nachtmerries,
ga op je zachte stappen terug in de nacht.
Voor even, verlaat je jouw subtiele kathedraal
van bloed en beenderen, en stijg je op in een andere dimensie
om de lagere wijsheid waar te nemen.

Een derde lichaam werd afgeleverd in het lijkenhuis
terwijl we zochten naar Alanna.
Wij passeerden een grote blauwe truck met honderden zakken vol
brood,
terwijl enkele kinderen blootsvoets speelden in een lege straat,
een schuine muur van spiegels waarvan vele gebroken.
“Dit” zei een heilswerker door zijn tranen heen, “ is de
Bezetting.”
Begrijp je het niet?  Iedereen meent het goed;
deze wetenschap zal nooit vrede brengen.
’s Nachts keren de doden terug in stemmen.
Jij kunt ze door haar horen spreken
in haar slaap.

(This Book Of Scars)

* * *

JAFFAPSALM

Het donker haar van de vrouw hangt naar beneden.
Zij zoekt een kaart,
met haar blank gelaat onschuldig als een uitgeschuurde kom.
In de vuile straat, voeren de winden
hun piratenstreken uit.

Achter de gruwelijke kruisigingen
van het vlees, achter
de gonzende, goudogige vis
kijken wij toe hoe de messenjongens
met een satijnen gratie
het vlees ontdoen van het been.

Wij eten
het brood van de pijn
dat ons onwetend werd
aangereikt.

Jij nipt aan je bittere wijn,
observeert de zichtbare harmonieën
van desintegratie, de passage
van blote voeten door assen.

In een motel zes mijlen oostwaarts,
schudden wij ons stof af,
en laten onze huilende liefde los.
Tak van koraal,
strand van klokken,
bloed en oranjegele sjalen.

Wee de man,
die de zaligheid heeft verloren
waarvoor hij was geschapen.

(Jaffa Psalm)

* * *

SOMMIGE DINGEN

Mijn hart
stapelt vloeken op, hoestend zand,
zoals men kan verwachten van een vrouw
die haarzelf heeft afgesloten van de wateren.

Ik kwam geschramd en verschroeid uit
deze progressieve amputaties van de leeftijd,
terwijl ik leerde die dingen die
mij vreugde ontzegden te exploiteren.  Ik werd doof
en vastbesloten als een hamer.

Bloedroos, zachte vuurstruik,
libel, donder, spreek opnieuw met mij.
Ik laat deze scherpe en stekende lasten
die ik onderweg heb verzameld vallen.  Ik open,

stuur al de wachters huiswaarts.  Rivier, eik, glimworm,
ik verwelkom je aan elke poort
waarlangs je binnenkomt.

(Certain Things)

* * *

BULLETIN

De avondlucht is een
libelvleugel, een olievlek op de natte straat.
Uitverkoren vertwijfelingen beginnen hun nachtelijke ronden,
lusthaviken hopen op elke verlopen
stoep. En hoe zou het zijn als je stopte met dat leunen tegen die reling,
en de kaneelgeur van haar net genoeg vingerde,
terwijl eindeloze deurgaten zich openen, en jij een rode hengst wordt
met ivoren vingers gevlochten in die wapperende maan?  
Zal daar een andere stad worden gebouwd in de wolken,
met muren gemaakt van bot en gruis, vensterruiten en hoornvliezen van
kolibrie’s getemperd met het sap van bloeiende jasmijn in de nacht?
In de purperen bries: gember, moedermoord, veders.
Wij bidden dat het huis de storm zal doen uitwijken.  Wij
weten dat het schild niet ondoordringbaar is.

(Bulletin)

* * *

EN HET KWAM OM VOORBIJ TE GAAN

Rode nachten
de hardvochtige goden zwermen uit
hun louter trommelende geesten
allemaal op jou gericht.
Er zijn bepaalde dingen
die de doden hebben nagelaten te zeggen.
Ze hebben jou nodig,
jouw geduldige lotgenoten,
om hun verschrikkingen af te wenden,
het bloed van hun blanke gezichten te vegen
en zich in te beelden
dat zij geen woorden hebben
om je aan te spreken.

(And it Came to Pass)

* * *

TER HERHALING

De stad is gevallen,
de groene iconoclastische wereld
gepokt met roest.
Het bevend gebied tussen
slaap en waakzaamheid ligt nooit vast,
en natuurlijk ademen wij water,
dat ons toelaat de desillusie
van onze blindheid te dragen,
besmet door het zenden van zonen naar de oorlog.
Kijk aandachtig naar de oppervlakte van deze plas
om je toekomst waar te nemen:
welke bloemen zullen je dochters meebrengen,
welke bloemen zullen jouw ware liefde
beantwoorden.
Proef de insecten die hun vleugels openslaan.
Zij doen het onvermijdbare om hun vrucht te dragen.
Verplichtingen zullen niet rusten.
Wij nemen onze heilige offergaven en gaan.

(To Repeat It)

* * *

WAAK

Onze prettige ochtenden rusten in assen
alhoewel ik heel de nacht stil ligt
wachtend op de dageraad
waarvoor zij zo vaak danste.
De bomen zijn nu gereed om te verbranden;
hoe mijn geest landkaarten met uitstappen morst,
geschiedenissen van bruggen,
en grijze walvissen die vijfduizend mijlen
zwemmen om te broeden.

Zij is veranderd
in de zoete witte nectar
van een schemering
waar ik zal worden getroost,
helder dwarrelend in melkwegen
van onverdeelde vreugde,
een zefier van de heiligen
kloppend in de uitvloeisels
van hun blinkende wonden.

De regen keert terug naar de zachte zwarte aarde.
De boomgaarden worden gevuld met stenen en lust.
Weldra komt de dag dat zij mij doorgang zal verlenen.
Weldra komt de dag
dat ik mijn slanke snavel
zal boren in haar hart.

(Vigil)

* * *

GEDAANTEWISSELAAR

Eens waart jij een lichte platina vis
alvorens jij je stekende doorzichtige vinnen verloor
alvorens de eeuwen je ontdeden van je heldere jade schubben
en de oceaan uit jouw longen rukten.
Nu zijn de vlinder en de wilg ontwaakt
uit hun droom in de Eeuw van de Man,
en halen vissers hun druipende netten op
proppensvol zielen.
De bomen achter de schuur
vullen hun kruinen met het luide zwarte fruit van kraaien
en deze keer roepen zij jou.
De aarde zal niet langer vreemd zijn voor jou:
de ivoren maan en regen, de bast,
de gekartelde tak, de wortel, de bittere honing
van het topaas bloed dat weldra zal vloeien
in jouw aderen.  Alle sprookjes leiden
naar het bos, jij weet nu waarom.
Waar de meest ongerepte maagd een druppel bloed
verliest, begint een wilde roos zich te
vlechten rond bleke tedere wortels
verscholen in de donkere grond
die de schoonheid aansporen te rijzen
in het licht

(Shape-Shifter)

* * *

FOTO

Jouw huid is nu een dagboek, een heilige tekst
vol donkere liefdes geschreven op de onderkant
van je armen, een bloederige
boter-kaas-en-eieren, maar ik wijk af.

Jij vreest de sluwe geesten
die jou de hele dag treiteren,
een verbleekte poster genageld tegen de verlaten kerk,
met zijn gapende leegte verre van heilig.

Hier is een kind, een beeld van honderd jaar
geleden. Dit is een boek van de dood, en hij is weg,
herleid tot een zeepaardlichaampje nu
vol stof en botten.

Jij bent de helderste ster in deze schemerige nacht
die de pijn beoefent als een kunst.
Schrik is jouw fiere zweep, zo verdraaid mooi,
en schuld is de slijpsteen waaraan jij je gewillig onderwerpt.

Als een transparante prinses die poogt puur te blijven
in deze degenererende wereld, deze vluchtige stoot
van ziel en steen, verontschuldig ik mij
voor de modderige voetafdrukken van mijn slechte
gedachten op jouw aura
.
Excuseer mij voor mijn ruwe tussenkomst, lieveling,
maar iemand houdt de lijn bezet,
de dood die blijkbaar belt om jouw bleke
vergankelijke kooi te schudden met zijn zwarte adem.

Door al de verduisterde tempels
met zoveel lachende mensen,
en zoveel te koop, gaan er onweerstaanbare geuren
van hoofd naar hoofd.

Sta daar maar te huilen over je vernietigde stad.
Wees gerust, voorbereidingen zijn in de maak.
In die mate dat dwazen beschikbaar zijn
en al volledig worden ingezet.

Het is tijd voor aanmelding bij de diepvries met het oog op
een eventuele dooi.
Op een dag zullen zij weten hoe deze scheuren
die je hart ontrafelen kunnen worden gelijmd.
Neen, jij wil niet zien
wat daarna gebeurt.  

Doe maar verder nu,
meld je ziek aan bij de zieke, zieke wereld,
zachte engel, en wat je ook afschrikt

doe het krachtiger.
.
(Photograph)

* * *

FOSSIEL

Het verhaal van het verlangen is gekerfd
in de krijtheuvels
door ijs en regen.
Uiteindelijk,
zullen de goden en godinnen terugkeren,
vrij om te drinken,
te kussen, moeiteloos en licht
rond te dwalen,
terwijl ze ons ignoreren, onze schokkende rampen
van been.
Lijd eerst,
geniet daarna,
ontsluit jezelf
terwijl we vrijen
als sidderende kraaien.
Dit is het subversieve werk dat we doen,
dronken van overpeinzing en vreugde.
Zoek wijselijk naar je leermeesters
nu de schaduwen zich ophopen en dieper worden.
Uiteindelijk,
is de duisternis
voldoende.

(Fossil )

* * *

JULIANA

Deze
o ja deze
zijn de aangewezen engelen—
zeeglas, grond;
broze wezens verward
in het web,
complexe blauwe aderen
van jouw bleke benen,
bloeiend met seks en spreuken.
Jouw gefolterd lichaam rijpt
met het vrome.
De centrifuge
van het heelal
doet zijn ruwe glans overlopen;
ja, misschien is elke schepping
uiteindelijk
deze kleine hazelnoot,
en iemand zal je
ontheffen
van je zonden.

(Juliana)

PAGINA 1, 2...  VOLGENDE  terug naar boven
NANCY A. HENRY
INTIEME DOORN
intimate thorn
vertaald door Henri Thijs
NetBook nummer 57 van 't Prieeltje Online
copyright gedichten: Nancy A. Henry
copyright Nederlandse vertaling: Henri Thijs