GEDICHTEN
                              vertaald door Henri Thijs

jij droomt van god, je ontwaakt alleen

iets eenvoudig
als een negenjarige meisje
op haar fiets en
daarna verdwenen

gevonden verkracht en vermoord
twee dagen later
en iemand van ons is
schuldiger dan de overigen

het langzaam voorbijgaan van zeven jaren

de lagen van stof
die zich ophopen in kamers
niemand praat erover

en misschien droom
jij van christus te zijn
of misschien droom jij
van nog iets beter

een dichter
of een uitgehongerde hond of
de man die de schedels
van puppies verbrijzelt

zijn vrouw
die huilt in een zonovergoten kamer
op de koudste dag
van het jaar

mijn eigen vrouw
die mij de schuld geeft
van al haar pijnen

die mijn toenadering
en mijn woorden ontwijkt

en de naam van het meisje is
vergeten en er groeit onkruid  op
de plaats waar het lichaam was gevonden en
er zijn altijd anderen om haar
plaats in te nemen

er zijn altijd beloftes
die klinken als leugens

en daar heb ik heel mijn leven
aan gespendeerd

(you dream of god, you wake up alone)

* * *

laat voorgevoel uit de eeuw van de
vooruitgang

het voorwerp is een schoen
met de voet van het kind
er nog in
en het lichaam is nergens

en wat stelt
de politiek hier voor?

wie van ons denkt
een kwestie te hebben opgelost of
een doel te hebben bereikt?

het is niet dat ik niet geloof
maar ik geloof niet
wat anderen hebben gecreëerd
uit onwetendheid en angst

denk je dat de moord van lorca
echt iets heeft betekend
of die van lennon
of rothko’s afschuwelijke
zelfmoord?

en  ik loop
met deze gedachten in het hoofd
op de washingtonlaan op een
woensdagnamiddag met
mijn zoontje aan de hand
luisterend naar zijn gelach

ik begrijp nu hoe dat zonlicht
op de vervaagde grijze muren van
lege gebouwen slechts een
lichtere schaduw van grijs produceert

ik betrouw op de schoonheid
van de hemel van chirico

wat ons tenslotte allen
samenbrengt is onze nood
aan kruisiging

(belated premonition from the age of advancement)

* * *

voorziening

de stilte als glas in
de lege ruimten
tussen verlaten fabrieken

de hemel als de geest van vallende bladeren

grijs verbrand tot purper en
doorweven met draden

de voeten van gorky drie inches boven de vloer

de laatste woorden die hij ooit sprak tot
zijn vrouw en dochters
nutteloos en vergeten  en daarna de
de eerste keer dat ik je zeg dat ik je liefheb
en dan al het overige

de weg die we nemen
om het huis van de dode te vinden

elke kamer ervan
vervuld van de geur van verval en
al de klokken die terugdraaien
naar nul

al de spijkers geslagen in de
ogen van de slapende kinderen

en jij die mij zegt
dat dit hier niet gebeurt
wat niet hetzelfde is als zeggen
dit gebeurt niet

jij zegt me dat schoonheid telt
maar je zegt nooit waarom

jij haalt het nooit tegen
de lelijkheid die haar helpt definiëren

wij kunnen alleen maar even blind zijn als
welke God ook die wij kiezen
om naar toe te kruipen

(providence)

* * *

jong sterven of helemaal niet sterven

alleen hier in het
heetste deel van vergeten namiddagen

dromend en dan ontwaken en
de geur van lelies en
benzine

dit idee van wegen die nergens naar toe leiden

van levens die branden als huizen
en dan vervagen

en wat gebeurt is dat
al het mooie wordt vernield

alles wat wij lief hadden veroorzaakt
ons plots pijn

deze man die ik nooit heb ontmoet
springt van de achtennegentigste verdieping
en het was alsof hij 15 miljoen rode bloemen treft

heeft nooit een kans om
afscheid te nemen van zijn vrouw of dochter
en waar ik nu aan denk zijn de keren
dat jij mij zei mij te haten

waar ik op wacht  is het moment
dat je dat opnieuw gaat zeggen

jouw stem als zonlicht op chroom
en de langzame curve van de hemel
en van al de kamers  waarin
we verbleven hebben

alle keren die wij elkaar nooit
wilden verlaten

jouw goede smaak
die mij doet verdergaan

(dying young or not at all)

* * *

een andere hel

het kind is stervend geboren
en de moeder heeft
haar eigen poblemen

haar eigen noden

en de vader is verdwenen
en de oorlogen zijn moedig gestreden
en zijn altijd verloren

de soldaten beroven de gevangenen
en de priesters verbranden de kerken
terwijl de vrouwen binnen bidden

klinkt je dat vertrouwd toe?

heb je al postkaarten ontvangen
van de beroofde kampen?

kun je de baby
doen ophouden met huilen?

(a different hell)


* * *

diep watergedicht

jezelf bij elkaar geschraapt
door bleek blauw licht
en alle mensen waarvan je houdt
en allen die je bent
vergeten

de manier waarop de telefoon rinkelt
in een lege kamer
op het einde van februari of het
begin van maart

de manier waarop je stilte verkiest
als een uiting van iets

een man met een vrouw en
twee kinderen
en de rest van zijn leven

een hond gebonden aan een boom
tegenover een brandend huis

is dit nu een herinnering of een daad
van symbolisme?

denk eraan

het was de mens die god schiep
en daarna de duivel

denk eraan

zonder een van hen
heb je de ander
niet nodig

heb je niemand
om te verwijten of te vergeven dan
jezelf
en niemand om te haten

niemand om te weerstaan

alles te vrezen

(deep water poem)

* * *

bekentenis, zaterdagochtend

deze gedachte
twintig jaar later dat
alles een tijdsverspilling
is geweest

dit zuiver wit licht
over de ruggen van mijn handen
en alle mogelijke wijzen waarop
ik bang ben voor mijn zoon

alle moelijke wijzen waarop
de uitgehonderden worden gesleept naar mijn deur

het feit dat ik geen
van hen zal redden

het weten dat ik dat
zelf niet zal proberen

(confession, Saturday morning)

* * *

Luisterend naar de fluwelen ondergrond,
denkend aan delmore schwartz, mijn zoon
missend

ergens
tegen het einde van juni
en de hemel zonder metafoor
is effenaf mooi

het wit vervagend in saai zilver
en het gewicht van de zon en het feit
dat ik niets gedaan heb dan mijn leven verspillen
met te wandelen over  lege parkeerterreinen
over de vergeten beenderen van
indianen en slaven

en daar zijn kruisen geplant in
deze velden waar niemand
is begraven

daar zijn grote stukken land
naamloos achtergelaten

reclameborden waarop het beeld van christus
nooit is opgedaagd

en wat als de keuze
zich voordoet weg te lopen van je vader
of hem te worden?

wat als twee
zestienjarige meisjes verkracht en
vermoord worden en daarna in stukken
gehakt in het woud slechts veertig
mijlen hiervandaar?

er bestaat niets nuttelozer
dan sympathie

er is geen huis dat
mij meer angst aanjaagt dat dit
dat ik mijn huis noem

alles wat ik kan hopen te
zijn hier is mijzelf

(listening to the velvet underground, thinking of delmore
schwartz, missing my son)

* * *

pollock schildert de reflectie van de grote
beer

de zon te helder op een zaterdagnamiddag
en niets dat ik zeg is waard
te worden geloofd

luister

ik hou van je

ik ben bang

al deze gedachten
die lege schelpen worden

de lucht is koud waar hij
mijn vingers aanraakt

schaduwen scherp gebogen op
de zijden van de huizen
en over de zinloze straten
waar ik ooit gewoond heb

en wat gebeurt er wanneer elk land
zorgvuldig zou worden gedefinieerd?

waarom trekken wij het ons aan
dat sommige babies worden achtergelaten om te sterven in
kamers zonder ramen?

ik heb afsluitingen te bouwen

holten te graven en nagels te slaan

hele dagen te verspillen
aan het vasthouden van voorwerpen in mijn geschraapte
en bloedende handen

en maakt het iets uit dat de oorlog is verloren
als hij 5000 mijlen ver wordt uitgevochten?

er zijn er die beweren van wel

er zijn ogenblikken dat
ik word aanzien voor mijn vader

terwijl alles dat ik kan smaken assen zijn

de telefoon rinkelend in
een ander deel van het huis terwijl ik
dronken strompel door mijn
slaapkamer

mijn vrienden dood of vermist

mijn brieven ongeopend teruggestuurd

notaboekje na notaboekje
vol gekribbeld met woorden en
weer doorgehaald

geen gedichten maar gebeden

geen god maar religie

kleine momenten van verlichting
die niets betekenen op het einde

(pollock paints reflection of the big dipper)

* * *

masker van angst: een variatie

een beeld van christus hing tegen
de muur van het brandende huis

is dit het verhaal dat jij
mij aan het vertellen waart?

geen ontkenning van geloof
maar een viering

de tranen van engelen
die regenen op de beenderen
van kinderen

een lied van handen

een oceaan van bloed

een gedicht zonder betekenis
dat zijn
eigen vorm van vernietiging is

(mask of fear: a variation)

* * *

vader, zoon, heilige geest

i.

in deze eerste
interpretatie
ben jij een mens die ik ken
maar niet goed

jij zit op
een echte houten stoel in
een kamer met gordijnen

jij houdt een wapen
tegen je hoofd


ii.

in de tweede scène
ben jij een beeld op
mijn t.v.scherm

een vreemdeling starend
naar de vloer

en de stoel is anders
en de bekleding van de muren
maar er is steeds dat wapen
tegen je hoofd

een naamloze hand
die het vasthoudt

een onbehaaglijke stilte

iii.

in de derde versie
ben jij de gezichtsloze man
die werkelijkheid wordt

jij hebt geloofsovertuigingen

jij hebt bevelen

jij houdt jouw wapen tegen
het hoofd van een vreemdeling terwijl
de camera draait

iv.

op het einde
zijn wij allen verplaatst
voorbij de
weelde van mededogen

(father, son, holy ghost)

* * *

jouw vijands momentum, jouw minnaars god

het huis koud
en de honden hongerig
en ikzelf tussen hen

de langzame acht van jezus christus
in een donkere kamer

té veel stilte om te slapen

honderdtachtig pond angst
en de ademende baby

de deuren open
en de deuren gesloten
en de geesten van al de handen
die ooit de mijne hebben vastgehouden

ik heb niets van dit alles gevraagd

ik deed geen beloften

geloof jij in amerika?

kijk naar dit meisje
gebonden aan het bed

kijk naar de man achter de camera

en de anderen die naar haar toekomen en
naar wat ze in hun handen houden

en ik haat spiegels
om voor de hand liggende redenen

ik wacht op het telefoongerinkel
maar dat komt niet

en ik heb een naam en ik
heb een nummer en
er was een tijd dat ik dacht
dat die iets betekenden

er was een tijd dat
de oorlogen nog belangrijk waren

niet hoevelen er sneuvelden maar
hoe vlug de overwinning
kon worden uitgeroepen
hoeveel geld kon worden verdiend

alle mooie dingen die men
ermee kon kopen

((your enemy's momentum, your lover's god)

* * *

in het menselijk landschap

rijdend naar het noorden
in het seizoen van de roest en
zonder te denken aan het naar huis rijden

met de kraaien aan jouw ogen
en de gigantische hemel

blauw overgaand naar wit waar hij
de heuvels aanraakt

licht omgebogen naar stilte
en daarna
het geluid dat het weer breekt

een vrouw gebonden en geblinddoekt
en gesleept naar een veld
door haar echtgenoot

het wapen geplaatst tegen haar hoofd

de trekker overgehaald

alle overblijvende dagen
mooi
maar verminderd

(in the human landscape)

* * *

tweede variatie op amerika

de daad van flikkering

groene bomen tegen een witte hemel
en al die lege huizen
die deze steden bevolken

de weg die ik neem
leidt naar jouw deur

niet lang maar het
vraagt mij zevenentwintig jaren
en de doden van té veel naamloze kinderen
en als ik aankom
is er geen nieuws van pollock

ligt er enkel het bloedende paard
met de zwermen vliegen aan de rand van
een anders leeg veld

en als de vraag amerika betreft
dan is het antwoord nooit helder en daarom spreek
ik in kleinere cirkels

ik geloof in schoonheid
en in de wreedheden nodig om ze te bepalen

ik spreek alleen van god in de nasleep
van grote rampen

en wat als de jongen huiswaarts keert
om iedereen dood te vinden?

en te ontdekken dat zijn moeder
haarzelf als laatste gered heeft?

je moet leren te denken
in termen van de toekomst
die nog wat voorstelt of niet

een verleden dat gebouwd werd
door hen die overleefden

en waar je staat is
daartussen

wie je bent is onbelangrijk

het moment is al voorbij

(second variation on america)

* * *

ontwaken

de lucht als een vuist of een strop
en het gewicht van de hemel

deze vrouw en
haar jonge dochter
in een auto op een rustige landelijke straat
en de auto in brand

een deur ingedrukt en
de andere vast tegen een boom
en de manier waarop hun geschreeuw
vervaagt naar het statische

het geluid dat het paard maakt
als zijn ogen uitgestoken worden

bloed voor de regering of voor god

en al de redenen waarom
dit jong meisje gedwongen wordt
te knielen voor haar stiefvader

opnieuw en opnieuw verkracht wordt
en dan vermoord

en de radio’s die blijven spelen in deze
verlaten en verschroeide achtertuinen
en de zinloze vlaggen
wapperend over stille fabrieken

het lichaam van de baby
als het aanspoelt op de oever

een klein ding
dat je niet langer
menselijk kunt noemen

(waking up)

* * *

dolorosa

middernacht in het
het huis van de stervende man en
niets om te eten
dan duisternis

niets om over te praten
dan spijt

de zelfmoorden die je hebt gekend
of de lichamen verscheurd door kanker
of de namen van de soldaten
die de nagels sloegen
in christus

de namen van hun vrouwen
en kinderen

en alle wijzen waarop schuld
eindigt in bloeden in onschuld

en niemand wil de doders
aanzien als menselijk
en niemand wil te lang staan
in de kamer
van spiegels

vroeg of laat
zie je niets dan wat je
altijd het meest haatte

(dolorosa)


* * *


de dichter verloren in een kamer die hij zijn
hele leven gekend heeft


deze ruimte tussen de gedichten
zoals een kleine onbelangrijke dood

deze vrees voor alles
wat het enige is
dat ik te bieden heb

drie jaren nu doorgebracht
met het proberen van mijn vaders fouten niet te herhalen
en het enige waartoe ik in staat ben geweest
is te bewijzen dat ik zijn zoon ben

mijn handen
weten hoe te grijpen

zij weten hoe te geselen
uit woede

alles kan tolereerbaar worden gemaakt
door het een geschenk te noemen

(the poet lost in a room he's known his entire life)


* * *

een man staat tegenover een spiegel en ziet
alleen de kamer achter hem


zij zegt
ik wou eigenlijk nooit van je houden
en ik geloof haar

wij zijn het stadium van de
leugens voorbij
wat eigenlijk een eufemisme
is voor we zijn nog nergens

of misschien is dit het verkeerde verhaal
en zelfs niet het mijne om te vertellen

laat mij eens opnieuw proberen

ik ben zwanger
zegt zij
en de hemel wordt heerlijk blauw
in het gelaat van alles

ja

dit klinkt oprecht

ik kan mijn zoon horen in de keuken
terwijl zij wacht op een antwoord
kan ik het stof zien
dwarrelen in het zonlicht
dat zich vergaapt op het tapijt

en ik zeg iets natuurlijk
en het is niet voldoende
maar de juiste woorden vind ik niet

en a.u.b. beschouw dit nu niet
abusievelijk als een bekentenis

beschouw het niet
als een andere vorm van bloeden

de voorbijgaande dagen hebben geen baat
bij geen enkel van onze kleine drama’s
en de waarheid is dat alles
wat ik jou hier heb gegeven
waar is

de waarheid is dat poëzie
het werk is van
kleine verschrikte geesten

jij hebt dat wellicht
reeds voor jezelf uitgemaakt

(man stands in front of a mirror and sees only the room
behind him)

* * *

geweld

jij zegt dat je van haar houdt
of je zegt het niet

je slaat haar of
je doodt de baby

je hebt zo je redenen

zoals iedereen

(violence)

* * *

mijn vrouw, gesleept tegen haar wil in een
gedicht tegen poëzie

jij staat ergens in
deze metaforische ruimte

ofwel zeg je
niets is poëzie
ofwel
alles is poëzie
of misschien geloof jij dat zij
alleen maar kan gevonden worden en niet gecreëerd en
de mensen die jij jouw vrienden noemt
kijken allen droef naar jou

het is het abstract geouwehoer dat wij nastreven
als wij onze levens niet leven
en het feit dat mensen daarvoor zijn
vermoord  is
een beangstigende zaak

het feit dat zij zich van hun eigen
spijtige levens hebben beroofd
is bijna grappig
maar mijn vrouw weigert te lachen
zij begrijpt
de nood aan slachtoffers

zij heeft de afstand gemeten tussen
god en goddeloosheid

en bestaat er een naam voor
de bijna onmerkbare pauze
die volgt op mijn gezegde dat
ik van haar hou
net voor zij haar mond opent
om te spreken?

zijn de woorden nog van nut
die al honderduizendende keren
zijn gezegd?

Wat mij verontrust is dat
ze dat nog zijn

(my wife, dragged against her will into a poem against
poetry)

* * *

in de eeuw van goud

en de kinderen in de assen
en sommigen spelend
en sommigen dood

sommigen nog niet vergeten en
anderen verloren
als de geesten van de azteken

en dan zijn er
de handen van moeders en
de handen van vreemdelingen
en er is het gegeven dat
pijn pijn is

de wijze waarop vaders stem klinkt
wanneer de plastic zak wordt getrokken
over het hoofd en
strak gebonden rond de nek

de absolute angst van het besef dat liefde
waardeloos blijkt te zijn

niemand van ons iets meer
of minder dan menselijk

(in the age of gold)

* * *

1ste juli, binnenwaarts kerend

of de eenvoud
of de oceaan ‘s nachts

de geluiden die jouw geliefde maakt in
de handen van een ander

elke lege kamer gevuld met
de potentie om menselijk leven te herbergen

elk gedicht een nagel geslagen in
de palm van een martelaar

en jij zingt een lied dat bijna kon
worden misverstaan als hoop
maar dat niet is

jij gelooft in
de waterkant en dat
de hemel zal standhouden

dat geen enkel van je kinderen zal
opgroeien om
de pijn te veroorzaken die jij ondergaat

en als je verdrinkt doe je het langzaam

vijf jaren en dan tien en al
je mogelijkheden
die droog worden

al jouw ideeën worden beter verwezenlijkt
door mensen die
beweren jou niet te kennen

degene die vraagt
hoe oud je waart toen
je vader stierf
en dan lacht met je antwoord

wendt zich tot een vrouw wier
lippen jij hebt geproefd en
geeft haar een klap

houdt een mes tegen haar keel
en dwingt haar op de knieën

luistert naar wat zij zegt
zonder dat dit uiteindelijk ook maar
het geringste verschil uitmaakt

(july 1st, moving inwards)

* * *

nota’s over een eeuw vernield voor die ooit
aanving

al deze mensen die knielen
in een gebed of
bij een overgave

de stoepen verborgen onder
een sluier van stervende bloemen

het lichaam van het meisje naakt gevonden in het zonlicht
en de moordenaar verdwenen en
ik zou met plezier zijn toekomst schilderen in
schaduwen van bloed en beenderen

ik ben een aanhanger van het wreken
van een brutale moord met
een andere brutale moord

zoals iedereen
ben ik een gelover in mijn
eigen versie van amerika

en ik betreur al
de zelfmoorden die ik heb gekend
en ik begrijp hoe nutteloos excuses wel zijn
maar er blijft de hoop dat elk geluid
beter moet zijn dan stilte

de eerste vage geruchten van regen laten zich horen
na twee weken van witte metalen luchten
en verschrikkelijke hitte

en misschien denk jij dat
er passages zijn in de geschiedenis die
positief eindigen

misschien word je ook
de smaak van roest en de beloftes
van valse profeten beu

en welk geluid
maakt een man die
geketend aan een truck tot de
dood wordt weggesleept ?

welke kans heb ik
om mijn zoon te beschermen tegen
zoveel onwetendheid en geweld?

dat behoeft geen antwoord

(notes from a century destroyed before it ever began)

* * *

gedicht voor een vreemdeling

en je kunt geloven in god of
niet geloven
en op het einde sterf je

en wens je een excuus?

wil je worden herinnerd
als een groot dichter?

als een goed huisvader?

Of misschien wil je enkel

een verslaafde zijn zoals al de anderen
en wellicht verloren
en bijna altijd bang
luisteren

ik heb de laatste twintig jaren
doorgebracht met weg te lopen
van mijn jeugd

heb de laatste vijf
besteed aan mijn bezorgdheid
over wie mijn zonen zullen worden

heb mij zitten ongerust te maken
over het feit dat dit huis
te veel spiegels heeft

te veel ramen

te veel glas wachtend op het breken
en herinner mij
de vrouw die hield van pijn
en die alles wist over
hoe te bloeden

al de vormen van beschimping
die zij uitvond waren liefde
en ik denk eraan haar te
zoeken en vergiffenis te vragen

ik denk dat ik een betere man
kon worden dan ik was
maar het is niet waar

kijk naar de botten waarop
ik mijn leven zonder aarzeling
gebouwd heb

kijk naar de leugens die
ik de mensen die mij vertrouwden
op de mouw heb gespeld

maar versta mij niet verkeerd
alles wat ik ooit  betreurd heb
is mijzelf

(poem for a stranger)

* * *

wildernis

de hemel waaruit zij oprijst
rechtstreeks vanuit de heuvels en
het gewicht ervan en de
dunne immensiteit

de zon
of niet helemaal

de wolken als schaduwen van twijfel
in de geest van god
en dan de vlugschriften die ik vind op
een prikbord op een parking

een drie weken oude baby gestolen
uit een hospitaal en
vermist voor zeventien jaar

en de helft van mijn leven doorgebracht
zonder dit te weten

en het geluid van het voorbijrazend verkeer

de geur van de velden na
drie dagen van regen

de kleine handjes van mijn zoon en
hij trekt mij
achter de wagen

(wilderness)

* * *

voor magritte, die het begrijpt

of de lichamen van je kinderen
bewaard in plastic zakken in een
vensterloze kamer

de armen van christus wijd uitgespreid
de nagels geslagen in het huis

kijk voorbij de smurrie
naar de bron

herinner jij je jouw
vaders handen?

leeg tenzij
zij naar een fles grepen en
elke keer dat hij ze uitstrekte
naar jou zei hij
dit is jouw toekomst

en haatte jij hem?

weiger je
op deze vraag te antwoorden?

stilte is slechts een
versie van de waarheid


* * *

blues voor de levenden en de doden

witte zon in
een felle gele hemel
of de namen van mensen die ik
altijd mijn vrienden noemde

de lege kamers achtergelaten
door gestolen kinderen

jij zegt me dat
deze plaatsen heilig zijn
en ik ga daarmee akkoord

jij vraagt mij of ik hield
van het brandende meisje
en ik antwoord niet

dingen worden te gecompliceerd
in de brede open vaagheid
van augustus

jouw zuster leert
hoe weer te bloeden

en geen enkele van de oorlogen hebben
namen
maar de onschuldigen worden
nog altijd afgeslacht

de president blijft zeggen
dat we blijven overwinnen

hij begrijpt
de nood aan het verslinden

(blues for the living and the dead)

* * *

november

dit gevoel van mislukken dat
komt zonder waarschuwing

de absolute hopeloosheid
van vincent’s kraaien

het geluid van de telefoon
en dan van je stem van
tweehonderd mijlen ver

de kleine overwinning van het zeggen
ik hou van je
in deze eeuw van hopeloze oorlogen

(november)

* * *

zoals de beenderen van miro

en als het gedicht geen plaats is
en als de wereld niets meer is dan
een kleinere vorm van geweld
zie wat ons dan te wachten staat

een vrouw verstikt door haar minnaar
en achtergelaten op de keukenvloer

een film over jesus christus

de nagels geslagen in zijn vlees
en de al de medicijnenlabo’s gesloten
in de stad waarin ik opgroeide
en deze man met bibberende handen
aan mijn deur

gele tanden en gele ogen en hij
beweert dat hij mijn vader kende

zegt dat hij weet dat
alles wat ik ooit geschreven heb een leugen is
maar dat hij weet hoe zijn mond te houden

zegt twintig dollars

kijkt over mijn schouder
naar mijn vrouw

wordt niets anders meer dan het
geluid van regen om drie uur ‘s ochtends

(like the bones of miro)

* * *

rijdend, en bijna verdwaald

maandagnamiddag
denkend aan hemingway’s
kuur tegen kanker

denkend aan een man
die mij schriftelijk heeft meegedeeld
dat ik de grootste levende dichter ben

aan een andere die zegt
wat jij mij hebt gezonden is goed geschreven maar
ik aarzel het poëzie
te noemen

en ik ben ergens op de zuidelijke 38
onder een brutale blauwe hemel
met mijn vrouw en zoon in slaap
op de achterbank

met de behoefte aan een beetje begrip
is niets zo belangrijk als het verlangen
naar huis

en wat ik heb geleerd tijdens mijn tweedaags
verblijf bij de stervende man
is mijn eigen sterfelijkheid te vrezen

waar het op aan komt zijn niet de woorden
maar de ideeën die er hun kracht uit
putten

wat telt is beweging

de snelheid waarmee de gedachte
leidt naar het denken
en de volmaakte eenvoud van
een zekere dood

weet dat

iedereen bukowski’s lichaam kan schoppen

iedereen
in zekere zin
de god is van de verhongerende honden

wat is er nodig om
een zeventienjarig meisje
te brengen naar het punt
van zelfmoord?

ergens in mijn verleden is er een man
die het antwoord kent

ik heb zijn geld besteed
aan de mensen waarvan ik hield en wat
ik daarvan overhou is alles
dat ik verafschuw

waar ik over praat
is woede en hebzucht herleid tot
mathematische vergelijkingen

de totale som van een gehaatte oorlog
plus verhongering

alles dat zin heeft voor mij
resideert in het binnenste
van het denken verwant met
metaal en glas
op een maandagnamiddag

de wereld vlak in alle richtingen

(driving, approaching lost)

terug naar boven