Het mysterie zegt, wacht niet langer. Het mysterie zegt, duik erin. Het mysterie is een vrouw met donker haar –neen, wacht! Dit is geen metafoor. Ik kan haar ruiken --rook en gardenia’s. Zij heeft een verband om haar knie. Haar voeten zijn uitdagend, bloot. Een van haar botten fonkelt er doorheen. Zo echt is zij. Het mysterie zegt, wat denk je ? Ik zal de bladzijden omslaan, jij ontsteekt de lucifer. Gereed, klaar, vooruit.
(The Silver Hour)
* * *
LOFZANG AAN DE SPRAAK
Natte paarse zeehond spelend in de blauwe opwelling van passie jij neust rond in dit aangespoelde schip van mij op zoek naar een gezonken schat in donkere ondergelopen kajuiten
Expressionistisch meester jij ontwaart mijn ruggengraat met vuur schildert licht over mijn dijen met plagende borstelstreken van fijn zand
IJverige schrijver jij tekent met een ganzenveer de vreemde hiërogliefen van de liefde bij kaarslicht op elke verborgen plek boven mijn knieën onder mijn haar
Kolibrie, nectarzoeker mijn lichaam een nachtelijk bloeiende sterrenjasmijn die zich opent voor de zomerbries van je adem hypnotische wierookgeur die jouw intrede in elke geheime plaats verkent
Heimelijke engel jij hebt zelfs de grote steen weggerold die mijn hart afsloot met een gebaar dat je brengt van dak naar vloer wijl je met een hefboom de wereld schudt een woord schept liefde
(Hymn to Tongue)
* * *
GRAFKLEREN
In mijn keuken, fluistert zout naar kristal, de rode theepot droomt lichtjes, gereed om te ontwaken bij het plotse purperen argument van een vlam.
Lazarus, kom, ik heb je geheelde en glimmende huid nodig, jouw geurig, herschept haar, jouw zoemende cellen stralend door het opheffen van de vloek.
Ik weet dat die donkere ravijnen van leegte pijn doen waar jij jouw droevig gezicht schenkt aan de sterren, aan de wilde geur van herfst in de zwarte bries, aan de dunne lijn van vuur boven de vervagende zee.
Tijdens deze nachten heb jij mijn dromen gekweld
met het ivoren vlak van je wang, de heerlijke oneindige poelen van je ogen, jouw gezegende, geurende adem, de smaak van de zee op jouw discrete huid.
( Grave Clothes )
* * *
AUBADE
Ik zeg je dat de taak van het lichaam passie is en niets anders. Het licht is ons gevolgd in deze kamer, de vogeltjes zingen, jouw naaktheid is spar en schaduw, room en kastanjezijde. Verenigd, wekken wij gedompeld in vreugde zon en donder op. In jouw omhelzing, heb ik, vrouw van heel gewoon vlees de tuin gewonnen.
(Aubade)
* * *
EEN VOORSTEL
Wees mijn Chagallminnaar, vloei met mij over een chaotisch stadje met onze zijde en vingers geknoopt aan elkander in een storm van wilde appelbloesems, en sterren cirkelend boven ons op gladde witte vleugels en ik zal je maanslakken, zonnevissen gevangen met zilveren netten brengen onder de schaduwen van cipressen om je hun broze jade huid te tonen hun regenboogkleurige schubben schitterend voor jouw ogen alleen en wij zullen ons begeven naar het zachte ivoren strand op onze blote voeten om ze los te laten, en te kijken hoe zij hun doornige vedervinnen open spreiden en wegglijden en eens samen liggend op onze kussens van zacht mos terwijl katten en houten lepels en kannen van verse room ronddraaien in de paarse lucht zal jij bij dageraad ontwaken en als bij wonder mijn slapend gezicht vinden zo kalm en lieflijk dat het jou zal doen wenen
(A Proposition )
* * *
WAT HET HART WENST
In zijn spierholte hunkert het hart ernaar heimelijk te worden verscheurd trek zijn huid open met je tanden lik zijn getourmenteerde sappen met je zwoele paarse tong. Breek met woeste happende beten zijn zoete vezels geknoopt in granaatrode zaden. Want weet als het hart het uitschreeuwt liegt het, het wil worden verorberd, ervaren dat het is in het verbergen van zijn echte intentie. Ga daarom aan tafel zitten, en verscheur het hart met een wolfachtige wildheid. Hou zelfs van zijn gebroken talen van pijn, die al zijn noodlottige, treurende kleuren oproepen terwijl zij openbarsten op je tong.
(What Heart Wants)
* * *
SARX
Telkens ik mij verontschuldig voor de rotzooi van mijn lichaam beklemtoon jij je liefde voor de zinnelijkheid, de modder waarvan we zijn gemaakt, de zachte substantie die de botten bedekt, doordrenkt van het bloed en al zijn behoeften. Het Griekse woordenboek omschrijft deze materie, dit vlees als volgt: de aardse natuur van de mens ontdaan van goddelijke invloeden en daarom verlangend naar zonde, afkerig van God. Wat stel ik in de grond meer voor dan deze smetten, deze geuren die jij altijd zonder verpinken diep inademt?
(Sarx)
* * *
EEN GENESIS
Glorierijk kwam de Echtgenoot spinnend en sprankelend uit het briljante poeder van de aarde te voorschijn met zijn grootse wijsheid. Door de vensters van zijn gezicht blies God de adem die schittert van het eerste leven en in de Echtgenoot werd het geluk gelegd. God bracht de Echtgenoot elke handige minnaar van de koele hernieuwde lucht, elk schepsel gevormd door de nieuwe rijke wereld, elke keihard beslagen en zacht geschoeide wandelaar van het veld, om te zien hoe hij ze ging noemen. Maar voor de Echtgenoot bestond er geen passionele helper. God groef dan een plek van leegte uit en vulde ze met de substantie van vlees en met deze bloederige waanzin beeldhouwde hij de Vrouw, en o mysterie, de Vrouw vergrootte nog de leegte alhoewel zij trachtten, opnieuw en opnieuw elkaar op te vullen. En God waarschuwde het dromende koppel voor de boom van wijsheid van de innerlijke persoon en het onoplosbaar probleem. Toen zij ontwaakten in de woestijn van doornen verweet de Echtgenoot de Vrouw maar wij allen weten dat de Echtgenoot deze dingen nooit alleen kon achterlaten.
(A Genesis)
* * *
BOK
Wachter van jouw heiligdom totem van je verering van de geest van de wilde vreugde die schokt jouw aderen in de herfst. Zoals het wijnsap van de wind, licht doordrongen van rook en vorst, het bloed van een man doet zingen volgens een oud ritueel, heb ik weet van dit wezen boven jouw hart en zijn betekenis.
Als het temmen geluwd is en jager en wild hun dans hernemen in de tijdloosheid van bruine blaren en de koelte die de kathedraal van november fluistert, dan zijn daar geen verkeerslichten geen dwazen om te vermaken, geen triviaal vertier uit het dieper leven van de ziel.
Je gooit het op een akkoordje met zijn majesteitelijk hart velt hem zonder pijn maar brengt niet zomaar. dit offer.
Want vanaf dat onafwendbaar ogenblik waarop je hem ziet, bedwongen, houd je even je adem in vul je je hart met zijn wild leven en val je voor hem op je knieën
(Buck)
* * *
TOT LEVEN KOMEND
De eerste keer dat je stapte uit het graan naar waar liefde je geleidde, keerde de duif terug naar de opengesperde eik om te wachten op de instructies van de schoonheid. Deze tederheid leidde je naar je ziel. Gratie haperde moeizaam heel de zomer lang; nu hangt houtrook zilverblauw over de rivierkloof in het oranje vloeibaar zonlicht van september. Jij kent de cycli van de geschiedenis; waarom jouw tijd verspillen?
Elke variante van het lot rijst op uit dit ogenblik, terwijl zij haar werk weeft, vreemd en onkenbaar. Er bestaat geen toegang buiten deze: de melancholische opkomst van een wintermaan die boven wacht om ons neer te maaien, de vlammende zwaarden der liefde die fel oplichten, zoals karmozijn zichzelf zo moedig toont in de omgekeerde kelken van de namiddag.
(Coming to Life)
* * *
3 NOVEMBER
‘s Nachts droom ik van je handen, hoe ik eens bang was dat jij mij wurgen zou zoals blozende wingerds omsingelen de armen van borstelige heuvels. Nu begrijp ik dat sereniteit nooit dwangmatig wordt verkregen; met liefde aan elkaar gehaakte wortels kunnen ons ankeren aan de enige echte vrede die wij ooit zullen kennen. De tijd werkt zo hard aan het wekken van onze aandacht: koppige stroperige merrie, bruinend veld, rijke chocolade aarde en oranje licht. Alles is veranderd, de ondergaande zon gloeit tussen vette roze heupen, bloedvlek over de sprakeloze grond. Wij pauzeren om de stralende zwavel te bekijken die de laatste bloesems bezoekt, en wie zou onverschillig kunnen blijven voor hun slavernij? Hun vloeibare honingcharme tegen de vergetelheid? Deze fluisteringen van het heilige zijn wat ons brengt in het wilde hart van de aarde. De ziel hunkert naar een lering, verlangt God te zien in alle dingen, de wijze waarop ik bereidwillig zou kunnen afdalen in een droom, de wijze waarop het vlammend herfstgebladerte bruin smelt in november. Hoe kon jij toegang krijgen tot de archetypische inhoud van mijn ziel? Stiekem zoekend en vindend moet jij de geheime plekjes kennen. Vannacht ontsteken wij ons eerste vuur, en vinden troost in de oeract van het slapen gaan in de duisternis.
(November 3)
* * *
STEEN
Deze perzik rijpt heimelijk in de nacht, strooit zijn verleidelijke geur over de koele stenen bank, droomt van de ochtend, van het spannen van honingzoete zonnesnaren door de scherpe tanden van verlangen
De steenvaren koestert geschiedenissen in de schalieachtige klif, het gewapend zaad dat slaapt in vochtige aarde bevat een bibliotheek van ochtenden,
de steen van deze perzik bevat een groene draad die zich ontkrult tot bloesem en fruit, stuifmeel en tak, schaduw, vuur, as en stof.
Zo vergaat het, mijn liefste ook ons.
(Stone)
* * *
EEN REGELING
De dode mot, dat hoopvol vliegtuigje, was alles beloofd. Eens was zij een vlammende blauwe pijl, die haar broos glas vasthield met een gratie mooi om zien. Zij hield van tequila; hij gebruikte dat om haar vezels te ontknopen. Hij beweerde haar opstandig getwist niet te horen terwijl ze op de sofa zaten die ze beiden oppeuzelden. Hun huwelijk was een gijzelingsactie. Haar boek van geestesgidsen bevatte veel meer godinnen dan goden. Je moet opletten hoeveel van hen je toelaat te openen. Uiteindelijk was het zijn kunstmatig licht dat haar verschroeide.
(An Arrangement)
* * *
OVERGAVE
De pijn, die je ontwaart, was altijd blauw, het hete blauw van licht, niet dat van een ijsmeer, of de dageraad van januari. Op een party schenkt een vriend je een klein pakje. Als je er uiteindelijk van proeft vraag je je af of er wel ooit genoeg van kan zijn. Het heeft een echt stedelijk gevoel, controleert hoeveel licht er binnen mag in het lichaam, het verblindend straatlicht dat de diepten van je zorgen verlicht. Van waar jij zit kan je niets zien van de meloenkleurige hemel, de bruine wolk van stof waaiend uit het oosten, die papiersnippers strooit over jouw straat. Het is nog dag; jij neemt een taxi naar een plaatselijk motel. Terwijl je koffie drinkt, worden de ramen donker om de eenzaamheid van je leven te beklemtonen. Misschien wordt het de laatste nacht. Jij droomt van een wereld waar het zacht regent.
(Resignation)
* * *
WIJ KUISEN JOUW KOELKAST NA DE BEGRAFENIS
Wat het is, dat we in feite realiseren is een lijm kleverig en blauw met dons dat als een bijtend slijm druppelt over de enkele verdorde bolletjes knoflook in de lade, en Roland zegt Enrique en zijn salsa waarop wij eventjes beginnen te lachen alvorens we wenen bij het zien van je kleine, vaste handen die snel dunne plakjes snijden, gevolgd door de scherpe, beslissende kruiskop, dat sappig, happend geluid van een krokante rode paprika. Hoe komt het dat in de tijd die nodig was voor deze lijm die jij kocht om te veranderen in een vuil plaksel, jij oploste weg van ons, los van het gebeente en naar buiten zweefde als een vermoeide ballon? Of kocht jouw moeder deze winkelwaar met het idee dat je misschien een laatste daverende party op het oog had? Hakkend op dat knalrode aanrecht met je heupen wiegend in een uitgelaten salsadans en dat lichte schudden van je achterste voor ons amusement – lachen wij als je klopt met dat ginzumes – the rhytm is gonna get ya rhytm is gonna get ya.
(We Clean Out Your Refrigerator After the Funeral)
* * *
DIT BOEK VAN LITTEKENS
Dit is de plek waar de eed is gebroken waar jij je stem terugvindt en op je pijnlijke knieën valt. Zoals de Oostkust is het een plek vol leugens, geladen met geheime kidnappings. Jij bent een vreemdeling met mysterieuze wonden die wachten om te worden opengereten, flanerend op de dunne draad tussen corruptie en smaad. Laat ons toch maar met elkander zingen, over de vreselijke krachten van het lichaam, oh, en dan speciaal over de heupen en de dijen, oh, en dan speciaal over de palmen en de tong. En hoe sommige vrouwen geuren als rivierbeddingen.
Dit is waar jij je hosanna’s uitschreeuwt naar de leegte. Het ik is armzalig geconstrueerd zoals je kan zien, het splijt nu eens in tweeën of verkruimelt. Als je hart moet breken, laat het dan morsen en overlopen over deze hete, kapotte straten. De ogen branden, jij sluit ze, keer terug naar je wieg van nachtmerries, ga op je zachte stappen terug in de nacht. Voor even, verlaat je jouw subtiele kathedraal van bloed en beenderen, en stijg je op in een andere dimensie om de lagere wijsheid waar te nemen.
Een derde lichaam werd afgeleverd in het lijkenhuis terwijl we zochten naar Alanna. Wij passeerden een grote blauwe truck met honderden zakken vol brood, terwijl enkele kinderen blootsvoets speelden in een lege straat, een schuine muur van spiegels waarvan vele gebroken. “Dit” zei een heilswerker door zijn tranen heen, “ is de Bezetting.” Begrijp je het niet? Iedereen meent het goed; deze wetenschap zal nooit vrede brengen. ’s Nachts keren de doden terug in stemmen. Jij kunt ze door haar horen spreken in haar slaap.
(This Book Of Scars)
* * *
JAFFAPSALM
Het donker haar van de vrouw hangt naar beneden. Zij zoekt een kaart, met haar blank gelaat onschuldig als een uitgeschuurde kom. In de vuile straat, voeren de winden hun piratenstreken uit.
Achter de gruwelijke kruisigingen van het vlees, achter de gonzende, goudogige vis kijken wij toe hoe de messenjongens met een satijnen gratie het vlees ontdoen van het been.
Wij eten het brood van de pijn dat ons onwetend werd aangereikt.
Jij nipt aan je bittere wijn, observeert de zichtbare harmonieën van desintegratie, de passage van blote voeten door assen.
In een motel zes mijlen oostwaarts, schudden wij ons stof af, en laten onze huilende liefde los. Tak van koraal, strand van klokken, bloed en oranjegele sjalen.
Wee de man, die de zaligheid heeft verloren waarvoor hij was geschapen.
(Jaffa Psalm)
* * *
SOMMIGE DINGEN
Mijn hart stapelt vloeken op, hoestend zand, zoals men kan verwachten van een vrouw die haarzelf heeft afgesloten van de wateren.
Ik kwam geschramd en verschroeid uit deze progressieve amputaties van de leeftijd, terwijl ik leerde die dingen die mij vreugde ontzegden te exploiteren. Ik werd doof en vastbesloten als een hamer.
Bloedroos, zachte vuurstruik, libel, donder, spreek opnieuw met mij. Ik laat deze scherpe en stekende lasten die ik onderweg heb verzameld vallen. Ik open,
stuur al de wachters huiswaarts. Rivier, eik, glimworm, ik verwelkom je aan elke poort waarlangs je binnenkomt.
(Certain Things)
* * *
BULLETIN
De avondlucht is een libelvleugel, een olievlek op de natte straat. Uitverkoren vertwijfelingen beginnen hun nachtelijke ronden, lusthaviken hopen op elke verlopen stoep. En hoe zou het zijn als je stopte met dat leunen tegen die reling, en de kaneelgeur van haar net genoeg vingerde, terwijl eindeloze deurgaten zich openen, en jij een rode hengst wordt met ivoren vingers gevlochten in die wapperende maan? Zal daar een andere stad worden gebouwd in de wolken, met muren gemaakt van bot en gruis, vensterruiten en hoornvliezen van kolibrie’s getemperd met het sap van bloeiende jasmijn in de nacht? In de purperen bries: gember, moedermoord, veders. Wij bidden dat het huis de storm zal doen uitwijken. Wij weten dat het schild niet ondoordringbaar is.
(Bulletin)
* * *
EN HET KWAM OM VOORBIJ TE GAAN
Rode nachten de hardvochtige goden zwermen uit hun louter trommelende geesten allemaal op jou gericht. Er zijn bepaalde dingen die de doden hebben nagelaten te zeggen. Ze hebben jou nodig, jouw geduldige lotgenoten, om hun verschrikkingen af te wenden, het bloed van hun blanke gezichten te vegen en zich in te beelden dat zij geen woorden hebben om je aan te spreken.
(And it Came to Pass)
* * *
TER HERHALING
De stad is gevallen, de groene iconoclastische wereld gepokt met roest. Het bevend gebied tussen slaap en waakzaamheid ligt nooit vast, en natuurlijk ademen wij water, dat ons toelaat de desillusie van onze blindheid te dragen, besmet door het zenden van zonen naar de oorlog. Kijk aandachtig naar de oppervlakte van deze plas om je toekomst waar te nemen: welke bloemen zullen je dochters meebrengen, welke bloemen zullen jouw ware liefde beantwoorden. Proef de insecten die hun vleugels openslaan. Zij doen het onvermijdbare om hun vrucht te dragen. Verplichtingen zullen niet rusten. Wij nemen onze heilige offergaven en gaan.
(To Repeat It)
* * *
WAAK
Onze prettige ochtenden rusten in assen alhoewel ik heel de nacht stil ligt wachtend op de dageraad waarvoor zij zo vaak danste. De bomen zijn nu gereed om te verbranden; hoe mijn geest landkaarten met uitstappen morst, geschiedenissen van bruggen, en grijze walvissen die vijfduizend mijlen zwemmen om te broeden.
Zij is veranderd in de zoete witte nectar van een schemering waar ik zal worden getroost, helder dwarrelend in melkwegen van onverdeelde vreugde, een zefier van de heiligen kloppend in de uitvloeisels van hun blinkende wonden.
De regen keert terug naar de zachte zwarte aarde. De boomgaarden worden gevuld met stenen en lust. Weldra komt de dag dat zij mij doorgang zal verlenen. Weldra komt de dag dat ik mijn slanke snavel zal boren in haar hart.
(Vigil)
* * *
GEDAANTEWISSELAAR
Eens waart jij een lichte platina vis alvorens jij je stekende doorzichtige vinnen verloor alvorens de eeuwen je ontdeden van je heldere jade schubben en de oceaan uit jouw longen rukten. Nu zijn de vlinder en de wilg ontwaakt uit hun droom in de Eeuw van de Man, en halen vissers hun druipende netten op proppensvol zielen. De bomen achter de schuur vullen hun kruinen met het luide zwarte fruit van kraaien en deze keer roepen zij jou. De aarde zal niet langer vreemd zijn voor jou: de ivoren maan en regen, de bast, de gekartelde tak, de wortel, de bittere honing van het topaas bloed dat weldra zal vloeien in jouw aderen. Alle sprookjes leiden naar het bos, jij weet nu waarom. Waar de meest ongerepte maagd een druppel bloed verliest, begint een wilde roos zich te vlechten rond bleke tedere wortels verscholen in de donkere grond die de schoonheid aansporen te rijzen in het licht
(Shape-Shifter)
* * *
FOTO
Jouw huid is nu een dagboek, een heilige tekst vol donkere liefdes geschreven op de onderkant van je armen, een bloederige boter-kaas-en-eieren, maar ik wijk af.
Jij vreest de sluwe geesten die jou de hele dag treiteren, een verbleekte poster genageld tegen de verlaten kerk, met zijn gapende leegte verre van heilig.
Hier is een kind, een beeld van honderd jaar geleden. Dit is een boek van de dood, en hij is weg, herleid tot een zeepaardlichaampje nu vol stof en botten.
Jij bent de helderste ster in deze schemerige nacht die de pijn beoefent als een kunst. Schrik is jouw fiere zweep, zo verdraaid mooi, en schuld is de slijpsteen waaraan jij je gewillig onderwerpt.
Als een transparante prinses die poogt puur te blijven in deze degenererende wereld, deze vluchtige stoot van ziel en steen, verontschuldig ik mij voor de modderige voetafdrukken van mijn slechte gedachten op jouw aura . Excuseer mij voor mijn ruwe tussenkomst, lieveling, maar iemand houdt de lijn bezet, de dood die blijkbaar belt om jouw bleke vergankelijke kooi te schudden met zijn zwarte adem.
Door al de verduisterde tempels met zoveel lachende mensen, en zoveel te koop, gaan er onweerstaanbare geuren van hoofd naar hoofd.
Sta daar maar te huilen over je vernietigde stad. Wees gerust, voorbereidingen zijn in de maak. In die mate dat dwazen beschikbaar zijn en al volledig worden ingezet.
Het is tijd voor aanmelding bij de diepvries met het oog op een eventuele dooi. Op een dag zullen zij weten hoe deze scheuren die je hart ontrafelen kunnen worden gelijmd. Neen, jij wil niet zien wat daarna gebeurt.
Doe maar verder nu, meld je ziek aan bij de zieke, zieke wereld, zachte engel, en wat je ook afschrikt
doe het krachtiger. . (Photograph)
* * *
FOSSIEL
Het verhaal van het verlangen is gekerfd in de krijtheuvels door ijs en regen. Uiteindelijk, zullen de goden en godinnen terugkeren, vrij om te drinken, te kussen, moeiteloos en licht rond te dwalen, terwijl ze ons ignoreren, onze schokkende rampen van been. Lijd eerst, geniet daarna, ontsluit jezelf terwijl we vrijen als sidderende kraaien. Dit is het subversieve werk dat we doen, dronken van overpeinzing en vreugde. Zoek wijselijk naar je leermeesters nu de schaduwen zich ophopen en dieper worden. Uiteindelijk, is de duisternis voldoende.
(Fossil )
* * *
JULIANA
Deze o ja deze zijn de aangewezen engelen— zeeglas, grond; broze wezens verward in het web, complexe blauwe aderen van jouw bleke benen, bloeiend met seks en spreuken. Jouw gefolterd lichaam rijpt met het vrome. De centrifuge van het heelal doet zijn ruwe glans overlopen; ja, misschien is elke schepping uiteindelijk deze kleine hazelnoot, en iemand zal je ontheffen van je zonden.