DE RELATIVITEIT VAN ESCHER
door Michel Krott
                   GEDICHTEN

Flashback

In mijn kind zie ik mijzelf
zonder fouten, zonder strafblad in de liefde
zonder tandbederf;
alles wat mij ooit zo blijvend griefde
ongedaan gemaakt.

Alles wat ik zie is ooit al zo geweest.
Het verleden kan niet ongemaakt
en herhaalt zich, ook als ik als geest
zachtjes rond mijn kind kom spoken
of als ik toch weer besta, ondergedoken
in de aarde die mij telkens baarde.

---

Matisse

De blauwe vrouw verplaatst zich uit het doek,
het lege beeld blijft achter als een wit
en ongeschreven hoofdstuk in een boek.

De vrouw, licht gebogen alsof zij bidt,
ontvouwt vertraagd haar sierlijk slanke benen
uit de vereeuwiging waarin zij zit.

De blauwe vrouw, bewegend als een stenen
beeld dat uit een roerloze slaap ontwaakt,
is uit het witte droomgebied verdwenen.

In mijn verbeelding groeit zij als een naakt
en willend wezen in een zijden doek;
ik heb haar blauwe dijen aangeraakt.

Een vrouw, een blauwe vlek, een vorm die leeft.
Zij is de heks die in mijn dromen zweeft.

---

De relativiteit van Escher

Drie werelden, besloten in een huis
waar trappen de gezichtlozen verleiden
elkaar in blinde eeuwigheid te mijden.
Drie ruimtes, ieder een gesloten kluis.

De mensen lopen zelfverzekerd rond
als lome poppen die zich nooit bevrijden
van de gebaande wegen die hen scheiden.
Uit kelders klimt men naar begane grond.

Een boom, een boog, waardoor een fletse zon
argwanend gluurt in een vertekend beeld.

Men schijnt hier in een lange droom te leven
die nooit vermoeit, die ooit als sleur begon
en nu verdoezelt: wereld die verdeeld
uiteengevallen is door kleurloos streven.

---

Guernica

Het beeld van pijn, het beeld van bleke dood
verweven met een zichtbaar schreeuwen van
gespleten mensen tot het bot ontbloot.
Het beeld van de wraakzuchtige tiran.

Het licht ontstak de hoofden, armen, benen
en de verschroeide aarde braakte bloed;
in deze brand is het geloof verdwenen
en hoop vermorzeld in een wrede gloed.

Het trotse paard, getroffen door een speer,
verpletterde de strijder met het zwaard.
De afgehakte hand viel zinloos neer.
De stad is in concrete hel ontaard.

Versloeg in Guernica de zwarte stier
het witte paard? Het vuur vrat mens en dier.

---

Het stadsgezicht van Willink

Zwarte lucht waarin een krimpend gat
witte wolken drijft uit het gezicht
van de stad. De huizen wachten af.
Niemand op straat, zelfs geen schaduw
van een mens in het verschoten licht.

Ruitloze ramen sluiten ruimtes af
en de klinkers kaatsen schijnsels als
onheilstijding. De ontvanger is
na dit dreigement vertrokken:
grauwe daken in betrokken
hemel broeiend in de duisternis.

---

Novastar

Muziek: de koude tonen van
een zanger die zich Novastar
noemt. Rilling: ik raak in de ban.
Met ieder woord raakt hij een snaar.

Met ieder lied begint een week
ontwikkeld leven in mijn borst;
mijn hart slaat weer alsof ik breek
uit lagen monotone vorst.

Hier is de muze neergestreken
na haar verlengde ballingschap.
De stilte is tot slot bezweken
aan kunst, overtreffende trap.

Toen heeft muziek gezegevierd.
Toen dichters zich gewonnen gaven:
hun letters konden slechts versierd
zich aan de klankenrijkdom laven.

---

Ode aan Samuel Barber

Ik ontwaak op tonen van violen
ruisend in de regen, geur van bomen
binnendringend door de droge muren
van de slaap die eindeloos wil duren;
koele natte klanken slaan hun klauwen
in krampachtige handen van de ruwe nacht.

De akkoorden zijn volmaakt. Een milde klacht
breekt de sleur van dagen die zich vouwen
als vertrouwde kwalen om een rouwend hart.
Ik wil weer bestaan, ik wil weer voelen wat
kunstenaars ontroert in de creatie,
proeven van de hoogste inspiratie.

Maar de zon klimt hoog en staat sereen
brandend in de enige werkelijkheid.
Ook in deze droogte ben ik weer alleen
met een lichtbron die zo dubbel scheen:
bron van alledaagse zakelijkheid,
bron van honing, van schok en verbeelding.

Barbers zuchten: muzikale troost
voor een aangroeiend besef van dood
en zintuiglijk kwijnen in de ware
onverhulde, kale onderwereld.
In dit schimmenrijk opnieuw geboren
als een zoon: verliefd, bezield, verloren.

---

De hoogste muze

Piano. Stilte breekt als honderd harten
in de beheerste ruimte van muziek.
De trommels dreunen, daveren, verslaan
de toonloze versprekingen in mijn
ontspoorde woorden: falende lyriek.

Zang. Honderd dichters kunnen niet verslaan
wat deze stemmen, dansend in een klein
heelal van vreugde, scheppen met de kracht
van duizend dromen. Geen profane macht
kan de verheven buikgeluiden tarten.

Muziek: de hoogste muze viert hier feest
en triomfantelijk verliest het schrift
zijn gratie, ooit geliefde kunst geweest,
maar straks in de vergetelheid gegrift.

---

In memoriam I

Mijn oom werd gisteren door ons begraven.
Er werd gehuild, geluiden van verdriet,
daarna begon het koor een hemels lied,
waarna de engelen hem vrede gaven.

Toen, bergafwaarts, door kaal en stil gebied,
vertrokken wij naar zijn beloofde haven,
een lange slaap waarin de eeuwen graven
naar sterren die een sterveling niet ziet.

De stemmen van het volk, doordrenkt met tranen,
vervaagden langzaam tot een stille noot
en het geprevel in de groene lanen,
een echo in de tunnel van de dood,
werd zwakker toen hij eindelijk verdween
in een hiernamaals, pijnloos en sereen.

---

In memoriam II

Ook toen jij vocht was jij nog vol geloof,
de rozenkrans begraven in je hand;
toen ik ontwapend aan je zijde schoof
en jij verlangde naar een hoger land.

Ook toen vertrouwde jij op eeuwigheid,
de ogen dicht en zoekend naar de poort
van dit beloofde land; van pijn bevrijd
beklom je dromend al dit hoogste oord.

Ik was afwezig toen je ons verliet.
En nu, nu weet ik niet meer waar je bent.
Misschien dwaal jij als kind door ons verdriet
of als een geest die ons een boodschap zendt:

dat er een hemel is op deze aarde
en dat we jou hier zullen tegenkomen
als opgewekte wandelaar. Maar de
wind snoeide takken van vertrouwde bomen;

de straat is kaal alsof je holle woorden
bijeengeveegd op klinkers toch vergaan
tot een gebed dat wij al niet meer hoorden,
terwijl een god verschijnt in jouw bestaan.

---

Huwelijksreis

Wat is het huwelijk? Een lang verbond,
de liefde, een belofte zonder banden,
de broze toekomst die zich laat omranden
door grenzen die geen eenzame doorgrondt?

Wat is het huwelijk? Een lange reis
langs kusten van nog onbekende landen,
door onbewoonde streken, witte stranden
in een pril, lenteachtig paradijs?

Nee, nee. De woorden scheppen geen beleving.
Verstomde klanken dwalen in geluid;
de bleke tekens dragen geen bezwering.

We kunnen deze reis niet goed beschrijven
en komen telkens bij de letters uit,
maar de bestemming zal ons roepen blijven.

---

Nieuwjaarsnacht

De bommen stijgen schijnend in de nacht,
de hemel breekt en daalt als as weer neer:
verdwaalde sterren die verbranden
tot stof, geknecht door zwaartekracht;
een regen van gedoofde lichten die belanden
op een door ijs verlichte straat.

De wolken zie ik nu niet meer;
ze liggen achter een met vuur bedekte horizon.
Maar daar, daar wachten ze op mij.
Wanneer de ochtend groeit en ik de nacht verlaat
schuiven ze als grijze legers voor de zon.
De dag ontwaakt als levenloze brij.

---

Natalia slaapt…

Natalia slaapt al zorgeloos en zacht
alsof ze rustig wacht op ouderdom.
Ze draait zich zuchtend om en legt haar hand
vertraagd in zachter zand – een prille droom
ontspint zich op een sloom, vermoeid gezicht.
Natalia slaapt, verlicht door matte maan.
De dag zal overgaan als zure regen
verdampend op de wegen naar woestijnen,
oases die verdwijnen als het water
op aarde. Als ze later wakker schrikt
versnelt de klok en tikt de laatste uren;
de zon beschijnt de muren van de nacht.
Natalia slaapt en lacht – zo argeloos.

---

Dubbelleven

Ik leid een dubbelleven dat verdeeld
in grijze nevelen gehuld bestaat,
een vage schets,
waarop de dagen vals zijn afgebeeld.

Mijn eerste leven, grauw en kleurloos, flets,
een onveranderlijke regelmaat
van lange dagen,
een schilderij, verbleekt en ouderwets;

mijn tweede leven, spannend, wilde vlagen
van waanzin in een opgewonden hart,
een eeuwig feest
van bonte stemmingen die nooit vervagen.

Ik leid een dubbelleven, mens en beest,
gespleten, dag en nacht in angst verward.
Mijn spiegelbeeld
vertelt me dat ik dierlijk ben geweest.

---

De zwemmer

In het verwarmde zwembad ligt hij zwevend
in dampend water, onder ijle lucht
ligt hij bewegingloos, een rijpe vrucht;
klaar om te zinken ligt hij zacht en bevend.

Terwijl hij drijft slaakt hij een lange zucht.
De tijd draait om en brengt hem naar een levend
verleden; de herinnering belevend
als bange jongen slaat hij op de vlucht.

In het verwarmde zwembad ligt hij, buiten,
zijn grijze haren spelen met de wind;
hij hoort de vlagen in de bomen fluiten.

De zwemmer wordt zo week als een klein kind.
Alsof zijn moeder roept draait hij zich om;
hij duikt en fluistert aarzelend: ‘Ik kom…’

---

Tirade

I
k heb geen slecht geweten, heb geen spijt
van woorden die als vleugels aan mij kleven;
wanneer ik spreek laat ik je handen beven
en spreid mijn ruwe vleugels, ruig en wijd.

Verhef je stem, vecht mee. De tederheid
verdraag ik niet, ik heb haar uitgedreven
als een gewoonte met het stof verweven;
mijn woede heeft zich opgelucht bevrijd.

Het marmer van je lach splijt ik in kleine
en onherenigbare kiezelstenen,
verspreid als keien op een dorstig strand.

Wanneer je bleke lijf beeft als een fijne
verschrikte kamerplant, dan staan je benen
als witte stengels in het droge zand.

---

De egoïst

De lange strepen in je kromme hand
en je gezicht, de groeven van bevroren
verleidingen. Je bent nog steeds charmant
en ik bewonder je als een ivoren

gestalte in een jongensdroom geboren.
Terwijl ik slaap beweegt mijn trage blik
langs je contouren die hun glans verloren,
want deze droom duurt slechts een ogenblik,

waarna ik uit de dwaling wakker schrik.
Alleen de spiegel kan me nog behagen,
alleen de spiegel kan me troosten. Ik
ben de gevleugelde, door wind gedragen.

---

Hooglied

Je ogen zijn van wilde duiven,
je handen rank als slanke dijen,
je borsten rijp als trossen druiven,
je mond gevoed door troepen bijen.

Je lichaam is een zoete bron
verborgen in een hof van lust;
je ziel is zuiver als de zon
door stromen honing uitgeblust.

Je geest is heilig, hemels wezen,
je navel is een ronde beker
waaruit ik drinken wil. Verrezen
uit stilte wordt de nacht weer bleker.

Ontsluit de zwarte kamer om
te drinken van de witte wijn.
Betreed mijn aardse heiligdom:
met jou zal ik bevlogen zijn.

---

Negen tot vijf

Door de kafkaëske gangen dwaal ik
afgemat als grijze muis.
Bleke geesten zweven in dit vale huis
dat vervlakt, vervalst, vervalt tot
pleisterplaats voor de gelovigen.

Klokslag negen. Onveranderd baal ik
van het onbestaan in deze bunker.
Catacombe in de zware aarde
afgegraven tot veredeld gruis,
kale kamer waar ik stiekem hunker.

Pauze. Klokken zetten zich gelijk.
Licht bevrijdt zich uit mijn ziel,
de Messias klautert van het kruis.
Maar daarna verzwelgt het slijk
weer de stralen van het uur geluk.

Klokslag vijf. Als waardeloos fossiel
zit ik roerloos op mijn stoel.
Zwoele buitengeuren dringen langzaam door
tot mijn ongeluchte, loden kooi
en ik slenter uit een kafkaësk kantoor.

---

Dichtwerk

Wat is poëzie meer dan een dans van woorden
rond een uitgewakkerd vuur van de verbeelding,
wat is dichten meer dan dode dromen
wekken uit de maalstroom van het leven?

Wat doen dichters anders dan verbloemen,
bloesems schetsen met een bleke pen
en verspilde inkt gebruiken om
rozen kwekend tussen wrede netels,
wraak te nemen op de lege wereld?

Woorden zijn de balsem voor de ziel
die verstoten in de blauwe stilte viel.
Strofen zijn de pleisters. Verzen pantsers
tegen de invasies van de onbemande schepen
die geruisloos uit de toekomst komen.

Dichters: wezens die met de symbolen dwepen,
wezens die het felle daglicht niet verdragen
opgescheept met levensgrote vragen.

Taal is werken aan de werkelijkheid
met versleten tekens, door de geest misleid.

Wat doen dichters anders dan vertalen
van de hemelen op aarde
of de harde kaken van de hel,
anders dan ontdekken van de oude waarden
en in halve waarheden verdwalen?

---

(terug naar boven)
© design2002/ 2004 't Prieeltje Online. Disclaimer. Webmaster: Henri Thijs. Deze site kan best
worden bekeken met  de standaardschermresolutie van 800 x 600.  © teksten: de auteur