AMOR VINCIT OMNIA
THIERRY DELEU
                      RECENSIES

“Geslaagde gedichten waarin de natuur de sfeer bepaalt, met originele vergelijkingen en
overdrachtelijk gebruikte woorden en woordspelingen. De erotiek springt er duidelijk
uit. In een van de mooiste gedichten, ‘Weinig’, spreekt de zoon de vader toe over ‘dit
landschap tussen droom en waken’ op onovertroffen wijze. Magnifiek is ‘Vlinder’,
waarin weer en wind, tijdelijkheid en menselijkheid, evenals tijdeloosheid, gerangschikt
zijn als in een boeket” (Helma Wolf-Catz over Ik, een naaktloper).

“Deze bundel bevat enkele schitterende gedichten barstensvol kosmisch bewustzijn die
beslist iedere liefhebber van moderne poëzie zullen bekoren. Liefde is het thema en het
medium is een krachtige, heldere taal, die door klankrijkdom en vaak voorkomende
alliteraties tot muziek is geworden. Hier is een dichter aan het woord die zich van zijn
dichterschap volledig bewust is en die het niet nodig heeft aan sensationeel poëtisch
opportunisme te doen” (Mark Tufler over Ik, een naaktloper).

“Sterk opvallend bij Deleu is de onafscheidelijke eenheid tussen dichter en omgeving.
Steeds opnieuw is er een wisselwerking tussen beeld en verbeelde, tussen natuur en
het ik. Gaandeweg poogt hij op die manier een vorm van evenwicht te bereiken, een
soort nulpunt dat hem in staat moet stellen geest en lichaam, leven en dood, angst en
vreugde tot een grootse synthese uit te bouwen. Er is een soort osmose tussen dichter
en natuur” (Car Flanders over Ik, een naaktloper).

“De ondertitel Verteldichten voor vader geeft nauwkeurig aan waar het in deze bundel
om gaat. In deze episch-verhalende gedichten wordt de vaderfiguur aangesproken en
als getuige betrokken bij een aantal episoden uit het verleden. Op mild-ironische wijze
blikt de dichter terug op de prille jeugdjaren, de schooltijd, de bevrijding, de ouders, de
ontluikende erotiek, de eerste verliefdheid, de dood… Best genietbare en spontaan
aansprekende poëzie” (Dirk de Geest over Jaren na Lichtmis).

“Deze gedichten suggereren ook een religieuze sfeer. Dat is logisch omdat erotiek en
religie sowieso elkaars (extatische) verlengde zijn. In deze bundel komen de
vergankelijkheid en de dood minder aan bod. Dit kan wijzen op een nieuwe fase in het
leven van de dichter: die van de verrukking, de bijna hemelse exaltatie. Dit blijkt vooral
uit het mooiste gedicht uit deze bundel ‘En het water neemt je naam’ (Jan Decock over
Val der Engelen).  

“De thematiek van Val der Engelen is onmiskenbaar de verheerlijking van Eros, de
liefde, met een sterke neiging tot erotiek, en met als decorum de natuur, die soms
herkenbar is (de Bourgogne, de Auvergne, De Moeren, de Leie…). De dichter is
geëvolueerd, hij heeft zijn taal uitgezuiverd, hij heeft nog meer aandacht besteed aan  
vorm, ritmiek en structuur. Fantastische vondst vind ik de zgn. ‘vogelgedichten’. Als we
de andere gedichten beschouwen als een aardse beleving van de liefde  en de erotiek,
dan zijn ‘de vogelgedichten’ hemels en bekijkt de dichter vanuit vogelperspectief en
met een ongegeneerd voyeurisme het liefdesspel op aarde. Op die manier neemt hij
voor een deel afstand en relativeert hij zijn eigen betrokkenheid” (Jan Van Herreweghe
over Val der Engelen).  

“Thierry Deleu is ongetwijfeld één van de beste liefdespoëten in Vlaanderen en
Nederland. In zijn gedichten roept hij herkenning op, identificatie, gevoeligheid die
herkenning evoceert. Als lezer word je soms in de rol van voyeur geduwd. Je voelt er
je onwennig bij. Moet je lachen of huilen? Is het cynisch of is het triestig? Zoals het
met een ironisch mens vergaat, weet je nooit echt wat sneer is en wat als verbloeming is
bedoeld. Wat grap is, en wat droefgeestigheid.
Nieuw in De kiemjaren is de triviale sfeer die de meeste gedichten kleurt. De liefde is
nog altijd het uitgangspunt, maar zij is hier zo ontroerend jong, onbezoedeld, puberaal
dat zij een gevoel van “verloren onschuld” symboliseert. Anderzijds wordt dit gevoel
dan weer met opzet doorbroken door erotiek en agressie. Deze poëzie, of beter het
triviale in deze gedichten, zal menig lezer verrassen”  (Ludo Geloen)
NetBook nummer 54 van Het Prieeltje Online