DE SLUIER VAN MIJN PENSEEL
         Lisette Waterschoot
GEDICHTEN

ALMA MATER

het zijn geluiden die
overgaan
donder in golven
in ruis
in stilte

ik wil ze verzwijgen
de klanken en hun lot

ze roepen kom
ik echo
ik kom
het vervlakken mislukt
te dubbel bekeken

ik duw mijn neus op stenen
tot er niet meer te stelpen is
een overmaat aan ontoereikendheid
een ongenaakbaar ander
de iedereen die overtollig schijnt

het denken en zeggen
een doekje voor het bloeden
ik hou alle lampen brandend
ik doe alle lampen uit

*

PIPER-HEIDSIECK

Enkele seconden slechts voor
lijnen die ik schuimend trek
de sluier van mijn penseel,
duizend rozen .

ik ken mijn werk.
Leg lenig een lichte hemel
op de voorgrond die nog
overweldigend zwijgt.

Geboorte houd ik
ingeduffeld bruisend
tot ik de duim wegneem,
spumante,

het palet bewandel, uitstort
afschuur, afwrijf.
De borstels her en her hanteer.

Stoom die tegen deuren trapt.
Brandende sleutels geblust in water.

*

LUIKEN

we hebben ons altijd rauw
gelust, gevild elkaar
cru van het been gehaald
volle vaten leeg gedacht

we hebben onbeperkt
volmaakt gestroopt
gekromde lijnen uitgegomd
ineenvloeien afgezworen

we hebben het evenwicht veracht
ons gelaten aan de val

donker pak en das
gesteven hemd
perfect gepoetste schoenen

we hebben onder een zelf-
bedachte papaplu geschuild
één kleur op dezelfde kleur gedrukt

we hebben ons onverstaanbaar
gemaakt

*

TIEN

iedere ochtend ziet ze tekens
in de hand
ze  mogen apart of samen

ergens vallen, tegenopklimmen
overstromen in schakering
van een ophaalbare schat

uit haar droombedding
zeeroversverband voor ogen
heerlijk overslaande golven

ze zet nooit een route uit
houdt het hoofd volledig droom
landt elke morgen   
losjes in elkaar

*

AARDS PARADIJS

gisteren zag ze het gebeuren
de huid werd van haar afgenomen
de keel bleef dichtgenaaid
tien vingers vielen van twee handen

met voeten om te dansen
hoefde ze zich maar te draaien
met de wind weer in de rug

te duwen tegen een verleden dag
die haar inspon, een bres
knaagde, uitspoot, om hier

met de verloren huid
het afgenomen vel
naakt te herbeginnen

*

MANWORDING

je bent teveel tijd
vult de twee termen van
mijn gedurig product
erop of eronder
met lange gekruiste benen

en ik daartussen als een breukstreep
waarboven ik de hemel toon
de aarde blijft beneden
daar ben jij

jij kunt niet vereenvoudigen
wilt de vermenigvuldiging
voluit en dan de deling
de traagste weg

*

STEUNZOLEN

Jaren geleden toen  ze de dood
langs de zolen van haar moeders voeten
voelde binnendringen in haar eigen hart
had ze de doorgang zorgzaam afgesloten.

Herinneringen in een hoofd volledig vroeger
leerden hordelopen, hun overwinning afstaan.
Uitgestoken handen kraaiden even van geluk.
Niets moet te lang duren.

Knie en heupen, elleboog en schouders
leunen nu met dodelijk instinct tegen
een tijd die haar laatste leerschool is.

*

HERGEBOORTE

er is altijd een reden voor mijn open en
gesloten
om beurten ademloos beschermen en
doorzichtig tonen van verlangen
naar andere geuren, nieuw betasten

zo kies ik op dit onchristelijk uur
gewoon de meest laag-bij-de-grondse  
uitdrukking
met god als houvast en onder de zolen een
duivel
ik vermorzel ze allebei, schoenen dienen een
doel

met zwetende buik wurg ik  me de ruimte in
een wereld als een uitgezogen ring
lavendel met  de geur van as , gebrilde hand
over een landschap van geschaafde dagen

en toch: elke dag groeit jonger uit de grond
wordt ouder, met of zonder toegevoegd zout
graaft kuilen uit of vult ze op
wandelt onbarmhartig , vertrapt

eeltvlekken heb ik afgeschuurd
met zachte zalf bestreken
nu leg ik mijn vingers weg
de aangewezen tijd wordt wakker


pagina
1, 2, 3, ...volgende
NetBook nummer 55 uitgegeven door Het Prieeltje Online