GREYHOUND

door

Bjarne DONDERDAG
NetBook nummer 44 van Het Prieeltje Online

GREYHOUND 1-4

1

hoor hij huilt zijn hond de winter in.
maan hangt uit vele nachten heen.
ben je blind soms woont hij hier?
ja hij smoort de ongecomponeerde noot

& blauw als wintermelk blaast hij
de koude voor zich uit, de koude.
hij breekt ontstentenis aan
verbreekt de strenge glans van vlies.

ontdaan van leven 'as we know it'
komt hij thuis - wat heet thuis
& blaast verhalen voor zich uit.
'het is gezien. het is niet onopgemerkt gebleven'.


2

zit een leven uit op later en dood:
neemt een hap van het 'ontbrokene'
& zet zich neder voor het worden
van de partituur die om dit leven

heen een lus zal leggen, zo strik,
zo strak. en ook de hond gaat liggen.
zijn hond? wie zal het zwijgen.
o dat woorden komen zal wel zijn.

maar welke? en vooral hoe!
de maan, de nachten schuiven op.
woedend kan de winter zijn
& wit & stil & blauw als blad & melk.

3


thuis dus: trapezium moet hier
alles worden gedacht. weze het weide,
weze het zee, weze het beide: nacht
wacht wel. klaarheid is al geschapen.

en terwijl lodeizen al zo goed als dood is
doet hij net hetzelfde na:
lui als melk die stremt
vlak voor de grote blauwte

stolt hij op wat de koude
van gindsbuiten hem heeft aangedaan.
zijn hond huilt zwijgend mee.
en het dichten wordt gedicht.

4


zo gaat winter door hem heen.
niet als het ware; ook geen sprake.
gerept. verwoed. men zegt, men schrijft:
zijn hond ging dood. ook dat.

in elke lus zit weer een kus
daar waar het raakt naar meer.
in de perfecte scheve hoek
van meer trapezium en minder thuis

heet hij alweer op pad te zijn:
in elke bus zit ook een seriemoordenaar.
het daghet in het oosten -
hoor hij huilt zichzelf het westen in.