
| gedichten |
| NetBook nummer 48 van HET PRIEELTJE online |
| WOORDBREUK in deze botsing van ongelijke werelden breekt het woord barst en kraakt onder het olijk jolijt van eeuwige paradoxen levert enkelvoudige letters aan het edelachtbare Hof en de betere huizen geblakerd hun tradities en rijk verleden ogen en oren koloniseren gewetenloos de lamme hersenen beheren strategisch spraakkunst en bloedsomloop parallellen van prikkels golven door het lijf triomferen jubelend zwaar toegetakeld mijn ware wezen van weleer vertwijfeld en verbijsterd zo gaat de waarheid van filosofen en tirannen genadeloos ter ziele aan een gevorderde vorm van woordblindheid en pijnlijke myasthenie ze krijgt vooralsnog een gulden staatsbegrafenis waar het volk afscheid neemt van een energieke vorstin een taaie dame ik kan niet uiten hoezeer ik van blijdschap ben vervuld (17 juli 2004) * * * OVERSPEL de poesjes ze kruipen kopjesschuddend vanonder het lage afdak duikelen de ochtend in wassen zich in het tere zonlicht ze besluipen vroege merels en maken jacht op vlinders die uit koers zijn geraakt oeverloos en vlak hun wereld kent geen verborgen geheimen ze gehoorzamen braaf het voorouderlijk instinct plegen geen overspel (18 juli 2004) * * * BLAUW BLOED voor Marjolijn bleek als een edelman trek je door het landschap zonder god of besturingssysteem zonder licht op de fiets maak je de reis naar het einde van de nacht je merkt niet hoe de nieuwe morgen vrolijk is geen aanstoot neemt aan wrange heimwee naar het mysterie van de roes de nevels van de zoete waanzucht hoelang heb je niet gespeurd naar de stille tekens aan de wand met het blauw bloed in je aderen een verklaring verzonnen die vandaag met gisteren verzoent onrust bant uit je gemoed (21 juli 2004) * * * DE SCHIJN TEGEN ik neem uit het medicijnenkastje een aspirine en een dosis filosofie die de stoelgang bevordert en helpt bij de afvoer van afvalstoffen zoals een wandeling op het strand het schuldgevoel doelmatig afweert neem ik vrede met het keukenwerk en dis gedienstig het avondmaal op want ik heb zo waar de schijn tegen kan niet even schuilen voor de kille cijfers van éclatante gozers, slimmies en voyeurs die luidkeels op muizen jagen - ook ’s nachts wanneer mijn verbeelding vraagt om gerechtigheid een laatste oordeel het sluiten van de boeken (22 juli 2004) * * * DE BLINDE SPEELMAN ik ben gehuld in het gewaad van een blinde speleman een waas van onzekerheden en verwaterd ongeduld ik schrijf in een spiegel krul de letters binnenste buiten jaag de woorden op tot een rapsodie een melodie van kwinkslagen en implosies zoek op de bodem het illusoire begin het nooit aflatende einde in een metafoor van cascades ik zie anders dan een ziende scherper dan wie twee ogen heeft lucider dan een helderziener ik overspan gezwind toen en nu leg een roestende knoop tussen geheugen en verleden tussen droom en wat werkelijk is drijf op het meer golf op het zand van herinneringen en memories in een blauwachtig labyrint het scenario is uitgetekend generaties geleden reeds het éne is gevangen in het andere de wind in het spattende water van de zee het water in de roes van de zilte lucht rest me nog een kopie te maken van mezelf van diegene die vanmorgen blij gezind is opgestaan (24 juli 2004) * * * ANAGNORISIS ik ben een bundel gedichten die door jou wordt bemind een schamel paar verzen van een naamloze zonderling waar jij als een schaduw je lege lichaam over buigt namen die vergaan anagrammen van woorden boeken die worden verbrand bladzijden zonder nummers er is slechts de mist waarin de auto’s botsen en ik tijdelijk verdwijn (24 juli 2004) * * * DE OESTERETERS soms ben ik een vrouw soms een man zeg je goddank zeg ik ik ook we eten oesters beginnen een eindeloze reis doorheen de diepte (24 juli 2004) * * * OPGEZETTE VOGEL ik heb haar te boek gesteld als een opgezette vogel die niet fluit of zingt niet trekken kan naar het fel gekruide zuiden als een machine of een verlaten goddeloos dorp in het dal daar beneden haar bekeken maar niet gezien betast maar niet gevoeld niet met haar gereisd in de koele ochtendmist (24 juli 2004) * * * CLAIR-OBSCUR je bent bevangen in een sluier van tweeslachtigheid je leeft achter gordijnen waar lucht afkoelt vissen zwemmen in het decor de schaduw breekt het licht van de lamp we werden bevredigd door de waas die huis hield in de nacht waar de ochtend geboren wordt daar ontmoetten onze ogen elkaar met vallen en opstaan (25 juli 2004) * * * pagina 1 2 3 4 5 ...volgende |

| EEN BEETJE FILOSOFIE EN EEN ASPIRINE |